Zaterdag 17/08/2019

Timmers-effect valt in het water

De verwachting leeft dat de zilveren medaille van Pieter Timmers veel talenten zal motiveren om zwemsucces na te streven. Goed nieuws, want het Vlaamse zwemmen kan nieuw bloed gebruiken. Alleen: die talenten belanden eerst op een wachtlijst en dan pas in het water.

Zelfs over tien jaar weet iedereen nog dat Pieter Timmers zijn 100 meter vrije slag in 47.80 seconden doorploegde. Die tijd leverde hem in Rio de zilveren medaille op. Hij is nu een nationale held, maar ook het zwemmen krijgt een boost. Iedereen verwacht dat jongeren zich massaal bij een zwemclub zullen aansluiten - zeker nu de Rode Duivels nalieten om Europees Kampioen te worden.

Helaas voor al die zwemlustige jongeren ligt Vlaanderen wel vol voetbalvelden, maar zijn er nauwelijks olympische zwembaden. "We zien bij de clubs een duidelijke stijging in de ledenaantallen, maar een groot probleem zijn de wachtlijsten", zegt Koen Van Buggenhout, topsportcoördinator van de Vlaamse Zwemfederatie. "Er is een schrijnend tekort aan water."

Niet dat er geen zwembaden worden gebouwd. "Maar dat zijn veelal sportoases", zegt Van Buggenhout. Het aantal Vlaamse 50-meterbaden tellen, duurt niet lang. "In Limburg is er één, Antwerpen heeft er met de Wezenberg één, in Oost-Vlaanderen zijn er twee, in West-Vlaanderen zowat tien, maar Vlaams-Brabant heeft er geen", somt Van Buggenhout op.

Daardoor hebben zwemclubs het moeilijk om een werking uit te bouwen. "Want het is niet gemakkelijk om vrije uren te pakken te krijgen, en die kosten ook nog eens veel geld", stipt Van Buggenhout aan.

Professor Veerle De Bosscher, die aan de VUB onderzoek doet naar sportbeleid, erkent het probleem. "Een zwembad is heel moeilijk rendabel te houden, en zeker een olympisch zwembad overleeft alleen met ondersteuning van steden en gemeenten", zegt zij.

Gestage opbouw

Dan zorgt zo'n Timmers voor een opstoot aan populariteit, maar vinden getalenteerde zwemmers geen plaats tussen de ronddrijvende bejaarden en spetterende schoolkinderen. Terwijl het zwemmen net snakt naar talent.

"We hebben niet de meest getalenteerde atleten, die gaan naar andere sporten. We moeten het doen met zwemmers die er niet kwamen in het voetbal en dan iets anders gingen doen", geeft Van Buggenhout toe. "Andere sporten zijn populairder. Terwijl het zwemmen bijvoorbeeld in Australië sport nummer één is."

"Zwemmen is populair, maar clubzwemmen niet", stelt ook De Bosscher vast. "Een populaire sport als voetbal is heel makkelijk te beoefenen. Je scoort gemakkelijk twee goals."

In tegenstelling tot Australië moet Vlaanderen omzichtig omspringen met zijn talenten. "In Australië en de VS wordt op een heel andere manier getraind", legt Van Buggenhout uit. "Daar kan iemand van achttien olympisch kampioen worden, wat bij ons onmogelijk is. Wij kennen een veel gestagere opbouw. Door vroeger harder te trainen verlies je talenten. Dan hadden wij waarschijnlijk geen Pieter Timmers gehad, want die kende net een trage ontwikkeling."

Wat ook meespeelt in het imago van het zwemmen, is dat baantjes trekken minder speels is dan met vrienden op een bal trappen. Zwemmen betekent trainen, trainen, trainen. "Vanaf hun twaalfde trainen zwemmers vijf à zes weken per jaar níét, vooral in augustus. En dan is er een week kerstvakantie. Maar de rest van het jaar wordt er elke week getraind", zegt Van Buggenhout. "Als je een paar weken niet gezwommen hebt, moet je je watergevoel en techniek weer terugvinden. Je moet een enorme discipline hebben, om één of twee keer per seizoen te pieken. Als je niet gescoord hebt op een kampioenschap, moet je je daarover zetten en weer een jaar hard trainen. Daarvoor moet je mentaal uit het juiste hout gesneden zijn."

"Het is een sport die heel veel vraagt van de atleet en het is niet vanzelfsprekend om atleten te vinden die zin hebben om er vol voor te gaan", zegt ook De Bosscher.

Daarbij kan het zwemmen zijn atleten niet stimuleren door hen astronomische lonen naar het hoofd te slingeren. Zelfs met zijn zilveren plak zal Timmers niet rijk worden. "Maar onze zwemmers verdienen wel een correct loon, volgens hun hoogst behaalde diploma. Verder hebben ze geen kosten voor stages of omkadering. Als ze echt goed worden, krijgen ze ook startgelden. Maar hun loon is natuurlijk niet vergelijkbaar met dat van voetballers", weet Van Buggenhout.

"Medailles winnen doe je vooral voor de eer", zegt De Bosscher. "Daarbij zijn de lonen die Sport Vlaanderen betaalt hoger dan die in Nederland."

Sinds november vorig jaar beschikt Vlaanderen over een erg modern olympisch bad, Zwemcentrum Wezenberg in Antwerpen. Alle atleten die in Rio zwommen, gingen er trainen. De stad Antwerpen pompte 4,5 miljoen euro in het zwembad van exact 50,025 meter lang en 16 meter breed, Vlaanderen 3,5 miljoen euro. De Vlaamse Zwemfederatie zorgde voor een hoogtechnologisch camerasysteem van 200.000 euro, maar niet na een maandenlange discussie met de plaatselijke zwemclub Brabo.

Gecentraliseerd

Die onenigheid is sprekend voor het Vlaamse zwemlandschap: zwemclubs gedijen hier niet, in tegenstelling tot in Nederland. "Waar Nederland ontzettend sterk in is, is de ondersteuning van local talent clubs", merkt De Bosscher op.

"Ze proberen de betere zwemmers daar te krijgen. Dat is een andere visie dan Vlaanderen, waar het beleid via de Topsportschool veel meer gecentraliseerd is. Zo ontmoedig je goede zwemclubs en maak je clubs ook niet beter, terwijl het beleid daarop gericht zou moeten zijn. We moeten de clubs vertrouwen geven en zorgen dat ook zij beter worden, in plaats van alles te centraliseren."

Toch is De Bosscher hoopvol. "Ondanks het beperkte budget heeft Vlaanderen bewezen heel planmatig te kunnen nadenken. Puur beleidsmatig maakt de regio de jongste jaren enorme sprongen", zegt ze.

"Sinds Brigitte Becue en Frédérik Deburghgraeve zitten we in een stijgende lijn. We halen medailles in een zeer competitieve sport. De medaille van Timmers bewijst dat het zeker mogelijk is. Zo'n succes kan niet alleen jongeren inspireren, maar ook beleidsmakers en eventueel zelfs commerciële partners."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden