Zondag 13/06/2021

10 jaar tsunami

Tien jaar na de tsunami: Atjeh is herrezen als shariastaat

null Beeld Foto AFP
Beeld Foto AFP

De kaalslag, de opgezwollen lichamen, de stank. Je had het weggestopt, maar het is nooit helemaal weg. Indonesië-correspondent Michel Maas keert terug naar Atjeh.

Het Novotel is er nooit gekomen, maar de betonnen palen van de fundering staan er nog steeds. Een lijkenzeef was het: de tsunami spoelde honderden lichamen deze kant op en toen het water zich terugtrok bleven die hangen achter de palen, en in de bouwput. De put is gedempt en afgedekt met een teletubbiegazonnetje. De palen steken er nog een beetje uit, als stille orgelpijpen. Ze zijn geschilderd in de vrolijke kleuren van de kleuterschool. Niets wijst meer op dat babylijkje dat hier na de tsunami dagen lag te stinken tot iemand het op een nacht met benzine overgoot en in brand stak. Niets wijst meer op de tsunami.

De herinneringen zijn er nog wel, maar de pijn ontbreekt. Ook de stank is weg. Atjeh is herrezen, opgepoetst en geschilderd. De tsunami is verstild in hippe orgelpijpen, een museum, een smakeloos monument van een betonnen golf ('Dank aan de Wereld') en een paar schepen die midden in de stad zijn neergekwakt en daar zijn blijven liggen voor toeristen die van dat soort dingen houden. Verder zie je er nergens meer wat van.

Waarom het hotel nooit is afgebouwd, weet niemand meer precies. Misschien was het omdat de tsunami-lijken de funderingen hadden bezoedeld, misschien hebben de imams van de grote moskee aan de overkant de komst van zo'n westerse poel van verderf verboden, of een combinatie van die twee.

null Beeld Foto Reuters
Beeld Foto Reuters
null Beeld Foto Getty
Beeld Foto Getty

Tsunami in de school

'Build Back Better' werd het motto van de hulpverleners en de bouwers in Atjeh, en dat lijkt op het eerste gezicht aardig gelukt. Overal staan nieuwe huizen, overal liggen nieuwe asfaltwegen. De tsunami is nog maar een bordje dat een vluchtroute aanwijst. Overbodig, want iedereen kent die route toch al. Daar wordt voor geoefend.

In 'SD2' (openbare lagere school nummer 2) in Banda Atjeh schudden op maandagochtend alle bankjes. Dat doen de kinderen zelf, met hun knietjes. Kinderen gillen. Het is net echt. De juffrouw roept wat ze moeten doen: bedek je hoofd met je tas, duik onder de bankjes, en dan bidden maar. "Allahu akbar, Allahu akbar, Allahu akbar, Allahu akbar, Allahu akbar..." ('God is groot') scandeert de juf, en de kinderen scanderen het na. Als het schoolhoofd door de luidspreker tettert dat deze aardbeving gevolgd kan worden door een tsunami, stommelen alle klassen haastig naar de tweede verdieping.

Het is een oefening, maar net echt, met brancards, 'kleine dokters' (dokter kecil), 'gewonden', en zelfs, helaas, een 'dode'. "Eén dode maar", zegt het schoolhoofd. Dat is zo goed als niks, voor Atjeh. "Voor de tsunami had deze school 1.200 kinderen, na de tsunami waren dat er nog maar 50", zegt het schoolhoofd, bijna achteloos. Nu zijn ze weer terug op 600.

Ook de cijfers zijn in tien jaar koud geworden. Het zijn bijna alleen nog maar cijfers: 1.150 kinderen. Hoe langer het geleden is, hoe moeilijker het is het te bevatten.

Ga naar elk willekeurige plek aan de kust en je krijgt te horen hoe leeg het ineens was nadat het water zich had teruggetrokken. Een dorpsbewoner in Deah Raya wijst naar een jongen met een fiets: "Er waren twee kinderen over. Hij is er daar een van." De jongen kijkt onbewogen terug. Hij was 2 jaar oud toen het gebeurde. Hij weet niet beter. Ook alle vrouwen, op twee na, kwamen om, vertelt de man. Op een kleine pendopo, een soort houten bushalte, zit er een.

De meeste overlevenden van dit dorp waren mannen, maar ook zij waren niet met velen: precies tweehonderdelf. Zij hebben nieuwe vrouwen gehaald en nieuwe kinderen gemaakt. Het dorp is nog lang niet vol. Zij hebben wat in te halen. Vierduizend bewoners zijn in de tsunami verdwenen. Zelfs hun lijken zijn, op één na, nooit meer teruggevonden.

null Beeld Foto Getty
Beeld Foto Getty

Opgezwollen lichamen

Je hoort het, je kijkt naar de jongen en de vrouw, naar de vrolijke palen in Banda Atjeh, naar de boten op het land, en probeert je weer voor te stellen hoe het was, tien jaar geleden. Langzaam komt het terug. De totale kaalslag op het strand, waar alleen de betonnen vloeren wezen waar ooit huizen hadden gestaan. De opgezwollen lichamen die waren blijven haken achter obstakels, of klem zaten tussen het puin waarmee de tsunami ze had vermalen. De stank van die lijken die je meenam naar huis, in je tas met vuile was.

Je had het weggestopt, maar het is nooit helemaal weg. "Je kunt nooit honderd procent vergeten wat er is gebeurd", zegt de vissersvrouw in Deah Raya, terwijl zij zacht begint te huilen om twee kinderen die er niet meer zijn.

Een paar kilometer verderop, in Lambung, hebben ze een foto bewaard. Die hangt op een gedenkbord, met een verhaal erbij en ook hier weer de getallen. De foto toont de wijk vlak na de tsunami. Nog maar één huis staat eigenwijs rechtop tussen het gruis waaraan je nauwelijks meer kunt zien dat het huizen zijn geweest. Het ene huis hebben ze bewaard, als een herinnering. Er hangt nu een gedenkplaat in met de namen van 360 doden en ernaast staat de foto, met uitleg.

De bomen in Lambung zijn al groot en geven veel schaduw. Zij lijken veel ouder dan tien jaar. De bomen komen al bijna tot aan de top van het 'escape-building'. Er zijn drie zulke gebouwen in Banda Atjeh. Zij lijken nog het meest op bovengrondse parkeergarages. Vier lege verdiepingen van stevig beton, waar de buurtbewoners hun toevlucht kunnen nemen als er weer een tsunami komt.

"Daar hebben ze bier"

Indah (26) woont pal tegenover het gebouw. Zij hoeft de straat maar over te steken, maar zij bekent lachend dat zij nog nooit naar dat gebouw is gevlucht. "Er zijn een paar aardbevingen geweest en iedere keer namen we toch de brommer om zo ver mogelijk van de kust te komen."

Op 26 december 2004 deden zij dat ook, vertelt zij. Maar zij liep vast in de kluwen mensen die tegelijk probeerde weg te komen. "Het weggetje was smal en bochtig en iedereen wilde tegelijk weg. We zaten hopeloos vast, en het water kreeg ons te pakken." Indah en haar jongere broertje overleefden, maar hun ouders verdwenen. "Ik kan dat nu met droge ogen vertellen", zegt zij, "alleen als ik terugdenk aan de laatste keer dat ik mijn ouders zag, dan heb ik het moeilijk."

De weg voor haar huis is nu breed, en kaarsrecht. Lambung is het schoolvoorbeeld van het motto van de wederopbouw van Atjeh: 'Build Back Better'. Mensen uit andere delen van de stad komen zelfs kijken hoe goed deze wijk erbij ligt. Indah: "Alles is gepland in samenspraak met de bewoners. Iedereen kreeg een zelfde huisje, de stukken grond waren afgepast, de wijk werd opgezet als een nette buitenwijk. De mensen hebben allemaal grond afgestaan voor de verbreding van de straten", zegt Indah, 'vrijwillig'. Nooit zullen zij meer vast komen te zitten, nooit zal het water ze meer te pakken krijgen.

Van de bovenste verdieping van het 'escape building' kun je de zee zien, en heel Banda Atjeh. Het land is vlak tot bijna aan de horizon. Er steekt niets uit niets dat de vloedgolf had kunnen breken, of tegenhouden. De zee kon ongehinderd naar binnen en nam alles mee wat los zat, en vast. Een generatorschip van het stroombedrijf is door de vloedgolf over Lambung heen getild en verderop in de stad tussen de huizen aan de grond gezet. Daar ligt die 'PLTD Apung' nog steeds. De reusachtige drijvende generatorbak was te groot om op te ruimen, dus nu is het schip een toeristische tsunami-attractie in de stad. Er zijn parkeerplaatsen, voetpaden, gidsen en bedelaars.

Alleen de toeristen ontbreken. De paar toeristen die Banda Atjeh aandoen nemen meestal snel de veerboot naar het eiland Sabang. Daar kun je ten minste snorkelen. Westers nachtleven is uit Banda Atjeh verbannen. Toen de laatste hulpverleners vertrokken, ging al snel het licht uit in de restaurantjes die buitenlanders bedienden. De kleine economie rondom de hulpverleners, de steaks en de pizza's, het bier en de wijn zijn verdwenen. Zij hebben plaatsgemaakt voor nog meer koffiehuizen en eethuisjes met seafood en de populaire 'ayam tangkap', een bak droge gebakken groente waarin je kleine stukjes kip moet zoeken.

Het lijkt bijna of Atjeh blij is dat de buitenlanders zijn vertrokken. Het heet ze in ieder geval niet van harte welkom. Na de vraag: "waar kom je vandaan?" is de tweede altijd: "Waar logeer je?". Ogen lichten op bij het horen van de naam van het hotel: "Daar hebben ze bier." Iedereen kent ze: de twee of drie hotels die bier mogen verkopen. Een jongen die op het strand van Ulee Lheue naar de gehoofddoekte meisjes staat te kijken weet zelfs dat er "plaatsen zijn die niemand kent, maar waar alcohol wordt geschonken". Natuurlijk kent hijzelf die plaatsen ook niet.

Meer nog dan van de wederopbouw heeft Atjeh de laatste jaren werk gemaakt van invoering van de shari'ah. De ene na de andere Q'anun (religieuze wet) werd uitgevaardigd, met bijbehorende straffen. Gokkers en drinkers in Atjeh worden gestraft met stokslagen, meestal voor een joelend publiek dat altijd vraagt om 'meer', en het had niet veel gescheeld of overspel zou zijn bestraft met steniging. Die straf is geschrapt, omdat dat zelfs de Atjehers te ver ging.

Maar God is duidelijk de baas in Atjeh en Zijn wet wordt gehandhaafd door de Wilayatul Hizbah, de shariapolitie. In open vrachtwagentjes rijden zij rond. Zij zien toe op de sluiting van de winkels voor het gebed, zij houden een oogje op de jongens en meisjes op het strand, en zij spreken meisjes aan op hun te strakke jeans. En 's avonds laat jagen zij de jonge stelletjes op de strandbankjes bij Ulee Lheue de stuipen op het lijf. Zitten mag, aanraken niet.

Niemand had om die sharia gevraagd. De 'Beweging Vrij Atjeh' (GAM) vocht dertig jaar voor onafhankelijkheid, maar had dat nooit geëist. Het was een bedenksel van de regering in Jakarta, die hoopte dat de Atjehers hun onafhankelijkheid zouden ruilen voor de sharia. Dus kwam die er. Toen kort na de tsunami de vrede werd getekend was de sharia al in opmars, en eenmaal ingevoerd kom je er niet meer vanaf. Want wie tegen de sharia is, is tegen de islam, en dat is een doodzonde.

Dus bier is er niet meer, en buitenlanders blijven weg. Iedereen lijkt weg te blijven. Dat voel je nergens zo goed als in de haven, 30 kilometer buiten de stad. De door Nederlanders gebouwde kades liggen verlaten in de zon. Twee rijtjes lege containers liggen ernaast. Twee geiten, een kudde koeien en een paar hengelaars zijn er de enige levende wezens. Halverwege de haven en de stad wordt het nog stiller. Daar ligt de Industriële Zone van Banda Atjeh. De zone telt één fabriek. 'Beijing' staat er boven de deur, en boven 'Beijing' gaapt de blauwe lucht, want het dak ontbreekt. De fabriek is dicht en ontmanteld. Hij heeft een jaar gedraaid en goedkope Chinese bromfietsen geassembleerd, en toen verdwenen de Chinezen weer, van de ene dag op de andere.

Atjehers zoeken nu allerlei excuses. "We hebben human resources nodig", zegt Iskandar, het hoofd van de Atjehse Dienst voor Bevordering van Investeringen, "en sterk leiderschap." Waarmee hij aangeeft dat dat er allebei niet is. Vissers en ex-vrijheidsstrijders willen niet in fabrieken werken, en de Atjehse leiding leidt niet. En natuurlijk is er de angst voor nieuwe aardbevingen.

Dat ook de sharia investeerders afschrikt wil deze ambtenaar niet zeggen: "Investeerders komen hier niet om bier te drinken." Het is een academische opmerking. Investeerders komen helemaal niet.

Atjeh is herbouwd, en heeft zich in zichzelf gekeerd. Het lijkt zich daar prima bij te voelen. Dit is immers waarvoor zij hebben gevochten: Atjeh voor de Atjehers, en voor niemand anders.

null Beeld Getty
Beeld Getty
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234