Maandag 23/09/2019

Tim Hardin 3 - Live in Concert 1968

Tim Hardin, Verve

Over het scherm van mijn tv-toestel danste enkele zondagavonden geleden de weergaloze Nederlandse cabaretier Hans Teeuwen nog eens. En terwijl hij dat deed, dacht ik: wat een flauw woord is 'cabaretier' toch als je het over een schijnbaar ongeleid projectiel als Teeuwen hebt. Googelt u er maar eens zijn gesproken commercial voor 'Aarslikker Danny'-beschuit op na als u zich afvraagt waar ik het over heb, qua waanzin.

Op een bepaald moment gooit Teeuwen zich met lijf en leden in een tirade tegen "van die vadsige wijven van middelbare leeftijd, helemaal omhangen met Afrikaanse sjaals en doeken, die met hun dikke reet hun schuldgevoel staan weg te dansen" op de ondermaatse variant van wereldmuziek die op bepaalde festivals vaste kost is.

Ogenblikken later geeft hij dan weer blijk van een nauwelijks gespeeld degout voor die saaie singer-songwriters die de muziekwereld in grote getalen verzieken. U kent ze vast ook, die nooit volwassen geworden Chiro-jongens en -meisjes die te pas en te onpas hun akoestische gitaar boven halen om de wereld in middelmatig Engels mee te delen dat ze ongelukkig zijn, of eenzaam, of allebei.

Maar gelukkig zijn er ook andere. In mijn platenkast wonen ze vredig naast mekaar: Donovan en James Taylor, Townes Van Zandt en Fred Neil, Joni Mitchell en Lucinda Williams. Om de de zopas overleden Jesse Winchester niet te vergeten: ook een stille reus !

Van sommigen onder hen heb ik alles in huis wat een mens maar in huis kan hebben. Loudon Wainwright III is zo iemand en ook al is hij voor jongere luisteraars vooral de vader van Rufus en Martha, toch zou ik er u langs deze weg graag op wijzen dat de oude Wainwright eigenlijk the real thing is. Tenminste vijfentwintig langspeelplaten heeft die inmiddels helemaal vol gezongen en gespeeld. Er zit erg weinig afval tussen dat oeuvre en er zitten ook een paar absolute hoogtepunten bij: zijn twee eersten, bijvoorbeeld, Loudon Wainwright III en Album II, het latere duo Therapy en History (uit 1989 en '92) en zijn magnifieke conceptuele project rond banjospeler en countryreus Charlie Poole (1892-1931) dat met een Grammy gelauwerd werd als zijnde High Wide & Handsome.

Als u daardoor gebeten bent, is het tijd om te beginnen sparen voor de fenomenale box-set 40 Odd Years waarop behalve bijna al zijn beste werk ook flink wat nooit gezien filmmateriaal voor het eerst beschikbaar wordt.

Uit de schatkist die 40 Odd Years zonder meer is, blijkt overduidelijk dat Loudon - ook al is hij dan voor de meesten onder ons een volstrekt onbekend artiest - wel degelijk een vaste waarde is in het muziekgenre dat men bij gebrek aan beter 'americana' is gaan noemen. En ook al is hij is maar één keer in de buurt van een hit geweest (in 1973, met de best grappige noveltysong 'Dead Skunk', over een overreden stinkdier) toch is Loudon Wainwright III in ons boekje een ware held.

Wie wel van hitgoud, en vele andere dingen, gesnoven heeft, is de reeds sedert 1980 overleden grote singer-songwriter Tim Hardin. Een man die u wellicht ook niet kent, zeker niet als u jonger dan vijftig bent, maar waarvan u vrijwel zeker toch al enkele formidabele songs gehoord hebt, met mooie titels als 'If I Were a Carpenter', 'Reason to Believe', 'Misty Roses' of 'How Can We Hang on to a Dream?'.

'If I Were a Carpenter' ken ikzelf van een single van de door mij erg geliefde Bobby Darin, maar de Four Tops maakten van die folksong een Motown-versie en hadden er een grote hit mee, terwijl in Frankrijk niemand minder dan Johnny Hallyday met alle prijzen ging lopen en ik de hele zomer van 1970 zijn 'Si j'etais un charpentier' door de boxen van de botsauto's moest aanhoren. Ik ken er ook een mooie lezing van door The Small Faces, die mij telkens ik ze hoor eveneens zwaar bevalt.

'Reason to Believe' was dan weer een grote hit voor Rod Stewart, die 'm aanvankelijk wegstopte op de B-kant van zijn sublieme single 'Maggie May' maar algauw doorhad dat Hardin hem daar een waarlijke diamant van een song geschonken had.

Andere versies - door onder meer Johnny Cash, Marianne Faithfull, Cher en Paul Weller - zeggen het voortdurend: 'Reason to Believe' is een pure klassieker van een song.

Maar dus niet de enige die Heer Hardin schreef. Want wat zeg je anders van 'Misty Roses' (Colin Blunstone, Jess Roden), van 'How Can We Hang on to a Dream?' (The Nice, The Youngbloods) of van het pakkende 'Don't Make Promises' dat zulke diverse artiesten als Ricky Nelson, Three Dog Night als Joan Baez op hun repertoire hebben staan?

En dan heb ik het nog niet eens gehad over misschien wel de mooiste song van allemaal, 'The Lady Came from Baltimore', een nummer dat vooral aantoont dat perfectie soms door eenvoud kan komen en diepgang door lichtheid.

Johnny Cash maakte er overigens ooit een mooie, maar al snel gezonken single van, maar wie de song echt helemaal doorgrond heeft is de fenomenale Scott Walker op zijn debuut-lp Scott, die tegelijk ook Brel voor Boerkens verklaarde, zie zijn versies daarop van 'Mathilde', 'My Death' en 'Amsterdam'.

Toch zijn er mensen die vinden dat niemand beter Tim Hardin zingt dan Tim Hardin zelf. En wie de hand kan leggen op één van Hardins moeilijk vindbare lp's (ga vooral voor 1 en 2 en 3 en voor Suite for Susan Moore and Damion: We Are One, One, All in One) kan daar wellicht ook meteen inkomen. Hardin was een troebele troubadour met een wat angelieke, poreuze stem die zijn songs niet zozeer zong, maar fluisterde. Soms klonk dat alsof hij er een beetje beschaamd voor was, maar je hoorde er toch vooral een bange, blanke man door die een beetje schuchter in zijn ziel en verder liet kijken. Hij ging ook dood van de plankenkoorts, heb ik de indruk, en uit verhalen van landgenoten (Jean Blaute, Roland Van Campenhout...) die in zijn nadagen al eens met hem op tournee gingen door de lowlands, kan ik opmaken dat hij zich eer hij het podium opging, al eens graag te buiten ging aan streekbieren of iets sterkers.

Heroïne heeft hem uiteindelijk genekt, zeggen kenners. Hij heeft er één legendarisch nummer over geschreven ('Black Sheep Boy') maar hij is er vooral helemaal van naar de verdoemenis gegaan. Hij heeft er vrouwen en vrienden door verloren en zelfs het copyright op al zijn wonderlijke songs dat hij ooit in een vlaag van totale waanzin verpatste aan een gewetenloze schurk, alsof er andere schurken waren.

Als u Tim Hardin toch ooit eens mee wil maken zoals hij was toen hij nog leefde, probeer dan de hand te leggen op zijn derde lp, een live opname die heel toepasselijk getiteld werd Tim Hardin 3 - Live in Concert. Alle klassiekers staan erop, al weet de zanger-componist dan nog niet dat het klassiekers zullen worden.

Je hoort er ook al op dat Hardin een jongen met problemen was. Heroïne heeft nu eenmaal een andere invloed op mensen dan drie Duvels. Hij roept er met zijn wat dunne stem op een moment zijn eigen helden Lenny Bruce en Hank Williams aan en ook dat waren niet écht wat je noemt ereleden van de Melkbrigade.

Tim Hardin was een briljant singer-songwriter. Maar noem hem vooral geen folkie. Wat hij bracht, was eigenlijk in de eerste plaats een soort van jazz. Om daar zeker van te zijn, is het voldoende zijn pianospel even in het oor te houden en te genieten van hoe vrijelijk Hardin wel danst op zijn eigen, ijle zanglijnen.

Tim Hardin: bijna vergeten, maar na vandaag hopelijk een beetje minder.

26 Schallplatten verschijnt niet op 10 mei, de volgende aflevering leest u op 17 mei.

Tim Hardin heeft één legendarisch nummer over heroïne geschreven, maar hij is er vooral helemaal van naar de verdoemenis gegaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234