Maandag 22/07/2019

Kindermishandeling

"Toen besefte ik: moeder weet wat er gebeurd is": experts en slachtoffers over kindermishandeling

Kristof Desair, directeur van het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling. Beeld Bob Van Mol

In Nederland is het "het grootste geweldsprobleem van het land". Hoeveel kinderen in België worden mishandeld, weet niemand – er wordt geen significant onderzoek naar gedaan. "Het maakt mensen – inclusief onze politici – bang."

"Nederlanders treden graag harder op dan wij”, zegt Pascale Franck, criminoloog en coördinator van het Family Justice Center (FJC) Antwerpen. “Maar of ze betere resultaten halen, is nog maar de vraag.” Toch overlegt Franck regelmatig met de medewerkers van de Nederlandse minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge over de aanpak van familiaal geweld. “Dat komt omdat onze noorderburen erg geïnteresseerd zijn in ons FJC, waar alle diensten rond thuisgeweld verzameld zijn op één locatie. Dat willen ze graag kopiëren.”

Vorige maand stelde minister De Jonge zijn nieuwe stevige plan voor. De maximumstraf en verjaringstermijn voor stelselmatige kindermishandeling worden in Nederland verhoogd, er zal keihard opgetreden worden tegen begeleiders die kinderen onder hun hoede mishandelen en ouders met losse handjes krijgen sneller dan ooit een thuisverbod opgelegd.

De Jonge noemt kindermishandeling en partnergeweld “het grootste geweldsprobleem van Nederland”. “Het gaat jaarlijks over 119.000 kinderen die slachtoffer zijn van kindermishandeling en 200.000 volwassenen die te maken hebben met huiselijk geweld”, zei hij in het tv-programma Pauw. “Thuis zou veilig moeten zijn, terwijl het vaak een onveilige plek is. Dat móéten we doorbreken.”

Begin april maakte Hulplijn 1712, de telefoondienst van de Vlaamse overheid voor burgers met vragen over geweld, haar statistieken van 2017 bekend. 62 procent van de 4.812 oproepen ging over kindermishandeling; 14 procent over partnergeweld.

Ook bij ons lijkt familiaal geweld in aanmerking te komen voor een eerste plaats in de geweldshitparade. Maar de juiste omvang van het probleem kennen we niet. Pascale Franck: “Tot hiertoe is er in Vlaanderen geen significant onderzoek naar kindermishandeling gevoerd. Dat is jammer, want als je als overheid thuisgeweld goed wil aanpakken, moet je eerst weten wat er aan de hand is. Maar het maakt mensen, inclusief onze politici, bang. Dus sluiten ze liever de ogen.”

Franck heeft dertig jaar ervaring in de aanpak van familiaal geweld en is een van de drijvende krachten achter de nieuwe Family Justice Centers. “In een FJC zitten onder andere politie, justitie, jeugdzorg en het OCMW op één plek. In het verleden verliep de samenwerking tussen die diensten niet vlot. Als vroeger bij een acuut geval van familiaal geweld de onderzoeksrechter op vrijdagnamiddag besliste om de pleger zonder voorwaarden vrij te laten, konden de slachtoffers enkel bang afwachten. Nu schiet meteen ons hoog-risicoteam in actie. Zij vragen een preventief huisverbod aan, schakelen een vluchthuis in of spreken af met meneer dat hij voorlopig niet thuis blijft wonen. Sinds eind vorig jaar wordt in alle regio’s gewerkt aan de opstart van hoog-risicoteams en drie Vlaamse steden hebben intussen een volwaardig FJC: Antwerpen, Hasselt en Mechelen.”

Hebt u de indruk dat familiaal geweld toeneemt?

Pascale Franck: “Nee, maar er zijn wel meer meldingen. Dat wil zeggen dat het bespreekbaarder is geworden. Wat wel opvalt, is dat de aard van de meldingen zwaarder wordt en de kloof tussen rijk en arm groter. Gezinnen in armoede zijn geïsoleerd en hebben geen netwerk waarop ze kunnen terugvallen. Die omstandigheden zorgen ervoor dat de ouders makkelijker hun toevlucht nemen tot geweld.”

Alleen in de provincies Antwerpen en Limburg zijn FJC’s opgericht. Wil dat zeggen dat een West-Vlaams kind op dit moment slechter beschermd is bij kindermishandeling dan een Antwerps kind?

“Eigenlijk wel.”

Kristof Desair is coördinator van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK) Vlaams-Brabant en directeur van het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling. In de spreekkamers van het VK aan de Leuvense Justus Lipsiusstraat zag hij de voorbije twintig jaar veel gezinnen uit alle lagen van de bevolking passeren. “Onze eerste opdracht is zorgen voor veiligheid”, zegt hij. “Het geweld móét stoppen. Soms is het dan beter dat de geweldplegende ouder een tijd het huis verlaat.”

Hoe komen gezinnen bij jullie terecht?

Kristof Desair: “Door een buur, familielid of kennis die bij een kind signalen opvangt die aan kindermishandeling doen denken.

“Kindermishandeling gaat trouwens niet alleen over fysiek en psychisch geweld of seksueel misbruik, maar ook over kinderen die getuige zijn van partnergeweld. Na een melding sturen we een brief naar de ouders. ‘We maken ons zorgen en willen daar met u over praten.’ Acht op de tien keer gaan ouders op onze uitnodiging in. Wij geloven niet dat ouders doelbewust hun kinderen willen kwetsen of vernederen. Kindermishandeling is vaak een foute manier van hen om met stress en frustraties om te gaan. Maar ook al gebeurt het maar één keer, voor een kind kan het zeer ingrijpend zijn.”

Kinderen zijn loyaal ten opzichte van hun ouders. Ze wijzen zelden met een beschuldigende vinger naar de mishandelende ouder. Is dat problematisch?

“Loyauteit hoeft niet meteen een probleem te zijn. Integendeel, die natuurlijke hechting tussen kinderen en ouders kan net het fundament zijn waarop wij herstel bouwen. Maar eerst zetten we alles op alles om het geweld meteen te stoppen. Daarna concentreren we ons op de factoren die aan de basis liggen van dat geweld. Alleen zo kunnen we herval vermijden.

“Dat is een werk van lange adem. Moeten we het OCMW inschakelen om ouders die in geldnood zitten er financieel weer bovenop te helpen? Doen we een beroep op een thuisbegeleidingsdienst om de ouders pedagogisch te ondersteunen? Verwijzen we ouders met psychische problemen door naar de psychiater? Last but not least werken we dan aan het herstel.”

Gebeurt het vaak dat een ouder uit angst, eigenbelang of lafheid niet ingrijpt als de partner een kind mishandelt?

“Als het over seksueel misbruik gaat, hoor je vaak: de moeder zal het wel geweten hebben. Terwijl we daar niet zo zeker van zijn. Soms hebben mensen het écht niet gezien. Dat andere cliché, dat daders vroeger vaak zelf slachtoffers waren, klopt dan weer vaak wel. Als wij aan ouders vragen of ze zelf in hun jeugd mishandeld zijn, is het antwoord dikwijls ja.”

Wat toch bizar is, want ze hebben het zelf aan den lijve ondervonden?

“Zeker. Verschillende keren heb ik al gehoord: ‘Jij zegt dat ik mijn kind fysiek mishandel, maar je zou eens moeten weten hoe het bij mij was, dát was pas mishandeling. Ik sla om goed te doen.’

“Het fysieke en seksuele geweld wordt meer door mannen gepleegd. Toch hebben we niet het gevoel dat beduidend meer mannen dan vrouwen daders zijn. Vaak is het een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij het gedrag van de ene ouder bepaald wordt door het gedrag van de andere.”

Hoe oud zijn de mishandelde kinderen?

“Het merendeel is tussen zes en twaalf. Maar we zien kinderen van nul tot achttien en soms zelfs ouder. Gezinnen komen hier gemiddeld tussen drie tot zes maanden over de vloer. We spreken hen dan wekelijks of om de twee weken. Af en toe praten we op school apart met de kinderen.

“Onlangs kwam een jonge vrouw me opzoeken die ik gevolgd heb tussen haar zesde en negende. Ze wilde haar verleden reconstrueren. Ze wist nog dat ze als kind bij mij geweest was, had de verhalen van haar ouders gehoord en wilde een paar hiaten invullen.”

Dat wil zeggen dat de mishandeling uit haar jeugd ook in haar volwassen leven blijft nazinderen?

“Geweld in je jeugd heeft een serieuze impact. Wat niet wil zeggen dat je het als volwassene automatisch moeilijk zal hebben. In de jaren 90 is in de VS een groot onderzoek gestart naar de gevolgen van kindermishandeling op lange termijn, de ACE-study of Adverse Childhood Experiences. Er blijkt een heel sterk verband te bestaan tussen de negatieve jeugdervaringen van mensen en de psychische en lichamelijke klachten die ze als volwassene krijgen.”

-----

Getuigenis 1
Nadja Lievero (49): "Moeder greep nooit in"

"Zolang mijn moeder leefde, heb ik in het openbaar nooit iets over de geestelijke en lichamelijke mishandeling gezegd. Met alles wat ik nu weet, zou ik niet meer tot na haar dood wachten om mijn verhaal te vertellen. Want ik heb mezelf deze ellende niet aangedaan, maar zit nu wel met de shit.

“Mijn moeder was op haar achttiende zwanger van mij en wist zogezegd niet wie de vader was. Ze trouwde met de man die mij als zijn wettige dochter erkende. Hij heeft me nooit geaccepteerd. Van toen ik kon lopen, kreeg ik slaag. Moeder werd ook door hem mishandeld. Veel later zei ze: ‘Wat moest ik doen? Waar kon ik naartoe?’

“Samen kregen ze nog een dochter. Zij werd ook mishandeld, maar minder. Ik groeide op met de boodschap dat ik een bastaard was en nooit geboren had mogen worden.

Nadja Lievero. Beeld Bob Van Mol

“Mijn zus zat in de kinderbox. Mijn wettelijke vader, want zo noem ik hem, sloeg me verrot en liet me alle hoeken van de kamer zien. Hij smeet me tegen de box en stampte me daarna de trap af, de kelder in. Daarna bolde hij het af. Mijn zus brulde tot de buren kwamen kijken.

“Op een dag moest ik met een blauw oog naar school. Hij had me met mijn hoofd keihard tegen de kast geduwd. Ik zat in het tweede leerjaar en zei tegen de juf: ‘Ik moest van pa zeggen dat ik tegen de kast gelopen ben.’ Er gebeurde helemaal niets. Dat was in die tijd gewoon zo. Jaren later kwam ik te weten dat veel mensen grote vermoedens hadden over het geweld in ons gezin, maar nooit had iemand durven ingrijpen.

“Ik kreeg slaag tot mijn ouders uit elkaar gingen. Ik was pas negen. Toen verscheen mijn stiefvader op het toneel. In het begin was hij een vriendelijke, lieve man. Na een tijdje begon hij me seksueel te misbruiken.

“Op mijn zestiende liep ik weg bij mijn moeder en mijn stiefvader. Ik kon het misbruik niet meer aan. Het klinkt waarschijnlijk bizar, maar ik klopte bij mijn wettelijke vader en zijn vriendin aan. Bij de man dus die me jarenlang geslagen had. Dat was een vergissing van formaat, maar ik zag geen andere uitweg. Want begin jaren 80 werd een opvangtehuis nog voorgesteld als ‘het verbeteringsgesticht’. Bij mijn wettelijke vader belandde ik van de regen in de drop. Naast de lichamelijke en psychische mishandeling begon ook hij me seksueel te misbruiken.

“De directrice van de middelbare school had door dat er iets mis was. Zij nodigde me uit op haar kantoor en zorgde ervoor dat ik tijdens de turnlessen op therapie kon. Die woensdag ging ik voor het eerst naar een psycholoog. Hij vroeg 20 frank. Ik was zeventien en kon hem niet betalen. Toen ik thuis kwam, wist mijn wettelijke vader waar ik gezeten had. Ik vermoed dat die psycholoog hem gebeld had om zijn ereloon op te eisen.

“In 1996 ben ik ingestort. Ik belandde in een zware depressie en werd opgenomen. Jarenlang had ik mezelf wijsgemaakt dat mijn moeder niets wist over het misbruik. Tot ik moest toegeven: natuurlijk wist ze het. Mijn man organiseerde toen een confrontatie met haar. Hij dacht dat het me zou helpen. Op mijn kamer gaf ze toe dat ze het altijd had geweten. Niet veel later riep ze me in de gang van het ziekenhuis toe: ‘Lui wijf, je zou beter voor je gezin zorgen.’ Ik heb haar daarna nooit meer gezien.”

-----

Getuigenis 2
Dirk Verbeeck (49): "Die loyauteit is zo raar"

"Mijn ouders pasten niet bij elkaar en maakten veel ruzie. Hun huwelijk eindigde in een vechtscheiding. Mijn moeder nam het me later kwalijk dat ik mijn vader nog graag zag. Ze gingen uit elkaar en vanaf dat moment kwam hij, mijn stiefvader, in ons leven. Hij stierf vijf jaar geleden; mijn moeder is nog maar pas overleden.

“Ik ging als kind helemaal mee in moeders verhaal dat mijn vader slecht was en dat zij en haar nieuwe vriend John het beste met ons voorhadden. Moeder en John wilden een ‘perfect gezin’, dat hebben ze ooit zo gezegd. Dus voerden ze een verstikkend regime in. Mijn broer en ik werden strikt gecontroleerd. Telkens als ik het voor mijn vader opnam, wees John me terecht. ‘Je ziet je moeder niet graag’, zei hij dan. ‘Ze is een heilige en je moet haar zo behandelen.’ Als we kattenkwaad uithaalden, noemde hij ons vlakaf ‘slechte kinderen’. Hij richtte zijn pijlen vooral op mij, want ik was de oudste en die moest beter weten.

“John had geld en nam ons mee op vakantie naar Spanje. Ik was 13 en had nog nooit gereisd. Moeder zei: ‘Vanaf nu is John vake.’ Dat overviel me, maar ik was voor het eerst van mijn leven in een ver buitenland en ik was gelukkig. ‘Vake’ was ontzettend dominant, wist feilloos onze zwakke plekken te vinden en buitte dat op een schaamteloze wijze uit. Voor de buitenwereld was hij de goedheid zelve. Hij kwam uit een extreemrechts milieu en stuurde ons naar het VNJ. Als puber ontwikkelde ik zo een afkeer tegen extreemrechts. Ik kocht soms
De Morgen of Humo en dat vond hij verschrikkelijk. Dan mocht aan tafel tegen mij niet meer gesproken worden. Soms stonden er ’s morgens drie borden klaar in plaats van vier. ‘Wat heb ik nu verkeerd gedaan?’, vroeg ik dan. Ze negeerden me alsof ik lucht was.

Dirk Verbeeck. Beeld Bob Van Mol

“Op een keer kroop John bij me in bed. Hij betastte me en dwong me tot seksuele handelingen met hem. Tot vandaag laat dat misbruik sporen na. Hij viel me lastig tot ik een jaar of 16 was.

“Elk weekend moesten we naar zijn buitenverblijf. Uitgaan met vrienden was taboe. Elke zaterdag en zondag stond hij daar. Ik snap nog steeds niet waarom ik toen bleef zwijgen. Welke idioot laat zoiets toe? Ik was compleet in de war. Hij misbruikte me niet alleen seksueel, maar ook mentaal. Hij isoleerde en kleineerde me doelbewust. Ik was wat dikker en hij lachte me uit met zijn vrienden erbij. ‘Kijk, Dirk heeft tetjes.’ Als puber wil je zoiets niet horen.

“Ik trok naar de universiteit en voelde me daar als een vis in het water. Op een ochtend kwam ik in de kamer en daar stonden weer drie borden op tafel. Ik belde een van mijn studiemakkers: ‘Kom me hier alsjeblieft halen.’ Ik trok in bij mijn echte vader in Antwerpen. Een week later wilde ik een gesprek met mijn moeder. ‘Ik wil alleen jou zien, niet John.’ Toen ik daar aankwam, stond mijn gerief netjes ingepakt. De boodschap was klaar en duidelijk: bol het af. Al mijn sporen in het huis waren gewist. Ik vertrok, en toch kapte ik niet met hen. Ik bleef moeder braaf bezoeken. Die loyauteit is zo raar; ik heb daar nu spijt van.

“Twaalf jaar geleden vroeg moeder aan de telefoon waarom onze oudste zoon niet bij hen mocht blijven slapen. ‘Ik heb daar mijn redenen voor’, zei ik. ‘Hoezo? Is vake misschien een pedofiel?’, vroeg ze. Toen besefte ik: ze weet wat er gebeurd is. ‘Vraag het hem zelf’, zei ik. Ze haakte in en ik heb haar nooit meer gehoord of gezien.

“Toen ‘vake’ stierf, hoopte ik op een vorm van erkenning door mijn moeder. Die kwam er niet. Een tante liet me onlangs weten dat zij gestorven is. Ik begon alle begrafenisondernemers uit Lier te bellen. Ik wilde op mijn manier afscheid nemen. Bij de tweede had ik prijs. Hij moet zoiets nog meegemaakt hebben, want hij had alle begrip. Hij zei: ‘Neem gerust uw tijd.’ Daar lag ze, dood. Ik voelde verdriet en woede omdat ik wist dat er geen erkenning of verontschuldiging meer komt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden