Zondag 08/12/2019

Tien bands om in uw oren te knopen

Begin januari wordt het nieuwe concertseizoen naar aloude traditie op Eurosonic in het Noord-Nederlandse Groningen aangesneden. Het vierdaagse showcasefestival staat bekend als de poort waarlangs jonge Europese bands hun doorbraak naar het grote publiek hopen te forceren. Met bijna driehonderd bands uit dertig landen was het aanbod ook tijdens deze uitgave ronduit overweldigend.

HOZIER

De debuutsingle van Hozier klom enkele maanden geleden meteen naar de top van de Ierse charts. 'Take Me to Church' was een expliciete aanklacht tegen de dominantie van de Kerk in een van de meest katholieke landen ter wereld: in de bijbehorende videoclip figureert een openlijk tongkussend homokoppel dat hun liefde voor elkaar uiteindelijk duur moet bekopen. Ook live stond de hit garant voor een bloedstollend moment, niet in de laatste plaats omdat de groep tijdens Eurosonic in een kerk stond geprogrammeerd.

Hozier, een zevenkoppig gezelschap rond singer-songwriter Andrew Hozier-Byrne, bracht niet alleen een arsenaal ijzingwekkend mooie nummers, maar had die bovendien met veel gevoel voor esthetiek gearrangeerd. 'Angel of Small Death' was onversneden Keltische soul, en 'Someone New' stond - net zoals het merendeel van het repertoire - kniehoog in zwarte gospel. Het zegt wat over Hozier dat de eigenzinnige bewerking van Led Zeppelins 'Whole Lotta Love' eigenlijk het zwakste moment in de set bleek. Halverwege laste Hozier-Byrne een solomoment in, en ook dan kreeg hij het publiek moeiteloos stil. Knap hoe Hozier erin slaagde om met een handvol stokoude genres - blues, gospel, soul - toch weer iets nieuws te creëren. Om kort te gaan: krop in de keel.

EMBERS

Geen idee hoe al die jonge Britse bands dat keer op keer klaarspelen, maar het blijft iets hebben: het podium op sloffen met een gelaatsuitdrukking die suggereert dat het hen allemaal geen zak kan schelen, en zich vervolgens smijten alsof ze niets te verliezen hebben.

Embers - vier kerels die hun look nog een beetje op elkaar moesten afstemmen - koppelden de energie van Arcade Fire met de shoegazersound zoals die begin jaren negentig in thuisstad Manchester populair was, en brachten het geheel op smaak met breed uitwaaiende Cure-gitaren en stemmige keyboards. Het klonk even groots als dynamisch, en songs als 'Hollow Cage' en 'Part of the Echoes' vulden de hele zaal.

Zanger George Agan speelde gitaar, sprong bij op percussie, en kon ook zijn mannetje staan op keyboards. Daardoor bleef de set niet alleen gevarieerd, maar had je voortdurend de indruk dat er iets nieuws gebeurde. Wie het drama van Editors en Muse wel kan smaken, heeft er bij deze een babygroep bij. Mooi logo, bovendien. Altijd een goede graadmeter om de ambitie van een jonge band aan af te meten.

ASGEIR

IJsland mag dan al een uitzonderlijk productieve muziekscene hebben, lang niet alles wat ons vanuit het Hoge Noorden komt aangewaaid is het onthouden waard. Op Eurosonic liet Oyama - the most talked about band at Iceland Airwaves, pochte het programmaboekje, maar je kwam niet te weten wát er precies over gezegd werd - bijvoorbeeld een ontstellend amateuristische indruk na. Het contrast met Asgeir kon bijgevolg niet groter zijn.

In eigen land werd zijn eerste cd de best verkochte plaat aller tijden, en is hij inmiddels populairder dan Björk of Sigur Rós. John Grant vertaalde de songs naar het Engels, en onlangs verscheen In the Silence ook bij ons. Een uitstekende plaat, en in Groningen was de belangstelling voor zijn concert in de nochtans ruim bemeten Stadsschouwburg zo overweldigend dat er nog flink wat nieuwsgierigen op de stoep bleven staan.

Asgeir maakt introverte folktronica die langzaam onder je huid kruipt, en live zo mogelijk nog meer intrigeert. Opener 'Higher' werd aangedreven door een spartaans ritme, waar hij met zijn melancholische falsetstem overheen zong. Simpel, maar de impact was er niet minder op. Zelfs als hij in het IJslands zong, bleef je geboeid luisteren. In één woord: prachtig.

GEORGE EZRA

George Ezra (20) uit Bristol heeft de voorbije maanden in de studio gezeten om zijn eerste cd op te nemen, en mocht afgelopen weekend weer eventjes buiten om de geur van de echte wereld op te snuiven. "Ik ben het verleerd om met gewone mensen te communiceren", grapte hij, maar wel op zo'n gevatte, vlotte manier dat niemand daar veel geloof aan hechtte.

Ezra - top vijf in de prestigieuze Sound of 2014 van BBC - is een van die jonge kerels die het allemaal heeft: goeie looks, bijzondere stem, tonnen charisma én nummers waar je zonder morren voor door de knieën gaat. Op Eurosonic trad hij solo op, dus geen hond die voorlopig weet hoe zijn plaat gaat klinken, maar getuige 'Budapest', 'Break Away' en het nu al op single uitgebrachte 'Did You Hear the Rain?' zit het met de kwaliteit van het songmateriaal alvast snor.

In Groningen klonk de jongeman een beetje retro: denk aan de jonge Bob Dylan, maar minder nasaal. En zijn stem deed veel matuurder aan dan de leeftijd deed vermoeden. Een oude ziel in een jong lichaam.

BEAR'S DEN

Met een groepsnaam als Bear's Den kun je niet anders dan aansluiting zoeken bij de alternatieve folkbands die momenteel het mooie weer maken. En inderdaad: het trio bewoont een blokhut in hetzelfde bos waar ook Bon Iver, Fleet Foxes en Mumford & Sons hun rurale sound bijschaven. Een baanbrekend geluid had Bear's Den bijgevolg niet te bieden, dus kwam het erop aan om te overtuigen met een paar uitstekende songs (check), een warm stemgeluid (dubbelcheck) en - vooral -veel goesting om te spelen. De combinatie akoestische gitaar- banjo-drums klonk live een stuk voller dan je zou denken, en ondanks hun Britse achtergrond zou je gezworen hebben dat de groepsleden diep in het Amerikaanse binnenland waren opgegroeid. Met een beetje verbeeldingskracht zag je hen zo op een roestige oude tractor zitten. Maar ter zake: Andrew Davie greep je naar de keel met een legertje emotionele nummers waar je onmogelijk onverschillig bij kon blijven. Google het bloedstollende 'Sahara' even, en u begrijpt meteen waarom.

THE STRYPES

In hun hoofd zijn The Strypes uit Ierland al echte sterren. Attitude voor tien, meticuleus in het pak, én het haar keurig gekapt. Ross Farrelly mat zichzelf op de koop toe een zodanige cool aan dat hij ook onder het met tl-lampen verlichte podium zijn zonnebril ophield. Potsierlijk, eigenlijk, maar de zanger kwam er toch mee weg omdat hij samen met de rest van de band rock-'n-roll speelde alsof ze het zelf hadden uitgevonden.

De groep werkte zich tegen een halsbrekend tempo door zijn halfuurtje, liet geen steken vallen, en deed tijdens 'Angel Eyes' - een van de zeldzame rustpunten op het eind vorig jaar verschenen Snapshot - zelfs even aan Arctic Monkeys denken.

Zo retro als broeken met olifantenpijpen, maar tegelijk vreselijk opwindend.

Je snapte meteen waarom zowel Dave Grohl, Noel Gallagher als Paul Weller inmiddels een lidkaart van de Strypes-fanclub op zak heeft.

ELECTRIC EYE

Nooit geweten dat ze in Noorwegen een woestijn hadden maar te oordelen naar de epische desertrock waar Electric Eye op trakteerde tijdens hun drukbezochte instore bij platenwinkel Plato, kan het haast niet anders. De groep - samengesteld uit leden van The Megaphonic Thrift, Low Frequency In Stereo, Hypertext en The Alexandria Quartet -had een handeltje opgezet in psychedelische, epische nummers die niet zelden met de tienminutengrens flirtten. Je zal hen bijgevolg nooit in primetime op de radio horen, maar het was moeilijk om niet onder de indruk te zijn van de intensiteit die door de composities schemerde.

Ook opmerkelijk: ondanks de lengte verveelden de veelal instrumentale composities geen moment. Het was alsof Queens of the Stone Age een samenwerkingsverband was aangegaan met Mogwai, en Neil Young daar in de schaduw zijn meest melodieuze gitaarspel aan toevoegde. Kort samengevat: Electric Eye is een band om in het oog te houden.

ROYAL BLOOD

Het zal best waar zijn dat zich in de beperking de meester toont, maar met enkel bas en drums viel het instrumentarium van Royal Blood wel érg karig uit. En toch: het duo uit Brighton kreeg het publiek moeiteloos mee met strak gespeelde bluesrock waar voortdurend echo's van Led Zeppelin, Black Sabbath en - uiteraard - The White Stripes in doorschemerden. Drummer Ben Thatcher ranselde zijn trommels af op een manier waar ze bij Amnesty International vast protest tegen zouden aantekenen, terwijl zanger Mike Kerr zijn bas langs zoveel effectpedaaltjes stuurde dat het net leek of hij gewoon gitaar stond te spelen.

Vier snaren in plaats van zes: veel efficiënter kun je de less-is-morefilosofie van Royal Blood niet toepassen. En wat het duo aan finesse ontbeerde, werd ruimschoots gecompenseerd met tomeloos spelplezier, een verschroeiend geluidsvolume en vooral goede rechttoe rechtaan songs die hen onlangs al een tournee met Arctic Monkeys én een nominatie op de shortlist van de BBC Sound of 2014 opleverde. Niet origineel, maar wél een geknipte festivalact. En het swingde nog ook.

SISY EY

Neem drie zusjes die fysiek nauwelijks op elkaar lijken, stop ze een microfoon in handen, en koppel hen vervolgens aan een producer met een voorliefde voor de ninetieshouse van Adamski. In IJsland krijg je dan Sisy Ey, een gezelschap dat sinds kort ook buiten de eigen grenzen optreedt, en vorige zomer tijdens het Spaanse Sonarfestival al heel wat lof oogstte. Toegegeven: in hun opzichtige pakjes zagen Elin, Elisabet en Sigga er wat vreemd uit, en dat hun vierde man alle elektronica bediende in een Napoleonkostuum hielp ook niet echt. Maar hun stemmen pasten bij elkaar zoals je dat enkel bij naaste familie hoort, en die desolate, dwingende beats kregen het publiek wél in beweging.

'Ain't Got Nobody', hun eerste single, koppelde de dubstep van James Blake aan het poppy geluid van Moloko, en ook de andere songs wisten moeiteloos te overtuigen. Zelfs toen een van de zusjes een akoestische gitaar bovenhaalde, paste dat prima in het geheel. Benieuwd naar die eerste plaat.

SAM SMITH

Nog geen week nadat Sam Smith door de BBC als winnaar van de Sound Of 2014 werd uitgeroepen, stond hij al twee keer op het podium van Eurosonic. Smith heeft een goeie soulstem en, getuige de samenwerking met Nile Rodgers op zijn voor eind mei ingetekende debuut-cd, uitstekende connecties. Op de koop toe had hij eerder al naam bij danceduo Disclosure, én scoorde Smith in Groot-Brittannië al een grote hit met 'Naughty Boy'. Beide songs -'Latch' en 'La La La' - zaten in de set en maar goed ook, want zelf had hij te veel kleffe ballads mee. Te gladjes, te veel theatrale krullen in zijn zanglijnen ook. Zelden iemand zo schuchter een zaal in zien kijken, bovendien. Het was wat ongeloofwaardig om Smith het ene mierzoete liefdesliedje na het andere te horen zingen. Met de hand op het hart, nog wel, wat de meisjes in de zaal kennelijk erg ontroerend vonden. Het enige uptemponummer -'Restart' - was meteen de eenzame uitschieter. Sam Smith wordt vast een grote ster. Alleen: live werden we er voorlopig warm noch koud van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234