Woensdag 20/10/2021

Tijd voor een scheut roze in Afghanistan

lThe New York Times pakte deze week uit met de ontdekking van onaangeboorde minerale reserves in Afghanistan ter waarde van 1.000 miljard dollar. Jef Lambrecht vraagt zich af waarom het Pentagon dit verhaal net nu afstoft.

Jef Lambrecht over de bodemrijkdommen

In 1967 begon Afghanistan gas te exporteren naar de Sovjetunie, die zelf gigantische reserves had. Het was het enige niet-agrarische exportproduct van betekenis in die tijd. Vandaag denkt niemand aan Afghanistan als mogelijk gasproducent, maar dat het land beschikt over fabelachtige bodemrijkdommen is bekend sinds de nacht der tijden. In de oudheid was lapis lazuli van de Hindu Kush vermaard tot aan het hof van de Egyptische farao’s. In de middeleeuwen werd het land ontbost voor een bloeiende metallurgische nijverheid. Sinds die tijd is Afghanistan kaal en dor en werden de delfstoffen vergeten. Op de edelstenen na. De Afghaanse economie was en is er nog steeds een van herders en boeren. En van smokkelaars. Lapis lazuli is er nog steeds overvloedig en er is ook saffier, toermalijn, smaragd, agaat, robijn en aquamarijn. Afghanistan is een fonkelende schatkamer. Dat is een van de best bewaarde publieke geheimen. Wijlen Ahmad Shah Massood financierde zijn legendarische strijd, (eerst tegen de Sovjets, later tegen zijn aartsvijand en voormalig bondgenoot in het verzet Hekmatyar, en uiteindelijk tegen de taliban) met de smokkel van smaragd. Hoe groot de onrust in het land ook was, onverstoorbaar werden er stenen geslepen, verwerkt en gesmokkeld.

Dat Afghanistan beschikt over grote voorraden mineralen van alle aard is dus al lang bekend en nooit echt helemaal vergeten.

Een halve eeuw geleden raamden experts de ijzerertsreserves in de buurt van Bamiyan, in centraal Afghanistan, op minstens twee miljard ton. Hoogwaardig erts. Het is een voetnoot in het vuistdikke standaardwerk over Afghanistan van de Amerikaanse Afghaan Louis Dupree. Het land was niet klaar voor systematische mijnbouw. Het stond op de rand van een crisis die voortduurt tot vandaag en voorlopig geen perspectief biedt op een fatsoenlijke ontknoping. Volgens de schattingen kon het land een producent van eerste rang worden en tijdens de bezetting van Afghanistan door het Rode Leger, in de jaren tachtig, werd het geologisch onderzoek voortgezet. De bevindingen werden in kaart gebracht ten behoeve van de regering maar ze raakten vergeten na de aftocht van de Russische soldaten in 1989. De trage val van het communistisch regime in Kaboel ging gepaard met een verwoestende burgeroorlog, het begin van een periode van chaos zonder einde. Afghaanse functionarissen namen de studies mee naar huis. Daar waren ze veiliger.

Pas vijftien jaar later kwamen de Russische onderzoeken weer boven water. Op basis daarvan voerden de Amerikanen in 2006 en 2007 met gesofisticeerd materieel een intensieve verkenning uit van de Afghaanse bodemschatten. De resultaten waren zacht uitgedrukt veelbelovend. Zo’n 1.000 miljard dollar ligt onder de dorre Afghaanse grond te wachten. Het huidige Afghaanse BNP bedraagt amper 1,2 procent van dat bedrag en de jaarlijkse opbrengst van de drugshandel nog geen half procent. Het is vreemd dat die vaststelling niet meteen leidde tot een andere aanpak van de Afghaanse hulpverlening, die steeds meer de vorm had aangenomen van een contraproductieve en bodemloze put. Of tot een goldrush. Of is die er toch zonder dat iemand er acht op slaat?

Vanzelfsprekend zijn de Amerikanen niet de enigen die weten wat er in Afghanistan te rapen valt. De Russen weten het al lang en ook China is goed op de hoogte.

Het potentieel is ongelooflijk, zegt de bedaagde David Petraeus, de diplomaat-militair die de Amerikaanse troepen in dit onrustige deel van de wereld aanvoert. Maar, voegt hij er in een adem aan toe, er zijn natuurlijk veel vraagtekens. Tot die vraagtekens behoren de bekende Afghaanse kwalen: de veiligheid, de corruptie, de ‘lastige’ volksaard en de interesse van rivalen. Op de interne Afghaanse situatie hebben de VS niet al te veel vat. Zelfs de ‘prowesterse’ president Karzai is een ongeleid projectiel dat onverstoorbaar en koppig zijn eigen koers volgt. Het heeft er bovendien de schijn van dat terwijl Amerika een bloedige, geldverslindende en uitzichtloze interventie verder zet, anderen daarvan de vruchten plukken. India en zijn concurrent China bijvoorbeeld. En laat China, een buurland van Afghanistan, de grote uitdaging zijn voor de Amerikaanse suprematie. Wat men zich daarbij moet voorstellen bleek vorig jaar toen Amerikaanse functionarissen de Afghaanse minister van Mijnbouw ervan beschuldigden 30 miljoen dollar aan smeergeld te hebben ontvangen van de China Metallurgical Group Corp. in ruil voor een kopermijnconcessie. De minister is intussen uit zijn functie gezet, maar daarmee is het probleem niet opgelost. Op 24 mei werd Karzai met veel honneurs ontvangen in Peking voor de ondertekening van een reeks samenwerkingsakkoorden. Het ligt voor de hand dat Amerika dat met argwaan volgt en de Afghaanse goudschat niet wil laten ontglippen, na de zware aderlating van het militair avontuur in dat land. Voor Washington is het prioritair dat het Peking niet ongebreideld zijn honger naar grondstoffen laat stillen in dit eldorado. Dat is geen eenvoudige opdracht in een land waar lokale potentaten de plak zwaaien en corruptie de regel is. De schatkamer Afghanistan is voor de VS een goede reden om de greep op deze uitkijktoren in het hart van Azië niet gauw te lossen.

Het is tekenend voor het Bush-tijdperk dat kostbare tijd werd verloren. Het was wachten op het aantreden van zijn opvolger, voor wie Afghanistan wél prioritair was, vooraleer het stof werd weggeblazen van het eigen Amerikaanse bodemonderzoek en de piste van een ontginning van de veelbelovende bodemschatten werd verkend. Mijnbouwingenieurs en geologen zwermden onder militaire escorte uit over het land dat intussen verder wegzonk in de anarchie. Ze bevestigden dat Afghanistan een van de grootste wereldproducenten kan worden van ijzer en koper. Dat was geen grote verrassing, maar ze hadden ook rijke reserves ontdekt van delfstoffen die zeer gegeerd zijn in de nieuwe technologie, grote goud- en kobaltaders en reserves aan lithium, nodig voor de batterijen van laptops en BlackBerrys. Er is minder nodig om de begeerte te wekken.

Hoe veelbelovend dit alles mag zijn voor de toekomst van de arme Afghanen, het is ook een vloek. Er is geen industriële traditie in Afghanistan en voor zover er ooit aan mijnbouw is gedaan was dat op artisanale schaal. De feodale structuur van de Afghaanse samenleving met zijn inhalige chefs is een belemmering van belang om tot een moderne ontginning te komen.

Toen het Pentagon het verhaal over de schatten van Afghanistan lanceerde, sprak president Karzai van het beste nieuws in jaren, al had hij zelf het in januari al over de 1.000 miljard die in de Afghaanse grond te vinden waren. De vraag rijst waarom het Pentagon dit verhaal afstoft en oppoetst. Was het misschien tijd voor een scheut optimisme nu het grote offensief toch niet oplevert wat werd verwacht? Was het pep voor de eigen Amerikaanse opinie die steeds meer twijfelt, of voor de nog meer twijfelende bondgenoten? Of was het een poging om westerse investeerders wakker te schudden nu grote concessies worden verkocht? De grootste ijzervoorraden van het land zijn te koop en China, dat al de grootste kopervoorraden heeft, ligt op de loer.

En hoe reageert de modale Afghaan op dit grote spel der mogendheden om de controle over zijn rijkdommen? En wat is daar dan weer het effect van op de positie van de ‘nationalistische’ taliban? En zo is de vicieuze Afghaanse cirkel eens te meer rond.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234