Maandag 01/06/2020

Thee, spiegel van de ziel

opera

europese première van 'tea' van tan dun in amsterdam

Amsterdam

Van onze medewerker

Stephan Moens

Een avondvullende opera over thee, meer bepaald over de theeceremonie: het lijkt niet meteen het spannendste idee. Het nieuwste werk van de Chinees-Amerikaanse componist Tan Dun, dat vorige herfst zijn wereldpremière beleefde in Tokio en nu te zien was in Amsterdam, heeft nochtans, mede door originele elementen uit diens orkestratie en door de fijngevoelige regie van Pierre Audi, enige aantrekkingskracht.

Voor Tan Dun, vooral bekend van zijn Oscar-winnende filmmuziek voor Ang Lee's Crouching Tiger, Hidden Dragon en bij ons ook als muziekdirecteur multimedia van het Vlaams Radio Orkest, is multiculturaliteit een vanzelfsprekendheid. Zijn werk put dan ook zowel uit oosterse als uit westerse bronnen. In Tea zijn dat vooral de Peking-opera (vandaar de vele glissandi in de orkestpartituur en de versnellende trillers over grote intervallen in de zangstemmen) en boeddhistische gezangen (ietwat naïef en met een cross-over naar het gregoriaans geparodieerd door een monnikenkoor) maar ook Wagner en Puccini, van Meistersinger via Tristan tot Butterfly. Het resultaat is vooral welluidende, nagenoeg volledig consonante muziek, die soms ergert (die eeuwige harpdrieklanken!), nooit stoort en slechts zelden verbaast. Het origineelste element ervan staat op het podium: drie oosterse dames ontlokken gemurmel, gedruppel en geplens aan 'waterpercussie', ijle klanken aan een met de strijkstok bewerkte metalen lampenkap en geroffel, geruis en geritsel aan grote en kleine papierbanen. Dat laatste begeleidt een erotische scène: de suggestiviteit van schaduwen achter papieren wanden wordt in verband gebracht met de geslachtssymboliek van theesoorten ("Rubbing the oolong, dark dragon, rises; squeezing the moli, jasmine flower, opens"); voorwaar een exotische zienswijze.

De tekst van de Peking-operalibrettist Xu Ying en Tan Dun zelf beschrijft namelijk de strijd tussen de Japanse monnik Seikyo en een Chinese prins over het ware Boek van de thee of Ch'a ching, waarin alle wijsheid van de wereld met thee en theerituelen in verband wordt gebracht: "Thee, spiegel van de ziel". Het vertelt dat verhaal als een soort queeste van Seikyo en prinses Lan, de zus van de prins, die eindigt in hun vereniging en haar dood ("After this tea, home"). Het doet dat in een soort Engels dat de parallelle grammaticale structuren van het Chinees overgenomen lijkt te hebben, zodat het op zijn beste momenten zweverig en op zijn slechtste Pidginengels klinkt: "Though bowl is empty, scent glows; though shadow is gone, dream grows." Het, zonder twijfel gewilde, procédé is gevaarlijk en balanceert heel de tijd op de grens van het ridicule, althans voor westerse oren.

Gelukkig is er Pierre Audi met zijn scenografisch team. Zij hebben de beelden gevonden die het stuk van de banaliteit en de belachelijkheid redden. Op een opengewerkt speelvlak (decor en licht van Jean Kalman), dat levensweg en driehoeksverhouding suggereert, spelen de acteurs, die in prachtige, fantasierijke en kleurige kostuums van de Antwerpse modeontwerper Angelo Figus gestoken zijn, een fijnzinnig spel van toenadering en verwijdering, ritueel en ingehouden emotie. Hier is de brug tussen Oost en West wel gevonden: de kostuums herinneren wel aan die van Japanse daimio's maar kopiëren ze niet; de schalen zijn geen Japanse theekoppen maar geven er wel de leegheid van weer; de gebaren liggen ergens tussen die van het Japanse en het westerse theater. De verhevenheid van het gegeven wordt af en toe gebroken door een naïeve eenvoud, net zoals dat bij zenmonniken het geval is. Niet alle acteurs maken dat met dezelfde vanzelfsprekendheid waar; de hoofdrolspelers (Haijing Fu als Seikyo, Nancy Allen Lundy als Lan en Christopher Gillet als de prins) zijn echter uitstekend; vooral Fu, een bariton die tot nu toe vooral voor de grote Amerikaanse operahuizen werkte, is een revelatie. Het Nederlands Kamerorkest heeft geen moeite met de partituur van Tan Dun, die zelf dirigeert.

WAT: Tea van Tan Dun WIE: solisten, vocaal ensemble, percussionisten, Nederlands Kamerorkest o.l.v. Tan Dun. Regie: Pierre Audi. WAAR EN WANNEER: Amsterdam, Het Muziektheater, 12 januariONS OORDEEL: Het zweverige gegeven en de al te consonante muziek worden gered door originele vondsten in de orkestratie, een goede uitvoering en een fijngevoelige enscenering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234