Zaterdag 07/12/2019

Onderwijs

Tien procent van deze speelplaats is zeer kansarm

Beeld PHOTO_NEWS

Tien procent van de leerlingen in het secundair onderwijs is zeer tot extreem kansarm. Dat blijkt uit nog niet gepubliceerde cijfers van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). Nog verontrustender is het onevenwichtig kleine aandeel kansarme kinderen in het aso. 'Veel jongeren worden al in het basisonderwijs naar een lager niveau gestuurd.'

De laatste jaren gaat het aantal kansarme kinderen in Vlaanderen volgens Kind & Gezin in stijgende lijn. Daar zijn een aantal belangrijke oorzaken voor. Ten eerste neemt de ongelijkheid in België de laatste decennia alleen maar toe. Ten tweede speelt de toenemende versplintering van gezinnen een grote rol. Wie opgroeit in een eenoudergezin loopt meer risico op armoede - net als kinderen uit gezinnen met een migratieachtergrond.

"Ik zie geen enkele factor die in de andere richting gaat", zegt professor Ides Nicaise van de KU Leuven. "Daar moeten we ons ernstige zorgen over maken."

De Vlaamse overheid meet het aantal kansarmen in het onderwijs via de zogenaamde onderwijs kansarmoede indicator (OKI). Die heeft vier kenmerken: laag opleidingsniveau van de moeders, andere gezinstaal dan het Nederlands, de buurt waar het kind woont heeft een hoge mate van schoolse vertraging en het krijgen van een schooltoelage. Een kind dat aan drie of vier van deze kenmerken voldoet, is zeer tot extreem kansarm.

Kansarmoede in middelbaar onderwijs

Een scholier is zeer tot extreem kansarm als aan drie of vier van deze criteria wordt voldaan:

1. De moeder heeft derde graad secundair onderwijs of zevende jaar bso niet afgemaakt

2. De leerling spreekt thuis geen Nederlands

3. De ouders van de leerling krijgen een studietoelage

4. Het gezin woont in een buurt met veel schoolachterstand

Grote achterstand

Een van de perverse effecten is dat kansarme kinderen vaker en sneller in een lager niveau van het onderwijs terechtkomen, volledig los van de eigen kwaliteiten. Experts zien een groot deel van de oorzaak in het basisonderwijs. "Kinderen met leer- of gedragsproblemen worden in het basisonderwijs te snel naar het buitengewoon onderwijs verwezen", legt Nicaise uit. "Daar is een te grote groep uit kansarme milieus of met een migratieachtergrond, waar taal een grote factor speelt."

Dikwijls stappen die kinderen in het secundair weer over naar het regulier onderwijs, zegt Nicaise. "Daar hebben ze meteen met een grote achterstand te kampen."

Lager onderwijs kan maximaal zeven jaar duren, wie na een keer te blijven zitten de zes jaar niet heeft afgewerkt, moet naar het secundair. Daarmee haal je de verantwoordelijkheid weg van het basisonderwijs, en dat is een probleem, vindt Nicaise. "In een recent onderzoek hebben we kunnen vaststellen dat de helft van de jongeren die het secundair vroegtijdig verlaten, geen diploma basisonderwijs had. Als er risico's zijn, kun je die dus al vroeg vaststellen."

Ten slotte is de overgang van basis- naar secundair onderwijs cruciaal en ook daar loopt het mis. Onderwijsspecialist en professor Paul Mahieu van de Universiteit Antwerpen: "Er is nood aan een objectievere verwijzing op basis van competenties. Wat er nu gebeurt, is soms nattevingerpolitiek op basis van de achtergrond van het kind."

Gespecialiseerde leerkrachten

Uit onderzoek blijkt dat veel jongeren met een migratieachtergrond klagen dat ze op jonge leeftijd naar een lager niveau zijn gestuurd. Het verguisde M-decreet, dat op 1 september van start gaat en reguliere scholen verplicht om kinderen met lichte fysieke of verstandelijke beperkingen toe te laten, is volgens een aantal experts vooral positief voor kansarme kinderen die anders te snel naar het buitengewoon onderwijs worden verwezen.

Met het gelijkekansenbeleid in het onderwijs richt de Vlaamse overheid zich al specifiek op deze doelgroep kansarme kinderen, maar dat beleid heeft maar een beperkt effect gehad, meent Nicaise. "In Vlaanderen ligt de nadruk op het kwantitatieve, om meer leerkrachten in te schakelen, terwijl internationaal onderzoek aantoont dat het kwalitatieve een veel grotere impact heeft." Er moet met andere woorden meer geïnvesteerd worden in gespecialiseerde leerkrachten, zodat wie al kwetsbaar is, niet onnodig meer risico loopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234