Donderdag 09/12/2021

THUIS / 1

Ik heb gezien hoe mensen van plekken waar ze wonen opnieuw meer een thuis proberen te maken. In één woord: relokalisering

Van de plek waar ik nu zit, thuis in Schaarbeek, kijk ik uit op de Gezelschapseilanden. Tien groene stipjes in de onmetelijke Grote Oceaan, boven de steenbokskeerkring. In mijn rechterooghoek zie ik Kaap de Goede Hoop liggen. Schele hoofdpijn krijg ik er soms van, van die wereldkaart achter mijn bureau thuis. Het is een Natuurkundige Wereldkaart, uitgerold tussen twee houten stokken. Ooit hing ze aan een schoolbord wellicht. Je vraagt je af wie er nog allemaal heeft zitten naar staren, terwijl hij of zij opstelletjes te schrijven had over eigen huis en tuin.

Op mijn wereldkaart staat geen Schaarbeek. Er staat zelfs geen België op. Enkel Brussel, een duim van Parijs en Londen verwijderd. Een jaar lang heb ik voor de krant van hot naar her gerend, een mier in een hokje van vijf vierkante millimeter op wereldschaal. Een jaar lang al gooi ik brokken leven van landgenoten te grabbel. Nu ik mezelf de vragen stel waarmee ik het land heb afgeschuimd, zwijgt de spiegel. Wat ik zocht bij anderen, pakweg 'gemeenschapszin', heb ik zelf niet in huis.

Ik ben niet actief in een buurtcomité. Als de buren rondom het Josaphatpark een rommelmarkt organiseren, vloek ik omdat ik de auto nergens kwijt kan. Ik teken geen petities tegen laaghangende vliegtuigen. Ik lig evenmin wakker van de trein die deze gemeente bijna onzichtbaar maar toch zo vlakbij doorkruist, onder het Verboeckhovenplein - roepnaam de Berenkuil - (zie foto) en langs het Josaphatpark.

"In die straat van jou blijven de rolluiken dag en nacht neer", zegt Inge, een verre kameraad die twee straten verder woont. "Ook die van jou." Om haar vrij te vertalen: "Wat zit jij toch altijd met je hoofd op de Gezelschapseilanden? Waarom loop je in heel Vlaanderen deuren plat en zeur je over buurtleven, terwijl je jezelf thuis verschanst." Volgens menig rapport en studie draag ik daardoor bij tot de onleefbaarheid van de stad. Toch kreeg ik van Inge een zakje vol courgettes, uit haar eigenste stadstuintje. Buurtleven in de grootstad: ik profiteer ervan, maar heb er geen deel aan.

Laat dit dan mijn bijdrage zijn. Voor de tientallen verhalen die ik in dorp en stad heb opgetekend, heb ik hier in Schaarbeek een onderbouw gevonden. In mijn boekenkast, bij antropoloog en filosoof Ton Lemaire. Wat ik zag in dit land anno 2003 heeft Lemaire in zijn boek Met open zinnen 'relokalisering' genoemd. Het is een tegenbeweging die de jongste jaren is ingezet tegen de processen van verstedelijking en globalisering. Die processen hebben de mens teruggedrongen op plekken zonder geheugen. Ze hebben hem een on-thuisgevoel gegeven. Hij woont achter rolluiken, werkt - áls hij werk heeft - voor onpersoonlijke vaak buitenlandse werkgevers, hij koopt zijn voedsel voorverpakt in serie. In de loop van de jaren negentig hebben politici en sociologen dat proces van vervreemding aangevuld met meer moralistische etiketten: ver-ikking en verzuring.

Dat heb ik op deze plek uitentreuren opgetekend. Maar ik heb ook de tegenbeweging gezien. Hoe in dorpen en steden alles op alles wordt gezet om mensen uit hun isolement te halen, om het landschap menselijker te maken, het leven gezelliger. Hoe mensen van plekken waar ze wonen opnieuw meer een thuis proberen te maken. En hoe het overaanbod van voorverpakt voedsel tot een heropleving leidt van het ambachtelijke. Dat is het verhaal van Inges courgettes. In één woord: relokalisering.

Op vele plekken is de kaap van de goede hoop inmiddels genomen. Als ik er een datum op moet plakken: 2000 was een scharnierjaar. Buren begonnen zich in straat of wijk te verzamelen, en niet uitsluitend om te klagen over stoepen of bouwvergunningen. Het aantal straatfeesten dat in dit land georganiseerd wordt, is sinds de eeuwwisseling niet meer te tellen. Buren nemen zelf het initiatief om gevels te bebloemen of te bevlaggen. Ook in mijn achtertuin. Blijkt er in de wijk waar ik woon sinds enkele jaren een buurtcomité actief dat zichzelf kortweg Het Dorp noemt. Faut le faire in een gemeente die groter is dan Leuven.

Martine, een van de initiatiefnemers, vertelt het onderhand bekende verhaal. "We vonden het plots met een paar mensen welletjes dat contacten op straat zich beperken tot bonjour en bonsoir. Nu organiseren we af en toe een straatfeestje en we fungeren als antenne voor het stadsbestuur. Als er hinder is in de buurt melden we dat. We hebben Het Dorp niet alleen opgericht voor de gezelligheid, ook omdat in het verleden klachten te lang niet gehoord werden. Toch vindt burgemeester Bernard Clerfayt ons geen klagers. 'Hoe meer buren de handen in elkaar slaan, hoe beter voor ons', zegt hij. Want politici en politie hebben geen duizend ogen en oren."

Wat geldt voor verzoeting geldt ook voor verzuring. Het is altijd de optelsom van duizenden details. Remedies zijn daarom vaak even voor de hand liggend als geniaal. Zo wil Brussels minister-president en Schaarbekenaar Daniël Ducarme (MR) de belastingen op lichtreclames afschaffen. Want, zo zegt hij, "verlichte etalages dragen bij tot de leefbaarheid van een wijk en de veiligheid". Daarom gaf de overheid jarenlang subsidies. Handelaars die dat deden, kregen daags daarna een ambtenaar op bezoek om de grootte van de lichtreclame te meten. Daar werd vervolgens een heffing op berekend. Of hoe snel zoet zuur wordt.

Deze week stapte ik van het Noordstation naar Schaarbeek. Meestal neem ik mijn wagen, scheur ik mee met Turken en Marokkanen, want wie niet even assertief rijdt, riskeert blikschade. In de Brabantstraat is elk huis een bazaar. Veel lichtjes en veel drukte, en daarom inderdaad zeer leefbaar. Van het Liedtsplein gaat het vervolgens tot de Berenkuil via de Gallaitstraat. Daar vallen tussen de schaarse winkels almaar meer onverlichte gaten, grijze gevels. Vorige week werd hier in de Paviljoenwijk tien jaar wijkvernieuwing 'gevierd'. Wie een huis in deze straat kocht, kreeg premies om te renoveren. Dat is fijn voor wie 's avonds de deur achter zich dicht trekt, maar de buurt heeft er niets aan als de rolluiken beneden blijven.

HHH

Elk seizoen wordt ze inventiever, Joëlle van Café Hamlet op de Helmetsesteenweg. Ooit begon ze uit pure verveling de etalage te versieren. Tegenwoordig maakt ze er hele tafereeltjes van. Haar etalage is een attractie geworden voor voorbijgangers.

Café Hamlet is een buurtcafé. Mensen komen er relokaliseren. Alle klanten hebben er een voor- en bijnaam. Al twintig jaar zit Camille hier zijn zelfde verhaal te vertellen. Hij is van Albanese origine, werd in 1957 verdreven uit Joegoslavië naar Turkije. En van daaruit nam hij tien jaar later de wijk naar België. Hier werkte hij als clarkchauffeur in menig Brusselse brouwerij. Hij klaagt graag over de teloorgang van de Belgische bieren. Hij is gelukkig nu, want hij heeft zes kinderen en ze rijden alle zes met de auto. "En dat is België", herhaalt hij dan. "Nooit getwijfeld aan België", zegt hij, maar veertig jaar al balanceert zijn hart tussen zee en stad, Oostende en Brussel.

Dat hij niet hoeft te kiezen, zal ik hem de volgende keer vertellen. Dat thuis is waar het leefbaar is. En waar er iets schuimends op tafel komt.

Filip Rogiers

Zaterdag: Thuis / 2

'We wonen nu tien jaar aan zee. Het is een beetje Brussel.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234