Donderdag 08/12/2022

Toekomstdromen? Zorg dat je ouders rijk zijn

Als je ouder een leraar is of veel geld verdient haal je gegarandeerd veel punten.

Niet iedereen wordt geboren met dezelfde kansen. Een kind van een werkloze zal het moeilijker hebben in zijn of haar leven dan de dochter van Bill Gates. Onze beschaafde samenleving gaat er prat op dat het onderwijs dit soort ongelijkheden uitvlakt. Onderwijs is gratis en vrij toegankelijk voor iedereen: rijk of arm. Toch blijkt er van deze stelling niet veel te kloppen.

Twee leerkachten lichamelijke opvoeding uit het vrij onderwijs in Franstalig België publiceerden onlangs de resultaten van een zeer omvangrijke studie die zij tussen april '96 en oktober '97 verrichtten bij 1852 leerlingen, afkomstig uit 18 van de 200 secundaire scholen in Henegouwen (alle types). Hun conclusie is duidelijk: het onderwijs bestendigt de ongelijkheden tussen de leerlingen. Wie uit een kansarm gezin komt, zal zich slechts met heel veel moeite kunnen opwerken via het onderwijs en wie uit een rijk gezin komt, heeft veel meer kans om met een goed diploma de school te verlaten.

De onderzoekers gingen na in welke klas en welke richting de verschillende leerlingen zaten na tien jaar studie. Iemand die nooit blijven zitten is, moet dan normaal in het vierde jaar zitten.

Bij kinderen van leraars is dat in 72,8 procent van de gevallen ook zo. Bij kinderen van advocaten, dokters en notarissen ligt dat percentage haast even hoog (66,6 procent). Kinderen van bedienden scoren al veel minder goed: 56 procent zit in het vierde jaar. 50,3 procent van de kinderen van zelfstandigen zit in het vierde jaar en slechts 46 procent van de arbeiderskinderen zit 'juist'. Bij de kinderen van werklozen is dat een schamele 40,9 procent.

Maar er is meer. Wie uit een gezin komt waar het gezinshoofd werkloos, arbeider of zelfstandige is, heeft ook veel meer kans om in een beroeps- of een technische afdeling terecht te komen. 50,9 procent van alle kinderen van werklozen volgt beroepsonderwijs (vanaf twee jaar). 21,5 procent zit op een technische school (vanaf derde jaar). Bij arbeiderskinderen liggen die percentages op 27,5 (beroeps) en 26,7 procent. Ter vergelijking: slechts 5 procent van de kinderen van leraars zitten in het beroepsonderwijs en 19,5 procent in het technisch onderwijs. Bij kaderleden en vrije beroepen is dat 10,8 procent en 14,3 procent.

Ook frappant: 17,1 procent van de kinderen van werklozen heeft twee jaar achterstand. Bij kinderen van leraars is dat slechts 3,7 procent.

Goede punten

Nico Hirtt en Jean-Pierre Kerckhofs onderzochten ook of er een verband is tussen 'goede punten' en de afkomst van een leerling. 80 procent van de kinderen van leraars heeft in het lager onderwijs minstens tachtig op honderd gekregen. Bij de andere beroepscategorieën ligt dat veel lager: 62 procent bij vrije beroepen, 58 procent bij zelfstandigen, 57 procent bij bedienden, 42 procent bij arbeiders en slechts 30 procent bij kinderen van werklozen.

En er is ook een verband tussen het inkomen van de ouders (je hebt uiteraard ook rijke bedienden en arme zelfstandigen of beoefenaars van vrije beroepen). Bijna 70 procent van de kinderen wier ouders meer dan 2 miljoen per jaar verdienen haalde minstens 80 procent in het lager onderwijs. Bij kinderen van wie de ouders minder dan een half miljoen verdienen is dat slechts 45 procent.

De onderzoekers wijzen ook (terecht) de hypothese van de hand dat kinderen uit lagere sociale klassen ook een lager IQ hebben en daardoor vaker in het beroeps- en technisch onderwijs terechtkomen. "Een arbeiderskind zal veel vaker de raad krijgen om technisch of beroepsonderwijs te volgen. Bij een kind van een arts zal men echter veel meer aarzelen om die raad te geven," schrijven ze. Een groot probleem is ook dat er verschillende soorten scholen ontstaan: de kinderen uit de 'lagere' sociale klassen komen samen terecht in een technische of een beroepsschool, terwijl kinderen van wie de ouders het wat breder hebben elkaar treffen in een school waar algemeen vormend onderwijs wordt gegeven. De onderzoekers klagen aan dat leerlingen veel te snel moeten kiezen wat ze later met hun leven moeten doen. Eens een keuze gemaakt, is er geen weg meer terug. Dat leidt ertoe dat leerlingen in het beroeps- of het technisch onderwijs al snel achterop hinken inzake taalvaardigheid en culturele vaardigheden, terwijl leerlingen uit het algemeen vormend onderwijs heel snel manuele vaardigheden zullen missen en op technologisch vlak 'analfabeet' dreigen te worden.

KvdB

Inégaux devant l'école. Enquête en Hainaut sur les déterminants sociaux de l'échec et de la séléction scolaires' door Nico Hirtt en Jean-Pierre Kerckhofs, Aped (Appel pur une école démocratique), april 1996-oktober 1997.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234