Dinsdag 22/10/2019

Timothy Garton Ash: historicus van het heden Het decennium van 9/11

Er is de voorbije tijd weer duchtig teruggeblikt in de media, want er werd niet alleen een jaar maar ook een heel decennium uitgeluid. Maar veel interessanter dan analyses te maken achteraf, is het om te ontdekken wat er over belangrijke nieuwsfeiten werd geschreven terwijl ze zich voordeden. Zoals Timothy Garton Ash dat deed. Door Hans Muys

et Facts Are Subversive brengt Garton Ash voor de derde keer verslag uit van een decennium. In De vruchten van de tegenspoed beschreef hij de revolutionaire gebeurtenissen in Oost- en Centraal-Europa in de jaren tachtig en De geschiedenis van het heden ging over de nineties. Het ‘decennium zonder naam’ dat in zijn nieuwe boek aan bod komt, duurde volgens de auteur eigenlijk maar zeven jaar, om precies te zijn van 9 september 2001, toen de Twin Towers in New York instortten, tot 4 november 2008, toen Amerika zijn eerste zwarte president verkoos - tegen de achtergrond van een financiële crisis en veranderende globale machtsverhoudingen.

Fluwelen revoluties

Maar ook al zijn decennia volgens de auteur “arbitraire tijdsindelingen”, toch begint dit boek keurig chronologisch correct in 2000, met een vernuftige link tussen het huidige en het vorige decennium. Want met zijn beschrijving van de val van de Servische dictator Milosevic worden de woelige nineties perfect afgesloten. En Timothy Garton Ash blijft nog even op het terrein dat hij goed kent, want ook van de oranje revolutie in Oekraïne en van de mislukte poging om Wit-Rusland te verlossen van ‘Europa’s laatste dictator’ Alexander Lukashenko was Ash getuige. Het ‘fluwelen revoluties’-hoofdstuk sluit hij af met een essay over de omwentelingsjaren 1968 en 1989. Garton Ash concludeert dat de val van de Muur politiek veel meer veranderde dan de bezetting van de universiteitscampussen. Maar, voegt hij eraan toe: “zowel het utopische ’68 als het anti-utopische ’89 zorgden voor een cultureel liberale, politiek sociaaldemocratische geglobaliseerde versie van hervormd kapitalisme”.

Onmacht van de EU

Dat geldt niet in de laatste plaats voor West-Europa, voor de lidstaten van de Europese Unie, waar de auteur zich vervolgens over buigt. Dat Garton Ash een, zeker naar Engelse normen, vurig Europeaan is, staat buiten kijf. Maar dat belet hem niet om meedogenloos de tekortkomingen te ontleden waarmee het verenigde Europa kampt. Over de economische macht en de politieke en militaire onmacht kan ook hij slechts herhalen wat we allemaal weten, maar wanneer hij de morele grondvesten van de EU onder de loep neemt, trekt hij stevig van leer. Met name zijn bedenkingen bij de ‘Europese waarden’ en het ‘sociaal model’ waar we zo trots op zijn, bieden stof tot nadenken. Net als wat hij schreef over solidariteit tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. Zowel wereldwijd als binnen de EU, waar de interne solidariteit jaren na zijn essay daarover door de eurocrisis op de proef werd gesteld. Garton Ash waarschuwt ook voor een ongebreidelde uitbreidingszucht, omdat ze de kern van de Unie zou verzwakken. Hij legt de klemtoon op samenwerking met buurlanden die niet in aanmerking komen voor lidmaatschap. Jammer dat de machteloosheid waarmee Europa reageerde op de recente ontwikkelingen in de Noord-Afrikaanse ‘buurlanden’ aantoont dat die goede raad niet is doorgedrongen.

Islamitische migranten

Aansluitend daarbij blijkt dat ook Garton Ash worstelt met het heikele thema van de, veelal uit de Maghreb afkomstige, islamitische migranten in de Unie. Hij verwijst veelvuldig naar Ian Buruma, prijst de Nederlands-Somalische Ayaan Hirsi Ali, goochelt met de term ‘verlichtingsfundamentalisme’ (om daar in een uitzonderlijke voetnootcorrectie achteraf afstand van te nemen), breekt een lans voor ‘liberaal secularisme’, hekelt elke discriminatie en eist van de moslims dat zij zich vreedzaam aan de wettelijke regels houden. Een enerzijds-anderzijdsverhaal dus, en ook met zijn vrij gratuite voorspelling: “Het kan tientallen jaren duren, maar uiteindelijk zal ook het islamisme falen” komen we niet veel verder.

Oorlog in Irak

Hoewel de auteur overtuigend onderstreept dat zijn hart in Europa ligt, ziet hij natuurlijk ook dat dit continent snel aan betekenis verliest, dus breidde hij in dit boek zijn werkterrein uit. In de eerste plaats naar Amerika, dat volgens hem in het voorbije decennium “de wereld politiek gezien sterker heeft veranderd dan ooit sinds de jaren veertig”. Hij beschrijft een tamelijk hilarische ontmoeting met George W. Bush enkele weken voordat 9/11 “de loop van de geschiedenis zou veranderen”. Over terrorisme werd niet gesproken, over de banden met dit continent had de president niet veel meer te melden dan dat “Europe was trying to screw us” tijdens de Kyoto-onderhandelingen, waar hij toch al niet hoog van opgaf. Garton Ash behandelt ook het rabiate Amerikaanse anti-Europagevoel dat tijdens de Koude Oorlog werd verhuld door de gemeenschappelijke strijd tegen het Rijk van het Kwaad, maar dat zeker sinds 9/11 is opgelaaid. Slappe wimps, halve socialisten, dat zijn we voor de neocons en voor de Tea Party-extremisten.

Die tegenstelling bereikte een hoogtepunt tijdens de Irakoorlog. In 2001 hield Garton Ash zich nog onkarakteristiek op de vlakte, om na de VS-inval woedend vast te stellen dat “nooit in de geschiedenis een grote mogendheid zo weinig bereikte voor zo’n hoge prijs”. Dus was ook bij hem de opluchting groot toen op 4 november 2008 de “buitengewone Obama” tot opvolger van de vermaledijde Bush werd verkozen. Maar toch waarschuwde hij van meet af aan dat de kreet ‘Yes we can’ niet genoeg zou zijn om alle obstakels te overwinnen waarmee Amerika worstelde, want de president erfde van zijn voorganger een financieel-economische crisis, een huizenhoge overheidsschuld en twee oorlogen. En dat “de kloof tussen (Republikeins) rood en (Democratisch) blauw nog moeilijker te overbruggen zal zijn dan die tussen wit en zwart”, was nog maar eens een van zijn vele juiste voorspellingen.

Buiten het Westen

Omdat ook het Amerikaanse tijdperk, om economische en geopolitieke redenen, op zijn einde lijkt te lopen, heeft Ash zich ditmaal ook buiten het Westen gewaagd. Dat levert mooie artikelen op uit het Birma van Aung San Suu Kyi, uit het Sao Paulo van de drugbendes en - momenteel zeer actueel - uit Egypte. In 2007 schreef Garton Ash al dat, hoe het ook zou aflopen met de opvolging van Moebarak, de islamistische component in het politieke leven er sterker zou worden. Alleen de in 2005 na een bezoek aan Iran geschreven prognose dat de islamitische revolutie daar “haar eigen kinderen verslindt en dat de kleinkinderen die revolutie zullen verslinden” is voorlopig voorbarig gebleken - zie de mislukte opstand van 2009.

In al die artikelen brengt Timothy Garton Ash een indrukwekkende mengeling van reportage en analyse, altijd steunend op feiten, die, zoals hij terecht opmerkt, in de huidige overhaastige mediawereld niet altijd meer heilig zijn. Ten onrechte, want “feiten opgraven is de eerste taak van zowel de journalist als de historicus”. Het essay dat hij wijdt aan het belang van die “subversieve feiten” krijgt een boeiend verlengstuk wanneer hij de manier beschrijft waarop auteurs als Günter Grass en George Orwell (“de invloedrijkste politieke schrijver van de twintigste eeuw”) omgingen met pijnlijke feiten uit hun eigen leven, respectievelijk het lidmaatschap van de Waffen SS en een ‘zwarte lijst’ van linkse collega’s.

Trend van decivilisatie

Facts Are Subversive bewijst eens te meer dat Timothy Garton Ash een indrukwekkende historicus van het heden is. Iemand die slechts zelden kan worden betrapt op een foute inschatting en correcte analyses biedt zonder het voordeel van ‘achteraf gezien’. Verrassend is wel dat er in dit boek weinig plaats is ingeruimd voor een brandhaard als Afghanistan, en vooral voor landen als China en India. Vooral omdat hij zelf schrijft dat de westerse suprematie tijdens ‘het decennium zonder naam’ is beginnen te tanen en voorspelt dat die trend zich zal voortzetten in wat hij alvast de ‘twenty-tens’ heeft gedoopt. Een tijdperk waarin iedereen, zeker ook die groeilanden buiten de westerse kern “aan kapitalisme doen”. Waarin democratie en vrijheid onder druk komen en de samenleving barbaarser dreigt te worden. “Decivilisatie” noemt hij die trend en daaraan wordt de ongewoon sombere vaststelling gekoppeld dat de wereld “ergens rond het jaar 2000 een beschavingshoogtepunt heeft bereikt waarop toekomstige generaties jaloers zullen terugblikken”. Een van wat hij bescheiden zijn “historisch gefundeerde gissingen” noemt? Misschien. Maar als die komen van een begenadigd spectateur engagé als Timothy Garton Ash, kunnen we daar toch beter nota van nemen. Net als van wat hij in zijn columns te melden zal hebben over dit prille decennium. Op het vierde decenniaboek is het jammer genoeg nog wel wat wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234