Vrijdag 02/12/2022

Tiny voor hoogopgeleiden

De wereld die Balthus, voluit Balthazar Klossowski de Rola (1908-2001), schildert, beantwoordt aan andere wetmatigheden dan de wereld buiten het schilderij. Of hij schildert zaken die ons verwarren, verontrusten en op het verkeerde been zetten. In Keulen zijn nu zo'n 75 werken van zijn hand te zien.

door Eric Rinckhout

Neem nu het eerste doek dat je in het Museum Ludwig in Keulen ziet, La rue uit 1933. Een bevreemdende scène waar tegelijk eigenlijk weinig of niets aan de hand is. In een straat, die vooral doet denken aan een toneeldecor, staan en lopen negen figuren. Ze bevinden zich in één en dezelfde ruimte maar hebben totaal niets met elkaar te maken. Ze lijken trouwens eerder geometrisch dan menselijk bepaald te zijn.

Een man met een plank op zijn schouder loopt ergens naartoe, een 'ergens' buiten het doek. Een jongen grijpt een meisje vast en tast met zijn hand duidelijk naar haar onderbuik. Er is een dwergachtige figuur die met een soort tennisraket speelt. Er zijn figuren die vreemde gebaren maken, seingevers in het luchtledige. Elkeen is verzonken in zichzelf, het zijn wassen beelden eerder dan levende mensen. La rue lijkt wel een kruising tussen een boulevardkomedie en een absurdistisch theaterstuk van Samuel Beckett.

Balthus was zeer goed bevriend met Antonin Artaud, de zogeheten vader van het théâtre de la cruauté. Hier lijkt de gruwel onzichtbaar te zijn, zich binnen in elk personage te voltrekken.

La Montagne/l'Eté uit 1937 is een soortgelijk werk van groot formaat. In een berglandschap dat aan Poussin en Caspar David Friedrich doet denken, bevinden zich zes mensen, alweer lijken ze louter toevallig op dezelfde plek aanwezig te zijn. Maar nu hebben enkele onder hen herkenbare trekken. De jonge vrouw met de blonde krullen is Antoinette de Watteville, een van de toentertijd favoriete modellen van Balthus die hij negen jaar lang het hof maakte tot ze er uiteindelijk, in 1937, mee instemde om met hem te trouwen. Behalve persoonlijke allusies zou het geheimzinnige doek ook knipogen bevatten naar een kort verhaal van Pierre Jean Jouve, een zeer goede vriend van Balthus.

Van een lichtjes andere orde zijn enkele interieurs waarin voornamelijk kinderen de vreemdste houdingen aannemen. Soms slapen ze op een zetel, soms liggen ze in een onhandige pose op de vloer te lezen, soms spelen ze patience. Maar altijd zijn ze in zichzelf besloten. De kinderen zien er vaak wat ouwelijk en houterig uit. Over deze scènes hangt een oorverdovende stilte, een oneindig ennui.

Helemaal anders zijn de meisjesportretten. In Thérèse rêvant (1938) schildert Balthus de dertienjarige Thérèse Blanchard. Ze lijkt, in Balthus' karig gemeubileerde atelier in Parijs, te genieten van de zon die - vermoedelijk - door een geopend raam naar binnen schijnt. Ze heeft haar rok opgeschort, het zonlicht valt op haar gezicht maar onze blik wordt vooral geleid naar haar fel belichte billen en witte onderbroekje. Thérèse lijkt argeloos en zich van geen kwaad bewust. Haar witte onderrokje ligt als een soort krans, een aura, rond haar zedig bedekte kruis gedrapeerd. Vlak onder haar geslacht schildert Balthus - o subtiliteit - een kat die melk van een schoteltje oplikt. Je zet de kat beter niet bij de melk, Balthus noemde zichzelf trouwens 'King of Cats' en portretteerde zichzelf ook zo.

Hij beeldt hier een meisje uit op de grens van onschuld en seksualiteit, droom en werkelijkheid. Egon Schiele deed dat ook, maar totaal anders. Kijk naar de sensuele manier waarop Balthus dat opgetrokken been schildert, hoe zijn penseel gestreeld moet hebben, hoe de knie glanst in de zon. Zelden heeft iemand zo overtuigend knieën geschilderd.

Is dat op de rand of erover? Is onze blik vertroebeld in dit post-Dutrouxtijdperk? Of is het toch onschuldig, een soort Tiny voor hoogopgeleiden?

Hoewel Balthus altijd op een klassieke, uiterste gedetailleerde en realistische manier schildert, schuilen er toch een aantal verschillende schilders in hem. Dat wordt het duidelijkst na de Tweede Wereldoorlog. Balthus trekt zich terug in de Morvan en begint op een afgelegen kasteel vooral frescoachtig, grofkorrelig werk te maken. Zijn interesse gaat uit naar de geometrie van het landschap en eenvoudige naakten. Enige vorm van geheim of verontrusting bieden die werken niet meer. Balthus maakte zijn overtuigendste werk in de jaren dertig.

Loopt dat werk vooruit op de onpeilbare existentiële afgronden die Sartre vanaf de jaren veertig en vijftig zal blootleggen? Legt hij met zijn schilderijen op charmante wijze een bom onder het onverstoorbare leven van de bourgeois? Of pookt hij duistere verlangens op? Tegendraads is zijn werk altijd, het stemt ongemakkelijk. En hoe aandachtig je ook kijkt, Balthus ontsnapt altijd opnieuw.

Tot 4/11 in Museum Ludwig, Bischofsgartenstr. 1, Keulen. Di-zo 10-18u. Tel. 0049-221/221.26165, www.museenkoeln.de/museum-ludwig.

Dagelijks 6 Thalystreinen tussen Brussel-Zuid en Keulen (www.thalys.com).

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234