Zaterdag 08/05/2021

InterviewJan Nyssen

‘Tieners vermoord om te vermijden dat ze later wraak nemen’: Gentse geografen monitoren burgeroorlog in Ethiopië

Een schooltje in Wukro, Tigray, werd begin maart totaal vernietigd bij beschietingen door troepen die de centrale Ethiopische regering steunen. De burgeroorlog in Tigray startte in november.  Beeld AFP
Een schooltje in Wukro, Tigray, werd begin maart totaal vernietigd bij beschietingen door troepen die de centrale Ethiopische regering steunen. De burgeroorlog in Tigray startte in november.Beeld AFP

Voor de Gentse professor geografieJan Nyssen (63) is de burgeroorlog in Tigray geen ver-van-mijn-bedshow. Met een team medestanders verzamelt hij getuigenissen van bloedbaden, executies en georganiseerde voedseltekorten. Zijn rapport leest als een verpletterende aanklacht tegen Addis Abeba. Partijdig? ‘Het zijn wel feiten die we rapporteren.’

In normale tijden focust de onderzoeksgroep fysische geografie van de UGent op de verbanden tussen geomorfologische processen en de interactie mens-milieu. Typische publicaties handelen over de impact van land- en waterbeheer op bodem en reliëf. Maar de voorbije maanden kroop veel onderzoek in een heel ander soort interactie: de burgeroorlog in de Noord-Ethiopische provincie Tigray.

Sinds de start van het conflict op 4 november probeert een team rond professor geomorfologie en hydrologie Jan Nyssen de humanitaire tol in kaart te brengen. Dat mag letterlijk worden genomen, zo blijkt uit het op 9 maart gepubliceerde rapport Tigray: Atlas of the Humanitarian Situation. Bloedbaden, artilleriebeschietingen, lucht- en droneaanvallen: de hele crime scene van de burgeroorlog werd op kaart vastgelegd. De auteurs traceerden stromen vluchtelingen en ontheemden, en registreerden per district het vaak alarmerende peil van voedselvoorraden. De meest opvallende kaart biedt een geografisch overzicht van bevestigde burgerslachtoffers.

“We hebben al meer dan 1.900 namen verzameld”, zegt samensteller Sofie Annys (28). “Allemaal slachtoffers van wie we niet alleen de identiteit kennen, maar van wie we ook weten waar en in welke omstandigheden ze zijn omgekomen. Onze atlas is het resultaat van 2.000 telefoongesprekken, waarvan een honderdtal diepte-interviews met getuigen. We hebben trouwens nog een tweede lijst met meer dan 7.000 slachtoffers die we uit berichten op sociale media en websites hebben gefilterd. Niet volledig bevestigd dus, maar zeer verontrustend.”

Grand Canyon

Annys is als wetenschappelijk medewerker aan de vakgroep geografie verbonden. De voorbije jaren verbleef ze ettelijke maanden in Ethiopië voor haar onlangs verdedigd doctoraat over de stroomafwaartse impact van stuwdammen in Tigray en de aangrenzende regio Amhara. Voor haar promotor is de noodsituatie zo mogelijk nog persoonlijker. Jan Nyssen woonde bijna tien jaar in Tigray, aanvankelijk als projectmedewerker van de Leuvense professor bodemkunde Seppe Deckers, een pionier van de Vlaamse academische samenwerking met Ethiopië. Ook na zijn benoeming tot hoogleraar in Gent bleef hij er kind aan huis.

Ethiopië heeft zich na de val van de militair-communistische dictatuur in 1990 als een internationale donor darling ontpopt. Ook de Belgische ontwikkelingssamenwerking pompte ettelijke miljoenen in een waaier van grote en kleine projecten, veelal toegespitst op landbouw en voedselveiligheid. Verspreid over het hele land, maar het zwaartepunt lag niet toevallig in Tigray. De noordelijke regio was het epicentrum van de apocalyptische hongersnood die in 1984-’85 minstens één miljoen doden eiste en aanleiding gaf tot het legendarische benefietconcert Live Aid.

De ongerustheid over de burgeroorlog leeft in academische kringen. In november publiceerde de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) een scherpe open brief, ondertekend door alle rectoren. Maar niemand stak zijn nek zo ver uit als Nyssen, zelf huiseigenaar in Hagere Selam, een stad van 10.000 inwoners in Tigray.

“Ik denk niet dat ik er nog snel naartoe kan”, zegt Nyssen tijdens een gezamenlijk videogesprek met Annys. “In de Ethiopische media en op sociale netwerken word ik als een marionet van de Tigrese regeringspartij TPLF afgeschilderd. Dat gaat behoorlijk ver. Twee jaar geleden heb ik voor een wetenschappelijke uitgeverij een boek over geotrekking in Tigray gemaakt. Het Tigrese ministerie van Toerisme had er grootse plannen mee. Het beschreven gebied moet niet voor de Grand Canyon onderdoen, er is veel potentieel voor avontuurlijke reizen. Nu gaat in Ethiopië het gerucht dat ik het boek speciaal heb gemaakt om het TPLF de weg te wijzen naar verborgen grotten van waaruit ze de guerrilla tegen de centrale regering kunnen organiseren. Alsof ik twee jaar geleden al in een complot zat om een opstand tegen Addis Abeba te ontketenen.”

Het laat zich raden dat de Ethiopische autoriteiten niet opgezet zijn met het Gentse rapport over de humanitaire noodsituatie. De auteurs kregen naar eigen zeggen wel complimenten van verschillende ngo’s en ambassades. “In alle discretie weliswaar”, zegt Nyssen. “Ngo’s en diplomaten hebben eindelijk een beperkte toegang tot het oorlogsgebied gekregen. Die willen ze niet op het spel zetten door Addis Abeba te irriteren.”

Officieel is de burgeroorlog voorbij. Op 28 november, na vier weken van intense gevechten, mocht premier Abiy Ahmed victorie kraaien. Mekelle, de hoofdstad van de opstandige regio, was heroverd en de leiders van het Tigray People Liberation Front (TPLF) waren met hun troepen naar de bergen gevlucht. Bij de herovering was volgens Abiy Ahmed niet één burgerslachtoffer gevallen. De Ethiopische leider, in 2019 laureaat van de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn democratische hervormingen en vooral zijn vredesakkoord met buurland Eritrea, neemt wel vaker een loopje met de waarheid. Ondanks verpletterend bewijsmateriaal bleef hij tot vorige week ontkennen dat zijn troepen door het leger van gewezen aartsrivaal Eritrea werden gesteund.

Ark des Verbonds

Eind februari publiceerde Amnesty International een ophefmakend rapport over een bloedbad dat op 28 en 29 november in Aksum werd aangericht. Honderden burgers werden thuis of op straat afgeslacht. Door Eritrese militairen, zo blijkt uit de getuigenissen die Amnesty International kon verzamelen. Nyssen en Annys waren allerminst verrast. De Eritrean Defence Forces (EDF) lopen als een rode draad door de getuigenissen die ze konden opdiepen.

“We hebben het bloedbad van Aksum zelf onderzocht”, zegt Nyssen. “We zijn er met veel moeite in geslaagd een koster van de kathedraal te bereiken. Dat is niet zomaar een kerk, maar de plek waar volgens de Ethiopisch-orthodoxe traditie de Ark des Verbonds wordt bewaard. In vroegere tijden waren gebedshuizen heilig, het waren de plaatsen waar mensen voor geweld gingen schuilen. In deze burgeroorlog wordt echter niets ontzien. In en om de kathedraal van Aksum werden tientallen mensen vermoord. De koster was zo emotioneel dat hij niet uit zijn woorden kwam.

“We probeerden hem te troosten met de overweging dat de Ark des Verbonds tenminste ongeschonden was gebleven. Dat gaf een klik, hij begon honderduit te vertellen over de gruwelen die zich voor zijn ogen hadden afgespeeld. Burgers werden op straat geëxecuteerd. Zo had hij gezien hoe een man zijn benen werden afgehakt met de sikkel die hij met zich meedroeg om op zijn veld gewassen te oogsten. Onze nieuwsbrief met zijn verhaal werd door Associated Press opgepikt. Ze hebben via ons de koster gecontacteerd om zijn verhaal nog eens grondig te checken. Zo is het bloedbad van Aksum wereldnieuws geworden, nog voor het rapport van Amnesty International verscheen.”

Tigrese vluchtelingen vullen hun jerrycans met water. Nyssen: ‘Voedsel is een wapen in deze burgeroorlog.’  Beeld AP
Tigrese vluchtelingen vullen hun jerrycans met water. Nyssen: ‘Voedsel is een wapen in deze burgeroorlog.’Beeld AP

Sofie Annys heeft uit de morbide cijfers patronen gedistilleerd. Drie procent van de bevestigde slachtoffers is bij luchtbombardementen of artilleriebeschietingen omgekomen. Verrassend weinig; massamoorden en standrechtelijke executies wegen veel zwaarder door, net zoals moorddadige huiszoekingen en fataal afgelopen arrestaties.

“Meer dan de helft van de executies werd aan Eritrese soldaten toegeschreven”, zegt Annys. “In een kwart van de gevallen is er geen uitsluitsel over de daders, de rest komt op het conto van het Ethiopische leger en leden van Amhaarse milities die van de burgeroorlog gebruikmaken om oude rekeningen met Tigray te vereffenen.”

Opvallend: 93 procent van de slachtoffers zijn mannen, wat volgens Nyssen wijst op een strategie om potentiële rekruten voor de Tigrese guerrilla preventief te elimineren. “Zelfs tieners worden niet gespaard, wellicht om te voorkomen dat ze later wraak zouden nemen.”

Voor het verzamelen van getuigenissen spraken Annys en Nyssen hun eigen netwerk aan. Academische collega’s in de steden, projectmedewerkers te velde, persoonlijke kennissen. Ze kregen hulp van de Leuvense burgerwetenschapper Tim Vanden Bempt, zelf getrouwd met een Ethiopische uit Tigray. Toch was het geen sinecure. Sinds begin november is Tigray van de buitenwereld afgesloten. Grenzen zijn dicht en het internet ligt plat. Sinds kort is gsm-verkeer weer mogelijk, maar uitsluitend in de grotere steden.

“Gelukkig zijn Tigreërs erg bedreven in het vinden van achterpoortjes”, zegt Nyssen. “De eerste gesprekken verliepen via satelliettelefoons van enkele zeldzame ngo-medewerkers in de regio. Anderen zochten de regionale grenzen op waar het netwerk wel werkte. Het grootste obstakel was de angst. Zeker op het hoogtepunt van de oorlog durfden mensen zich niet uit te spreken. Als we naar details vroegen, verscholen ze zich achter gemeenplaatsen. Dat er heel erge dingen gebeurden, verder kwamen ze niet. Maar na verloop van tijd hoorden we steeds meer expliciete verhalen. Daarin speelt de wet van het getal: hoe meer verhalen, hoe minder terughoudendheid want hoe kleiner de kans dat de autoriteiten de bron kunnen traceren. Ik denk dat er de komende maanden nog veel schokkend materiaal boven water zal komen.”

Genadeschoten

Zoals het YouTube-filmpje van een massa-executie bij de rand van een klif in het plaatsje Mahbere-Dego, op vijftien kilometer van Aksum. Lijken van jonge mannen worden door regeringssoldaten over de rand gedumpt, op de achtergrond zie je andere militairen achteloos de laatste genadeschoten geven. Het filmpje, vanuit de Verenigde Staten door Tigrese satellietzenders verspreid, viel drie weken geleden als een bom tijdens een geleid bezoek van diplomaten aan de plaats Mekelle.

“Premier Abiy Ahmed probeert de internationale gemeenschap ervan te overtuigen dat de toestand onder controle is”, zegt Nyssen. “Dan komt zo’n filmpje hoogst ongelegen. Toch is er een schijn van normaliteit ingetreden. In Mekelle werd een interim-regering met een CEO benoemd, een Tigreër die door de bevolking als een collaborateur wordt beschouwd. De geplunderde universiteit is opnieuw open, ook al zijn verschillende professoren naar Addis Abeba of het buitenland gevlucht. Via tussenpersonen heb ik een paar diplomaten de weg naar enkele interessante plekken buiten Mekelle gewezen. Zo konden ze een dorp bezoeken waar zelfs de bijenkorven in brand werden gestoken. Ook dat is geen unicum, op heel wat plaatsen werden oogsten platgebrand en vee afgeslacht. Voedsel is een wapen in deze burgeroorlog.”

Hij deelt een link van een pas ontvangen videofragment. Een colonne van vijfduizend uitgemergelde mensen stroomt de centraal gelegen provinciestad Shire binnen. Het beeld zegt veel over de huidige toestand in Tigray. Begin februari werd het aantal vluchtelingen en ontheemden op 2,5 miljoen geschat, bijna de helft op een bevolking van 6 miljoen. Nu de acute oorlogsvoering achter de rug ligt en het conflict naar een guerrillafase evolueert, is een terugkeerbeweging aan de gang.

“De invasie door het Ethiopische leger en zijn bondgenoten heeft vooral de stedelijke bevolking massaal op de vlucht gedreven”, zegt Nyssen. “Afgelegen dorpen in de bergen of in de bossen werden overspoeld. Er is traditioneel veel solidariteit, maar die stopt als er echt geen voedsel meer is. De haveloze mensen die nu in Shire aankomen, hebben wellicht een odyssee langs verschillende dorpen achter de rug, tot ze geen andere uitweg meer zagen dan naar bezet gebied terug te keren. De autoriteiten gebruiken voedselhulp om mensen terug te lokken. Niet uit humanitaire overwegingen, maar om de achterban van het TPLF te verzwakken. We hebben verhalen gehoord van vrouwen aan wie voedselhulp werd geweigerd omdat hun man nog in de bergen zat.”

Nyssen zou zichzelf een slachtoffer kunnen noemen. Zijn huis in Hagere Selam werd in november grondig geplunderd. “Door Eritrese soldaten”, weet hij via bronnen ter plaatse. “Ethiopiërs zijn kieskeurig, ze nemen alleen waardevolle spullen zoals juwelen en gsm’s mee. Eritrese soldaten plunderen alles, zelfs mijn kleren en plastieken keukenemmers zijn verdwenen. Naar het schijnt reizen hun vrouwen hen achterna. Achter de frontlinie bundelen ze de buit in grote pakken die met vrachtwagens naar Eritrea worden afgevoerd. Het zegt veel over de bittere armoede in dat land.”

Voor het materieel verlies haalt hij de schouders op. Veel erger zijn de zestig burgers die bij de inname van het stadje werden afgeslacht, onder wie drie bekenden die op de lijst van bevestigde slachtoffers zijn beland.

Nieuwe hongersnood

Met zo’n achtergrond valt te begrijpen dat hij met een geëngageerde blik naar het conflict kijkt. In een oorlog heeft echter ieder kamp zijn waarheid. Toch rept zijn rapport niet specifiek over het bloedbad van Mai Kadra op 9 en 10 november, door Amnesty International op basis van drie getuigenissen aan het TPLF toegeschreven. Er zouden honderden, vooral Amhaarse slachtoffers zijn gevallen, maar slechts een vijftigtal namen van Tigreërs haalde de lijst in het Gentse rapport. “Van de Amhaarse slachtoffers zijn geen namen bevestigd”, legt Nyssen uit. “Ook niet door de Ethiopische mensenrechtencommissie die ter plaatse is geweest. Over Mai Kadra, een van de 94 bekende bloedbaden, is het laatste woord trouwens niet gevallen. Er circuleren heel andere versies dan wat in het eerste Amnesty-rapport staat.”

Niettemin: Nyssen beseft dat hem subjectiviteit wordt aangewreven, op sociale media wordt hij voor TPLF-terrorist uitgescholden. Critici geeft hij telkens lik op stuk. “Ik vraag hen of mijn engagement iets verandert aan de feiten die ik meld. Daar hebben ze geen antwoord op.”

Enkele weken geleden waarschuwde de Leuvense professor Seppe Deckers in Knack voor een herhaling van de rampzalige hongersnood uit de jaren tachtig. “Terecht”, zegt Nyssen. “De vorige oogst was al half mislukt. Eerst verplichtte de sprinkhanenplaag de boeren hun onvolgroeide gewassen voortijdig te oogsten, daarna brak de burgeroorlog uit. De volgende weken zijn cruciaal, de gronden moeten worden geploegd, bemest en ingezaaid. Door de aanhoudende chaos wordt dat onmogelijk, vele boeren hebben trouwens van pure honger hun zaaigoed opgegeten. Een tweede mislukte oogst dreigt een catastrofe te worden.”

Rebellen

Intussen neemt de internationale druk op Addis Abeba toe om een einde te maken aan de bezetting en internationale waarnemers toe te laten. Het scherpst klonk de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken, die Ethiopië van etnische zuiveringen beschuldigde. Het is de vraag of het allemaal veel indruk maakt. Aan het conflict gaat een complexe geschiedenis vooraf met binnenlandse sektarische tegenstellingen en regionale geopolitieke agenda’s als middelpuntvliedende krachten. Ethiopië transformeerde na vijftien jaar staatseconomie tot een Afrikaanse tijger met jaarlijkse groeicijfers van 6 procent en meer. Dat economische mirakel voltrok zich onder de autoritaire leiding van een eenheidspartij die alle bevolkingsgroepen en regio’s pretendeerde te weerspiegelen.

Toch lijdt het geen twijfel: tot het aantreden in 2018 van Abiy Ahmed – half Amhaars, half Oromo – lag het zwaartepunt van de politieke en economische macht bij het Tigrese TPLF. Ook daarin spreekt de geschiedenis: het TPLF verwierf die macht nadat het samen met het Eritrese EPLF de dictatuur van Mengistu had omvergeworpen. Lang hield hun alliantie niet stand. EPLF-leider Isaias Afwerki scheurde zijn land af, en niet veel later brak tussen Ethiopië en Eritrea een langdurige en erg bloedige grensoorlog uit. Precies die voorgeschiedenis maakt de anti-TPLF-coalitie zo troebel. Is de Eritrese dictator uit op gebiedsuitbreiding? Heeft Abiy Ahmed hem concessies gedaan in het besef dat het Ethiopische leger niet tegen de gewapende arm van het TPLF was opgewassen? En was dit misschien allemaal al bedisseld tijdens de onderhandelingen over het ophefmakende vredesakkoord tussen beide gewezen aartsvijanden?

Ook Nyssen en Annys kunnen er alleen over speculeren, maar het sektarisme kent voor hen weinig geheimen. “Ik heb me daar vaak over verbaasd”, zegt Annys. “Vooral in de Amhara-regio merkte ik vaak een diepe haat tegen Tigreërs. Niet bij de dorpelingen, het borrelde op tijdens gesprekken met tolken of collega’s aan de universiteit. De overtuiging dat ze werden uitgebuit door het TPLF zat er echt wel ingebakken. En dat was voor de oorlog.”

De prognoses zijn niet rooskleurig. Tigray dreigt het toneel te worden van een van de vele eindeloze conflicten op Afrikaanse bodem. “Dertig jaar vooruitgang dreigt teloor te gaan”, zegt Nyssen, die met lede ogen vaststelt dat alle lopende samenwerkingsprojecten zijn stilgevallen. “Ik vrees dat Abiy Ahmed een zware inschattingsfout heeft gemaakt. Het TPLF was op zijn retour in Tigray. Ik hoorde de voorbije jaren steeds meer kritiek op hun autoritaire en bureaucratische aanpak. Door de oorlog is die kritiek verstomd, alle Tigreërs staan nu achter het TPLF. Of nog preciezer: achter de gewapende vleugel, de Tigray Defence Forces. ‘Woyane’ betekent in het Tigrinya zoveel als rebel. Welnu, heel Tigray voelt zich nu woyane.

“Natuurlijk bestaat de kans dat Abiy Ahmed met zijn overmacht het verzet kan breken, zoals met de Tamil Tijgers in Sri Lanka is gebeurd. Maar dat zal geen vrede brengen. Na de gruwelen van deze oorlog zal er een nieuwe generatie woyanes opstaan, en die zal resoluut voor de onafhankelijkheid van Tigray gaan.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234