Donderdag 22/08/2019

Wielrennen

Tiesj Benoot wil hoofdstuk Lotto-Soudal in stijl afsluiten: ‘Titel of Tour-rit zou mooi afscheidscadeau zijn’

Tiesj Benoot in het spoor van Jan Hirt (Astana) bij de klim richting de Gotthard-pass. Beeld EPA

Toptienplaats in de Ronde van Zwitserland binnen bereik. Met superbenen naar het BK in eigen Gent en de Tour. En een nieuwe uitdaging (Sunweb) die hem toelacht. Wat is het tegenwoordig fijn om Tiesj Benoot (25) te zijn. ‘Ik heb er enorm veel zin in.’

Exact twee maanden en één week na je horrorcrash in Parijs-Roubaix (Benoot ging door de achterruit van een volgwagen) sta je nu vijfde in de Ronde van Zwitserland. Mag dat een half mirakel worden genoemd?

“Absoluut. Ik ben blij dat ik hier ben. Even vreesde ik dat ik de Tour niet zou halen. Twee spierscheuren in de quadriceps van mijn rechterbeen, een van vier en een van twee centimeter: daar reageerden de dokters niet bepaald positief op. Per centimeter moet je één week herstel rekenen. Vier weken dus, in mijn geval. Dat was kort dag in de heropbouw richting Ronde van Frankrijk. Door de geslonken spiermassa was dat been plots een kwart dunner geworden. 

“Ik liep ook een sleutelbeenbreuk op, die niet geopereerd kon worden. Het was afwachten hoe snel ik zou genezen. Gelukkig kreeg ik dat been door intensieve kine snel opgelapt. Moest ik uiteindelijk enkel de Amstel Gold Race en de Vierdaagse van Duinkerke van mijn programma schrappen. En vertrok ik één week vroeger dan voorzien op hoogtestage naar de Sierra Nevada. Voor 26 dagen in plaats van 19."

26 dagen?! Boring, toch?

“Neen. Ik heb op hoogtestage nog nooit de dagen zitten aftellen. Die vullen zich vanzelf. Trainen van 10 tot 15 uur, hapje eten, beetje slapen, Giro kijken, uurtje blokken voor mijn examen beleggingsleer (keuzevak in zijn masteropleiding marketing, TEW aan de UGent, JDK) dat ik vorige week woensdag aflegde. Voor je het goed en wel beseft ben je aan het avondeten toe en wenkt alweer je bed. 

“Het was bovendien een plezante bende, met Wallays, Keukeleire en Monfort. En het Centro de Alto Rendimiento (CAR) zat vol met collega's. Valverde en zijn Movistar-kompanen. De volledige Tour-selecties van AG2R-La Mondiale en Jumbo-Visma. Een kwartet van Deceuninck-Quick.Step. Enkele CCC'ers ook."

Is zo'n hoogtestage onontbeerlijk geworden in de voorbereiding op de Tour?

“95 procent van het Tour-peloton trainde op grote hoogte. Sierra Nevada, Livigno, Tenerife of, zoals BORA-Hansgrohe, Oostenrijk. Of sliep op zijn minst in een hoogtetent. Je zal me niet horen beweren dat het niet zonder kan – iedereen moet voor zichzelf uitmaken wat werkt en wat niet. Maar ik voel in elk geval het verschil.”

Tim Wellens niet, zegt hij. Hij heeft het gehad met hoogtestages. 'Het heeft geen enkel effect op me'. Kán dat überhaupt?

“Je kunt heel veel doen waardoor het effect nihil wordt. Als je 't fout aanpakt...”

Pakt Wellens het fout aan?

“Misschien wel. Ik kan dat moeilijk inschatten, omdat ik nog nooit met Tim op hoogtestage ben geweest. Maar persoonlijk geloof ik niet in 'non-responders'. Je moet je gewoon strak aan je schema houden. Niet té veel trainen, bijvoorbeeld. Jezelf niet overdoen.”

In principe pluk je dan vanaf dag tien na je hoogtestage de vruchten.

“Zo wil de wetenschap het. (lacht) En die wetenschap laat me doorgaans niet in de steek. Vorig jaar won ik exact op dag tien na mijn hoogtestage de Strade Bianche. Ook hier begon ik sinds donderdag te renderen. Als je neerdaalt van de berg, voel je je de eerste drie dagen supergoed. Omdat je lichaam schrikt en zegt 'amai, zóveel zuurstof!' Vervolgens raken je hormonen wat uit balans door de aanpassing aan het zeeniveau. Dat duurt effectief een dag of tien à veertien. Afhankelijk van persoon tot persoon. En van wat je precies doet in die periode.”

Benoot in rit 7 van de Ronde van Zwitserland. Beeld Photo News

Met welk doel kom je op 6 juli in Brussel aan de start van de Tour?

“Een etappezege. De witte jongerentrui winnen tegen déze Egan Arley Bernal wordt vrijwel onmogelijk. Maar misschien kan ik de trui wel heel even dragen. Dat zou mooi zijn. Volgend jaar kom ik niet meer in aanmerking voor het wit. (grijnst) Dan ben ik onvermijdelijk oud.”

Neem je je Tour-debuut in 2017 als referentie? Toen werd je twintigste.

“Maar die uitschieter ontbrak. Ik startte toen met dezelfde insteek als nu. In de achtste rit naar Station des Rousses liet ik een groep van 41 renners bewust rijden en verloor ik bijna een kwartier. Dat schonk me de vrijheid om te kunnen aanvallen. Wat ik drie, vier keer deed in zware ritten. Finaal bleef ik achter met lege handen, maar kwam ik wel automatisch in de top 20 van het klassement terecht. In die zin hoop ik dus op een nóg betere Tour. Ik ga ervan uit dat die twee maanden rust me deugd zullen hebben gedaan. En dat dat straks gaat opleveren. Ik heb er enorm veel zin in.”

Je oogt alvast messcherp.

“Mijn haar is af, hé. (lacht) Ik sta niet scherper dan anders. Gewoon, goed. In de Tour is elke kilo die je moet meesleuren er een te veel. Er mag er nog eentje af, laat ons zeggen. Maar dat zal hier wel gebeuren. Ik probeer er niet te veel mee bezig te zijn. Vooral lekker ontspannen te fietsen. En op die typische Zwitserse kamikaze-aankomsten uit de gevarenzone te blijven.”

Dit wordt je derde Tour en...

(onderbreekt) “...mijn tweede, eigenlijk.” (grijnst)

Heb je die slechte ervaring van vorig jaar uit je hoofd gebannen (Benoot hield aan een val in de vierde rit een ontwrichte schouder en tal van andere verwondingen over en gaf op)? Of blijft dat sluimeren?

“Ca va, wel. Ik ben toen een keer naar de Gentse Feesten kunnen gaan. (lacht) Dat heeft veel gecompenseerd. Ik houd er geen angstgevoelens aan over, ook niet aan die crash in de Hel. Het is ook niet dat ik met de Tour een eitje heb te pellen. Ik ben niet naar huis gereden. Het was puur pech. Overmacht. Daar kan je niet tegenop.”

Wat ik wilde vragen: neem je graag plaats in die grote internationale etalage die de Tour is?

“Zeker. Een muis wordt er een olifant. En de stress is er immens. Maar ik ben van nature een rustig type. Dat op een of andere manier die stress makkelijk kanaliseert en zich mentaal vlot van alles afsluit. Ik probeer er zoveel mogelijk van te genieten.”

Tiesj Benoot eindigt zesde op de Gotthard in Zwitserland. Beeld Photo News

Voel je druk nu?

“Na de geslaagde Giro zijn ze wel chill, denk ik.”

De ploeg, ja. Ik had het over jou persoonlijk. Heb je het gevoel dat je iets goed te maken hebt na het voorjaar?

“De grootste druk leg ik effectief mezelf op. Maar bon. Ik bereid me altijd voor zoals het moet, probeer de dingen te controleren die controleerbaar zijn. Als het dan niet loopt zoals verwacht, tja... dan kan ik mezelf niets verwijten.”

Eerst is er volgende zondag het BK. In je eigen Gent. Dat is nog eens wat!

(enthousiast) “Ja! Met een aanloop, na de start op het Emile Braunplein, door het stadshart. Botermarkt, Belfortstraat, Vlasmarkt, Sint-Jacobsnieuwstraat. Plekken waar ik als student nog in een andere toestand heb gestaan dan nu. (lacht) Als ik uitging, was het in Gent, hé. En nog steeds. Tof, wordt het. Er zullen een hoop fans en vrienden zijn. Het lokale circuit loopt dan weer via Drongen. Op 50 meter van waar ik vanaf maandag ga wonen, dicht bij mijn ouderlijk huis ook. Alleen jammer dat ze de grote lus door de Vlaamse Ardennen niet lastiger hebben gemaakt.”

Benoot in rit 7 van de Ronde van Zwitserland. Beeld Photo News

Vier keer Lange Munte, drie keer Padde- en Lippenhovestraat. Kan dat bressen slaan?

“Moeilijk te zeggen. De Paddestraat is altijd gevaarlijk. Ik vraag me af of ze het gootje zullen openlaten of niet. Dat kan een cruciale ingreep worden. Stel: op de kasseien rijdt een groep weg met sterke delegaties van Deceuninck-QuickStep, Wanty-Gobert, Sport Vlaanderen-Baloise en wij: wie gaat dat gat dan nog dichten? Daar ligt dus wellicht de sleutel van de koers. Maar eigenlijk kan het op het BK altijd en overal gebeuren. Vier jaar geleden, in Tervuren, vormde de beslissende vlucht zich na welgeteld... een half uur. En zagen we Van Hecke en Roelandts pas aan de finish terug. Tactisch vind ik zo'n titelstrijd altijd moeilijk in te schatten. Je kan met superbenen zitten en toch geen kampioen worden.”

Is dit BK niet gedoemd om uit te monden in een massaspurt?

“Dat denk ik niet. Antwerpen 2017, bijvoorbeeld, was een stuk makkelijker. En daar werd met vijf voor de driekleur gespurt. Wielsbeke 2014 werd er een, maar dat was alleen omdat QuickStep in de slotronde nog alles toereed. Er is voldoende Belgisch potentieel om er een slopende race van te maken. Weinig teams of renners zullen aansturen op een spurt. Voor mij zijn Sep Vanmarcke, Philippe Gilbert en Jasper Stuyven de grote favorieten.”

Ach. Droom gerust even weg. 'Tiesj Benoot, Belgisch kampioen 2019!’

“En dan met die tricolore rondrijden in de Tour, na de regenboogtrui het mooiste shirt van het peloton. Mooi.”

Wedden dat ze bij Team Sunweb, je nieuwe team voor volgend jaar, zondag stiekem mee zullen supporteren?

“Waar ik in 2020 aan de slag ga, laat ik in het midden. Aan die ploeg zelf om daar officieel mee naar buiten te komen. Zo vind ik het maar netjes. Ik heb het, hoe dan ook, zeven jaar lang goed gehad bij Lotto-Soudal. Nog altijd, trouwens. Daar wil ik graag voor bedanken. Met een titel of een Tour-ritzege. Dat zou een fantastisch afscheidscadeau zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden