Donderdag 29/10/2020

Tien jaar geleden werden dertien mensen doodgeschoten op Columbineschool

De schutters bereikten precies wat ze wilden: roem en zelfmoord

Precies tien jaar geleden kwamen vijftien mensen, inclusief de schutters Eric Harris en Dylan Klebold, om bij een schietpartij in de Columbine High School, diep in de voorsteden van Denver. De beelden van Harris en Klebold die met een sardonisch genoegen hun medeleerlingen doodschoten, raakten in het collectieve wereldgeheugen gebrand. In de VS is het trauma tien jaar later nog altijd niet helemaal verwerkt.

Twintig april 1999, tien over elf. Eric Harris en Dylan Klebold komen aan op de Columbine High School in Littleton, 25 kilometer ten zuiden van Denver, waar ze allebei leerling zijn. Twee bommen die ze in de cafetaria van de school plaatsen, weigeren dienst. Harris en Klebold openen vervolgens het vuur met de automatische wapens die ze bij zich hebben. Na 49 helse minuten blijven twaalf leerlingen en één leerkracht dood achter. Harris en Klebold plegen zelfmoord.

Columbine ging de geschiedenis in als het iconische schooldrama bij uitstek. De school bestaat nog altijd. De bibliotheek waar Harris en Klebold de meeste van hun slachtoffers maakten, is ondertussen afgebroken en de leerlingen die het drama overleefden, zijn volwassen, maar voor de rest is Columbine een Amerikaanse middelbare school zoals er door het hele land duizenden zijn. Het American footballteam doet elk jaar mee voor het staatskampioenschap van Colorado en de cheerleaders horen bij de nationale top. De naam Columbine zal echter voor altijd synoniem zijn met terreur.

"Zo'n aanval op onschuldige jonge mensen die de schutter vaak niet eens kennen, tart onze donkerste verbeelding", zegt Katherine Newman, een in schooldrama's gespecialiseerde sociologieprofessor op de Princetonuniversiteit in New Jersey. "We sturen elk jaar miljoenen jonge mensen naar de universiteit en de middelbare school en we nemen aan dat ze daar veilig zullen zijn. Wanneer er zulke schietpartijen voorvallen, tast dat ons vertrouwen in ons eigen oordeel aan. We krijgen het gevoel dat we niet kunnen inschatten welke situaties veilig zijn en welke niet."

Viriele antihelden

Tien jaar na de slachting zijn een aantal mythes ontkracht die in de onmiddellijke nasleep van de Columbineschietpartij ontstonden. Harris en Klebold waren geen eenzaten. Ze slikten geen antidepressiva. Ze waren niet het slachtoffer van pesterijen op school. Ze probeerden niet doelbewust zwarten, christenen en populaire leden van de sportteams van de school te doden. Ze waren geen lid van de Trench Coat Mafia, een kliek op Columbine die zich naar het voorbeeld van acteur Keanu Reeves in de film The Matrix in lange, zwarte leren jassen kleedde. Ook het verhaal van Cassie Bernall, het meisje dat doodgeschoten werd omdat ze ja zei toen Dylan Klebold haar vroeg of ze in God geloofde, bleek achteraf niet te kloppen.

Harris was een meer dan degelijke student, die doorgaans hoge cijfers kreeg voor zijn schrijfopdrachten. Anderzijds was hij volgen psychologen die hem na zijn dood bestudeerden het typevoorbeeld van een psychopaat; iemand die erin slaagde volwassenen te misleiden door hen steeds precies te vertellen wat ze wilden horen, maar tegelijkertijd in zijn dagboek schreef: "Ik voel me als God en ik wou dat ik hem ook was, zodat iedereen officieel lager zou staan dan ik." Op het T-shirt dat hij droeg op de dag van de schietpartij stond 'natural selection' (natuurlijke selectie).

Tegenover Harris' meerderwaardigheidscomplex stond het minderwaardigheidscomplex van Dylan Klebold. "Ik ben de god van de droefheid", schreef hij in zijn dagboek. "Ik ben altijd gehaat, door iedereen en alles." Klebold was depressief, paranoïde en woedend op de wereld. Op zijn T-shirt stond 'Wrath' (woede).

Harris en Klebold waren zeer verschillende persoonlijkheden, maar ze vonden elkaar in hun gevoel van afwijzing door de wereld. "Ik haat jullie omdat jullie me buiten zoveel leuke dingen hielden", luidt een citaat uit het dagboek van Eric Harris. "En zeg niet: 'Wel, dat is je eigen schuld', want dat is het niet. Jullie hadden mijn telefoonnummer, en ik vroeg het vaak genoeg, maar nee: die rare Eric mocht niet meedoen."

Over een periode van maanden planden Harris en Klebold de slachtpartij. Met het geld van allerlei studentenbaantjes kochten ze het arsenaal aan vuurwapens bij elkaar en de onderdelen voor de bommen die volgens hun plan tientallen, zo niet honderden slachtoffers moesten maken. Als ze zich niet op de gewone manier konden laten opmerken door hun leeftijdsgenoten, dan maar zo.

"Zulke schutters voelen zich meestal uitgesloten en zien geen uitweg, maar ze zijn niet bereid om zich daarbij neer te leggen", zegt Katherine Newman. "Ze willen in de dood iemand anders worden. Ze willen herinnerd worden als viriele antihelden. Wat dat betreft, hebben Harris en Klebold precies bereikt wat ze wilden: roem en zelfmoord."

Harris en Klebold werden rolmodellen voor andere jonge, getroebleerde schutters. Toen de 23-jarige student Cho Seung-Hui in 2007 op de Virginia Techuniversiteit 32 mensen doodschoot, noemde hij de Columbineschutters in een videoboodschap die hij naar de televisieomroep NBC stuurde inspiratiebronnen en "martelaars". Katherine Newman: "Columbine is de maatstaf geworden voor schoolschietpartijen. Bij latere schooldrama's, en in gevallen waar een bloedbad net vermeden kon worden, hadden de daders vaak de ambitie om het geweldsniveau van Columbine te overtreffen."

Tien jaar na Columbine slagen we er nog altijd niet in om een accuraat profiel van schoolschutters op te stellen, zegt Katherine Newman, die in 2004 het boek Rampage: The Social Roots of School Shootings schreef, dat een standaardwerk over schooldrama's werd. "We kunnen dat simpelweg niet. Ze komen uit te verschillende achtergronden. Ze komen uit intacte en gebroken families, het zijn goeie en slechte studenten, ze bestrijken het hele spectrum. Er zit niet zoveel belofte in het proberen te voorspellen wie een schoolschutter zal worden. We hebben veel betere kansen in het opsporen van plannen voor schietpartijen."

In tegenstelling tot het populaire cliché zijn schoolschutters geen eenzaten die hun plannen laten rijpen in complete isolatie, zegt Katherine Newman. "Het is net het tegenovergestelde. Ze voelen zich weliswaar uitgesloten, maar dat is omdat ze bij herhaling proberen om zich aan te sluiten bij sociale groepen op school, maar keer op keer afgewezen worden. Een echte eenzaat is iemand die dat zelfs niet meer probeert. Schoolschutters zijn doorgaans wat wij 'failed joiners' noemen. Ze proberen continu om zich geliefd te maken bij hun leeftijdsgenoten, maar dat mislukt keer op keer. Hun sociale ervaring is er dus veeleer één van wrijving dan van isolatie. Failed joiners proberen constant om hun situatie op te lossen en een schietpartij is de allerlaatste stap. Voor het zover komt, proberen ze een hele reeks andere dingen. Pas als die allemaal mislukken, gaan ze aan het schieten."

De Columbineschietpartij kwam niet uit het niets. Harris en Klebold hadden vooraf openlijk opgeschept over hun plannen. Vaak werden ze door hun medeleerlingen, tieners die hun verhalen niet interpreteerden als ernstige dreigementen, maar als een welkome sensatie, zelfs aangemoedigd. Newman: "Op die manier kregen ze de aandacht die ze zo graag wilden en raakten ze steeds meer verstrikt in hun eigen scenario. De zaak escaleerde steeds meer en op een gegeven moment was er in hun hoofden geen weg meer terug."

Massamoord in Facebooktijdperk

Volgens Katherine Newman komt het er bij het voorkomen van schooldrama's eerst en vooral op aan om de waarschuwingssignalen die de potentiële schutters de wereld in sturen op tijd te registreren. "Wat we geleerd hebben sinds Columbine is dat we jongeren de mogelijkheid moeten geven om met leraars of vertrouwenspersonen te praten wanneer ze dreigementen horen."

Voor leraars en schooldirecties is dat een evenwichtsoefening, zegt ze. "Je moet een dunne lijn bewandelen. Je mag niet krampachtig reageren met zero tolerance en elke zestienjarige die met zijn grote mond zegt: 'Ik zou die vent wel kunnen vermoorden', onmiddellijk schorsen of van school sturen. Als jongeren denken dat iemand de school uit getrapt zal worden terwijl ze er niet zeker van zijn of diens dreigementen echt zijn - en negen keer op tien zijn ze dat niet - zullen zij geneigd zijn om hun mond te houden. Op die manier loop je levensbelangrijke informatie mis."

De wereld is sinds Columbine echter aanzienlijk veranderd. Harris en Klebold ventileerden hun frustraties destijds al op het internet, maar met de exponentiële groei van blogs, Facebook en Twitter is het internet ondertussen een levensbelangrijk communicatiemiddel geworden voor jongeren.

Newman: "Het internet biedt potentiële daders een groter podium om hun intenties kenbaar te maken, maar tegelijkertijd is het onpersoonlijk. We zijn veel minder in staat om zulke signalen op te merken dan wanneer leerlingen op school tegen hun leeftijdsgenoten praten. Neem het geval van de schietpartij in Red Lake, Minnesota. Daar werden in 2005 zeven mensen doodgeschoten op de plaatselijke school. De dader (de zestienjarige Jeffrey Weise; red.) had zijn intenties aangekondigd op het internet. Hij maakte animatiefilmpjes van werkelijk vreselijke horrorbeelden en zette die op allerlei websites. Veel mensen zagen die ook, maar niemand deed er wat aan."

Ten tijde van Columbine hadden we nog de neiging om te denken dat schooldrama's een fenomeen waren dat alleen maar in de VS kon voorvallen en veel, zo niet alles te maken had met de wapengekte van de Amerikanen. Een aantal recente schietpartijen op Duitse een Finse scholen bewees het tegendeel. Volgens Katherine Newman zijn bij Europese schooldrama's grotendeels dezelfde dynamieken aan het werk als bij Amerikaanse.

"Ze gebeuren gewoonlijk in kleine plaatsjes waar je nog nooit van gehoord hebt. Dus niet in Berlijn, maar in Winnenden, en niet in Helsinki, maar in Tuusula. Onze theorie is dat jongeren die sociale losers zijn zich in zo'n geïsoleerd dorpje voelen alsof ze daar een levenslange gevangenisstraf moeten uitzitten. Het zijn vaak zeer stabiele plaatsjes waar weinig sociale diversiteit bestaat. Als je opgroeit in New York en je bent een beetje een zonderling, dan kun je makkelijker mensen vinden die net zijn zoals jij dan in Red lake, Minnesota, waar 1.500 mensen wonen. De scholen zijn in zulke dorpjes ook het enige podium dat de aandacht van de hele gemeenschap kan opeisen. Als je in New York je mannelijkheid wilt bewijzen, kan je dat beter op straat doen."

Geen alledaagse chaos

Alleen al om die reden lijkt het onwaarschijnlijk dat we in het sterk verstedelijkte Vlaanderen zo gauw een schooldrama à la Columbine zouden meemaken. Maar wat met een figuur als Kim De Gelder? Een crèche is geen middelbare school, maar zijn moordende raid in het kinderdagverblijf Fabeltjesland in Dendermonde zorgde in België voor een schok die vergelijkbaar was met de klap die Amerika kreeg na Columbine.

Katherine Newman kent het geval-De Gelder, maar waarschuwt dat er grote verschillen zijn in het dadersprofiel. "Het klinkt als muggenziften, maar een schoolschutter is iemand die deel uitmaakt van de institutie die hij aanvalt en daar op willekeurige mensen schiet. Het is dus een aanval op de institutie zelf. Iemand die binnendringt op een vreemde plek, omdat hij daar een bepaald soort slachtoffer vindt - kleine kinderen in dit geval -, dat is een heel andere mentale dynamiek."

Ook gevallen als de raid op de refter van het Koninklijk Atheneum van Alleur, nabij Luik, waar begin februari een groep met stokken en fietskettingen gewapende jongeren de boel kort en klein sloeg en vijf leerlingen verwondde, zijn van een heel ander allooi dan een schoolschietpartij, zegt Newman.

"Dat lijkt me veeleer algemeen asociaal gedrag, de alledaagse chaos die je wel vaker ziet op scholen in grootsteden, waar je te maken krijgt met armoede en raciale segregatie. Ook dat kan vuurwapengeweld betekenen, maar dan tussen mensen die elkaar kennen, bijvoorbeeld een drugsdealer en een klant. Dat is dus zeer gericht geweld, dat niet de willekeur heeft die we associëren met bloedbaden à la Columbine (de raid in Alleur bleek om een liefdeskwestie te draaien; red.) Veel mensen zijn geschokt wanneer je zulke verschillen aanduidt, maar dat wil niet zeggen dat de ene tragedie meer of minder erg is dan de andere, alleen dat het belangrijk is om de verschillen te onderkennen. De motieven zijn anders, het pad naar de misdaad is anders en bijgevolg is de manier om zulke incidenten te voorkomen ook anders. Je mag niet alles op één hoop gooien, gewoon omdat het met scholen te maken heeft."

Na de moordpartij van Kim De Gelder werd er in België gediscussieerd over hoe raadzaam het is om een politiegaent voor elke schoolpoort te zetten. Op de universiteit van Utah is het studenten ondertussen toegelaten om uit zelfverdediging verborgen vuurwapens te dragen. In één schooldistrict in Texas mogen de leraars dat.

"Dat is een vreselijke vergissing", zegt Newman. "Hoe meer wapens er in omloop zijn, hoe waarschijnlijker het is dat iemand ze zal gebruiken. Persoonlijk zou ik net het omgekeerde willen: de wapenwetten zoveel mogelijk verstrengen. Alles wat het would-be schutters moeilijker maakt om wapens in handen te krijgen, maakt het minder waarschijnlijk dat ze hun plannen zullen kunnen uitvoeren. Maar dat wil niet zeggen dat je alle schoolschietpartijen kunt tegenhouden. De wapenwetten in Duitsland zijn bijvoorbeeld zeer streng. Een zeer gemotiveerde dader zal altijd wel een manier vinden om aan wapens te komen."

Zijn schooldrama's überhaupt wel compleet uit te bannen? Moeten we eraan wennen dat ze bij de moderne wereld horen? "Het is niet mijn vak om de toekomst te voorspellen", zegt Katherine Newman. "Ik zie geen aanwijzingen dat dit fenomeen zal verdwijnen. Maar je moet onthouden: ook al hebben we de laatste paar jaar meer schietpartijen op scholen gezien, het blijven zeer zeldzame gebeurtenissen. Een school is nog altijd een van de veiligste plekken waar een kind kan zijn."

Katherine Newman, professor sociologie Princeton:

Columbine is de maatstaf geworden voor schoolschietpartijen. Bij latere schooldrama's hadden de daders vaak de ambitie om het geweldsniveau van Columbine te overtreffen

Katherine Newman, professor sociologie Princeton:

Schoolschutters zijn geen eenzaten maar 'failed joiners'. Ze proberen continu om zich geliefd te maken bij hun leeftijdsgenoten, maar dat mislukt keer op keer

n Foto's van zeven van de omgekomen studenten en de leraar die het leven liet in het schooljaarboek van 1998.

n Eric Harris en Dylan Klebold dringen de cafetaria van Columbine High School binnen.

n Leerlingen die het bloedbad op hun school overleefd hebben, omarmen elkaar, nadat ze zijn geëvacueerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234