Donderdag 18/07/2019

Toen kindermisbruik in de kerk de gewoonste zaak was: De oecumenische werkgroep pedofilie

‘Als uw zoontje of dochtertje de band met de pedofiel als fijn aanvoelt, maak die dan niet kapot.’ Dat was het soort adviezen dat katholieke ouders halverwege de jaren tachtig te verwerken kregen van de oecumenische werkgroep pedofilie. Er was niks geheims aan die werkgroep, die in een oproep in Kerk & Leven meldde dat hij een ontmoetingsplaats wilde zijn voor gelovige pedofielen, zodat die elkaar konden ‘bemoedigen’. Een van de stichtende leden was pastoor Jef Barzin, vandaag deken in het bisdom Antwerpen. ‘Het is wel iets van heel veel jaren geleden, hè.’

In de jaren tachtig nodigde ‘Kerk & Leven’ gelovigen uit om ‘pedofielen beter te leren kennen’

Op 9 augustus 1984 verscheen op pagina 8 van Kerk & Leven, mooi naast een bijdrage over de nieuwe film over het leven van moeder Theresa, volgend bericht: “Sinds enkele jaren bestaat er in Vlaanderen een oecumenische werkgroep pedofilie. Deze werkgroep, die bestaat uit katholieken en protestanten, wil de kerken sensibiliseren voor het verschijnsel pedofilie, informatie doorgeven en vooroordelen wegnemen. Tevens wil de werkgroep zich informeren over alles wat er op het gebied van pedofilie verschijnt. En ten slotte wil de werkgroep een ontmoetingspunt creëren voor pedofiele mensen om met elkaar van gedachten te wisselen en elkaar te bemoedigen. Allen zijn welkom die pedofilie en pedofielen beter willen leren kennen, onder voorwaarde dat dit in openheid, respect en betrouwbaarheid geschiedt.”

Je kunt niet zeggen dat er in 1984 grote geheimzinnigheid heerst omtrent de oecumenische werkgroep pedofilie. Het artikel verschijnt in de nationale editie van Kerk& Leven. Daarvan belanden in die tijd wekelijks meer dan een half miljoen exemplaren in Vlaamse brievenbussen. Het door de Vlaamse bisschoppen uitgegeven weekblad is het meest verspreide van het hele land. Het heeft een lezersbereik waar andere uitgevers slechts van kunnen dromen.

Volgens de oproep vindt op zaterdag 8 september tussen 10 en 14 uur een nieuwe bijeenkomst van de werkgroep plaats in kapel De Olijfboom in Brasschaat. “Graag eigen lunchpakket meebrengen”, staat er. Er worden openlijk drie namen genoemd van contactpersonen, met hun adres en telefoonnummer erbij. Twee van hen zijn geestelijken.

Dominee Frank Marivoet was jaren lang een van de actiefste leden van de oecumenische werkgroep pedofilie. U herkent zijn stemgeluid misschien vanwege zijn wekelijkse bijdrage aan De protestantse stem op Radio 1, net na het nieuws van acht op woensdagavond. Een kwarteeuw na datum drukt de dominee ons op het hart dat we ons niet te veel moeten voorstellen bij de werkgroep.

“Hoe kun je die gevoelens als gelovige een plaats geven? Zeker als het gaat om jongeren die nog niet ten volle achttien jaar zijn. Wat doe je daarmee? Dat was het vaak weerkerende thema. Een kind vraagt allereerst om bescherming, en dat is iets anders dan de verlangens van sommige volwassenen, die toch zeer dicht in de buurt van het clandestiene kwamen. Kinderen laten elkaar wel eens hun penis zien, om te vergelijken: ‘Is die van u ook zo groot?’ Zoiets moet kunnen, maar het is natuurlijk niet goed om als geestelijke aan dergelijke spelletjes deel te nemen. Er is een heel verschil tussen een behaarde penis en die van een kind. Daar is het toen dus allemaal zo’n beetje op vastgelopen. We spreken over de vroege jaren tachtig. Er rustten nog veel taboes op seksualiteit, en ook homoseksualiteit en zeker pedoseksualiteit.”

De dominee wordt iets minder openhartig als we informeren naar het aantal aanwezigen, en of er ook kinderen kwamen opdagen. “We waren meestal met zes à zeven personen in totaal”, weet de dominee zich te herinneren. “Eén keer misschien meer. Er was één iemand die één keer is gekomen, maar die is dan verhuisd, dus kwam die niet meer.” Wie buiten de in Kerk & Leven gepubliceerde namen de vaste bezoekers waren? Een kleine aarzeling, dan: “Dat valt onder mijn beroepsgeheim.”

De stuwende kracht achter de oecumenische werkgroep pedofilie was de Nederlandse evangelisatiepredikant en dichter Thijs Weerstra. Hij stond begin de jaren tachtig aan het hoofd van zes gereformeerde kerken in Vlaanderen en woonde in Sint-Pieters-Woluwe, bij Brussel. Het is zijn adres dat in Kerk & Leven wordt vermeld als thuisbasis voor de werkgroep.

Thijs Weerstra overleed in 1998. Zijn weduwe Herma Weerstra laat ons per e-mail weten dat ze zelf nooit aanwezig is geweest op bijeenkomsten van de oecumenische werkgroep pedofilie en dat ze de conversatie graag wenst te beëindigen.

“Thijs Weerstra is in 1985 teruggekeerd naar Nederland”, weet Marivoet nog. “Ik heb toen de protestantse uitzending voor derden van hem overgenomen en korte tijd later is de werkgroep een stille dood gestorven. De tijd was er nog niet rijp voor, zo moesten wij vaststellen. We hebben het toen maar laten rusten. Het lag allemaal te gevoelig, merkten we. Als geestelijke ben je gegeneerd voor dergelijke gevoelens. Ik bezoek vaak gevangenen, ook seksuele delinquenten. Deze mensen hebben over het algemeen helemaal geen scrupules. Dat is toch wel opvallend.”

Dat lijkt de ondertoon te zijn geweest in de werkzaamheden van de oecumenische werkgroep: wij zijn geen vieze oude mannetjes, wij zijn keurige pedofielen.

De oproep in Kerk & Leven van 9 augustus was niet de enige waarmee de werkgroep naar buiten kwam, wel de meest expliciete. De oproep verscheen tussen een reeks zomeradvertenties voor scholen als het Sint-Maria-instituut in Geel en het Mater Dei-instituut in Brasschaat. Tot in 1987 stond Kerk & Leven onder leiding van hoofdredacteur Felix Dalle, een priester-romanschrijver uit Brugge. Hij was erg goed bevriend met de in dat jaar tot bisschop benoemde Roger Vangheluwe.

Dat er ooit zoiets heeft bestaan als een werkgroep voor pedofiele geestelijken werd onlangs in een verkiezingsfolder onder de aandacht gebracht door Vlaams Belang-politica Alexandra Colen. Zij ziet het initiatief als een exponent van de eind de jaren zestig door het Tweede Vaticaans Concilie gekomen “alles kan, alles mag-mentaliteit”. Colen is nu lijstduwer voor de Senaat. Ze belooft dat ze, als ze wordt verkozen, in het parlementaire halfrond een gebedsgroep zal oprichten.

De tekst in Kerk & Leven lijkt op zijn minst aan te geven dat de oecumenische werkgroep langer dan achttien maanden actief is geweest. Er is sprake van “enkele jaren” en ook deze passage roept vragen op: “Met ingang van het nieuwe seizoen zal aan de werkgroep ook meewerken Eerw. Heer Pastoor Jef Barzin.” Jef Barzin (63) was in die tijd pastoor in de Seefhoek. Hij werd in 2007 benoemd tot deken voor Groot-Antwerpen. Die benoeming maakt van hem de hiërarchische overste van alle pastoors in de stad Antwerpen en de eerste ondergeschikte van de Antwerpse bisschop Johan Bonny. Die profileerde zich in de nasleep van het schandaal omtrent bisschop Vangheluwe als witte ridder.

Volgens Jef Barzin bestond de werkgroep “vier à vijf jaar lang” en deed hij vooral aan hulpverlening. “Er zijn nogal wat mensen met pedofiele neigingen”, zegt deken Barzin. “Dat is ook zo bij gelovigen. De werkgroep was er om die mensen te helpen om op een goede manier met die gevoelens om te gaan. Het was een soort hulpverlening.”

In de tekst is sprake van ‘vooroordelen wegnemen’ en ‘bemoedigen’.

Jef Barzin: “Ik weet het, als u dat leest in de context van vandaag, klinkt dat erg intrigerend. Maar wij bedoelden het meer in de zin van ‘openlijk over die gevoelens praten en bemoedigen om er op een goede manier mee om te gaan’. Het is wel vele jaren geleden, hè, en het ging eigenlijk in eerste instantie om een protestants initiatief.”

Waren er ook kinderen aanwezig op die bijeenkomsten?

“Ab-so-luut niet.”

De één zegt anderhalf, de ander zegt vier à vijf jaar. De herinneringen aan de oecumenische werkgroep pedofilie lijken door de jaren heen een beetje te zijn vertroebeld. Wat de werkgroep werkelijk deed en waar hij voor stond, is misschien beter te objectiveren aan de hand van een folder die een moeder uit het buurt van Antwerpen ontving, nadat ze naar aanleiding van het bericht in Kerk & Leven de werkgroep puur uit de belangstelling had aangeschreven. Enkele fragmenten:

“Veel seksuele contacten tussen ouderen en kinderen behoeven helemaal geen schade aan te richten en er komen ook seksuele contacten voor die voor kinderen plezierig en waardevol zijn.”

“Een volwassen man die zijn penis in de vagina van een meisje of in de anus van een jongen inbrengt, zal in de meeste gevallen het kind pijn doen. Pedofielen zullen het om die reden meestal laten. Wat doen ze dan wel? Behalve samen praten, samen lachen, samen spelen, enz. vrijen kinderen en pedofielen ook samen, ze voelen elkaar, ze laten hun geslachtsorganen zien. Ook masturberen volwassenen hun vriendje of vriendinnetje of bevredigen ze zichzelf terwijl het kind kijkt en laten ze zich door het kind masturberen.”

“Allereerst is er de schade die wordt toegebracht door de ouders van een kind dat omgang heeft met een pedofiele man of vrouw. De ouders raken, als ze dat aan de weet komen, heel vaak in paniek: ze worden woedend of diep verontwaardigd. Zo’n reactie, die voortkomt uit onbekendheid met wat pedofilie eigenlijk is, brengt het kind schade toe. Dat wat het kind ervaart als gewoon, als lief, als vriendschap, blijkt ineens iets smerigs te zijn, iets slechts. Dan is er de schade die kan worden toegebracht door het contact met politie en justitie. (...) Heel erg is het als je als kind het gevoel krijgt dat je je beste vriend of vriendin met je getuigenis hebt verraden en dat die daardoor in de gevangenis is terecht gekomen. Die verschrikkelijke gedachte geraak je soms je leven lang niet meer kwijt.”

“Vriendschap tussen een pedofiel en een kind behoort geen reden te zijn tot paniek. Het hoeft ook geen reden te zijn tot angst. Ook niet als in de relatie sprake is van seksueel contact. Heb vertrouwen in uw kind. Als uw zoon of dochter deze relatie als fijn aanvaardt, maak die band dan niet kapot.”

En nog een kleine raadgeving voor ouders wiens kinderen thuis komen met een verhaal over betastingen door de pastoor of de chiroleider:“Het verdient de voorkeur dat er een vertrouwensrelatie tussen de pedofiel en de ouders ontstaat.”

Bij de persdienst van het Antwerpse bisdom reageert Rita Boeren geprikkeld. Ze is van mening dat De Morgen zich allereerst “vragen moet stellen bij de bedoelingen van Alexandra Colen”.

Bisschop Johan Bonny bevond zich gisteren in het buitenland. Volgens Boeren zal de zaak volgende week worden bekeken. “Deze werkgroep heeft blijkbaar bestaan, zij het een hele tijd geleden. Zoals we in de huidige context telkens opnieuw hebben gedaan, zullen we uitzoeken wat dat precies voor iets geweest is. Dit roept zeker vragen op, zeker na alles wat er de voorbije maanden is gebeurd. Wij zullen dus nagaan wat die werkgroep deed, maar mijn vermoeden is dat het zich vooral situeerde in de sfeer van de hulpverlening.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden