Zaterdag 05/12/2020

'Tijd om de meubels te vervangen'

Das Magazin heeft in De wereld draait door zijn jonge keurkorps De Tien voorgesteld. Twee Belgische en acht Nederlandse schrijvers werden uitverkoren tot de literaire gezichten van morgen. Gastredacteur was Herman Brusselmans. 'Ze gaan ervoor. Dat telt.'

Een talentenlijstje met unieke inkleuring, zegt de redactie van Das Magazin. Omdat ze Herman Brusselmans en zijn Prometheusredactrice Katrijn van Hauwermeiren onder de arm namen en een strenge leeftijdsgrens hanteerden: geboren na 1 januari 1980. Doorslaggevende criteria waren "verbeelding, stijl, oorspronkelijkheid en het uitdragen van de literatuur". De ultieme Tien kregen bovendien de ruimte om een fonkelnieuw verhaal af te leveren, nu geperst in een fraai ogend boekwerk.

"Als ik de jonge generatie een schop onder de kont kan geven, zal ik het niet laten", zegt Herman Brusselmans. "Geloof me of niet, ik volg de aanstormende Nederlandse literatuur op de voet en lees ze gretig. Want kijk eens naar de bestsellerlijsten. Wordt het geen tijd om ouwe krakers als Herman Koch, Tom Lanoye of ikzelf af te lossen? En Peter Terrin, die is toch ook al veertig? Ze mogen de meubelstukken stilaan vervangen. Altijd weer diezelfde gezichten in de talkshows. Waaronder het mijne, ja. Waarom vragen ze niet eens een debutant? Laat hen maar op de bek gaan, maakt niet uit." Toch ziet Brusselmans een wissel van de wacht: "Ik las ze lang niet allemaal van a tot z, maar deze tien zijn stuk voor stuk schrijvers die alles opofferen voor de literatuur. Die niet zomaar af en toe een boekje publiceren, maar willen opklimmen naar de Olympus. Ik geloof sterk in oeuvrebouwers. Omdat ik er zelf ook een ben."

Kiezen uit 89 namen was natuurlijk verliezen: "Een kwestie van kill your darlings. De leeftijdsgrens was onverbiddelijk. Doodzonde dat zo Ivo Victoria en Paul Baeten Gronda uit de boot vielen." Ook Jamal Ouariachi, Roderik Six of Franca Treur zoek je hier om die leeftijdsreden vergeefs. Maar hangt de slagschaduw van Arnon Grunberg niet nogal vaak over De Tien? Brusselmans: "Logisch dat jonge auteurs zich blindstaren op iemand die in korte tijd zo'n monument werd. Een bewonderde auteur even imiteren is trouwens geen ramp. Ik deed het zelf ook. Gaandeweg ontwikkel je toch je eigen stijl."

ÖZCAN AKYOL (°1984)

Als een 'Turkse Jan Cremer', zo denderde de onstuimige Özcan Akyol met Eus de literatuur binnen. "Ik ben plat, grof en zeer geborneerd", zo luidt de baseline op zijn Twitterpagina. In zijn semiautobiografische debuut rakelde hij zijn criminele verleden op - zijn liefde voor literatuur ontsproot toen hij in de gevangenis Louis-Ferdinand Céline las. Na Eus veroverde de welbespraakte Akyol in een mum van tijd een plaatsje in talkshows. Gepeperde meningen genoeg: zo haalde hij uit naar de Nederlandse migrantenliteratuur omdat ze het zelfde deuntje herhaalt. Onlangs incasseerde hij bedreigingen na een Nieuwe Revu-column waarin hij de Amsterdammers over zijn knie legde: "Ik heb een pesthekel aan Amsterdam en aan alle uitwassen van die verdomde kutstad. Als Amsterdammer een ras was, dan was ik een racist." Voor het najaar 2014 staat zowel het kinderboek Ibrahim als zijn tweede roman Turis op stapel.

Brusselmans: "Ik had de grootste moeite om hem op de lijst te krijgen. Omdat velen hem als een one trick pony zien. Maar hij heeft meer in zijn mars. Akyol is bovendien een toffe gast, hij past in mijn literair straatje."

HANNA BERVOETS (°1984)

"Ik wilde later worden: detective, kindster, archeoloog en Batgirl, kinderboekenschrijfster, filmregisseuse. MAAR TOEN WERD LATER: nu. En was ik geworden: schrijfster, columnist, journalist. Ook leuk", zo staat er laconiek op de website van Hanna Bervoets. Via haar wrang-komische debuut Of hoe waarom (2009) weekte de boomlange Bervoets de aandacht los met een digitaal blitzkriegje op Facebook, met een fictief profiel van haar 25-jarige hoofdpersonage Flora Vos. Ze kreeg de Opzij Literatuurprijs voor haar tweede boek Lieve Céline, over een meisje met een obsessie voor Céline Dion. Nog meer furore maakte ze met Alles wat er was. Bervoets gunt zichzelf geen rust, met ook columns voor VK Magazine en Viva, theater en filmscenario's: "Ik wil gewoon altijd aan het werk zijn. Ik wil niet een week dat ik niks doe", vertelde ze aan Cutting Edge.

Brusselmans beaamt: "Als een auteur zo intens leeft voor de literatuur, dan ben ik zeer content."

YANNICK DANGRE (°1988)

Goudhaantje in spe. Houdt van een decadent, kosmopolitisch sfeertje. Lange tijd koketteerde hij met de afgekorte voorletters Y.M. Op zijn 22ste maakte Dangre zijn volwaardige entree met de beeldrijke roman Vulkaanvrucht (2010). Voor deze curieuze combinatie van turbulente familiesaga én verscheurende liefdesroman ontving hij in 2011 de Vlaamse Debuutprijs. Zijn eerste hoogromantische dichtbundel Meisje dat ik nog moet kaapte vervolgens de Herman de Coninck Debuutprijs weg. Vorig jaar verscheen zijn tweede roman Maartse kamers, een relatiedrama over twee bekvechtende bejaarde homo's, goed voor een viersterrenrecensie in NRC. "Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit iets anders zou doen dan schrijven. Literatuur is mijn essentie. Die zal ik altijd vrijwaren en koesteren." En o ja, tegenwoordig mag je ook gewoon Yannick zeggen tegen Dangre.

Brusselmans: "Is heel jong en doet het goed bij de meisjes. Da's ook belangrijk. En hij durft: als 25-jarige een stel oude janetten in je boeken opvoeren, je moet het maar doen."

CHRISTOPHE VAN GERREWEY (°1982)

Pal in de bres voor "het sérieux in de literatuur". Al vroeg begiftigd met de Prijs van de Jonge Kunstkritiek en de essayprijs van Filosofie Magazine. In zijn eerste roman Op de hoogte, bekroond met de Vlaamse Debuutprijs, blikt het hoofdpersonage terug op de teloorgang van een relatie. DW B-redacteur Van Gerrewey viel op door zijn associatieve schrijftrant. "De bestaansreden van literatuur is om zo precies mogelijk te formuleren. Je bekritiseert er de clichés mee, je ontrafelt ze, om er iets anders én beters tegenover te stellen", vertelde hij in De Morgen. In Trein met vertraging wroette Van Gerrewey frenetiek in de gedachtewereld van gestrande passagiers van de stoptrein Oostende-Antwerpen. In een pittige polemiek met Marnix Peeters verzette hij zich tegen de opvatting "dat romans uitsluitend bestaan om op een podium voor te lezen, om te lachen en om te choqueren".

Brusselmans: "Ik was niet kapot van Trein met vertraging. Van Gerrewey krijgt wel een komische rol in mijn volgende roman. Toch reken ik hem niet af op twee romans, wel op de tien die hij er wellicht zal schrijven."

DAAN HEERMA VAN VOSS (°1986)

Retedruk baasje, behept met een groot ongeduld om het te maken. Talent en ambitie in overvloed, maar ook arrogantie en soms een overdosis ironie. In 2012 kreeg hij al De Tegel, de Nederlandse prijs voor journalistieke uitmuntendheid. Met Een zondagsman (2010) en opvolger Zonder tijd te verliezen (2012) toonde hij zich als literaire coming man. In De vergeting (2013) beschreef hij "de noodkreet van hersenen die merken dat er iets verdwenen is". Heerma van Voss maakte zelf een zeer tijdelijke, 'goedaardige' geheugenstoornis door. Werd voor Het land 32, een complexe roman die alweer diep in de krochten van het geheugen groef, zowel afgebrand als geprezen. Heerma van Voss verdeelt de geesten: the man you love to hate? "Toch ben ik bij toeval schrijver geworden", zegt hij. "Ik studeerde geschiedenis, waar ik gebonden was aan feiten en voetnoten. (...) Ik vroeg me af ik iets kon scheppen waarin ik mijn eigen regels verzon."

THOMAS HEERMA VAN VOSS (°1990)

De minstens even begaafde broer van Daan Heerma van Voss. Debuteerde op amper 19-jarige leeftijd met De allestafel en verzamelde daar welwillende kritieken mee. Zijn tweede roman Stern straalde een verbazende maturiteit uit. Daarin voerde Thomas Heerma van Voss onderwijzer Hugo Stern op, die na jarenlange plichtsbewuste dienst van de ene dag op de andere met prepensioen wordt gestuurd. Het talent spat bij momenten van de soms nog wat doelloze pagina's, met kernachtige beelden. Ook Thomas Heerma van Voss heeft zich zichtbaar aan de romans van Grunberg volgevreten.

Redactrice Katrijn van Hauwermeiren: "Zowel Daan als Thomas Heerma van Voss schetsen personages die dicht bij zichzelf liggen, maar plaatsen ze in groteske omstandigheden of laten ze totaal ontsporen."

PHILIP HUFF (°1984)

In korte tijd uitgegroeid tot een van de nieuwe knuffelberen van de Nederlandse literatuur. Zijn filmische looks leggen hem daarbij geen windeieren. Uitbundig geprezen voor zijn vermogen om treffende seksscènes te schrijven. Opgemerkt met zijn intussen verfilmde debuut Dagen van gras (2009), een typische adolescentenroman. Niemand in de stad (2012) ging liefst 15.000 keer over de toonbank en kreeg de Dioraphte Literatuurprijs. Als discipel van Nescio en Martin Bril, voor wie hij ooit nog als chauffeur fungeerde, toont Huff een voorkeur voor korte staccatozinnetjes en uitgeklede zinnen. Zoals in de recente verhalenbundel Goed om hier te zijn: ontregelende korte verhalen waarin de wanhoop én het noodlot toeslaat.

Daniël van der Meer (hoofdredacteur Das Magazin): "Huff schrijft eenvoudige taal in teksten die dreigen over te slaan naar pathetisch simplisme maar dat nooit doen."

DAVID PEFKO (°1983)

Verbouwereerde Gouden Boekenuilwinnaar van 2012. Maakte eerst goeie sier met zijn volumineuze debuut Levi Andreas (2009), waarin hij de twintigjarige 'overhemdenstrijkster' Rosa opvoert. Met zijn tweede roman Het voorseizoen (2011) verkaste Pefko naar uitgeverij Prometheus. Het boek verhaalt de deprimerende belevenissen van Steve Mellors. De kale Britse politierechercheur heeft een dijk van een midlifecrisis. De eerste zin zet de toon: "De gemiddelde man kijkt ongeveer één pornofilm per week." Volgens de Gouden Boekenuil-jury sleepte Het voorseizoen je mee "bij het nekvel tot in de diepste krochten van de ziel, tot aan de rand van de wereld". Pefko, die zich tijdens het schrijven bij voorkeur in een witte Hiltonbadjas hult, heeft meer pijlen op de boog, zie ook zijn aandeel in de eroticatrilogie 25-45-70. Op Facebook maakte hij lawaai met het zeurderige typetje Louis Nanet en de fake literair agent Paul Breitner.

Katrijn van Hauwermeiren: "Bij David Pefko, maar dat geldt ook voor Dangre en Bervoets, krijgen we een beleving waarmee we anders hoogstwaarschijnlijk niet in aanraking zouden komen."

JOOST DE VRIES (°1983)

Getypecast als bolleboos van de jonge garde. Zag zich dit voorjaar al beloond met de Gouden Boekenuil voor De republiek, waarin gebikkeld wordt over de nalatenschap van professor Hitlerstudies Joseph Brik. Erg lucide als recensent en essayist bij De Groene Amsterdammer. Verblufte met Clausewitz in 2010. Zijn romans lezen als ware labyrinten vol erudiete spitsvondigheden en sprongen tussen literaire genres. Hijst zich graag in een pak van goede snit én is altijd perfect gecoiffeerd. Maar achter die brave vermomming schuilt scherpte: "Ik vertrouw op mijn eigen beoordelingsvermogen, weet wat kwaliteit is. (...) In de journalistiek en literatuur heb je veel mensen met een grotere mond dan talent." Werkt aan essaybundel Vechtmemoires.

Brusselmans: "Stefan Hertmans verdiende eigenlijk de Gouden Boekenuil met Oorlog en terpentijn. Maar toen ik De Vries las, moest ik toegeven dat het straffe kost was."

MAARTJE WORTEL (°1982)

"Ik ben niet met haar bevriend, wil ook niet met haar bevriend zijn of de vader van haar kind worden, maar zie dit cadeau als een kleine blijk van waardering", zo verklaarde Arnon Grunberg toen hij Maartje Wortel in 2012 Rebellie van Joseph Roth cadeau gaf. Lof om van te zweten. Maar Wortel is niet het type dat zich uit het lood laat slaan. Ze construeert graag een heel aparte wereld, met een vleugje down-to-earth absurdisme. Na de Anton Wachterprijs voor haar debuut beleefde ze haar doorbraak met Half mens (2012) en IJstijd (2014), waarin de oppervlakkigheid van schrijversroem werd doorprikt. "Iedereen wil graag een boek schrijven. (...) Een boek schrijven is cool. Een vriend van mij merkt dat ook. Als hij net een boek heeft uitgebracht, krijgt hij ineens allemaal mailtjes van meisjes die met hem af willen spreken."

Brusselmans: "Bij Wortel zie je goed hoe snel ze zich aan Grunbergs invloed heeft ontworsteld."

Lees in de M van dit weekend het dubbelinterview met Yannick Dangre en Christophe Van Gerrewey.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234