Dinsdag 14/07/2020

Woon-zorgcentra

Toen besloot Lucienne: ik ben ermee weg. In woon-zorgcentra slaat eenzaamheid hard toe

Familie bezoekt de bewoners op afstand in zorgcentrum Westervier in Brugge. Beeld Eric de Mildt

Opeens had Lucienne (91) het er helemaal mee gehad. Wat had dat nog voor zin, al die weken helemaal in je eentje in die kamer blijven zitten, terwijl al je directe naasten zich op het kerkhof bevinden? Ze ontsnapte uit het woon-zorgcentrum. En ze is niet de enige die dat deed.

Het zijn rustige tijden voor de cel Verdwijningen van de federale politie. Als iedereen binnenblijft, zal er natuurlijk niet zo gauw iemand verdwijnen.

Tot vorig weekend. Opsporingsbericht, op vraag van het Brusselse parket: “Op zaterdag 2 mei om 21.15 uur verliet de 78-jarige Jeanne-Marie Caris het rusthuis gelegen Egide van Ophemstraat in Ukkel. Sindsdien ontbreekt elk spoor van haar.”

Mevrouw Caris, stond er, heeft wit haar. Ze viel te herkennen aan haar donkerroze gilet, zwarte broek en zwarte schoenen met een witte zool. Bij haar vertrek uit Home Brugmann had ze een witte plastic zak bij zich.

“Die mevrouw werd gelukkig vrij snel gevonden”, zegt Alain Remue van de cel Verdwijningen. “Ze was al de tweede bewoonster van een woon-zorgcentrum dat tot het besluit was gekomen dat ze het meer dan grondig beu was, de hele tijd alleen in haar kamer te moeten zitten. Dit is wat we nu vaker en vaker gaan meemaken, vrees ik.”

Naar het kerkhof

Het vorige geval, een week eerder, eindigde dramatisch.

Marie Mollu (91), die zich haar hele leven altijd Lucienne liet noemen, was in het woon-zorgcentrum (wzc) Dellebron in Kortenaken net als enkele andere residenten positief getest op corona en zat al weken geïsoleerd op haar kamer. Ze was nog erg helder en schreef op zondagochtend een kort afscheidsbriefje naar de man in de kamer naast de hare. Daarin stond, kort en duidelijk: “Ik ben het gebrek aan bewegingsvrijheid beu.”

Lucienne was van mening dat haar leven totaal zinloos was geworden. Ze had helemaal niemand meer. Haar echtgenoot was overleden. Jaren terug had ze ook al haar zoon verloren.

Naar hem ging ze toe. Lucienne werd op zondagavond teruggevonden op het kerkhof van Waanrode. Ze moet liefst vijf kilometer hebben gestapt, koppig voorwaarts, richting ergens anders naartoe, ergens ver weg van de tergende eenzaamheid. Op het kerkhof vlijde ze zich neer op de plek waar vroeger het graf van haar zoontje was geweest. Zowel dat graf als dat van haar man had ze eerder al laten weghalen. Lucienne had zich in het woon-zorgcentrum laten inschrijven omdat ze het niet fijn vond om de hele tijd alleen te zijn.

Alain Remue: “Die mevrouw is gevonden onder een struik, op het kerkhof. Ze is dan naar het ziekenhuis overgebracht, en daar is ze op maandag overleden. Door verzwakking, wellicht, en door de enorme emoties van de vorige dag, veronderstellen we. Ontzettend triest, eigenlijk.”

‘Verschrikkelijk’

Helemaal aan het begin, toen op woensdag 11 maart het officiële discours luidde dat er “de komende twee, en mogelijk drie weken” geen bezoek meer werd toegestaan in de wzc’s en mensen nog gauw tijdelijk afscheid gingen nemen, zag je op tv kranige opa’s en oma’s. Ze verzekerden hun kinderen en kleinkinderen dat ze heel erg goed voor zichzelf en elkaar moesten zorgen en zich vooral niet te veel moesten aantrekken van hen. Het is toen duizenden keren gezegd en herhaald. Dat onkruid niet vergaat. Wat zijn twee of drie weken op een meer dan tachtigjarig mensenleven?

We zijn acht weken verder.

In wzc Zilverduin in De Haan wordt op donderdag voor het eerst opnieuw ‘bezoek’ toegestaan. Dat houdt in dat de resident in de eetzaal op het gelijkvloers tot aan het raam werd gerold. Daar tegenover staat een partytent met een tafel en stoelen en een fles desinfecterende spray. Bepaald feestelijk oogt de situatie niet. Het schuifraam wordt 15 centimeter opengeschoven, zodat er kan worden geconverseerd. Het bezoek, zo is opgelegd door het Agentschap Zorg en Gezondheid, mag maximaal 10 minuten duren, maar op de eerste dag wordt er al voorzichtig tegen die regel gezondigd.

“Het lijkt wel alsof ze nog een beetje slapen”, zegt de verzorgster. “Het duurt langer dan vroeger voor ze reageren op wat je zegt.”

Voor Ria van Engelen (88) is dit de eerste keer in acht weken dat ze iets anders ziet dan de muren van haar kamertje en in marsvrouwtjes getransformeerde verzorgsters. Een van de eerste dingen die ze zegt, als ze haar zoon opmerkt: “Waarom draag jij geen mondmasker?”

Af en toe is er een lachje. Het is een vermoeid lachje.

Hoe het was, vraagt de zoon, al die weken. Het duurt even voor de vraag is begrepen en doorgrond. Dan zegt Ria: “Verschrikkelijk.”

Klein netwerk

“Je kunt niet spreken van een revolte, maar we krijgen nu wel indicaties binnen dat een aantal mensen in de fase van collectieve depressie komt”, zegt Caroline Vercauteren van Orelia, dat elf wzc’s uitbaat met in totaal 650 bewoners. “Je ziet het aan het feit dat ze niet meer tot activiteiten te bewegen zijn, dat ze veel minder eten. Mensen met een depressie hebben minder trek.”

Dat merken ze ook in Zilverduin. De ochtendgymnastiek bestaat erin dat een verzorgster op een goed zichtbare plek in de tuin de aandacht trekt van alle residenten, die tot bij het raam zijn gerold. Er wordt van hen verwacht dat ze de armbewegingen van de verzorgster nadoen. Die eerste dagen, eerste weken, was het zo’n moment van samen zijn, van wij allen samen erdoor. Iedereen deed mee. Nu vraagt de verzorgster zich af wat voor zin het nog heeft. Bijna niemand volgt nog.

Vercauteren: “Het is ook echt niet zo evident. In ons woon-zorgcentrum Keiheuvel in Balen hebben we mensen wekenlang geïsoleerd, waren verzorgers en bewoners allemaal mee in het verhaal: ‘We houden dat virus hier buiten!’ Bij sommige mensen overheerst de angst voor het virus: ‘Laat mij maar op mijn kamer, dan loop ik het minste risico.’ En dat is daar ook gelukt. Niemand testte positief.”

Het overheersende gevoel, na acht weken, is dat ook de wzc’s tegen alle vorige indicaties in de oorlog met het virus uiteindelijk toch aan het winnen zijn. Maar de schade is immens, en ze is niet enkel uit te drukken in statistieken en cijfers.

Vercauteren: “Er zijn centra waar er mensen zijn gestorven, zoals in Hasselt. Dan komen die mensen na een negatieve test na weken eindelijk uit dat isolement. Ze mogen weer de andere residenten zien, en dan is het opeens een heel andere wereld. Waar is die? Dood. En waar is die? Dood. Dat hakt er stevig in. Bij mensen op oudere leeftijd is het sociale netwerk heel klein. Eén overlijden kan betekenen dat een aanzienlijk deel van je dagelijkse netwerk is verdwenen.”

De KOMP

In Zilverduin De Haan verschijnt op donderdag de eerste familie met een KOMP.

Een KOMP is een tablet met maar één functie, een ouderwetse draaiknop voor het geluid, rechts onderaan. Voor het overige is het een beeldscherm. Het is ontworpen voor ouderen die de afgelopen weken vreselijk hebben zitten sukkelen met dingen als touchscreen en Facetime. Bij sommigen lukte het, bij de meesten lukte er helemaal niks. Er kwam niet meer uit voort dan een kort fragment van een verward grijs voorhoofd dat zat te foeteren: “Dat spel van u werkt niet.”

Wel met de KOMP. Als familielid installeer je de app, en kan iedereen te allen tijde oma of opa bellen voor een babbel. Die hoeft helemaal niks te doen, behalve het scherm goed zetten en het geluid wat luider of zachter.

In Zilverduin in De Haan is de Nederlandse Wilhelmina de eerste gebruikster. Ze heeft meteen amper nog oog voor zoon en dochter onder de partytent, die haar de KOMP zijn komen brengen. Bij wijze van test krijgt Wilhelmina opeens haar kleindochter tegenover zich.

Ze straalt.

Acht weken lang is ze nergens anders geweest dan op haar kamer. Nu weet ze niet waar ze eerst moet kijken, hoe ze haar aandacht verdeeld moet krijgen tussen haar kleindochter op de KOMP, haar kinderen onder de partytent en de ook nog eens voorbijrollende Ria. Haar beste vriendin hier.

Maar de KOMP kan net zo min als alle andere denkbare improvisaties een antwoord bieden op datgene waar alle residenten het meest naar snakken: een hand, een aai, een knuffel.

En nog één

De woon-zorgcentra gingen het eerst in lockdown, twee dagen voor de horeca de deuren moest sluiten. Ze kregen het virus eindeloos veel harder in het gezicht geslingerd dan de wereld daarbuiten. Twee weken geleden leek de situatie compleet uitzichtloos. Het leek alsof er niks anders meer op zat dan doden tellen. Nu zeggen de wzc’s: “We hebben de situatie onder controle.”

Caroline Vercauteren: “Perspectieven? Ja, we gaan weer bezoek regelen, daar waar we kunnen. We doen het nu al met open ramen, tafels en glaspanelen. Maar het blijft iets heel griezeligs hebben. Er staat nog altijd iets tussen. Het blijft afstandelijk en artificieel. In een aantal Limburgse woon-zorgcentra kunnen we de bewoners vanop hun terras in contact brengen met hun naasten, maar daar zit dan nog altijd een nadarhekken tussen. Wij snappen het echt heel goed dat mensen zich hier niet goed bij voelen.”

Corona kan dodelijk zijn. Maar eenzaamheid.

Vercauteren: “Je hoort het ook van mensen op het terrein, de eerste weken, toen er nog niet kon worden getest: ‘Ik denk eigenlijk niet dat die Covid-19 had, die is gewoon gestorven van eenzaamheid.’ Wij onderschatten de factor eenzaamheid in het aantal officiële coronadoden in de woon-zorgcentra. Ondertussen testen we wel en weten altijd wanneer een overlijden coronagerelateerd is.”

Ook wzc Katharinadal van Orelia kende deze week een coronavluchteling. Maar de cel Verdwijningen hoefde er niet bij te pas te komen.

Vercauteren: “Het was een bewoner, nog vrij goed te been, die nog altijd zijn eigen huis bezat. Hij heeft geen kinderen, het huis stond leeg. Hij vond: ‘Ik kan beter terug thuis gaan wonen dan dit hier verder te moeten ondergaan.’ Oké, je hebt liever niet dat zo’n man opeens het woon-zorgcentrum verlaat. Anderzijds: we zijn toch ook weer een paar weken verder. En echt: de situatie in onze woon-zorgcentra is nu onder controle.”

“We kunnen en willen die man ook niet verplichten om te blijven. Mensen hebben nog altijd die vrijheid. Gelukkig maar.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234