Zondag 17/11/2019

Tien redenen om eens een moeilijk boek te lezen

Prachtig gepresenteerd, iets te weinig gesynthetiseerd: wat mannelijk Europa en Amerika deze eeuw bij elkaar hebben gedacht

Als dit geen ambitieuze opzet is: een intellectuele biografie van de twintigste eeuw, onder de noemer De denkers. Er dient dus van uitgegaan dat de 59 personen die worden besproken de manier van denken van onze stilaan afgelopen eeuw ingrijpend hebben beïnvloed. En alleen zij. Een hamvraag daarbij is wie ware 'denkers' zijn. En wat is denken? Er liggen wat, jawel, denkfouten ten grondslag aan dit boek. Maar daarom niet getreurd.

door Jef Coeck

samengesteld door Hans Achterhuis, Jan Sperna Weiland, Sytske Teppema en Jacques De Visscher Contact, Amsterdam/Antwerpen, 639 p., 1.990 frank

De keuze die in De denkers is gemaakt wordt niet verantwoord. We moeten voetstoots aannemen dat dit ze dan zijn (geweest). Wie niet in het rijtje staat is of geen denker, of hoort niet thuis in het gedachtengoed van de twintigste eeuw. Het eerste wat opvalt is dat de alfa's het ruimschoots winnen van de bèta's. Er zijn maar tien beoefenaars van de exacte wetenschappen opgenomen, als we de omstreden discipline psychologie even buiten beschouwing laten. We tellen drie natuurwetenschappers, twee wiskundigen, twee economen, een bioloog en twee beoefenaars van de wetenschapsleer, die laatsten weliswaar in combinatie met filosofie. Het label filosofie komt trouwens niet minder dan 26 keer voor. Ook nog taalwetenschap, sociologie, geschiedenis, antropologie, theologie, ethiek, logica. En literatuur. Maar ook deze kwalificatie moet blijkbaar fatsoenshalve worden opgepoetst met 'serieuzere' disciplines als filosofie en taalwetenschap (Sartre, de Beauvoir, Eco).

Tweede punt: het zijn allemaal Europeanen of Amerikanen. Tenzij men van Albert Camus een Algerijn zou willen maken. Gandhi? Julius Nyerere? Nelson Mandela? De Dalai Lama? Nooit van gehoord. Toch kan men niet zeggen dat zij een niet meer dan onbeduidende bijdrage hebben geleverd aan het denken in onze eeuw. Zes vrouwen lijkt me ook wat weinig, Marie Curie is er niet eens bij, laat staan Germaine Greer.

Drie. Relatief veel Nederlanders blijken deze eeuw ingrijpend te hebben beïnvloed: Huizinga, Brouwer, Jan en Annie Romein, Tinbergen, Beth. België komt er zoals steeds bekaaid af, het zal wel aan onszelf liggen. Lévi-Strauss is weliswaar een geboren Brusselaar, maar hij wordt niet onterecht als een Franse denker opgevoerd. Nobelprijswinnaar Prigogine is Moskoviet maar Belg door naturalisatie. En Edward Schillebeeckx mag dan in Antwerpen ter wereld zijn gekomen, zijn theologische verkenningstochten voert hij exclusief in Nederland en andere buitenlanden uit.

Vier. Kunstenaars, behalve de genoemde literatoren, lijken niet te denken. Mondriaan, Herman Hesse, Joyce, Hergé, Picasso, Sjostakovitsj, Walt Disney? Geen spoor. Hetzelfde geldt voor politici. Lenin, Spaak, Mao, Goebbels, Balfour? En Adolf Hitler? Helaas kan men van hem niet zeggen dat hij niet dacht (was het maar waar geweest), of dat hij de geschiedenis niet zou hebben beïnvloed (idem). Journalisten komen helemaal niet aan de bak, hoewel ik Mark Twain, Theodor Herzl en Walter Cronkite toch bij de grote denkers van deze eeuw zou willen rekenen.

Vijf. Tot mijn verbijstering blijkt uit dit boek een zeer statische opvatting van de geschiedenis. Het lijkt wel of het denken in de twintigste eeuw alleen door bewoners van de twintigste eeuw bepaald is. Ik kan wel vermoeden dat dat aan de uitgever ligt, die moet altijd van die one-liners hebben (Biografie Van De Twintigste Eeuw) en ze moeten ook nog ondergebracht worden op de planken van de boekhandel (Filosofie/Hedendaags). Maar heeft nu niemand bedacht dat in deze aanpak een grenzeloze minachting voor ons verleden schuilt? Annex de pretentie dat we zelf het warm water hebben uitgevonden? Is de twintigste eeuw zelfs maar denkbaar zonder Plato, Aristoteles, Paulus, Franciscus, Benedictus, Keppler, Galilei, Kant, Spinoza, Shakespeare, Goethe, Beethoven, Wagner en Leo Apostel? A la limite zelfs de denkproducten van Tolkien, Desmond Morris, Barbara Tuchman en Snoecks Almanak?

Zes. Nu dan het goede nieuws. Voor ingewijden zal het geen verrassing zijn, dit is een publicatie van Filosofie Magazine. Dat heeft zijn voor- en nadelen, zoals hierboven reeds uiteengezet. Uit de al te beknopte en oppervlakkige inleiding blijkt dat de redactie/uitgever nogal wat interessante teksten achter de hand houdt. We mogen dus vervolgdelen verwachten. Wat mij betreft zijn ze welkom.

De aanpak van dit boek is aantrekkelijk. Elke denker krijgt zijn beknopte biografie, een kritische beschouwing van zijn ideeën met sleutelwoorden in de marge, plus een primaire en secundaire bibliografie. De stukken zijn niet te lang en kunnen worden aangewend als studie- of referentiemateriaal. Het opzoekgehalte is optimaal. Een nadeel is dat de bijdragen door diverse auteurs zijn geschreven, de eenheid van aanpak is tamelijk zoek. Sommige medewerkers hanteren een toegankelijker stijl dan andere. Ook ontbreekt een biootje van de auteurs, de lezer mag toch weten wie de schrijver is? De uitgebreide personen- en zakenregisters zijn een noodzakelijk hulpmiddel en ontbreken gelukkig niet. Het is een gebonden uitgave - die komen, hoera, opnieuw in zwang - met een fascinerend omslag. Een sieraad voor de boekenkast en het smaakt naar meer.

Zeven. Natuurlijk zijn de meeste auteurs toch wel bekend in kringen van vaklui en niet al te luie amateurs - tot die laatste categorie reken ik mezelf. Wat blijkt? Hier komt ons land(sdeel) wel behoorlijk aan bod, met namen als Jacques De Visscher (medesamensteller), Patricia De Martelaere, Jo Tollebeek, Koen Raes en Jean-Paul Van Bendegem. Die laatste blijkt het actiefst te denken, of althans te schrijven, met niet minder dan vier bijdragen. Ze gaan over Luitzen Egbertus Jan Brouwer, Rudolf Carnap, Evert Willem Beth en Ilya Prigogine. Van Bendegem is hoogleraar filosofie aan de VUB en gastprofessor in Gent. Behalve naar zijn vak gaat zijn belangstelling ook uit naar logica, wiskunde en wetenschapsfilosofie. Hij is lid van de sceptische beweging in Vlaanderen, die zich onder meer tot doel heeft gesteld om peuten, gogen en andere New Agers te ontmaskeren, een doel dat helaas nog lang niet is bereikt.

Van Bendegem heeft heel wat gepubliceerd. Het enige wat ik van hem gelezen heb is Tot in der eindigheid (Hadewych). Laten we zijn stuk over onze Nobelprijswinnaar Prigogine even nader bekijken. De biografie is uiterst kort gehouden, een halve pagina. Dat is dan weer ruimte uitgespaard voor de kritische beschouwing. Die is even vlot als leerzaam. De 'demon van Laplace' was voor mij een openbaring. De Franse natuurkundige markies Pierre-Simon de Laplace (1749-1827) heeft, zegt Prigogine volgens Van Bendegem, de theorie ontwikkeld dat er mogelijkerwijze op een bepaald moment een wezen kan bestaan dat de posities en de snelheden kent van alle materiedeeltjes in het universum. Dit wezen zou derhalve zowel het verleden als de toekomst volledig kennen en tevens kunnen determineren. Vandaar de betiteling 'demon' - en niet 'god', zoals je zou verwachten.

Over Prigogine zelf meldt Van Bendegem dat hij terecht de Nobelprijs scheikunde heeft gekregen, want hij heeft aangetoond dat orde uit chaos door kleine veranderingen mogelijk is. Ik ben best bereid om dat op zijn gezag te aanvaarden. Alleen, denk ik, komen we dan dadelijk terecht bij de ontstaansgeschiedenis van het heelal, dus de genesis, dus het katholicisme en soortgelijke religies. We vernemen weliswaar dat Prigogine, na het ontvangen van zijn Nobelprijs, in het spoor van de kwantummechanica en de kosmologie belandde en dat niet iedereen hem in dank heeft afgenomen. Maar ik weet nog steeds niet of de goede man voor zichzelf kosmogenetische conclusies heeft getrokken uit zijn eigen bevindingen. Dat had Jean-Paul Van Bendegem er gemakshalve in een kleine paragraaf toch aan toe kunnen voegen?

Acht. De historici zijn een onderwerp dat me wat meer ligt. Huizinga, Jan en Annie Romein worden vermeld. Waarom niet Pieter Geyl? Of als we van Nederland naar Frankrijk verhuizen, waarom Braudel en niet Georges Duby? Maar goed, over de verscheurende keuzen heb ik het al gehad. Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen heb ik onlangs nog tot mij genomen, in de nieuwe uitgave van Contact. Ik kan dus nu snel even doorlezen, zonder notities te nemen? Jazeker. Bovendien worden mijn vooroordelen over Huizinga ten volle bevestigd, en dat is altijd leuk om te lezen. Na een ruime biografie van volle twee pagina's volgt een uiteenzetting over 's mans opvattingen. Hij was pluralist, bezat een virtuoze beheersing van het Nederlands, hechtte belang aan de ethische imperatief. In andere werken dan zijn Herfsttij waarschuwde hij, na een reis door de VS, tegen vervlakking door radio, bioscoop en schrijvende pers. Nil novi sub sole, de televisie was nog niet eens in gebruik. Een openbaring voor mij was zijn 'historische sensatie', het beleven van de waarheid door de studie van de geschiedenis. De auteur (A. van der Lem) vergelijkt het met de bijna orgastische beleving van muziek, het intense bezig-zijn-met. De Vierde Dimensie, als het ware. Dat begrijp ik, je kunt ook denken met andere lichaamsdelen dan de grijze cellen. Nee, dit is zeker niet het slechtste onderdeel van dit monumentale werk. Misschien ook niet het beste, maar in het korte bestek van enkele weken heb ik niet alles kunnen of willen lezen. Dit is een werk dat maanden, zoniet jaren moet meegaan.

Negen. Bevat dit boek ook de waarheid, die de filosofie immers beoogt na te streven? Het zou van zelfoverschatting getuigen indien ik deze vraag op welke wijze dan ook zou beantwoorden. Ik kan hooguit vergelijkend te werk gaan. Laten we eens een bekende denker als Martin Heidegger nemen. Wat zegt over hem de beroemde Britse filosoof Bryan Magee - intussen geliefd bij de donderdag- en zaterdaglezers van deze krant?

Magee rept met geen woord over Heideggers sympathieën voor het nazisme. Dat die op zijn minst een korte tijd hebben bestaan, lijdt geen twijfel - dat blijkt dan weer ondubbelzinnig uit De denkers. Toch geen onbelangrijk detail, zeker in het licht van de hedendaagse discussies over Heidegger. Vervolgens, Heidegger is moeilijk te lezen en te begrijpen, geeft Magee toe. "Uitleg is nodig, ik worstelde met hem." Van deze worsteling geen spoor bij het vakblad Filosofie Magazine en de gelegenheidsauteur (E. van Doosselaere). Voor hem is het blijkbaar allemaal kristalhelder: De zijnsvraag, de fundamentele ontologie, het in-de-wereld-zijn, de affectieve gesteldheid, het begrijpen, de rede, geworpenheid, schuld, afbraak van de metafysica, het rekenende denken, het Niets, Lotsbestemming, onmacht en overgave, et j'en passe.

Wat ik soms mis in dit boek is de korte, vergelijkende en genadeloze analyse/synthese van Magee: "Het is ontstellend moeilijk om Heidegger te lezen - zijn stijl is even troebel als die van Hegel - maar Sein und Zeit is volgens mij zonder twijfel een werk van klassieke en blijvende betekenis. (...) mogelijk zal die door een andere schrijver eens helderder en boeiender worden weergegeven, zodat Sein und Zeit zelf niet meer hoeft te worden gelezen. Dat is tot nog toe niet gebeurd. Jean-Paul Sartre, die Heideggers werk zei te willen populariseren, begreep het niet goed en verdraaide het, vermengde het met zijn verwrongen versies van de denkbeelden van Descartes en Marx, om over zijn eigen toevoegingen nog maar te zwijgen."

Een briljante synthese, toch? Correct of verkeerd, dat doet even niets ter zake. Het punt is dat in de paginalange 'Kritische beschouwing' van De denkers over Heidegger de naam Sartre niet éénmaal opduikt. Hoe kan dat nu? denk ik dan als gewone buitenjongen. Ik bedoel maar, het is niet altijd eenvoudig om dit boek te gebruiken. Het kan ongetwijfeld dienst doen als leerboek of naslagwerk. Maar de waarheden die erin verkondigd worden zijn even absoluut als E=mc2. Relatief dus. Zelfs Einstein kon zich vergissen, en dat blijkt dan weer terecht in het aan hem gewijde hoofdstukje. De slotzin ervan luidt: "De waarde van de bijdrage van Einstein aan het denken in de twintigste eeuw is voorlopig nog niet te meten."

Tien. Kortom, dit boek schreeuwt om een vervolg. Of twee, of drie vervolgen. Ik zal ze aanschaffen, met liefde raadplegen en mij vervolgens ergeren aan de onvolkomenheden of de dikdoenerij. Maar is volkomenheid wel van de twintigste eeuw? De Renaissancemens die alles kende bestaat niet meer. Dikdoeners die beweren alles te kennen, daarentegen...

Is volkomenheid wel van de twintigste eeuw?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234