Zaterdag 08/05/2021

Toe schrijver, vertel eens wat!

Straks ga ik weer een schrijver interviewen. "Een onvermijdelijke noodzakelijkheid", noemde Stijn Streuvels in 1910 het interview, "waarin de artist zich schikken moet". De uitspraak staat geciteerd in de interviewbundel De verdwijning van de schrijver van Mark Schaevers, in een inleidend essay over de moeilijke of ambivalente verhouding van auteurs met het interview. J.M. Coetzee beschreef het interview als "een beleefde versie van een gerechtelijke ondervraging"; Louis Couperus zag de interviewer als een beul, Breyten Breytenbach als de tandarts en Louis Paul Boon als de uitvoerder van een vivisectie. Arnon Grunberg drukte zich nog verzoenlijk uit toen hij aan vraagstaart Tom Kellerhuis opmerkte: "Maar u bent dan geen vijand, een soort opponent bent u wel degelijk. U weet net zo goed als ik dat de belangen van geïnterviewde en interviewer niet altijd overeenkomen."

In zijn essayboek De vrolijke wanhoop publiceerde Rudy Kousbroek een door Lien Heyting afgenomen interview waarin hij zijn ergernis verwoordde: "Iemand stelt een schrijver wat vragen, hij schrijft de antwoorden op, en zet er vervolgens zijn naam onder. In het gunstigste geval is het dus al een vorm van diefstal. Vaak schrijft hij de antwoorden ook nog verkeerd op, als hij ze al niet opzettelijk verdraait." Niet de interviewer, zo stelde Kousbroek ter correctie voor, maar de geïnterviewde zou het stuk persklaar moeten maken, en er zijn naam onder plaatsen.

Zoiets deed Gerrit Komrij al eens. Het als privé-domein verschenen abecedarium De buitenkant was een uit interviewfragmenten gecomponeerd zelfportret. "Meestal zijn het de interviewers die goeie sier maken met een interview, terwijl jij het toch allemaal hebt gezegd", zo stelde Komrij inleidend: "Dit boek is een experiment - hoe componeert een auteur zelf weer een portret uit alles wat een reeks interviewers, met vuursteen of botte bijl, in de loop der jaren uit hem heeft losgewoeld?"

Zoals ook Hugo Claus hanteert Komrij het interview als het ware als een te bespelen literair genre. Met verbale lenigheid en niet al te beroerd voor die éne waarheid gaat het hem vooral om het plezier van de formulering. "Hoe wil je het hebben? Gemeen of aardig? Je kunt mijn mening in alle maten en humeuren krijgen", zo begon hij eens een interview. Dat hij zichzelf daarbij al eens tegenspreekt, kan de pret niet drukken.

Voor de literatuurgeschiedenis is het interview het meest onbetrouwbare dat er is, aldus Komrij in een ander vraaggesprek: "Een interview geeft altijd op een andere manier iets van je prijs dan wanneer je schrijft. In het laatste geval weet je alles in de hand te houden. Je kunt veranderen, doseren, verbergen en naar voren halen wat je wilt. Met een interview ben je uitgeleverd aan de ander. Bij de een kom je eruit als een etter en bij de ander als een zachtaardige goedzak, terwijl je hetzelfde hebt gezegd."

Toch is er ook iets goeds te zeggen voor het schrijversinterview, stelt criticus Jeroen Vullings in Meegelokt naar een drassig veldje, een lezenswaardige essaybundel over "literatuur in verandering". Interviewbundels vormen immers, bij gebrek aan gebundelde literaire kritieken - "aan zo'n winkeldochter waagt tegenwoordig geen uitgever zich meer" - volgens Vullings "onze officieuze, meest recente literatuurgeschiedenis - de enige die we hebben". De titel van Vullings' stuk over interviews, 'De verdwijnende schrijver', verwijst overigens duidelijk naar Schaevers' interviewboek, dat hij terecht als een van de betere beschouwt.

De zelfverklaarde meester-interviewer Frènk van der Linden krijgt van Vullings dan weer een sneer: "Want voor alles wil deze interviewer een ster zijn? In het diepst van zijn gedachten is hij belangrijker dan de interviewer." Wijlen Ischa Meijer - van wie recent nog De interviewer en de schrijvers verscheen - deed daar niet moeilijk over: "Het is, altijd weer, mijn verhaal", stelde hij onomwonden. "Ik haal alles uit de geïnterviewden, en probeer al hun verhalen om te smeden tot die ene story van mezelf", zo verklaarde Meijer in Interviewen voor beginners: "Ik wil de wereld begrijpelijk maken voor mijzelf; vanuit dat inzicht kies ik mijn slachtoffers." Vullings, boekenchef bij Vrij Nederland, wijst ook op de toegenomen aandacht voor interviews in de boekenkaternen, ten nadele van de literaire kritiek. Immers, "niet zelden is een prikkelend interview effectiever om lezers naar het boek te lokken dan een positieve recensie". Het interview "als onderdeel van een gelikte promotiecampagne" - de schrijver verblijft enkele dagen in het Amsterdamse Ambassade Hotel en ontvangt er de ene journalist na de andere, vervolgens verschijnen overal, meestal inwisselbare, door de uitgever geregisseerde promo-interviews. Ook in 1954, vermeldt Schaevers, spoorde uitgever Gallimard zijn auteur Céline al aan interviews te geven: "En hang dan ook de pias uit zoals al die bestsellerauteurs: radiopraatjes, foto's, interviews, et cetera... Dan trek je pas aandacht voor je boeken." Zo zijn ook de klachten van schrijvers over het interview zo oud als het literaire vraaggesprek zelf. "Ik kan het niet beter zeggen dan het in mijn boek staat", is een standaardopmerking in schrijversinterviews. Charlotte Mutsaers drukte het eens treffend uit, natuurlijk ook in een vraaggesprek: "Je kunt als auteur natuurlijk niet met alle hartsgeheimen en zeker niet met het geheim van je boek op de proppen komen, want je hebt niet voor niets jaren gevochten om het zo vorm te geven. De geheimzinnige kern daarvan kan ik niet in een interview in andere woorden gaan ontvouwen - anders had ik het boek niet hoeven schrijven."

De uitsmijter is voor Wim Kayzer, die in Interviewers ondervraagd een pertinente mening gaf over zijn vak: "Je stelt vragen, waarop je zelf ook het antwoord niet echt weet, aan een ander. En intussen blijf je zelf buitenspel. Het blijft hoererij."

En nu aan het werk, op interview. Toe schrijver, verzin eens wat!

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234