Maandag 24/01/2022

'Tiz al miserie datter iz'

Zelfspot van Eriek Verpale maakt 'Katse nachten' onweerstaanbaar

door Eric Bracke

Eriek Verpale

De Arbeiderspers, Amsterdam, 310 pagina's, 799 frank.

'Pech is de motor van zijn schrijverschap." Dat zou Herman de Coninck ooit over Eriek Verpale hebben gezegd. Verpale verwerkt de uitspraak van de dichter op een grappige manier in zijn nieuwste boek, Katse nachten. Dat gaat zo. Op een nacht gaat Verpale onder het schrijven van een brief aan De Coninck plassen en als hij terugkomt, staat zijn schrijftafel in lichterlaaie:

"Shit. Flesje verdunner moest, spontaan, hebben vuur gevat. Help! Brand! Unsere sjeetel brent!

Ik heb de boel, gelukkig, kunnen doven. Foetsie: mijn tafelkleed, mijn twal serree, en foetsie mijn brief aan Herman de Coninck. 'Pech is de motor van zijn schrijverschap.' Bedankt. Dat had je nou net niét moeten zeggen."

De anekdote typeert de manier waarop Eriek Verpale zijn deerniswekkende lotgevallen steeds een humoristische draai weet te geven. Het is precies dat vleugje ironie en zelfspot in de beschrijving van zijn weinig opbeurend leven dat Verpales werk onweerstaanbaar maakt. Tegelijk legt Verpale met deze scène ook het ongerijmde in de bewering van Herman de Coninck bloot. De boutade behoeft inderdaad wel enige verfijning. Met pech wordt tegenspoed bedoeld waar je geen deel aan hebt en die je van je doel afhoudt, het overvalt je onderweg ergens naartoe. Maar bij Verpale is het bijvoorbeeld niet de misère met het lekkend dak van zijn huis aan het Betonplein in Zelzate die impulsen aan zijn schrijverschap geeft, integendeel ze houdt hem weg van zijn schrijftafel. Wel is het zo dat hij zichzelf typeert als een geboren loser, een figuur in de traditie van Lucky Jim (Kingsley Amis) die het door zijn sociale onhandigheid meestal zelf verbrodt. Maar tegelijk kiest Verpale ook gewild voor een eenzame positie aan de rand van de maatschappij.

Deze ambigue situatie, die bepaald wordt door enerzijds een afkeer van het geregelde leven en anderzijds een sterk verlangen naar intieme relaties, is "de motor van zijn schrijverschap". Want vanuit dit wat masochistische isolement schrijft de getormenteerde Verpale zijn talloze brieven en het is die correspondentie die de basis vormt van zijn oeuvre. Dat geldt voor Alles in het klein (1992), voor De patatten zijn geschild (1998) en nu ook weer voor Katse nachten. In het laatste boek is zelfs een brief opgenomen aan 'Beminde Vriend' Luuk Gruwez waarin Verpale schrijft: "Ik leef van brieven."

Dat de auteur een grondige hekel heeft aan het voorgeprogrammeerde gezinsleven, komt in Katse nachten tot uiting in de hilarische beschrijving van het bezoek aan Filip Martens, een oude schoolvriend die hij al in geen jaren meer heeft gezien. Martens heeft Verpale opgebeld met de vraag of hij in zijn verzoekprogramma op de radio de Boléro van Ravel wil draaien voor zijn vrouw, die net uit de kraamkliniek is ontslagen. Martens woont in een oude villa met een windmolen, vijvertje en kabouter in de voortuin. Verpale wordt er door een fluisterend echtpaar in groene jogging met oranje fluorstrepen ontvangen. Dat fluisteren heeft uiteraard te maken met de kleine die boven slaapt. Als het kind wakker is, wordt de bezoeker geacht toe te kijken bij de verzorging: "'Hé poelebollewieter, gij Turelure, ziezozottebolleke, en hebde gij kakkadoeze gedaan? Dát is wel zie, o mijne vent, dadde gij zo flink poeperdepoep gedaan hebt, awel merci zinne.' Ik voelde me wee worden, niet zozeer door de stank (ik had tenslotte zelf een zoon en het ritueel van het verversen was me niet vreemd) maar ik wou naar buiten."

Verpale beschrijft zijn weerzin in geuren en kleuren, maar ook hier verleent hij er zelf een dubbelzinnig kantje aan. Hij vervolgt: "In de auto rookte ik snel een sigaret. Je bent alleen maar jaloers op die mensen, zei een stem in mij. Afgunst. Pure kinnesinne. Je mist jouw zoon. Je hebt niks om voor te leven. Heel die radio is fake. Je bent een mislukkeling en gunt andere mensen daarom het licht in hun ogen niet.

'Ja!Ja!' schreeuwde ik, en beukte op het stuurwiel."

Erg plastisch beschreven zijn de jeugdherinneringen waarover Verpale in zijn brieven geregeld uitweidt. Hij stamt uit een arm maar proper gezin. Zijn vader was chauffeur bij de Gentse brouwerij Meiresonne en zijn moeder ging schoonmaken bij rijke burgers. Het gezin had het niet breed, maar wist rond te komen, al deed het wel even pijn toen vader drie jaar na elkaar zijn vakantiegeld verbraste. Hij wist telkens een smoes te verzinnen waar moeder-de-vrouw tot haar scha en schande pas later achter kwam. In werkelijkheid kon hij café De Veertien Billekens niet passeren zonder te stoppen. Na enkele Celta Pilsen stond hij dan meestal op een tafeltje te zingen van 'Tiz al miserie datter iz'.

Het arbeidersmilieu is ook de natuurlijke biotoop van de volwassen Verpale, zoals blijkt uit de geregelde bezoekjes aan het café van Moeder Zulma in zijn fabrieksdorp De Katte. Al blijft hij ook daar in zekere zin een buitenstaander, als hij er af en toe pinten gaat drinken is het vooral om zijn contacten met de buurt te onderhouden.

Een ander vast thema is Verpales passie voor de joodse literatuur en natuurlijk zijn er ook de brieven aan de meisjes, waarbij het voor de lezer niet steeds duidelijk is of de schrijver nu iets heeft met de aangesprokene of niet. Dat hoeft ook niet en soms weet de schrijver het zelf ook niet. In dat verband schrijft hij in een brief aan R.: "In een van mijn kasten ligt jouw trui. Betekent dit nu dat wij elkaar kennen?" Uit dat soort brieven spreekt vaak de schrijnende eenzaamheid van de schrijver. Op een bepaald moment voelt hij zich zo alleen dat hij een brief schrijft aan zijn kat Madonna.

Op het eerste gezicht lijkt Katse nachten een compilatie van brieven met hier en daar een verhaal ertussen. Verpale gebruikte die vorm eerder al in Alles in het klein, waarin hij haast onmerkbaar een net weefde waarvan de draden verbazend goed bij elkaar bleken uit te komen. In Katse nachten lijkt de structuur wat willekeuriger, al vallen de jeugdherinneringen die her en der zijn uitgestrooid mooi als puzzelstukjes in elkaar. Maar ongeveer halfweg vertoont het boek een inzakking, met de inlassing van brieven uit 1977 aan de bevriende dichter Luuk Gruwez. Daarna verspringt het boek weer naar recentere correspondentie.

Het hoofdstuk 'Wereldberoemd en strontrijk', alweer een hilarisch staaltje van Verpaliaanse zelfrelativering, had een schitterend einde kunnen zijn. Maar om de cirkel rond te maken, wat niet zo nodig hoefde, sluit de auteur af op de plaats waar het eerste hoofdstuk begon: het lege huis in De Katte, meer dan twaalf jaar later, als zijn spullen al naar zijn nieuwe adres in Lebbeke of naar het containerpark zijn gevoerd. ("Ik heb een scheetsen moeten lachen hoor, op het containerpark, want tegenwoordig moet 'afval gesorteerd worden' (...) Maar al die oude BRT-tapes met opnames van het radiofeuilleton De onvolprezen Arabierendochter (Omroep Limburg), wat moest daarmee gebeuren? Bleek zoiets ineens 'chemisch afval' te zijn. Idem dito twee flessen galnoteninkt.")

Dat je toch even gretig blijft lezen in Katse nachten, heeft niet enkel met de zelfspot te maken maar evenzeer met Verpales vermogen om gevat en beeldend te formuleren. Zijn taal is nooit gezocht of gekunsteld. Hij bewijst dat je met correct Nederlands toch dicht bij de volkstaal kunt blijven. Dat is in Vlaanderen nog steeds niet vanzelfsprekend. Alleen in de citaten van volkse figuren veroorlooft Verpale zich wat couleur locale en komt zo tot een afgewogen evenwicht.

Verpale weet zijn deerniswekkende lotgevallen telkens weer een humoristische draai te geven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234