Woensdag 16/06/2021

Toen de Roemeense avant-garde een begrip was

Tentoonstelling Hans Mattis-Teutsch in het Museum voor Schone Kunsten in Gent

We weten zo goed als niets over de hedendaagse beeldende kunst in Roemenië. In het eerste kwart van deze eeuw was dat wel anders. Kunstenaars als Brancusi, Tristan Tzara en Hans Mattis-Teutsch waren bij ons bekende namen. Van Hans Mattis-Teutsch (1884-1960) zijn thans in het Museum voor Schone Kunsten in Gent een 75-tal kunstwerken te zien: schilderijen, beelden en werken op papier.

Ongetwijfeld had de bekendheid van Hans Mattis-Teutsch (1884-1960) te maken met zijn verblijf in Parijs (1906-1908) en Berlijn. In Parijs werkte de kunstenaar onder meer een tijdlang bij Brancusi, maar hij was er ook bevriend met de Russische kunstenaar Alexander Archipenko. Met Archipenko, Chagall, Klee en andere kunstenaars nam de Roemeen in 1921 deel aan een groepstentoonstelling in de avant-gardistische galerie Der Sturm in Berlijn. Voor het gelijknamige blad had hij al in 1918 een houtsnede gemaakt voor het kaft.

Dit soort bladen bevorderde de bekendheid van Mattis-Teutsch in België. In 1922 verscheen in Roemenië het tijdschrift Contimporanul, dat de spreekbuis was van de Roemeense avant-garde. Tussen dit blad en de tijdschriften die elders in Europa de nieuwe kunst verdedigden bestonden goede contacten. In een brief van 1923 wordt informatie gevraagd aan Michel Seuphor - die in Antwerpen Het Overzicht uitgaf - om het Roemeense publiek beter te kunnen informeren over wat hier gebeurde. En De Driehoek, de opvolger van Het Overzicht, dat werd geleid door Jozef Peeters, Edgard du Perron en Paul Van Ostaijen, publiceerde kort daarna een artikel over de Roemeense variant van het constructivisme met tekeningen van Mattis-Teutsch en Maxy. Dit soort contacten gaf het blad Contimporanul de mogelijkheid om, tijdens de Eerste Internationale Kunstexpositie in Boekarest in 1924, de Roemeense avant-garde in een internationale context te presenteren. Werk van Mattis-Teutsch stond er naast kunstwerken van onder anderen Peeters (jawel), Arp, Klee, Richter, Schwitters en de Roemenen Brancusi en Maxy.

Vandaag is dit soort communicatie tussen modernistische bewegingen verdwenen. Avant-garde en kunstbewegingen in het algemeen bestaan niet meer; elke kunstenaar is op zijn eilandje met zijn ding bezig. Hoewel Boekarest en Brasov, de geboortestad van Mattis-Teutsch, nu ongetwijfeld ook hun cybercafés hebben, is Roemenië meer dan ooit in deze eeuw een zwarte vlek. Natuurlijk is tegelijk ook de kunstpraktijk veranderd. Door nieuwe druktechnieken worden kunstenaars nog uiterst zelden gevraagd een blad op te sieren met bijvoorbeeld een linosnede. De grafiek in het algemeen is het terrein geworden van specialisten, terwijl het vroeger een randactiviteit was van zowat iedere kunstenaar, een soort voorbereidend fundamenteel onderzoek.

De tentoonstelling in Gent begint met een mooie reeks vroege linosnedes van Hans Mattis-Teutsch. Er is geen betere manier om de kracht en de betekenis van de lijn te ervaren dan door ze uit te gutsen. Het gehele oeuvre van de Roemeense kunstenaar wordt gedomineerd door de lijn, vooral de gebogen opstaande lijn. Zijn vroege landschappen krijgen een dramatisch effect door de dominantie van gekromde bomen. Ook de menselijke figuur tracht Mattis-Teutsch te abstraheren volgens een vergelijkbaar schema: gebogen verticalen zijn bij Mattis-Teutsch de uitdrukking van de dynamiek, horizontalen van de inerte materie. Ook in zijn kleine, soms gepolychromeerde beeldjes hanteert de kunstenaar deze principes.

Van de veeleer expressionistisch-abstracte landschappen met bomen, evolueerde Mattis-Teutsch naar wat als het hoogtepunt van zijn oeuvre wordt beschouwd: de reeks Bloemen van de ziel. De kunstenaar zoekt in deze lyrische, abstracte composities een evenwicht tussen spontane ritmische beweging en een strenge mathematische opbouw, tussen koude en warme kleuren en tussen concave en convexe krommen. De schilderijen sluiten aan bij Mattis-Teutsch' theoretische onderzoek naar de relatie tussen de beeldende kunst en muziek en meer bepaald de analogie tussen geluidsgolven en kleurharmonieën. De manier waarop hij begin de jaren twintig zijn Bloemen van de ziel schilderde is schatplichtig aan Wassily Kandinsky en Franz Marc. Kandinsky zorgde er toen trouwens voor dat Mattis-Teutsch de gelegenheid kreeg om individueel in Galerie Visconti in Parijs te exposeren.

Afgezien van de beeldjes uit de periode 1925-1935 is het oeuvre na de Kandinsky-achtige schilderijen minder interessant. In de tweede helft van de jaren twintig kwam Hans Mattis-Teutsch in de ban van de art deco. Hij trachtte de nieuwe vormentaal te verzoenen met de menselijke figuur, die als een herkenbaar, strak silhouet wordt voorgesteld. Ook nadat Roemenië in 1940 een communistische republiek was geworden, bleef Hans-Mattis schilderen. Overtuigd van de weldadigheid van het nieuwe regime, stelde hij zijn stijl bij overeenkomstig het gangbare sociaal realisme. Ook dit gegeven is niet vreemd aan het feit dat Mattis-Teutsch, die in 1960 overleed, langzaam in de vergetelheid geraakte. (EB)

De tentoonstelling Hans Mattis-Teutsch loopt tot 30 mei 1999 in het MSK, Casinopark in Gent. Alle dagen geopend van 9.30 tot 17 uur (gesloten op maandag). Entree 100 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234