Dinsdag 06/12/2022

'Thuis lijdt iemand in jouw plaats'

Ariel Dorfman (°1942) is bij ons vooral bekend als auteur van Death and the Maiden, het door Polanski verfilmde toneelstuk over een Chileense vrouw die tijdens een concert de politieman herkent die haar onder het regime van Pinochet folterde. Ook Dorfmans onlangs verschenen autobiografie Koers Zuid, richting Noord gaat voor een groot deel over de militaire staatsgreep van Pinochet op 11 september 1973. Uur na uur brengt Dorfman daarin verslag uit van de coup die hij als cultureel adviseur onder de regering van Salvador Allende van dichtbij heeft meegemaakt. Of beter: had moeten meemaken, want bij toeval ontkwam hij twee keer aan een gewisse dood. Hij hield daar een levensgroot schuldgevoel aan over, dat hij nu pas van zich heeft kunnen afschrijven.

Sofie Messeman en Piet de Moor

De avond van de staatsgreep had Ariel Dorfman normaal dienst in het presidentieel paleis La Moneda, maar hij had zijn beurt geruild met een collega. En zodra de coup aan de gang was, had hij gebeld zullen worden om naar het paleis te komen, de plaats waar de meeste aanwezigen werden geëxecuteerd of weggevoerd. Maar iemand - minister van Cultuur Flores, zoals later bleek - had zijn naam van de lijst geschrapt, "opdat hij het verhaal zou kunnen vertellen." Dorfman ervaart zoveel gelukkig toeval niet als ondubbelzinnig positief. Hij houdt er een levensgroot schuldgevoel aan over, vergelijkbaar met dat van sommige overlevenden van de kampen.

"Het is onvermijdelijk dat de overlevenden zich schuldig voelen," zegt hij. "Ze zijn ervan overtuigd dat ze het niet waard waren gered te worden terwijl anderen zijn gestorven. Primo Levi zegt dat het afschuwelijke van de concentratiekampen erin bestond dat de besten er de dood vonden terwijl de minder goeden overleefden. Niet dat ik die uitspraak op mezelf toepas, maar ik heb altijd sterk de indruk gehad dat ik het leven dat mij werd gelaten niet verdiende. Wat moet iemand die gespaard is doen om te verzekeren dat het de moeite is geweest dat hij bleef leven terwijl anderen in zijn plaats zijn gestorven? Geen daad kan dat ooit goedmaken. In mijn geval werd het dilemma nog versterkt door de ballingschap. Want de hele tijd besef je dat er in je land mensen sterven, pijn lijden en gemarteld worden, terwijl jij aan het ontbijt zit, de liefde bedrijft en in de straten wandelt. Thuis lijdt iemand in jouw plaats. En opnieuw kan je niets doen om dat goed te maken, behalve dan misschien zelf ook doodgaan. Maar dat vind ik geen adequaat antwoord. Door dit boek te schrijven, ben ik van mijn schuldgevoel afgeraakt. Omdat ik het verhaal heb verteld, heb ik nu de indruk dat ik het toch waard was om gespaard te blijven."

Boven op dat schuldgevoel kwam er voor de overtuigde revolutionair die Dorfman in de jaren zeventig was nog bij dat hij zijn leven niet voor het revolutionair ideaal had geofferd. In zijn biografie geeft hij er zich pijnlijk rekenschap van dat hij vaak een minder grote held was dan hij zichzelf en de wereld altijd had voorgehouden.

Dorfman: "Opdat een revolutie zou kunnen plaatsvinden, moeten mensen bereid zijn daarvoor hun leven te geven. Het probleem is: hoe weet je dat de tijd gekomen is om dat te doen? Hoe weet je dat je de juiste dood sterft? Het zou net zo goed kunnen dat het belangrijker is dat je blijft leven. Maar als je niet sterft op het cruciale moment, word je achtervolgd door je alter ego, het personage dat je altijd beweerd hebt te zijn. In mijn geval gebeurde er iets heel bijzonders. De dochter van Allende vertelde me achteraf dat ze me in La Moneda met eigen ogen had zien staan naast haar vader. Ze was er zeker van dat ik gestorven was. Met haar verhaal kaatste ze me de persoon terug die ik altijd had beweerd te zijn, maar in werkelijkheid niet was. Soms ben ik tot heldendaden in staat geweest, maar op andere momenten ben ik vrij laf uitgevallen. Het is hard dat te moeten erkennen. Jarenlang heb ik het genegeerd. Ik vertelde overal dat ik gedwongen werd Chili te verlaten en verhulde dat die stap ook mijn vrije keuze is geweest. Ik had net zo goed kunnen beslissen om te blijven en te sterven."

Dorfman besteedt in zijn verhaal heel wat aandacht aan de impact die de geschiedenis - het lot - op zijn leven heeft gehad. "Mijn boek is het verhaal van een mens die vol illusies zit over hoe vrij hij is. Maar het draait er altijd op uit dat de geschiedenis zijn leven determineert, of hij dat nu wil of niet."

Al in zijn jeugd werd Dorfman met dat gegeven geconfronteerd. Hij werd in 1942 geboren in Argentinië als zoon van joodse immigranten uit Oost-Europa. Zijn vader was lid van de communistische partij en noemde zijn zoon Vladimiro, naar Lenin. Maar bij de opkomst van Peron in 1943 moest het gezin de wijk nemen naar de Verenigde Staten, om daar elf jaar later - in 1954 - opnieuw te worden verdreven tijdens de anticommunistische campagne van McCarthy. Ze kwamen in Chili terecht, waar Dorfmans vader een functie bij de Verenigde Naties kreeg. Dorfman: "Als kind wou ik een Amerikaan zijn, maar gek genoeg werd mijn vader plots door de Amerikanen vervolgd. Eenmaal in Chili bleef ik volhouden dat ik een Noord-Amerikaan was. Maar het pakte anders uit. De revolutie was in Chili ophanden, de mogelijkheid om alles te veranderen diende zich aan. Daarom ging ik me identificeren met Latijns-Amerika. Ik dacht dat ik kon helpen de wereld te veranderen. En dan klapte de geschiedenis opnieuw de deur dicht. We evolueerden niet in de richting van het socialisme, maar waren de weg van het fascisme ingeslagen."

Dorfman reageerde op de vele migraties door fanatiek op zoek te gaan naar een eigen taal, identiteit en vaderland. Twee keer veranderde hij van voornaam. In Chili liet hij zijn geboortenaam Vladimiro vervangen door Edward. Op dat moment wou hij absoluut een Noord-Amerikaan zijn. Later, in Chili, veranderde hij Edward in Ariel. Twee keer veranderde hij radicaal van taal. Telkens weer gaf hij zich volledig over aan het land dat hij als zijn vaderland beschouwde.

"Die wisselingen van taal hebben te maken met een verlangen om aan de dood te ontkomen. Als kleuter van drie lag ik met een longontsteking in een ziekenhuis van Manhattan. Daar besloot ik van taal te veranderen, omdat ik geloofde dat het Spaans me niet langer van de dood kon redden. Ik schakelde over op het Engels en weigerde vanaf die dag nog een woord Spaans te spreken. Later, in Chili, ging ik weer Spaans spreken. Na verloop van tijd had ik het Engels afgezworen. Het is merkwaardig dat de bedreiging van de dood tijdens de coup van Pinochet me andermaal naar het Engels dreef."

Dat Dorfman zo sterk bezig is met zijn tweetaligheid, heeft veel te maken met de identiteitscrisissen van de balling die hij zijn hele leven is geweest. "Ik geloof dat de taal het centrale huis van je identiteit is. De taal is een vluchtoord, een plaats die je vrijwaart voor chaos, demonen en dood. Een taal spreken, heeft te maken met ergens bij horen. Wie de taal spreekt, hoort thuis op een plek. Wie de taal niet spreekt, hoort elders thuis en is een vreemdeling. Ik heb altijd sterk verlangd om ergens bij te horen. Het is het typische verlangen van de balling. Een van de ideeën achter migratie is dat je helemaal opnieuw begint. Ondertussen geloof ik niet langer dat er een dergelijk nulpunt bestaat. Ik ben overtuigd dat er vele generaties moeten overheen gaan voordat iemand tot een bepaalde plek kan behoren. Maar voor een migrant blijft het verlangen om tot een nieuwe gemeenschap te behoren niettemin bestaan."

Dorfman geeft toe dat zijn fervent verlangen naar een vaderland mogelijk werd beïnvloed door de vele omzwervingen die zijn familie heeft doorgemaakt: "Mijn ouders en ook mijn grootouders waren immigranten. Je leert als kind vrij snel dat je niet iemand bent die altijd al vertoefd heeft op de plaats waar hij nu woont. Thuis werden er vele talen gesproken en waren er talloze herinneringen aan andere oorden. Eigenlijk krijg je het gevoel van ballingschap mee met de moedermelk. Je moeder hoopt dat jij de eerste zal zijn die geboren wordt en sterft op één en dezelfde plaats, en dat ook jouw kinderen en hun kinderen daar zullen kunnen blijven. Dat verlangen leeft sterk bij immigranten. Ze willen dat het rondzwerven ophoudt."

Ondertussen heeft Dorfman zijn probleem met de twee talen en identiteiten, waar hij zich zijn leven lang een beetje voor schaamde, opgelost. "Ik ben overtuigd dat taal, vaderland en identiteit voor de meeste mensen één ding zijn. Een Duitser spreekt Duits, een Fransman Frans. Dat lijkt normaal. Voor mij is het een strijd geweest om dat te bereiken. Maar ik ben blij dat ik hem heb gestreden, want die ervaring heeft me toleranter gemaakt. Ik beschouw me nu als iemand die niet eentalig is. Ik behoor mijn beide talen toe, alsof ze mijn vader en mijn moeder zijn. Meestal gelijkt een kind op beide ouders. Daarom hou ik er ook niet van het aandeel van elke taal in mij te analyseren. Ergens in mij bestaat er een harde kern waar beide talen voorkomen. Want hoe merkwaardig dat ook klinkt, ik spreek perfect Engels en perfect Spaans, en toch is er iets in mijn manier van schrijven en spreken dat verschilt van mensen die eentalig zijn."

In zijn autobiografie legt Dorfman de ambiguïteit bloot die zijn persoonlijkheid kenmerkt en die in veel van zijn daden besloten ligt. "Maar mijn passie voor paradoxen heeft ook te maken met de esthetische theorie die ik voorsta. Ik ben ervan overtuigd dat we in een tijdperk leven waarin de massamedia alles voorstellen als simpel en duidelijk. Bovendien hebben de verhalen ook steevast een happy end. Dat is een antidemocratische manier van vertellen. Ze legt de lezer of kijker één enkel verhaal op en opent geen mogelijkheden om de dingen anders te denken of te bekijken."

En dat is nu net wat Dorfman in zijn boeken wel wil doen door ambiguïteit in te lassen. Ooit schreef hij het succesboek Hoe lees ik Donald Duck?, waarin hij het Amerikaanse cultureel imperialisme aan de kaak stelde. Maar nogmaals een boek van die strekking produceren, vindt de auteur weinig zinvol. "Wie mijn werk bekijkt, beseft dat ik niet gewend ben 'vervolgen' te schrijven. In plaats van protestboeken te schrijven, bied ik nu alternatieven. Ik weerleg Donald Duck met een verhaal als Death and the Maiden. Bovendien marginaliseer ik mezelf niet langer door buiten het systeem te gaan staan. Ik giet mijn verhalen nu in de stijl die in heel de wereld gangbaar is, maar niet zonder ze eerst subversief te maken. De invoering van ambiguïteit in het verhaal is daartoe een uitstekend instrument."

Ook Dorfmans blik op zijn beide vaderlanden - Chili en de Verenigde Staten - is dubbel. "Chili is voor mij het land dat eerder tot mijn verleden dan tot mijn toekomst behoort. Daar bevinden zich mijn herinneringen, mijn centrale identiteit. Maar dat betekent niet dat ik me nog volledig met dat land identificeer. Ik koester nog steeds hoop voor Chili en voel me er nog steeds prettig. Tegelijk voel ik me er ook steeds meer een vreemdeling. Chili is er niet in geslaagd om pluralistisch genoeg te zijn om mij te omvatten. In Zuid-Afrika voelde ik me onlangs meer thuis dan in Chili, omdat dat land zichzelf ter discussie stelt en wanhopig naar een oplossing zoekt. Daarmee vergeleken is Chili verstikt in erg private dromen. De Verenigde Staten, mijn andere vaderland, staan dan weer voor het land dat ik hard bekritiseerd heb. Maar tegelijk voel ik mij daar op mijn gemak. Mijn boeken worden er goed ontvangen, ik kan er veel realiseren en er is plaats voor kritiek."

Terugkijkend naar de periode 1970-'73 geeft Dorfman vandaag toe dat er fouten zijn gemaakt, al beklemtoont hij graag dat hij nog steeds achter de beweging voor sociale rechtvaardigheid van Allende staat. "Het was een fantastisch tijdperk, een bijzonder moment in de geschiedenis. Het spijt me niet dat ik daaraan heb deelgenomen. Maar de voornaamste politieke fout was volgens mij dat de maatschappelijke basis voor de hervormingen niet breed genoeg was. Bovendien maakten we de fout dat we intolerant waren. We stonden niet open voor dissidente meningen. Natuurlijk kwam onze onverdraagzaamheid niet tot uiting in doden of martelen. Wij hebben ons niet schuldig gemaakt aan dergelijk onheil dat Pinochet later jarenlang heeft aangericht. Maar er was toch een sterke vorm van intolerantie, waardoor we er niet in slaagden een voldoende grote coalitie te creëren. Tussen ons en de christen-democraten had er theoretisch een brug kunnen worden geslagen, maar de tijd was daar toen niet rijp voor.

Over de gruwel die onder Pinochet heeft plaatsgevonden treedt Dorfman zelden in detail. "Ik geloof niet dat je over die dingen licht moet praten. In Death and the Maiden laat Paulina het woord 'marteling' pas vallen in het midden van het boek. In Konfidenz wordt er nauwelijks over gesproken, maar het is er wel. Ik geloof dat die manier van oproepen veel efficiënter is. Ik verzet me tegen een vreemd soort voyeurisme als het om martelen gaat. Want als ik de details van een foltering zou weergeven, zou de lezer nog steeds niet weten wat het betekent. Hij zou misschien denken aan pijn, maar zich nooit echt kunnen verplaatsen in de gefolterde. Ik ben op mijn hoede voor het sensationele. Het kan natuurlijk ook zijn dat ik het gewoon niet onder ogen wil zien, dat ik liever niet wil weten wat er met mij had kunnen gebeuren. Het niet praten over martelen was een esthetische en een ethische beslissing. Ik ben met Polanski overeengekomen dat hij in de verfilming van Death and the Maiden geen flashbacks van martelingen zou tonen."

Over de vraag in welk land Pinochet het best voor de rechter kan komen, is Dorfman formeel: "Ik wens dat hij niet langer onder ons is. Niet in de fysieke maar in de geestelijke zin. Want zijn demon leeft nog steeds onder ons. En verder is geen enkel land geschikt om generaal Pinochet te herbergen. De plaats waar hij thuishoort, is het land van berouw. Maar daar is hij nog niet aangekomen. Hij heeft zelfs nog geen visum aangevraagd. Volgens mij maakt het niet uit of Pinochet in Engeland of in een ander land voor de rechter verschijnt, al betreur ik een beetje dat hij niet in Chili terecht kan staan. Wij verkeren niet in de juiste positie om hem voor de rechtbank te slepen. Bij ons zou hij voor een militaire rechtbank verschijnen, wat weinig zou opleveren. Dat hij nu in Engeland gevangen zit, is zijn eigen schuld. Ik heb hem niet naar Engeland uitgenodigd op de thee, dat heeft Margaret Thatcher gedaan. Laat zij dat probleem dan oplossen. Ik ben blij hem daar te zien. Dat greintje rechtvaardigheid geeft voldoening aan de doden en de verwanten van de vermisten. Het is fantastisch dat ze dat cadeau krijgen aan het einde van deze eeuw. In ieder geval moeten we hem voor de rechtbank dagen, niet enkel concreet, maar ook in onze hoofden. Daar gaat mijn boek over: niet enkel over hoe ik in de praktijk aan Pinochet ben ontsnapt, maar ook hoe ik geestelijk met hem heb afgerekend."

Sofie Messeman en Piet de Moor

Ariel Dorfman (vertaald uit het Engels door Sjaak Commandeur), Koers Zuid, richting Noord. Een reis in twee talen, De Bezige Bij, Amsterdam, 360 p., 890 frank.

'Een taal spreken heeft te maken met ergens bij horen'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234