Vrijdag 22/11/2019

Theatermaker Wayn Traub rondt zijn 'Wayn Wash'-trilogie af met 'Maria-Magdalena'

Ik heb te veel gezalfd, het is weer tijd om te slaan

Een blauw geverfd gezicht met zwarte strepen. Een vuurrode haardos. Een krijger, strijdlustiger dan ooit. Het is Wayn Traub (36) in Maria-Magdalena. Traub: theatermaker, cineast, allround kunstenaar. En binnenkort ex-Toneelhuisartiest, want vanaf volgend seizoen verlaat hij het Antwerpse stadstheater om een eigen theater op te starten in Hasselt. Traub volgt koppig zijn eigen traject: 'Als je 100 procent gaat voor wat jou na aan het hart ligt, zul je ook wel de harten van anderen raken.' door Liv Laveyne

Acht jaar geleden begon theatermaker Wayn Traub aan zijn Wayn Wash-trilogie, een cinema-opera waarin hij film, muziek en theater wou combineren. Na Maria-Dolores en Jean-Baptiste vormt Maria-Magdalena het sluitstuk. Een einde waarbij Wayn Traub tot het besef kwam dat hij terug naar het begin moest. "Theater moet zalven en slaan. Ik heb de afgelopen jaren te veel gezalfd, nu is het weer tijd om te slaan."

Precies tien jaar geleden zette Wayn Traub zijn eerste stappen op de scène. Eerst met heftige fysieke performances, zijn Mise-en-Traubs bij het Gentse theater Victoria. Vervolgens ging hij op zoek naar innerlijke reiniging met zijn Wayn Wash-trilogie. Nu komt alles samen in het slotgedeelte Maria-Magdalena, dat opnieuw film en theater combineert. Een groot deel van de filmbeelden draaide hij in China met maar liefst 57 acteurs en danseressen en een veertigtal figuranten. Zhibo Zhao, één van China's sterdanseressen, en zanger Gabriel Rios vertolken een onverwachte gastrol. De Noorse technomuzikant Jaan Hellkvist schreef de muziek. Als sjamaan-zanger Ioqanan staat Wayn Traub alleen op scène.

De wereld van Wayn

Wayn's World: een atelierruimte verdoken achter de panden van de dure antiquairszaken rond de Bourla. Aan de muur hangen de wapenschilden uit bont, waarmee hij bekendheid verwierf. Een opgezette vos en een beeldje van een non flankeren twee flatscreencomputers. Aan een krijtbord hangen foto's: U2-zanger Bono met donkere bril, Michael Jackson, een beeld uit The Exorcist. Op de tafel: kruidenthee. Uit China.

Afgelopen jaar trok Traub voor drie maanden naar China, waar hij workshops hedendaagse dans gaf aan de dansschool van Peking. Voor Traub, die nog nooit buiten Europa had gereisd, was de cultuurshock groot: "Zij spreken geen woord Engels, ik geen woord Chinees, dus had ik voortdurend twee vertalers rond mij. Je moet er ook aan wennen dat je er constant op de vingers wordt gekeken. Ik ben gewoon om alles zelf te doen, maar daar krijg je de kans niet. Zelf een spot verplaatsen betekent dat je meteen een lichtman beledigt en zijn drie assistenten werkloos maakt. Maar zodra je meegaat in dat systeem moet je de Chinezen nageven dat het allemaal met een enorme efficiëntie gebeurt. Dat zie je ook in de manier waarop China de openingsceremonie van de Olympische Spelen regisseerde. Er heerst een enorme discipline."

De dansschool noemt hij een echte fabriek: "Acht Bourla's samen, daarrond appartementen en voorzieningen voor de studenten en leerkrachten. Als een eiland afgesloten van de rest van de wereld. Maar terwijl ik dacht er vooral bandwerk aan te treffen, was ik verbaasd door de uitzonderlijke kwaliteit. Hun kennis van hedendaagse dans stopt dan wel bij Béjart, maar daartegenover staat dat ze uitmunten in traditionele dansvormen. De dans is er nog een uitdrukking van pure schoonheid, vaak teruggaand op imitaties van de natuur. Het gaat er om het perfect uitvoeren van een beweging, en niet - zoals bij ons - de artistieke expressie van een individu. Dat is iets wat ik, vanuit mijn zucht naar ambachtelijkheid, in de westerse hedendaagse kunst mis. Op dat vlak heb ik me heel erg thuis gevoeld in China."

Van overheidsinmenging of controle ondervond hij weinig last. "Al heb ik sommige beelden wel gefilmd met een spycam: een cameraatje van een speldekop groot dat is ingebouwd in een bril. Dat was deels om aan de strenge controles te ontsnappen, want je mag niet overal filmen, maar ook omdat ik wou dat het publiek de beelden zou kunnen beleven vanuit mijn standpunt, zodat het lijkt alsof je deel uitmaakt van de droomwereld in mijn hoofd."

Van Peking reisde Traub door naar de hoge wolkenkrabbers en eindeloze shoppingmalls van Hongkong. "Hongkong overweldigde me: ik was daar moederziel alleen, verloren in de massa. Je bent er niet meer dan een een mogelijke klant. Je visakaart is je identiteit. Alles was er een veelvoud van wat ik kende: de hoeveelheid mensen, de vervuiling, het kapitalisme, het consumeren. Hongkong is voor mij een uitvergroting van wat er mis is met de wereld. Ik heb de afgelopen jaren veel nagedacht over wat je als kunstenaar in deze wereld kunt betekenen. In Hongkong heb ik beseft: er is nood aan theater vanuit een strijdgevoel."

'Het dierlijke theater is een oorlogsverklaring, een persoonlijke kruistocht te paard, met schild en zwaard. Het is een veldslag tegen alle regels en het applaus. Het is geen antitheater, maar een definitieve PRO.'

(uit Manifest van het dierlijk theater, 1998)

Elf jaar geleden. Een Parijs zolderkamertje. Wayn Traub, die dan nog gewoon Geert Bové heet, schrijft er als student kunstwetenschappen zijn Manifest van het dierlijk theater, dat de oorlog verklaart aan het reguliere theater. Ik had een droom waarin een figuur met een blauw gezicht aan mij verscheen die zei: je moet ten oorlog trekken. Veel priesters voelen zich op een bepaald moment geroepen door God. Ik heb die droom altijd beschouwd als mijn roeping tot het theater. Ik had evengoed priester of missionaris kunnen zijn, maar het is anders uitgedraaid."

"Ik heb me de afgelopen jaren meer dan eens schuldig gevoeld omdat ik niet trouw was aan mijn eigen geloften. Ik heb gezegd dat ik nooit het publiek zou groeten aan het einde van een voorstelling. Onder druk van acteurs, regisseurs en huizen heb ik dat wel gedaan. 'Uit respect voor het publiek', heet dat dan. Respect voor het publiek krijg je niet door te groeten, maar door het maken van een sterke voorstelling. Ik vind het denigrerend om als een aapje te moeten groeten. Buigen voor het applaus stamt uit de tijd dat de nar na zijn kunstjes de koning moest begroeten, maar hem niet in de ogen mocht kijken. Ik weiger een slaaf te zijn van het systeem. Ik maak niet graag deel uit van een systeem, ook niet als artiest."

De nood aan herbronning drong zich op. "Mijn werk was stilaan geëvolueerd naar te veel esthetiek en te weinig ritueel. Daarom keer ik nu terug naar het begin. Ik sta opnieuw alleen op scène zoals toen ik in mijn beginjaren bij het Gentse theater Victoria mijn performancereeks Mise-en-Traubs bracht. Ik wil het ambacht waarin ik mij heb bekwaamd combineren met de strijdlust van toen. Mijn oplossing ligt in een extremisering van mijn werk: back to basics, maar dan met de ervaring die ik nu heb. Ik voel me eindelijk weer 100 procent gelukkig op scène."

Aan een wand in zijn atelier hangen een reeks gekleurde banden, als een soort tijdslijn. Roze, groen, geel. Elke kleur staat voor een deel van de materie van het werk: muziek, zang en theater, video. In een cirkel speelt, zingt en musiceert Traub op de score van de Noorse technomuzikant Jaan Hellkvist. "Zijn compositie vormt de basis voor het scenario. Geen rechtlijnig a-tot-z-verhaaltje maar veeleer een mozaïek van beelden bijeengebracht in tien iconografische portretjes. Tussen die tien portretjes treedt een voortdurende contaminatie op, een besmetting waarbij bepaalde elementen terugkeren."

Traub bouwde zijn trilogie op rond drie christelijke iconen: in Maria-Dolores focuste hij op de moeder, in Jean-Baptiste op de man. In Maria-Magdalena staat de vrouw als verleidster centraal. Nu eens is ze een zwoele Nederlandse immobiliënverkoopster die de abdij van Orval van de hand probeert te doen, dan weer is ze een shoppingmall waar bij nachte Afrikaanse krijgers opduiken, of wordt ze gepersonifieerd door beelden van Chinese danseressen die verkleed als nonnen gestileerde bewegingen uitvoeren. Dat in schril contrast met de bestiale Traub zelf op podium. Hij is de triestige zanger, de sater-rockster met donkere bril à la Bono en de sjamaan die de godin Magdalena oproept tot destructie. Traub combineert zijn fascinatie voor katholicisme en esoterie met hedendaagse beelden. Het thrillereffect van Lost is nooit ver weg. Hoewel de religieuze toon onmiskenbaar is, noemt Traub zichzelf niet religieus. "Ik geloof niet in goden, wel in de energie die in het leven zit en die zich vertaalt in gemeenschappelijke rituelen. Daarom maak ik ook theater. Terwijl een sjamaan het woud intrekt, zit dat bij mij in het creëren."

'Ik zal streven naar meesterschap door grote aandacht te besteden aan studie, onderzoek, discipline, experiment en vakmanschap.'

(Uit State of the Union, 2005)

Tijd en ambacht. Het zijn sleutelwoorden bij Wayn Traub. Het zal geen toeval zijn dat de figuur van de monnik in zijn producties vaak een sleutelrol vertolkt. Want Traub gaat te werk als een monnik. "Pas door je vak te kennen kun je je uitdrukken. Als je niet kunt schilderen, kun je niet tonen wat er in je hart ligt. Dan zet je alleen een paar strepen op doek."

"We worden in de waan gelaten dat we tot alles in staat zijn. Ik huiver dan ook van tv-programma's als Witte raven, waar ze van iemand in één week tijd een professionele kapper of iets dergelijks pretenderen te maken. Geen haar op mijn hoofd dat zoiets gelooft. Met zo'n stunt gaat geen roeping of noodzaak gepaard én wordt de illusie gewekt dat je je in korte tijd in iets kunt scholen."

"In het theater, maar ook in andere kunsten, wordt nog maar weinig uit innerlijke noodzaak gemaakt. Kunst is voor velen een job waarvoor je subsidies krijgt en dan kun je, als het even meezit, jaren functioneren. Je voelt dat er geen passie inzit. Als je, zoals ik, zo lang aan een productie werkt, dan zie je ook echt af. Elke voorstelling die ik maak, is 100 procent creatie, van decor tot muziek tot tekst. En toch word je continu vergeleken met en op het zelfde niveau beoordeeld als iemand die een Shakespeare neemt en er een muziekje van Mozart onder zet. Mijn roeping is om te scheppen. Niet om te recycleren.

"Ik heb het de laatste jaren enorm moeilijk met het Vlaamse theaterlandschap. Iedereen zegt wel constant dat we zo goed bezig zijn, maar ik heb daar mijn twijfels bij. Ik heb het gevoel dat het Vlaams theater zich al dertien jaar herhaalt. Dingen die ik zie, zijn STAN-achtig, of Fabreachtig of Platellerig. Epigonentheater, zelfs de voorbeelden herhalen zich. Ja, onze theatermakers zijn elk jaar goed vertegenwoordigd op het Festival van Avignon. Maar is dat nu hét referentiepunt? Moet je fier zijn daar te staan, in dat bolwerk van toch al bij al klassiek theater? Misschien is het gekleurd door mijn eigen visie, maar ik zie te weinig durf. Het is geen waardeoordeel, het kan me gewoon niet meer boeien."

"Het Vlaamse hedendaagse theater vertoont een terugkeer naar conservatisme: een acteur die een tekst, een verhaaltje, voordraagt. Ik voel me daar soms heel alleen als ik zie hoe in het huidige Vlaamse theater vooral gediscussieerd wordt over de maatschappelijke relevantie: het moet over politiek gaan of over Congo. Ik heb daar geen affiniteit mee. Ben ik daarom irrelevant bezig? Ik zie heel weinig reactie op wat echt nu in de wereld gebeurt.

"Toen de banken op de rand van het failliet stonden door de crisis dacht ik bij mezelf: waarom niet? Soms wil je er met de bezem of de vlammenwerper door gaan. Misschien is die tijd nu wel aangebroken.

"Waar moet je jezelf als westerse kunstenaar in de strijd werpen? We leven zelf in betrekkelijke luxe, we weten wat de problemen zijn. We weten al sinds de jaren vijftig, het Verdrag van Rome, dat ons milieu naar de kloten gaat. We weten dat wij hier in luxe baden omdat mensen daar elders voor hebben afgezien in assemblagefabrieken. Alleen: tegen wie moet je strijden? wie heeft de touwtjes in handen? Heb je recht van spreken als je zelf het systeem mee in stand houdt? Ik heb mijn auto van de hand gedaan, bezit geen huis. Ik ben me stap voor stap aan het onthechten, maar ik blijf natuurlijk een hond, een slaaf van het systeem: ik heb eten nodig, steek me in een bos en ik zal sterven van de honger. Filosoof John Zerzan, die is pas radicaal: hij leeft van het bloed dat hij doneert.

"Ik ben een grote fan van cineast en antiglobalist Johan Soderbergh. Hij stelt dat we vijf maal de aarde nodig hebben als we ons huidige ritme willen volhouden. Een mentaliteitswijziging dringt zich dus op. En ik denk dat kunstenaars daartoe kunnen bijdragen. Ik wil deel uitmaken van de kunstenaars die deze mindshift voorbereiden. Ik geloof dat er iets staat te gebeuren. Ik voel dat bij vele mensen de drang leeft dat er eens serieus met de bezem door de grote problemen wordt gegaan. Let's clean it all."

2012. De onzekere toekomst?

Het vormt ook de aanzet tot de nieuwe trilogie die Wayn Traub nu al in zijn hoofd heeft: The Trilogy of the End. "Het idee is gebaseerd op het geloof dat de wereld zal vergaan op 21 december 2012. De Incakalender stopt op die dag en ook veel religies en sekten spreken over een einde der tijden. Wetenschappers bevestigen dat de aarde zich rond die tijd in een sterk magnetisch veld zal bevinden."

The Trilogy of the End wordt echter ook een nieuw begin , als het eerste project van Wayn Traubs eigen theaterstructuur in Hasselt: Service to Others. De naam haalde hij uit het boek The Law of One. "Daarin staat de zin: 'We need to change our energy from a service to the self to a service to the others'. Die uitspraak is me blijven achtervolgen."

"In China ben ik op meerdere vlakken tot inkeer gekomen. Ik besefte dat de weg van Het Toneelhuis niet mijn weg was, ik functioneer niet in een groot huis. Ik moet alleen zijn, mijn werk met een kleine ploeg maken. Ik moest ergens naartoe waar ik incontournable kon zijn. In Hasselt liggen mijn roots en van de stad, de provincie en het cultureel centrum kreeg ik al steun toegezegd. Alles hangt nu af van wat de Vlaamse Gemeenschap beslist."

Maria-Magdalena, van 2 tot en met 4 april in Bourla, Antwerpen. Daarna op tournee, www.toneelhuis.be.

Wie is Wayn Traub?

l Echte naam: Geert Bové (36)

l Van Pools-Joodse afkomst.

l Richt op zijn zestiende een antitelevisiezender op: STAR-TV. Hij maakt zelf filmpjes en toont die in de Leuvense straten. Toevallige passant Stijn Meuris is onder de indruk en laat hem het voorprogramma voor Noordkaap verzorgen.

l Volgt de filmopleiding in Hasselt en daarna Kunstwetenschappen in Gent. Tijdens zijn studentenverblijf in Parijs schrijft hij op 24-jarige leeftijd Het manifest van het dierlijk theater. Hij verandert zijn naam in Wayn Traub, naar zijn moeders familienaam Wayntraub.

l Maakt wapenschilden in bont voor de openingsexpo van het S.M.A.K., trekt Leuvense standbeelden een onderbroek aan en maakte ophefmakende performances onder de noemer Mise-en-Traubs bij het Gentse theater Victoria.

l Breekt in 2002 door met Maria-Dolores, het eerste deel van zijn multidisciplinaire Wayn Wash-trilogie. Het levert hem meteen ook een nominatie voor het Theaterfestival 2003 op.

l In 2005 mag hij de State of the Union, de openingsspeech op Het Theaterfestival, verzorgen. Hij legt zijn geloften af en roept op tot meer vakmanschap in het Vlaamse theater. Een kritiek die hem niet door iedereen in dank wordt afgenomen

l Vanaf 2006 is hij een van de zeven jonge makers die onder de vleugels van Guy Cassiers bij Het Toneelhuis mogen opereren. Hij maakt de voorstellingen Jean-Baptiste, Arkiologi en NQZC.

l 2009: Maria-Magdalena wordt zijn afscheid van Het Toneelhuis. Traub beslist om solo te gaan met een eigen theater in Hasselt: Service to Others.

l Ondertussen schrijft hij verder aan het filmscenario Mary Fairy voor het Franse filmproductiehuis Sciaporde en schrijft hij het verhaal voor de balletproductie Creating Life (2011), die hij samen met choregoraaf Sidi Larbi Cherkaoui voor Het Ballet van Vlaanderen maakt.

l 2012: het einde van de wereld of de voltooiing van Traubs The Trilogy of the End?

Mijn werk was geëvolueerd naar te veel esthetiek en te weinig ritueel. Mijn oplossing ligt in een extremisering van mijn werk: back to basics, maar dan met de ervaring die ik nu heb

n In Maria-Magdalena combineert Wayn Traub zijn fascinatie voor katholicisme en esoterie met hedendaagse beelden. De vrouw als verleidster staat centraal. Daartegenover staat de bestiale Traub zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234