Zondag 24/10/2021

GetuigenisVakantieliefde

‘Toen ik de slaaptent binnenkwam, vroeg ze of ze me zou masseren’

Eva: ‘Ik was altijd heel makkelijk met jongens, zoenen vond ik lekker, maar een relatie wilde ik niet.’  Beeld Sasa Ostoja
Eva: ‘Ik was altijd heel makkelijk met jongens, zoenen vond ik lekker, maar een relatie wilde ik niet.’Beeld Sasa Ostoja

Corine Koole spreekt elke week met twee mensen die in een zomer smoorverliefd op elkaar werden. Hoe ging het verder? En hoe kijken ze daar nu op terug? Deze week: Dirk (34) en Eva (31) over hun zomer van 2009.

Dirk

“We waren 22 en 19 en begeleidden die zomer kinderactiviteiten in een bos. Toen ik Eva op dinsdagavond de grote slaaptent in zag gaan, liep ik haar achterna zonder te weten waarom. Ik vond haar leuk, ze was de mooiste en meest spontane van alle meiden – zoals ze ’s avonds rond het kampvuur het luidst en vrolijkst lachte van iedereen – maar om te zeggen dat ik in de drie dagen dat ik haar kende verliefd geworden was, gaat te ver. De grote slaaptent was een smoezelige plek waar alle begeleiders sliepen. Er lagen half­lege luchtbedden en handdoeken verspreid over de grond en toen ik binnenkwam, vroeg ze of ze me zou masseren.

“Ik zag daar niets vreemds in, hooguit getuigde haar verzoek van die typische vertrouwelijkheid die kenmerkend was voor alle vrijwilligers binnen de groep; je deelt dag en nacht met elkaar in zo’n week, en het veroordeeld zijn tot elkaar maakt je tot tijdelijke familie. Eerst rommelde ze wat in haar tas, toen kletsten we wat, daarna zei ze: ga maar liggen. En nadat ik languit op mijn buik was gaan liggen, kroop zij boven op mij. Ik draaide me om, toen zoenden we. Niet lang, er kon immers elk moment iemand binnenkomen, maar wel lang genoeg om op te merken dat het een prettige zoen was. Toch heeft het toen nog vier jaar geduurd voor we iets kregen samen.

“Ik word gewoon niet zo snel verliefd, denk ik. Het begrip zei me niet zoveel. Nog steeds niet. Na die week hebben we nog wel ge-sms’t, maar toen ik voorstelde iets af te spreken, zei ze op het laatste moment af en ik dacht ‘dan niet’, en vergat haar. Ze had me in die week van het kamp verteld dat ze iemand was die zich niet snel bond, wat ik prima vond, want zelf zat ik ook niet te wachten op een relatie.

“Twee jaar later ontmoetten we elkaar opnieuw, weer als begeleiders van datzelfde jeugdkamp. Dit keer zaten we niet in hetzelfde groepje, maar we moeten elkaar gezien hebben, want er is een foto waarop we naast elkaar staan – iets waar we geen van beiden enige herinnering aan hebben. Geen idee waarom mijn geheugen me hier laat zitten. Was ik werkelijk zo onverschillig? Had ik die week een ander meisje met wie ik zoende? Haar plotselinge afzeggen van onze eerste date had ik haar nog niet vergeven. Dus in abstracte zin, voor zover ze mijn ego had gekwetst, was ik haar helemaal niet vergeten.

“Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat wij er in de twaalf jaar die onze eerste kennismaking in het bos – zij een mooie scholiere, zelfs in de afrits­broek van haar vader, ik net afgestudeerde student – en ons huwelijk scheidden, er alles aan hebben gedaan het níét te laten slagen tussen ons. Dat het toch iets werd, is een minstens zo groot wonder als geluk. Onze beider families waren in elk geval stomverbaasd dat juist wij als eeuwige vrijgezellen ons aan elkaar verbonden. Dat gebeurde na 2013, toen we elkaar opnieuw als begeleiders tegenkwamen.

“‘Wat grappig,’ zei een vriendin van Eva tegen wie ik bij het kampvuur opbiechtte dat ik geen relatie ambieerde maar vrij wilde zijn, ‘dat zegt Eva nu ook altijd. Misschien moet je eens met haar praten, jullie lijken dezelfde ideeën te delen.’ Ik lachte een beetje, maar toen we een paar dagen later tijdens het douane­spel tweetallen moesten vormen, pakten Eva en ik zonder een woord elkaars hand. Plagerig lachte ik haar uit: ‘Denk jij met die rode trui ongezien te blijven’, en zij sneerde iets terug over de opvallende letters op mijn shirt.

“Daar, tijdens het douane­spel, zoenden we als boom. Zij de stam, ik de takken aan die stam: de schut­houding die we aannamen als er iemand aankwam. Maar toen we in de maanden erna onze romance voortzetten, was dat wat mij betreft nog steeds uit jongens­achtige veroveringsdrang. Ook zij had ‘absoluut niet’ geantwoord op de vraag van haar vriendinnen of er iets blijvends en moois tussen ons groeide.

“En zo hebben we jaren alles ontkend. Ook toen we elkaar een paar keer in de week begonnen te zien, en tandenborstels uitwisselden en elkaar voorstelden aan onze ouders. Relaties waren niks voor ons, vonden we, net zo lang tot zelfs wij er niet meer omheen konden.

“Ik herinner me hoe ik op een nacht, zo’n vijf jaar geleden, naar haar keek toen ze lag te slapen. Tegen haar gewoonte in had ze haar hoofd naar me toegedraaid en ineens dacht ik: ik ben aan je gehecht, ik wil dat je nooit meer weggaat. Een ander zou dat verliefdheid noemen, of liefde. Voor mij betekende het: ik hoor bij haar. Dit voorjaar, april 2021, zijn we getrouwd.”

Eva

“Zal er nog wat rondlopen aan leuke jongens, dacht ik toen ik in 2009 voor de zoveelste keer een kinderkamp begeleidde. Dirk was een nieuwkomer, hij had opvallende, lichtbruine ogen, en zag er sympathiek uit. We gaan het zien deze week, dacht ik. Op zondag werden de groepen ingedeeld, hij zat bij mij. Als groep ben je bijna familie, dag in dag uit ben je samen. Dat maakt het precies zo leuk.

“We sliepen met vijftien in dezelfde tent, en op dinsdag­avond liepen we samen die tent binnen en vroeg hij of ik zijn schouders wilde masseren. Ik was altijd heel makkelijk met jongens, zoenen vond ik lekker, maar een relatie wilde ik niet. Erg kritisch was ik ook niet. Ik wist dat een van de andere meisjes haar oog op Dirk had laten vallen, ik mocht haar niet; een reden om hem voor haar neus weg te kapen. Ik was 19.

“Tijdens de laatste avond bleven wij met z’n tweeën bij het uitdovende kampvuur zitten. We hebben het licht zien worden die ochtend, ik vond hem echt leuk, we hebben gezoend en gekletst. Ik verheugde me op de volgende dag, wanneer we met z’n allen het eind van de week zouden vieren. Traditiegetrouw zouden we in vol ornaat met de hele groep naar de disco gaan. Voor het eerst in zeven dagen hadden we gedoucht en droegen we mooie kleren, ik had make-up op en was blij dat Dirk ook kwam, hoewel hij daar zelf van tevoren nogal vaag over was.

“Maar toen hij vroeg of we een keer wat konden gaan drinken, vond ik het ineens eng en zei op het laatste moment af. Een biertje drinken en een beetje ouwehoeren is leuk, maar daten is meteen zo serieus. Dan komt er een akelige druk bij. Zo bloedde onze affaire dood nog voor die begonnen was. Ik zat er niet mee. Als ik iemand zo snel kan vergeten, dacht ik, zal hij wel niet leuk genoeg zijn geweest.

“Twee jaar later zagen we elkaar opnieuw, weer als begeleiders van datzelfde kinderkamp. O, jij bent er ook weer, dacht ik. ‘Hoi’, zei ik. Zonder al te veel enthousiasme. Er is een foto van een moment later die week. We staan naast elkaar, maar ik herinner me daar niets van. We zaten allebei in een ander groepje en lieten het daarbij. Dat hij scharrelde met een ander meisje, vond ik totaal geen punt. Pas in 2013 sloeg er iets van een vlammetje over. Geen uitslaande brand, maar net hevig genoeg kennelijk om niet onmiddellijk weer te kunnen doven.

“Tijdens het douane­spel waren we met z’n tweeën op de vlucht voor de tikker. Om niet gezien te worden namen we, zodra de tikker naderde, de houding van een boom aan. Ik ging voor Dirk staan en speelde stam. Dirk speelde met gespreide armen, dicht tegen me aan, de takken. Toen zoenden we. Na afloop van die week zei ik: ‘Ik wil best met je afspreken na het kamp. Maar dan wel snel, anders ebt mijn belangstelling weg en ben ik je weer vergeten.’ Dat was niet onaardig bedoeld, maar juist praktisch.

“Ik kende mezelf, was nogal een flierefluiter. Jongens waren leuk, maar relaties interesseerden me nog steeds niet. Dat het sms’en van 2009 vervangen was door het gratis appen, heeft onze liefde zeker bespoedigd. Toch had het niet veel gescheeld of ook deze date ging niet door. Ik was die avond op mijn werk aan het borrelen en stond op het punt hem weer af te bellen, toen mijn collega’s zeiden, ga gewoon even. Als het niks is, ben je toch zo weer thuis?

“Ik zie hem nog zitten, op het terras op een plein. Ik plofte naast hem neer en we hebben gepraat en daarna vieze pizza gegeten in een toeristentent, zo vies dat we er alleen maar om konden lachen. We hebben die nacht samen geslapen en vanaf toen bleven we elkaar opzoeken, maar als iemand ons vroeg: ‘Wat zijn jullie van elkaar, hebben jullie een relatie?’, antwoordden we in koor: nee, absoluut niet.

“We zagen elkaar steeds vaker, ook doordeweeks. Weken werden maanden, maar op een of andere manier boezemde het hebben van een relatie ons beiden vrees in. Alsof, zodra je het intense tussen ons een naam zou geven, het aangenaam vluchtige ervan in één klap zou verdampen. Het was zo fijn zoals het was, waarom zou je dat formaliseren? Maar na een tijd kreeg die ontkennende houding iets potsierlijks.

“In april 2014 zaten we op de bank in mijn kamer. Ineens zei Dirk: ‘Ik wil je iets vragen.’ Ik voelde me plotseling heel nerveus worden, leidde hem af met seks, maar toen dat voorbij was, stelde hij zijn vraag alsnog: ‘Wil je mijn vriendinnetje zijn?’ Hij sloeg zijn armen om me heen. En ineens was het niet eng meer. ‘Ja, oké’, zei ik. Dit voorjaar, april 2021, zijn we getrouwd. Een man met zoveel geduld verdient mijn levenslange trouw.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234