Maandag 30/01/2023

InterviewTony Neukermans

‘Tijdens een vuurgevecht moest ik een kameraad achterlaten. Zoiets breekt je’: de laatste Belgische strijder in Oekraïne

Tony Neukermans in Oekraïne: ‘Vooral de fosfor is griezelig. Je ziet die oplichten in de lucht boven je en je weet: als ik geraakt word, ben ik eraan.’ Beeld Stanislav Krupar
Tony Neukermans in Oekraïne: ‘Vooral de fosfor is griezelig. Je ziet die oplichten in de lucht boven je en je weet: als ik geraakt word, ben ik eraan.’Beeld Stanislav Krupar

Hij zou de laatste Belg zijn in het Oekraïense vreemdelingenlegioen. En ook hij staat - na de bevrijding van Cherson - op vertrekken, zegt Tony Neukermans uit Ninove. We spraken hem in Kiev. ‘Ik zat twaalf uur in een bunker terwijl de Russen van alles op ons afschoten. Dat gedreun gaat door merg en been.’

Joanie de Rijke

Afspraak op Maidan, hartje Kiev. Midden op het plein is een massa kleine vlaggetjes met de Oekraïense tweekleur in de grond geplant. Elk vlaggetje staat symbool voor een gevallen soldaat dit jaar. “Er is er ook een voor Kilo (een alias, JdR), collega en goede vriend. Hij kwam om in Cherson.” Tony Neukermans (33) uit Ninove – hij is de enige overgebleven Belg die in het Oekraïense vreemdelingenlegioen meevecht tegen de Russen, zo bevestigen bronnen – kijkt wat onwennig naar de geelblauwe zee voor ons. Het doet pijn, klinkt het. “Want het is nog maar zo kort geleden dat hij stierf.”

In Kiev kan hij in volledige legeruitrusting rondwandelen, wijst hij op zijn camouflage-­outfit. “In Mikolaiv, mijn standplaats, wordt dat niet toegestaan, daar loop ik in mijn vrije tijd in burgerkleding rond. Omdat er nog altijd Russische spionnen zijn, en die kunnen zich in uniform evengoed voordoen als Oekraïense militair.”

Sinds september strijdt de Vlaming actief mee aan het front, waar hij inmiddels achttien missies op zijn conto heeft. Laatste wapenfeit: de bevrijding van Cherson. Vandaar dat hij nu verlof heeft en tijdelijk in Kiev verblijft. “Bij een bevriende familie. We zitten elke dag uren zonder stroom dus het is behelpen. Maar dat is niet erg. Ik vind er rust, dat is het belangrijkste.”

Het is een gure zaterdagmiddag met een loodgrijze sneeuwlucht boven ons, twee dagen na de lockdown in de hoofdstad door Russische raketaanvallen op de energievoorzieningen. Diep weggedoken in hun warme winterjassen schuifelen de Kievenaren ons voorbij. Meer dan de helft van de stad aan de Djnepr heeft inmiddels weer elektriciteit, maar de stroomonderbrekingen blijven. Alleen in het centrum werkt de verlichting en verwarming momenteel de klok rond, de rest van Kiev moet het met een paar uur elektriciteit per dag stellen. We zoeken ons heil in een Georgisch restaurant, pleisterplaats voor verkleumde passanten en verliefde koppeltjes.

Hij was sinds de zomer bezig om zich in Oekraïne bij het vreemdelingenlegioen aan te sluiten, vertelt Tony. “Vanaf de eerste dag volg ik de oorlog in Oekraïne en het werd me al snel duidelijk hoe onrechtvaardig de Russische invasie is. Ik zag de beelden van doodsbange kinderen, hoorde over vrouwen die verkracht werden door dronken soldaten. Ik heb altijd al een groot rechtvaardigheidsgevoel en een klein hartje gehad, maar als ik mensen zie die onderdrukt worden, komt mijn redderskant boven en wil ik helpen. Ik kon moeilijk thuiszitten en naar het leed van de Oekraïense bevolking kijken zonder iets te doen, besloot ik.

“Ik ben zorgkundige van opleiding maar ik heb ook in het Belgische leger gezeten. Daar lag mijn sterkte, wist ik. Dus was het vreemdelingenlegioen een evidente keuze.”

‘Tijdens een vuurgevecht moest ik een kameraad achterlaten omdat ik zelf moest rennen voor mijn leven. Zoiets breekt je.’ Beeld Stanislav Krupar
‘Tijdens een vuurgevecht moest ik een kameraad achterlaten omdat ik zelf moest rennen voor mijn leven. Zoiets breekt je.’Beeld Stanislav Krupar

Na een studie in de zorg kwam de Ninovenaar al snel bij de Belgische paracommando’s terecht. Een totaal andere wereld, beseft hij. “Van het wassen en helpen van oude dametjes, zat ik plots volop in de actie. Toch heb ik die korte periode van werk in de zorg graag gedaan; het is en blijft een mooi vak om mensen te helpen.”

Hij was een heel actieve tiener, verklaart hij. Stilzitten was niet zijn ding. Zijn ouders hadden hem eens meegenomen naar de kazerne van Leopoldsburg en de beelden van 4x4-wagens en mannen die uit een vliegtuig sprongen, waren blijven hangen. “Ik hou van avontuur, ik doe aan skydiven, duiken in een haaienkooi en aan snowboarden.”

Met de paracommando’s trok hij in 2012 naar Mali en Somalië. Maar na vijf jaar hield hij het voor gezien. Aanleiding was zijn toenmalige vriendin, die hem liever thuis zag dan in een stoffige Afrikaanse woestijn. Hij gooide het over een heel andere boeg en zette een bedrijf op voor de import en export van natuursteen. Via Portugal en Nederland belandde Tony in de VS, waar de handel in natuursteen meer te bieden heeft dan in België.

Toen zijn moeder kanker kreeg, keerde hij terug. “Mijn jongere zusje heeft een beperking, mijn vader was met pensioen. Het was mijn taak om de familie te ondersteunen, vond ik. Zij hebben mij altijd gesteund, nu wilde ik er voor hen zijn. Het bedrijf in de VS heb ik overgelaten, in België ging ik aan de slag als bewakingsagent. Tot de oorlog in Oekraïne uitbrak.”

Wennen aan het gedreun

De combinatie van een bovenmaats rechtvaardigheidsgevoel en de hang naar actie hebben hem tot hier gebracht, luidt de conclusie. “In de zomer meldde ik me aan bij de Oekraïense ambassade in Brussel. Nadat mijn achtergrond was gecheckt, kon ik vertrekken. Ik verkocht mijn appartementje, zegde mijn job op en nam een Flixbus naar Polen. Mijn militaire uitrusting had ik zelf aangeschaft. Een wapen kreeg ik pas later.”

Door zijn militaire ervaring beslisten de Oekraïners dat Tony zich het meest nuttig kon maken bij de special forces van het vreemdelingenlegioen. “Ik zag het volledig zitten, al besefte ik dat het er hard aan toe zou gaan. Maar de ervaringen bij de paracommando’s verleer je niet: zodra je opnieuw in de actie zit, keren je oude vaardigheden terug.”

Tony − zijn schuilnaam in het vreemdelingenlegioen is Sentinel − werd na het afleggen van een aantal proeven naar Mikolaiv gestuurd, in het zuiden van het land. “Ik vertrok met drie Amerikanen, net als ik nieuwkomers. Een van hen hebben we spijtig genoeg verloren, de andere twee zijn gelukkig nog springlevend.”

Als rekruten moesten ze eerst gewend leren raken aan artillerie. “We moesten ’s nachts langs een rij bomen in het open veld lopen, een zogeheten boomlijn, terwijl er overal mijnen lagen. Er gingen weliswaar twee militairen mee die het terrein een beetje kenden, maar het was toch een groot risico omdat we geen nachtkijkers hadden. Als eerste missie kon dat tellen.

“Daarna zaten we met twee man twaalf uur in een bunker terwijl de Russen van alles op ons af schoten. Dat gedreun gaat door merg en been: je voelt de schokgolf van de explosie, je hoort het typische fluiten van een granaat en intussen weet je niet waar die zal landen. Het was heel angstaanjagend, mijn hart bonkte zo hard dat ik dacht dat het uit mijn lijf zou springen. Mijn collega viel op den duur in slaap, maar ik deed geen oog dicht. Maar achteraf zag ik het nut van die twaalf lange uren wel in, want je went inderdaad aan het oorlogsgedreun.”

‘Een vriendin heb ik niet, dat is een bewuste keuze. Liever alleen sterven dan je partner te moeten 
achterlaten.’ Beeld Stanislav Krupar
‘Een vriendin heb ik niet, dat is een bewuste keuze. Liever alleen sterven dan je partner te moeten achterlaten.’Beeld Stanislav Krupar

De opmars van het Oekraïense leger in de regio Cherson verliep de afgelopen maanden traag maar gestaag. Tony en zijn eenheid werden verschillende keren op verkenning gestuurd, altijd ’s nachts. “We kruipen dan letterlijk door de velden en zitten op 250 meter afstand van de Russen: je kunt ze horen praten. Intussen moet je oppassen om niet op mijnen of andere explosieven terecht te komen die de Russen hebben achtergelaten. Het kan ook gebeuren dat je plots midden in een beschieting terechtkomt.

“De Russen vechten met alles wat ze hebben: artillerie, landmijnen, mortiergranaten, antitankmijnen, fosfor, magnesium. Of ze beschieten je vanuit een helikopter, pal boven je hoofd. Je moet zelfs oppassen om geen achtergelaten flesje water leeg te drinken, want zelfs daar stoppen ze gif in − we hebben dat soort gifmengsels zelf aangetroffen. Ook gooien ze via gradraketten een soort spinnenweb uit dat vol met granaten hangt, meestal op een boomlijn. Loop je daar per ongeluk tegenaan, dan heb je het zitten.

“Vooral de fosfor is griezelig. De Russen schieten het in de lucht en als je zo’n partikel op je krijgt, brandt dat door je huid heen, tot in je lichaam, waar het je ingewanden, longen en ogen kan verbranden. Op zo’n moment ren je voor je leven. Je ziet de fosfor oplichten in de lucht boven je en je weet: als ik geraakt word, ben ik eraan. Nu ben ik niet gelovig, maar op zo’n moment bid je tot alles en iedereen om er levend uit te komen.”

Gewonde soldaten uit eigen kamp worden altijd meegenomen, al is dat in de praktijk vaak lastig, weet Tony. “Als we voor ons leven moeten rennen en je ziet een gewonde collega liggen, word je in eerste instantie kwaad omdat hij de rest ophoudt. We duwen en trekken elkaar op zo’n moment voort terwijl we roepen en tieren, uit pure stress.”

De grootste kracht van de Russen is hun kwantiteit, dat is hem na drie maanden strijd wel duidelijk geworden, stelt de militair uit Ninove. “Ze zijn altijd met meer en ze blijven komen. Wij zijn dan misschien beter opgeleid maar zij zijn absoluut in de meerderheid. En toch zie je dat op den duur de ontmenselijking overal uitbreekt, aan beide kanten. Ook al is het bij de Russen veel erger, de Oekraïense militairen zijn natuurlijk geen heiligen.”

Het Oekraïense leger is en blijft sterk en vastberaden, beseft Tony. Toch ziet hij ook zwakke punten. “Er zijn heel wat mensen zonder ervaring, gemiddeld zijn ze zo’n tien jaar jonger dan ik. Ze zitten vol goede moed en geloven in de overwinning, maar ik vind ze soms ook laks en onnadenkend. Als je aan de frontlijn een sigaret opsteekt, zien de Russen dat natuurlijk, ook vanaf een afstand. Ik heb daar al heel vaak iets over gezegd, maar ze luisteren lang niet altijd.

“Anderzijds zijn er ook oudere militairen die het soms lastig hebben. Mannen van mijn leeftijd tot een jaar of 40. Als hun leider een 18-jarige, net afgestudeerde luitenant is, botst dat natuurlijk weleens. Maar uiteindelijk worden de plooien altijd weer gladgestreken. We zijn hier tenslotte allemaal voor hetzelfde doel.”

Een ander zwak punt is de corruptie in het leger, al wil hij daar niet te veel over vertellen. “Maar het is een feit. Ik hoor bijvoorbeeld van sommige jongens uit mijn eenheid dat ze soms heel laat betaald worden. De reden: corruptie. Ook is er een tekort aan materiaal, onlangs hebben we zelf magazijnen moeten aankopen. Want er verdwijnt weleens iets. Dat beseffen ze uiteraard ook in de VS. Die hebben dan ook inspecteurs gestuurd om nieuwe wapenoverdrachten te monitoren.”

Zelf heeft hij geen echte problemen met zijn betalingen, al moest hij er de afgelopen maand wel achter zitten voor het werd overgeschreven. “Je mag best weten wat ik verdien bij de special forces: omgerekend zo’n 4.500 dollar per maand. Ik mag niet klagen. Bovendien is Oekraïne relatief goedkoop om te wonen, vergeleken met België. Ik huur een appartementje in Mikolaiv, dat is rustiger dan het militaire onderkomen waar ik voordien verbleef.”

Wat zijn zwaarste beproeving was, vragen we. Daar hoeft hij niet lang over na te denken: “Die vond enkele weken geleden plaats, vlak voor de bevrijding van Cherson. We waren opnieuw op verkenning gestuurd en gewoonlijk gaat het dan als volgt: we veroveren een stuk grond, bijvoorbeeld van de ene boomlijn tot de andere. Soms is dat een tiental meter, soms een paar honderd. Bij Cherson duurde het lang, de Russen duwden ons telkens terug. Dat getouwtrek heeft in totaal twee maanden geduurd.

“Bij de allerlaatste boomlijn werd hevig gevochten, in twee dagen tijd hebben we 45 mensen verloren, onder wie mijn maat Kilo. Uiteindelijk naderden we dan toch de randen van de stad en op een zeker moment zijn we met onze eenheid binnengegaan, op verkenning. Dat is echt eng want als de Russen je ontdekken, is het verhaal uit. We moesten uitzoeken waar de Russen zich bevonden en ook waar de burgers zaten, want die willen we uiteraard sparen. Na twee dagen in de stad keerden we terug en gaven we onze informatie door, waarna de legerleiding een plan uitdokterde.

'Als ik bel met mijn moeder, hoor ik de krop in haar keel. Tegelijk zijn ze ook trots op wat ik doe.' Beeld Stanislav Krupar
'Als ik bel met mijn moeder, hoor ik de krop in haar keel. Tegelijk zijn ze ook trots op wat ik doe.'Beeld Stanislav Krupar

“Zo is de uiteindelijke bevrijding ingezet. Een ongelooflijke ervaring die ik nooit zal vergeten. We werden omhelsd, een jongetje duwde bloemetjes en een Oekraïens lintje in mijn handen. Ik heb gehuild, het was zo intens. Nu, ik moet erbij zeggen dat op dat moment de meeste Russen de stad al hadden opgegeven, er hebben geen echte gevechten plaatsgevonden binnen de stadsmuren zelf.”

Vanaf de eerste dag op het slagveld houdt Tony een dagboek bij. “Ik vind het belangrijk om mijn emoties te kunnen kaderen, en schrijven helpt daarbij. Ook de band met het team dat overblijft, is hecht. We gaan regelmatig samen op stap, naar een club in Mikolaiv of naar een restaurant. Om even afstand te nemen van de oorlog. Als een van ons een moeilijk moment heeft, proberen we daarover te praten en elkaar steun te bieden. We leven dag en nacht samen en vangen elkaar op. We dragen zorg voor elkaar. Dat moet ook, zonder onderlinge steun red je het niet.”

En ja, hij beseft dat de kans op posttraumatische stressstoornis (PTSS) aanwezig is. Hij laat foto’s zien die er niet om liegen: dode Russen op het slagveld met onnatuurlijk verdraaide ledematen. Half verkoolde en verminkte lichamen. “Er zijn beelden die op mijn netvlies gebrand staan: levend verbrande militairen in hun tank, lijken die er al dagen liggen, massagraven… Tijdens een vuurgevecht moest ik een kameraad achterlaten omdat ik moest rennen voor mijn leven. Ik zie zijn doormidden gespleten hoofd nog altijd voor me.”

Hij is even stil. “Dat breekt je.”

“Ik heb tegen mijn ouders gezegd dat het zwaarste pas komt als ik weer als burger de maatschappij in ga. Dat ik besef dat ik het moeilijk zal hebben om er met iemand over te praten die het niet heeft meegemaakt. Sowieso begrijpt niemand waarom ik hiernaartoe ben gekomen. Toen ik vertrok verklaarden verschillende mensen mij gek. Maar mijn job hier bestaat niet alleen uit dood en verderf, we doen ook humanitair werk: we delen voedselpakketten, dekens en teddyberen uit. Dat is voor mij nog altijd de essentie: ik ben hier om te helpen.”

Natuurlijk is zijn familie bezorgd. “Ik kom uit een warm gezin en heb een goede band met mijn ouders en twee broers en zus. Als ik bel met mijn moeder, hoor ik de krop in haar keel. Tegelijk zijn ze ook trots op wat ik doe, dat maakt veel goed. Het is heel belangrijk om te weten dat de mensen thuis achter je staan.

“Een vriendin heb ik niet, dat is een bewuste keuze. Een vriend uit ons team zou bijna vader worden. Maar hij heeft het niet gehaald, hij is overleden. Daar denk ik veel over na: de pijn voor de mensen die je achterlaat, moet verschrikkelijk zijn. Ik zou het niet kunnen. Liever alleen sterven dan je partner te moeten achterlaten.”

Altijd bang

Tony mag dan de laatste Belg zijn in het vreemdelingenlegioen, zo maken we ook op uit andere bronnen, maar ook hij staat op het punt te vertrekken. “Als ik hier nog een maand of acht blijf, zit ik straks ook met PTSS. Het is tijd voor een pauze. Ik ben zo vaak door het oog van de naald gekropen dat ik besef dat ik mijn geluk niet té veel mag beproeven.

“Tijdens de dagen waarin we 45 mensen verloren, kreeg een kameraad een kogel in zijn schouder. Wij zagen dat als een teken van bovenaf: het was een waarschuwing, zijn laatste kans. Maar hij blijft doorgaan, hij is 45 jaar en weet niet van ophouden. Als we door sluipschutters worden belaagd en we zetten het allemaal op een lopen, wandelt hij rustig voort. Alsof hij het lot wil tarten. Ik heb veel respect voor hem maar zo wil ik niet worden.

“Zelf ben ik nog altijd bang als we eropuit trekken. Die angst houdt me scherp; bij elke missie bid ik dat we er levend uit zullen komen. Ik heb nog een toekomst, ooit hoop ik een vriendin te vinden en een gezin te stichten.”

Op 5 december vertrekt Tony naar de VS om een tweejarige opleiding als parajumper te volgen bij de luchtmacht. “Die ervaring wil ik straks meenemen naar Oekraïne, als de oorlog nog altijd bezig is tenminste. Persoonlijk denk ik van wel. Als ik president Zelensky hoor zeggen dat hij elke door de Russen veroverde centimeter land wil terug hebben, dan kan het nog heel lang duren. Zo niet, dan hoop ik in de VS een lief te vinden en er te blijven.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234