Vrijdag 27/01/2023

Thonet, huis van vertrouwen

Bedenk het decor voor een caféscène uit de Belle Epoque en je kunt niet zonder. Bekijk schilderijen van Parijse boulevards of prentbriefkaarten van de Weense Ringstrasse en je ziet ze staan. De sierlijke gebogen lijnen van de bistrostoelen van het huis Thonet zijn het handschrift van de negentiende eeuw geworden. Maar ook Le Corbusier en de ontwerpers van het Bauhaus droegen de firma een warm hart toe. In het Gentse Museum voor Sierkunst en Vormgeving werd een honderdtal Thonet-meubelen verzameld.

Misschien was de Duits-Oostenrijkse bedrijfsleider Michael Thonet (1796-1871) wel de rechtstreekse stamvader van meubelzaken als Ikea of Habitat. In zijn werkplaats bij Boppard am Rhein bedacht hij technieken om meubelen te assembleren en hout naar zijn hand te zetten. Vorst Metternich haalde hem naar Wenen; in 1842 kreeg hij het patent om "iedere, zelfs de meest broze houtsoort langs chemisch-mechanische weg naar believen te buigen en te vervormen". In Thonets fabriekje werden gelijmde stroken hout met stoom gebogen. Barstjes voorkwam hij door een blikken strip aan het hout te bevestigen. Het werkte. In 1851 trok de man met zijn uitvinding naar de Londense Wereldtentoonstelling in het beroemde Crystal Palace van ingenieur Joseph Paxton, een gebouw dat zelf ook al een modulaire, gestandaardiseerde constructie was. Er brak een gouden tijd aan voor rationele, snel en goedkoop te assembleren ontwerpen. In hetzelfde jaar kreeg Thonet de eerste grote bestelling; mevrouw Daum wilde zijn stoel nummer 4 gebruiken voor de inrichting van haar nieuwe koffiehuis. Later zou het bedrijf ook massief hout in gebogen vormen gaan verwerken. De legendarische bistrostoel, het nummer 14 uit 1859, bestond uit zes onderdelen en enkele schroeven.

Tot in 1930 werden er ongeveer vijftig miljoen van geproduceerd. Rond de eeuwwisseling werkten zesduizend arbeiders elke dag vierduizend meubelen af. De rieten zittingen werden buiten de fabriek vervaardigd door vrouwen, want Thonet en zijn vijf zonen hadden meteen het thuiswerk op grote schaal geïntroduceerd. Goedkoop waren de stoelen ook al; een gewoon exemplaar kostte drie pond. Zelfs het transport naar Amerika was geen probleem. In een kist van één kubieke meter pasten de onderdelen van vijfendertig stuks. Toch zo gek niet, die aardige baardige heer die een beetje op Karl Marx leek. Thonet was zeker niet de enige die sterke en lichte meubelen van gebogen hout maakte, maar wel de bekendste. Voor zijn beruchte Café Museum in Wenen (1898) had Adolf Loos elegante (en verwante) stoelen en tafels ontworpen die vervaardigd werden door de concurrerende firma van Jacob en Josef Kohn. In Otto Wagners Postspaarbank (1906) zaten de beambten op stoelen die oogden als een wat hoekiger versie van het 'nummer 14'. Dit soort meubelen wordt ook vandaag nog vlot verkocht: echte Thonets of ontwerpen van geïnspireerde epigonen, maar ook vulgaire kopieën in blik en plastic. Na de Eerste Wereldoorlog schreven Michaels afstammelingen een tweede hoofdstuk van het succesverhaal. Hun bedrijf ging ook stalen buismeubelen fabriceren en werd op handen gedragen door modernistische ontwerpers. Op oude foto's van Le Corbusiers ophefmakende Pavillon de L'Esprit Nouveau (1925) duiken tussen de rechte lijnen van het interieur plots de welvingen van een Thonet-fauteuil op. Het is nummer B 9 uit de catalogus; Le Corbusier vindt dat de armstoel, "die in miljoenen exemplaren op het Europese continent en in de beide Amerika's in gebruik is, iets nobels heeft." Thonets aanpak - massaproductie, standaardisering, efficiëntie - paste perfect in de modernistische idee van 'équipement'. Een architect schikte niet langer meubelen in huizen; voortaan rustte hij woonmachines uit. De B 9 werd ook gebruikt in een baanbrekend project als de Weissenhofwijk in Stuttgart, terwijl Le Corbusiers legendarische chaise longue (1929) door Thonet-France werd geproduceerd.

De al even beroemde fauteuil B 3 van Marcel Breuer uit 1925 - die later 'Wassily' werd genoemd, naar Breuers Bauhauscollega Kandinsky voor wiens huis hij was ontworpen - belandde (door de overname van het Berlijnse bedrijfje Standard Möbel) in Thonets catalogus. De buizen van vernikkeld of verchroomd staal werden bespannen met ijzergaren; het was een kolfje naar de hand van het huis van vertrouwen. Ook de verende, 'zwevende' buisstoel B 32 met rietvlechtwerk in berkenhouten lijstjes, die de Nederlander Mart Stam omstreeks 1928 had ontwikkeld, was een product van Thonet. Deze ontwerpen werden ontelbare keren geplagieerd; ze zijn ook vandaag nog leverbaar. Stoelen van Breuer en Ludwig Mies van der Rohe komen voor in de catalogus. Het bedrijf speelt slim in op de tijdsgeest; het nummer 14 wordt sinds 1960 opnieuw geproduceerd en vanaf 1979 worden de oude ontwerpen in art nouveau en art deco weer uit de mappen gehaald. Toch raakte Thonet zijn plaats in de voorhoede kwijt. Verner Panton, de man die ooit een stoel uit één stuk gegoten kunststof bedacht, leverde in 1966 nog wel verwante modellen in gelamineerd hout, en enkele mindere goden ontwierpen spullen die de fifties en de hippe jaren zestig niet overleefden. Het is dan ook geen toeval dat de firma vandaag vooral dankbaar naar het verleden kijkt en het devies van de stichter, "buigen of barsten", huldigt. Wat de markt vraagt, dat maken ze.

Het Gentse museum heeft de mooie verzameling Thonets verspreid opgesteld, en dat is jammer. De stoelen werden op rode matjes in het min of meer chronologische parcours van de permanente collectie geplaatst. Zo zien we in één oogopslag wat voor fraais er gelijktijdig in de rest van de wereld werd voortgebracht, maar het homogene karakter van de productie gaat verloren. Deze tentoonstelling, die ervaren wordt als een zoekplaatje, zou wel eens de gemakkelijkste oplossing kunnen geweest zijn. Het huis Thonet verdient beter. Eric Min

De tentoonstelling loopt tot 13 december in het Museum voor Sierkunst en Vormgeving, Jan Breydelstraat 5 te Gent (tel. 09/267.99.99). Ze is geopend van dinsdag tot zondag, van 9.30 uur tot 17 uur. De toegangsprijs bedraagt 100 frank (bezoek aan de permanente collectie inbegrepen). De catalogus Buigen, zien en zitten - Designklassiekers van Thonet kost 500 frank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234