Donderdag 29/10/2020

InterviewThomas Vanderveken

Thomas Vanderveken stelt opnieuw vragen: ‘Politici kunnen nooit helemaal zichzelf zijn’

‘Herman Brusselmans legde al zijn zwakheden op tafel. Hij leerde me dat openheid je niet kwetsbaar, maar onkwetsbaar maakt.'Beeld Illias Teirlinck

Vanavond start het tiende seizoen van het Canvas-programma Alleen Elvis blijft bestaan. Tijd om met presentator Thomas Vanderveken (39) een balans op te maken. ‘Mensen stellen elkaar te weinig vragen.’

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa zal vanavond aan een iets bredere tafel plaatsnemen dan de Alleen Elvis-gasten die hem voorgingen. Covid-19 heeft véél mensen technisch werkloos gemaakt, maar niet de schrijnwerkers die het meubilair in de televisiestudio’s van de VRT coronaproof moeten maken.

Op een paar logistieke aanpassingen na, zal Alleen Elvis blijft bestaan echter precies zijn wat het ook de voorbije negen seizoenen geweest is: een programma waarin beschaafde mensen aan de hand van beeldfragmenten hun ziel ontbloten, daartoe vriendelijk, maar volhardend aangepord door Thomas Vanderveken, de man die een kwalificatie als ‘sterinterviewer van de openbare omroep’ rillend van onbehagen zou afwijzen, maar dat niettemin wel ís.

Wanneer Vanderveken op 12 december zijn jubileumgast Stephen Fry weer op de Eurostar naar Londen zal hebben geparkeerd, zal hij in Alleen Elvis blijft bestaan 100 gasten hebben ontvangen, 1.000 beeldfragmenten hebben bekeken en 9.000 minuten hebben gepraat. Dat zijn nog geen cijfers die een zaligverklaring door de nieuwe VRT-CEO Frederik Delaplace rechtvaardigen, maar een allesverklarend interview in ‘Zeno’ moet kunnen.

Beginnen doen we bij het begin, dat zich dit keer in de eerste maanden van 2013 situeert. De VRT is koortsachtig op zoek naar televisieformats die níét uit de koker van Eric Goens komen en toenmalig Canvas-manager Mark Coenen roept tijdens een brainstorm “dat het een godvergeten schande is dat Canvas nog altijd geen programma zoals Zomergasten heeft”. Of is het idee voor Alleen Elvis blijft bestaan op een andere manier ontstaan?

‘Mannen vinden zichzelf nogal interessant. Er zijn er die op onze uitnodiging reageren met: Aha. Dan tóch. Of: Nú pas?’Beeld Illias Teirlinck

Thomas Vanderveken: “Toch niet, nee. (lachje) Mark Coenen wilde op een gegeven moment een interviewprogramma waarin nog eens lang en stevig doorgepraat mocht worden. En ikzelf was samen met een paar andere mensen net over zo’n programma aan het nadenken. We hadden elkaar dus snel gevonden.

“Wat we níét wilden, was voorspelbare, voorgekauwde televisie maken. En dus hebben we ervoor gezorgd dat Alleen Elvis op een aantal punten fundamenteel verschilt van andere talkshows.

“Eén: de volgorde van de beeldfragmenten – en dus van de gespreksonderwerpen – ligt níét op voorhand vast. Daardoor hoef ik geen dingen te zeggen als: ‘Over je moeder hebben we het straks nog.’ (lacht)

“Twee: we bekijken niet per se alle fragmenten. Als we zin hebben om over een bepaald onderwerp uit te weiden, doen we dat gewoon.

“Drie: er wordt na de opname niet gemonteerd. En vier: ik breng vóór de opname zo weinig mogelijk tijd door met mijn gasten. Het gesprek moet tijdens het programma plaatsvinden, niet voordien.”

Was u in het begin niet op uw hoede voor de onvermijdelijke vergelijking met het VPRO-programma Zomergasten? Alleen Elvis blijft bestaan en Zomergasten zijn een eeneiige tweeling.

“We hebben op voorhand met de mensen van Zomergasten rond de tafel gezeten. ‘We gaan een programma maken dat erg veel lijkt op dat van jullie’, zeiden we. ‘Hebben jullie daar bezwaren tegen?’ Dat bleek allerminst het geval te zijn. Peter van Ingen, de man die in 1988 met Zomergasten is begonnen en het programma dertien jaar gepresenteerd heeft, is zelfs nog naar Antwerpen gekomen om zijn expertise met ons te delen.

“Los daarvan kun je het concept van Zomergasten ook niet echt claimen. Tv maken met beeldfragmenten, dat is zoals radio maken met muziekstukken. Alleen Elvis blijft bestaan doet hetzelfde als Zomergasten, maar dan helemaal anders.”

'Ik verfoei nu al de dag waarop ik met dit programma zal moeten stoppen.'Beeld Illias Teirlinck

De presentatoren van Zomergasten krijgen drie uur om hun gasten uit te kleden, u klaart de klus in anderhalf uur. Is een halve marathon leuker om naar te kijken dan een hele?

“Beide kunnen leuk zijn. Maar ik ben volmaakt tevreden met mijn negentig minuten. Zomergasten, dat is eten, drinken, een dessert nemen, een digestiefje naar binnen slaan, een sigaar roken en vervolgens nog een plankje kaas verorberen. Alleen Elvis laat de kijker wellicht nog met een klein beetje honger achter. Maar liever dat dan dat hij oververzadigd in de zetel hangt.”

Waarom is Alleen Elvis blijft bestaan nog altijd de juiste titel voor uw programma?

“Omdat we het met onze gasten nog altijd hebben over mensen en gebeurtenissen die het hier en nu overstijgen. En omdat Alleen Elvis blijft bestaan stukken beter klinkt dan Gebrand op je netvlies.” (lacht)

Over de keuze van uw gasten zei u ooit: ‘We hebben maar tien vakjes per seizoen, en die worden met het weegschaaltje gevuld.’ Welke criteria hanteren jullie daarbij?

“Onze gasten moeten vooral een goed beeldgeheugen hebben. Als je niet verder komt dan ‘Ik herinner mij een koers, en plots ontsnapte er iemand uit het peloton en wat later reed die persoon als eerste over de streep’, dan hebben we een probleem. Voorts is het aangewezen dat onze gasten goed ter taal zijn, natuurlijk. ‘De grenzen van de taal zijn de grenzen van mijn werkelijkheid’, wist Wittgenstein al.”

Sinds een paar jaar nodigen jullie evenveel vrouwen als mannen uit. Iets in mij zegt dat vrouwen moeilijker te overtuigen zijn van een deelname aan een avondvullend praatprogramma dan mannen.

“Dat is zo. Mannen vinden zichzelf door de band genomen nogal interessant, vrouwen niet. Er zijn mannen die op onze uitnodiging reageren met uitspraken als: ‘Aha. Dan tóch.’ Of: ‘Nú pas.’ (lacht) Terwijl de vrouwen die we uitnodigen bijna allemaal vragen: ‘Oei. Ben ik wel interessant genoeg voor jullie programma?’ Vrouwen moeten echt verleid worden om mee te doen. Terwijl mijn vrouwelijke gasten minstens even goed blijken te zijn als mijn mannelijke.”

Ik vind uw vrouwelijke gesprekspartners vaak beter. Ze stellen zich doorgaans wat kwetsbaarder op dan de mannen.

“Vrouwen vinden over het algemeen gemakkelijker de weg naar hun hart. Dat is voor een programma als Alleen Elvis blijft bestaan uiteraard een zegen.”

Margot Vanderstraeten zei aan uw tafel: ‘Schrijven is een non-conformistische daad – ik kies allerminst voor zekerheid – maar mocht mijn boek Mazzel Tov niet zo veel succes gehad hebben, dan zou ik misschien toch een vorm van bitterheid hebben ontwikkeld. Ik wilde mijn non-conformisme – ook in financieel opzicht – wel eens bevestigd zien.’ Dat zie ik een mannelijke schrijver nog niet zo gauw opbiechten.

Beeld Illias Teirlinck

“Dan vergeet je Herman Brusselmans. Brusselmans is zowat het toonbeeld van openheid. Bij hem ligt het kreng altijd op tafel: hij verbergt werkelijk niks. En dat maakt hem onkwetsbaar. Niemand kan zijn zogenaamde zwakheden ontsluieren, want hij heeft ze zélf al allemaal onthuld. Brusselmans leerde me dat openheid ons niet kwetsbaar, maar onkwetsbaar maakt.”

Op welke andere inzichten hebben uw gasten u door de jaren heen getrakteerd?

“Petra De Sutter deed me inzien wat transgenderisme écht is. Ik wéét nu dat je als vrouw in een mannenlichaam geboren kunt worden en dat dat verschrikkelijk kan zijn. En van Bent Van Looy leerde ik dat we allemaal kunstenaars moeten zijn. Dat we ons ook kunnen uiten door dingen te máken. Ook al zijn de producten van onze scheppingsdrift niet meteen museum- of galeriewaardig. En zo kan ik nog tientallen voorbeelden geven: élke aflevering van Alleen Elvis heeft me wijzer gemaakt.”

Kiest u niet al te vaak gasten met wie u een zekere affiniteit hebt? Ik zie in Alleen Elvis zelden of nooit gasten die ver afstaan van wat ik gemakshalve maar ‘de Canvas-wereld’ zal noemen.

“Ik begrijp wat je bedoelt en we zijn wel degelijk op zoek naar mensen uit alle ideologische hoeken. Maar – en dat is geen flauw excuus – die zijn niet altijd even makkelijk te vinden. Alleen Elvis drijft op beeldfragmenten. Dat betekent dat we gasten nodig hebben die gretig media en cultuur consumeren. En die zijn – daar kan ik verder ook niks aan doen – net iets talrijker in de ene hoek van de maatschappelijke arena dan in de andere.

“We wilden ooit een niet-nader genoemde kerkleider uitnodigen. Een heel intelligent man, alleen: hij kon geen enkel beeldfragment aandragen, want hij had de voorbije jaren nauwelijks tv gekeken. Laat staan dat hij naar de bioscoop was geweest. Dat diskwalificeerde hem uiteraard als gast.

“Nu goed: Mia Doornaert heeft al bij ons gezeten, net zoals Thomas Leysen en Rik Torfs. Het is dus niet zo dat we bijvoorbeeld geen conservatieve stemmen laten horen. Plus: Alleen Elvis moet in de eerste plaats over de beeldfragmenten gaan en wat die bij onze gasten hebben losgeweekt. Zodra ideologie al te nadrukkelijk een thema wordt, zijn we verkeerd bezig. Alleen Elvis blijft bestaan is heel bewust geen politiek programma.”

Jullie nodigen inderdaad geen politici uit, tenzij ze gepensioneerd of gedeprogrammeerd zijn.

“Politici kunnen hun hoofdkwartier niet thuislaten. Ze voelen zich verplicht om te zeggen wat de partijtop van hen verlangt. En dus kunnen ze nooit helemaal zichzelf zijn. De mens achter de politicus leer je pas kennen op de dag dat hij geen politicus meer is.”

Hoe belangrijk is Alleen Elvis voor u persoonlijk? Hoe erg zou u het vinden, mocht Canvas straks zeggen: ‘Tien seizoenen, het is welletjes geweest?’

“Ik probeer mezelf niet te hard aan mijn praattafel vast te klampen. Zoals alles zal ook Alleen Elvis eindig blijken te zijn. Maar ik verfoei nu al de dag waarop ik met dit programma zal moeten stoppen. Alleen Elvis is voor mij een intellectuele vitaminekuur. Betty Mellaerts (voormalig VRT-journaliste, red.) zei ooit: ‘Interviewen is al werkend het leven leren.’ Ze had gelijk: ik word geestelijk enorm gevoed door mijn gasten.

“Bovendien wil ik dat er een tv-programma is waarin dingen gezegd kunnen worden die in andere tv-programma’s niet aan bod komen. Ingrid Daubechies (Belgische wiskundige, red.) vertelde in Alleen Elvis dat haar grote brein niet enkel een zegen, maar ook een bedreiging is. ‘Als mijn verstand niks te doen heeft’, zei ze, ‘denkt het mij regelrecht het graf in. Medicijnen helpen me om dat te vermijden.’

Beeld Illias Teirlinck

“Ik vind het belangrijk dat er op de televisie nog een vrijplaats is waar mensen in veilige omstandigheden hun breekbaarheid kunnen tonen.”

Friedl’ Lesage wees me ooit op een minder prettig neveneffect van het interviewen: ‘Hoe meer interessante mensen ik interview, hoe oninteressanter ik mezelf begin te vinden’, zei ze. Herkent u dat?

“Absoluut. Maar ik denk dat dat gezond is. We overschatten onszelf allemaal zo schromelijk. Misschien is het wel goed dat je een job hebt die je daar regelmatig op wijst.”

In de herfst van 2015 had Thomas Vanderveken kerkjurist en Twitter-versie van de Druivelaar Rik Torfs te gast. Vanderveken slaagde erin om de dikke laag ironie waarachter Torfs zich doorgaans verschuilt helemaal weg te masseren. “En toch blijf ik als interviewer een zekere schroom hebben. ‘Interviewen is een parasitaire bezigheid’, zei Theo van Gogh ooit. En dat klopt tot op zekere hoogte, vrees ik. De lof die mij nu en dan wordt toegezwaaid, heb ik vooral te danken aan alle mooie dingen die mijn gasten verteld hebben. En aan het talent van al die toegewijde collega’s met wie ik mag samenwerken.

“Ik zal niet beweren dat ik aan het succes van Alleen Elvis géén verdienste heb, maar toch. Jij gebruikt je kunde als schrijver nog om van dit interview iets moois te maken. Ik moet veel minder doen.”

Hebt u als interviewer de voorbije seizoenen een noemenswaardige evolutie doorgemaakt?

“Ik ben in de eerste plaats als mens geëvolueerd. Toen ik aan Alleen Elvis begon, was ik nog een kinderloze dertiger. Vandaag nader ik de veertig en ben ik vader van twee kinderen. Ik ben dus kwetsbaarder geworden. En dat heeft mij ook als interviewer veranderd. Ik ga nog meer dan vroeger op zoek naar de dissonanten in het leven van mijn gasten. Naar hún kwetsbaarheid.”

Wanneer beschouwt u een Alleen Elvis-gesprek als geslaagd?

“Als mijn gast zich echt gegeven heeft. Als er een gezamenlijke zoektocht naar waarachtigheid heeft plaatsgevonden. Als we ons hebben afgevraagd: ‘Is er nog een tweede antwoord mogelijk? Kan er nog een extra nuance aangebracht worden?’”

Zijn er vragen die meer dan andere geschikt zijn om de waarheid van een gast bloot te leggen?

“Ik zal altijd polsen naar de jeugd van mijn gasten. De dromen die je als kind had, bepalen vaak ook je leven als volwassene, vandaar. Voorts speelt vooral de waarom-vraag in ons programma een prominente rol: waarom heeft dit beeldfragment jou geraakt? Die vraag volstaat vaak al om iets fundamenteels te doen bovendrijven. ‘Wel, Thomas, ik was zeventien, ik zat in de bioscoop, ik zag deze scène en ik wist onmiddellijk: mijn leven moet he-le-maal anders.’ De beeldfragmenten zijn shortcuts naar wat er in het leven van mijn gasten écht toe doet.”

Of naar het beeld dat ze van zichzelf willen projecteren. ‘Andermans ideale wereld is altijd de moeite van het betwijfelen waard’, schreef Rudy Vandendaele in een recensie van uw programma.

Alleen Elvis mag geen piëdestal zijn. Het is niet de bedoeling dat wij voor onze gasten een voetstuk klaarzetten waar zij vervolgens hun standbeeld op kunnen neerpoten. Maar ik denk ook niet dat we dat doen. Ik ga wel degelijk op zoek naar de donkere kanten van een gast. Al doe ik dat zonder te oordelen. Ik wil niet dat de kijkers zeggen: ‘Bah! Vies!’ Ik wil dat ze begrip hebben. De meeste gasten willen de scheur in hun harnas trouwens best tonen. Op voorwaarde dat ze dat op een mooie manier kunnen doen. Dat hun kwetsbaarheid niet uitgebuit of geridiculiseerd wordt.”

'Misschien is 'Alleen Elvis' mijn manier om Toon Hermans te zijn.'Beeld Illias Teirlinck

Onvermijdelijke vraag: welk beeldfragment zou niet mogen ontbreken mocht u zelf te gast zijn in uw programma?

“Ik heb onlangs met Véronique (Leysen, zijn partner, red.) naar de Franse film 37.2° le matin gekeken (ook bekend als Betty Blue, van Jean-Jacques Beineix, 1986, red.). Op een gegeven moment proberen de hoofdpersonages – Betty en Zorg – poedelnaakt, half bezopen en in het holst van de nacht hun zetelbed uit te klappen. Alleen: het lukt hen niet, ze modderen maar wat aan, minutenlang. Dat vond ik opvallend, want in films krijg je haast nooit gestuntel te zien. En al helemaal niet wanneer tijdens het gestuntel de penis van het mannelijke hoofdpersonage hulpeloos op en neer bungelt. (lacht)

“De trivialiteit van die scène was een onverwachte, maar prachtige illustratie van de morsigheid van het leven. Ik heb mij echt gelaafd aan die beelden. Wat wellicht meespeelde, was het feit dat Véronique en ik óók nogal slonzig waren terwijl we naar de film aan het kijken waren. Vero lag met haar hoofd op mijn schoot, ik was in haar haren aan het krabben, we hadden allebei slechte kleren aan, de afwas lag achter ons te stinken en de kattenbak moest nog leeggemaakt worden. De identificatie met Betty en Zorg was totaal, quoi.” (lacht)

Bent u ook in privékring een vragensteller? Hoort u uw vrienden graag uit over hun opinies en emoties?

“Ja. Ik heb graag dat er iets gebeurt tijdens een gesprek. Ik gooi weleens een provocerende vraag in de groep om de tongen wat losser te maken. Je hebt mensen die er niks mee inzitten om altijd over dezelfde onderwerpen te praten. Maar ik haat gesprekken die al eens gevoerd zijn. Zeker als die gesprekken over plasma-tv-schermen gaan. (lacht) Bovendien: je maakt connectie met mensen door hen vragen te stellen. Mensen stellen elkaar niet te veel vragen, maar te weinig.”

In een aflevering van de videoreeks Dagelijkse kunst – een nog steeds niet massaal genoeg bekeken parel op vrt.nu – toont Thomas Vanderveken ons de schoonheid waarmee hij zich in zijn seventies-huis in Bonheiden heeft omringd. Terwijl hij liefdevol naar een ingelijste foto van Igor Stravinsky kijkt, zegt hij: “Schoonheid is toch ook echt heel belangrijk.” Dat klinkt als een evidentie, maar dat is het in het geval van Vanderveken níét.

“Ik heb schoonheid lang niet naar waarde geschat. Ik ben nogal van het cerebrale type: ik word vooral geraakt door woorden en ideeën. Mooie objecten konden me lange tijd niet ontroeren. Maar met het ouder worden ben ik gaan beseffen dat ook vormelijke schoonheid een betekenis kan hebben. Dat het eervol is om de dingen met stijl te doen. Dat je niet alleen bloemen moet kopen, maar ze ook op een mooie manier in de vaas moet schikken. Vorm en inhoud kunnen een prachtige pas de deux dansen.”

Heeft Véronique uw liefde voor things of beauty aangewakkerd?

“Deels wel, ja. Véronique ademt stijl. Toen we nog maar pas samen waren, vroeg ze me eens wat ik nu zo leuk vond aan haar. Een van de dingen die ik toen gezegd heb, was: ‘Jij kunt zo mooi een potje op een kast zetten.’ Ze vond die woorden een aanfluiting van haar intelligentie. ‘Wat zég jij nu? Ellendeling.’ (lacht)

“De gracieuze manier waarop ze door het leven gaat, was voor haar niet bijzonder. Ze zag haar elegantie niet als een gave, maar als een evidentie. Maar op mij maakte haar talent voor stijl wél indruk. Al was het maar omdat ik er zelf niet over beschik. Geef mij een potje en ik zet het gegarandeerd op de verkeerde kast.” (lacht)

Véronique gaat binnenkort opnieuw studeren: interieurdesign. U wilt vroeg of laat ook weer op de schoolbanken gaan zitten, herinner ik me uit ons vorige gesprek.

“Dat is zo. De Italiaanse schrijver Alessandro Baricco heeft in Turijn een school opgericht: Scuola Holden, genoemd naar Holden Caulfield, het hoofdpersonage uit The Catcher in the Rye (boek van J.D. Salinger uit 1951, red.). Baricco wilde dat er een school bestond waaruit Holden Caulfield nooit zou worden weggestuurd, vandaar de naam van zijn project. In Scuola Holden leer je verhalen vertellen: de grootste storytellers ter wereld komen er lesgeven. Het lijkt me heerlijk om daar eens een jaar naartoe te gaan.”

Twintig jaar geleden studeerde u muziektheorie en piano aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel. U was nog niet eens afgestudeerd of u werd al presentator bij JIMtv, de toenmalige jongerenzender van VTM. Welke carrière had u op dat moment in gedachten?

“Ik wilde Toon Hermans worden: op een podium gaan staan, liedjes zingen, grappen maken en en passant dingen zeggen die ertoe doen. Maar ik ben op een zijpad beland dat voor mij de hoofdweg is gebleken. En daar heb ik geen spijt van. Ik vraag me niet af: where did I go wrong? Maar ik moet wel onder ogen zien dat het leven me een andere kant heeft opgestuurd dan ik oorspronkelijk in gedachten had.”

Bent u iemand die dan denkt: er zullen vast redenen zijn waarom mijn zijpad mijn hoofdweg is geworden?

“Ja. Het is goed om dromen te hebben: je haalt er veel energie uit. Maar je moet je plannen ook durven los te laten. En aanvaarden dat het leven je ergens anders naartoe laveert dan voorzien.”

U kunt nog altíjd Toon Hermans worden, natuurlijk.

(glimlacht) “Misschien bén ik het zelfs al een beetje. Misschien kan ik door mensen te interviewen ook wel dingen zeggen die ertoe doen. Misschien is Alleen Elvis maken wel míjn manier om Toon Hermans te zijn.”

We nemen afscheid en keren terug naar onze respectievelijke thuisfronten. In de auto speelt mijn hoofd steeds hetzelfde liedje af: ‘Wat ruist er door het struikgewas?’ Ook geen slechte titel voor een interviewprogramma, zeg ik tegen niemand in het bijzonder.

Alleen Elvis blijft bestaan, elke zaterdag rond 22.15 uur op Canvas.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234