Zondag 27/09/2020

Tijd zat op de whisky-eilanden

Voor de westkust van Schotland liggen de Binnen Hebriden, waar de tijd traag voorbijgaat. Verslaggever Jerry De Brie voer van Islay naar Jura en daarna naar Arran. Een heerlijk rustige tocht langs slaperige distilleerderijen en ingedutte dorpjes, waar de rust alleen wordt verstoord door talloze schrikachtige vogels, die maar niet kunnen wennen aan die rare auto's. Of zijn ze, net als de bewoners, bang voor Corryvreckan, de geelharige reuzin?

Eiland-hopping lijkt ons een leuke manier om de Schotse Binnen Hebriden te ontdekken. We spelen vals door eerst het vliegtuig te nemen van Zaventem naar Glasgow. Onbezorgd hebben we in het zonnige België short en T-shirt aangetrokken. Als we uit het vliegtuig stappen, zien we onze vergising in: het regent. De man die ons de sleutels van de huurwagen overhandigt, vragen we naar het weerbericht. "Het wordt mooi: 27 graden en volop zon", antwoordt de breed glimlachende Schot. Het was zo, maar enkel in de namiddag. Grilligheid hoort bij Schotland.

Op weg naar het kustdorpje Kennacraig in Kintyre rijden we langs Loch Lomond. We stoppen in Inveraray, om er in de tea room een cottage cheese met gebakken aardappelen en coleslaw te eten. Daar ontmoeten we Mary Anderson, een praatgrage vrouw van 81. Ze deelt een stukje taart met een vriendin. "Neenee, dit is niet wat u denkt. Ik besef dat dit heel Schots overkomt, maar het is niet meer zo lang tot het avondeten. Vandaar dat we elk maar een half stuk eten."

Drie uur rijden na ons vertrek uit Glasgow schuiven we aan op de kade in Kennacraig. Nadat de ferry langzaam vol met auto's is gelopen, glijdt hij rustig van de steiger weg. Over het wateroppervlak scheren allerlei vogels, op weg naar weer andere groenglooiende hellingen die door gletsjers in de ijstijden werden gepolijst.

Na twee uur varen verschijnt Islay, een eiland van nauwelijks 40 km lang en 32 km breed. We meren aan in het havenstadje Port Ellen. Eenmaal aan land snuiven we meteen de mengeling op van zeelucht en de geur van verbrande turf. Turf is overal te vinden op het eiland, en het wordt hier al sinds mensenheugenis gebruikt als brandstof voor het maken van ijzer, het winnen van zout of gewoon voor verwarming. Als ik vijftien pond (400 Belgische frank) betaal aan Heather, een vrouw die sedert haar pensioen op het eiland vertoeft, mag ik op sommige plaatsen zoveel turf steken als ik wil. Eén week goed doorwerken en ik heb genoeg voor een heel jaar.

Ook whiskyboeren gebruiken de turf. Op Islay kun je zeven distilleerderijen bezoeken, met schitterende namen als Bowmore, Ardbeg of Laphroaig. Ene Bob leidt ons rond en geeft een vakkundige uitleg. "Om whisky te maken heb je mout nodig. Die in water gekiemde gerst bevat na enkele dagen suiker. Om het kiemen te stoppen wordt de mout gedroogd boven een turfvuur. Dat is ook een van de redenen waarom onze Island whisky tijdens de afdronk een uitgesproken turfsmaak heeft. Ook het water draagt daartoe bij. Het vloeit door de turfgrond en neemt die smaak over." De rode kleur van turf is ook te zien in de talrijke riviertjes en lochs en zelfs uit sommige wastafelkraantjes stroomt lichtrood water.

Na het wassen, gisten en distilleren eindigt de rondleiding onvermijdelijk met een proeverij. We nippen gulzig aan het goudkleurige vocht en ontdekken de typische gebrande turfsmaak. Ondertussen betreurt Bob het dat niet alleen de staat een flinke hap uit de opbrengst neemt. "Elk jaar verdwijnt 2 procent van het whisky-volume door de wand van het houten vat. Dat noemen wij de angel share."

Whisky heeft zijn bestaan niet alleen te danken aan mout, lochs en zuivere lucht. Toen Napoleon Engeland wilde wurgen door middel van een blokkade, gingen de Engelse en Schotse cognac-drinkers koortsachtig op zoek naar ander vocht om hun geesten te benevelen. Zij ontdekten whisky, dat toen een boerendrankje was. Vandaag worden er in Schotland zo'n zevenhonderd whisky's gemaakt, verdeeld in vier grote groepen: Lowland, Highland, Speyside (genaamd naar een rivier) en Island whisky. Die laatste heeft ook geprofiteerd van de Prohibition, de roemruchte 'drooglegging' in Amerika, in de jaren twintig. Talrijke illegale vaten zijn toen in dorstige Amerikaanse keelgaten uitgegoten.

Niet alleen mout wordt boven een turfvuur gerookt. Dat ontdekken wij in onze zeer comfortabele bed & breakfast 'Kilmeny Farmhouse'. Eigenaresse Margaret Rozga laat ons een heerlijke met turf gerookte schelvis proeven. Ook zalm en schaap worden op die manier klaargemaakt. Margaret schermt nog met andere culinaire curiositeiten. "De dames in ons gezelschap moeten opletten", waarschuwt ze. "De kaas die jullie nu voorgeschoteld krijgen is zeer rijk aan oestrogenen en progesteron. Het jaar dat de productie van die kaas werd hervat, waren er op Islay opmerkelijk meer zwangerschappen." Dat fenomeen schrijft ze toe aan de uitzonderlijk kwaliteiten van het gras in de omgeving.

Met een glas Bowmore single malt whisky begeef ik mij na het avondeten nog even naar buiten op het grasveld. Dankzij de warme golfstroom wordt het hier nooit echt koud. Enkel de wind heeft vrij spel op het lichtglooiende Islay. De boerderij wordt zover ik kijken kan door grasland omgeven. Op het nabijgelegen eiland Jura zie ik de Paps liggen, wat zoveel zou betekenen als 'borsten'. De bijna 800 meter hoge toppen zijn in de wolken verstopt. Ik zie ook de twee verticale grijze strepen waarover onze gastvrouw Heather vertelde. "Op Jura leefde de geelharige reuzin Corryvreckan. Zij gleed uit toen ze in de achtervolging was op een visser, die ze wou opeten. Terwijl zij naar beneden stortte, heeft ze die twee strepen in de rotswand getrokken. Wij kregen als kind veel verhalen te horen over Corryvreckan", voegt ze er lachend aan toe. "Vooral om ons stil te houden wanneer de volwassenen op Jura een hert gingen stropen."

Langzaam begint het te schemeren. Echt helemaal donker wordt het hierboven, ver in het noorden, 's zomers niet. Terwijl ik de verse mist op mijn gezicht voel neerkomen, hoor ik ergens dichtbij onbekend gegrom. Met de verhalen van de reuzin vers in gedachten, neem ik het zekere voor het onzekere. Ik haast mij naar binnen en nestel mij in de veilige warmte van mijn donsdeken. Jura is nog ver weg.

We hoppen met de ferry naar het volgende eiland Jura. Tegen de middag vertrekken we vanuit Port Askaig op Islay. Na tien minuten over de kalme Sound of Islay, de engte die de twee eilanden scheidt, worden we aan land gezet in Feolin, een aanlegsteiger met twee huizen. Aan de overkant van het water ligt een distilleerderij te dommelen.

Van Feolin vertrekt één weg en die loopt bijna over de hele lengte van het eiland, dat 45 km lang en 13 km breed is. Van de 250 bewoners is er geeneen te bespeuren. Ook niet in de 'hoofdstad' Craighouse. De verklaring vinden we in de enige telefooncel aan het enige postkantoor annex de enige winkel van dit spookstadje. Er hangt een uitnodiging voor een verjaardagsfuif: 'Alison (18) invites you to her first legal drink.' Het gehucht heeft gretig meegevierd. Een lege whiskyfles staat verweesd in de telefooncel.

Het enige hotel op het eilandje heeft een gezellig drukke bar. Het Jura Hotel dient ook als toeristische informatiedienst. Je kunt er te weten komen in welke loch of rivier je kunt vissen, en hoe je het best de Paps kunt opklauteren. Ook vertellen ze je waar je een zwerftocht langs het verlaten Loch Tarbert kunt beginnen. Met wat geluk loop je er een hert tegen het lijf. Jura betekende immers 'herteneiland' in het Oud-Noors. Wat later trekken we door een heuvellandschap, waarop de tijd geen vat lijkt te hebben. Onderweg zien we in de verte een standing stone, die eenzaam de wacht houdt in de grasvlakte. We willen het ding van dichterbij zien en worstelen ons door het zompige en hobbelige groen. Meteen worden we belaagd door een soort dazen, die worden aangetrokken door de warme bloedvaten onder onze zwetende huid. De beruchte Schotse midges, kleine muggen die van juni tot augustus bij windstilte iedereen het leven zuur maken, laten zich gelukkig niet zien. Uiteindelijk krijgen we loon naar werken, als we pal voor de standing stone staan. Na een kort onderzoek is er geen twijfel mogelijk: dit is onmiskenbaar een steen. Lang geleden rechtop gezet door een onbekende. We zetten onze tocht voort en bereiken langs een ruw pad Barnhill Farm, ooit de verblijfplaats van George Orwell. In deze noordelijke uithoek van Jura schreef hij zijn boek 1984. Orwell kwam hier overigens voor de zuivere buitenlucht - hij was tuberculoselijder. Opgejaagd door de laatste ferry om zes uur en de stekelige dazen die ons achterna zitten, besluiten we terug te keren.

Terug op Islay rijden we naar Port Charlotte, een dorpje met witgeblakerde huisjes dat tegen de zee aangekropen zit. Een vuurtoren toont ons de weg in de baai met uitgestrekte zandstranden. Uitgehongerd belanden we in de degelijke Croft Kitchen van Joy en Douglas Law.

Met tegenzin verlaten we daarna het gastvrije Islay. We rijden door Bowmore, het enige dorpje dat op een kruispunt van drie wegen ligt. Om haar belang te onderstrepen werd de ronde kerk centraal bovenaan gebouwd. Van daaruit waaieren de straten uit. Volgens een legende kreeg het gebouw geen hoeken opdat de duivel zich er niet in kon verstoppen.

Een van de vijf politieagenten van het eiland komt in zijn wagen voorbijgerold. Kwatongen beweren dat zij hier het gemakkelijke leven komen zoeken. Er zijn hier alleszins geen verkeerslichten die kapot kunnen gaan. Ook files hebben hier nog nooit gestaan. Maar we rijden alweer verder. Vogels ontsnappen op het nippertje aan onze wielen. Ze kunnen maar niet wennen aan de aanwezigheid van auto's in hun vogelparadijs. Even verderop ligt het Machrie Hotel & Golf Course, strategisch gelegen in een weidse vlakte naast het vliegveld. Ideaal voor mainlanders die tussendoor snel een swing willen doen.

Na twee 'sprongen' oostwaarts landen we op Arran, dat door zijn verscheidenheid ook wel 'Schotland in het klein' wordt genoemd. Voor de inwoners van Edinburgh en Glasgow is dit het best bereikbare eiland. Het is hier dan ook drukker dan elders. We rekenen op drie uren om het eiland rond te raken maar dat lukt niet, vanwege onze bezoekjes aan de kastelen Lochranza en Brodick, die getuigen van rumoeriger tijden. Maar het is vooral de whisky-distilleerderij van Lochranza die ons van het rechte pad brengt. Het is de nieuwste in zijn soort en ook de meest aanschouwelijke. Het hele productieproces vindt immers plaats in één ruimte. Onvermijdelijk worden we vergast op een kleine proeverij. Voor de echte fanaten deze tip: in Lochranza wordt de eerste nieuwe single malt van het komende millennium gekoesterd. Voorlopig verborgen voor dorstige kelen.

Wanneer we de ferry verlaten, wordt in stilte een Islander aan boord gereden. Ook hij wordt in een houten kist bewaard. Vastgehouden door de tijd. Allicht komt die nu te weten waar de Angel Share naartoe gaat.

Informatie over Islay, Jura en Arran is te verkrijgen bij de Britse Dienst voor tourisme, Louizalaan 306, Brussel, tel.02/646.35.10.

Voor tarieven en reserveringen British Airways, tel. 02/ 548 21 11.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234