Maandag 21/09/2020

Theater moet gaan over wat niet af is

BRUSSEL

Tarenskeens afstudeerprojectis een licht verteerbare poging tot vaudeville, een nevenschikking van korte en lange sketches. Centraal thema: de contradictie tussen uiteenvallen en opnieuw hergroeperen.

We ontmoeten de Nederlandse regisseur Bo Tarenskeen (28) in de RITS Bottelarij in Molenbeek. Een begeesterende plek. Bij een eerste aanblik weinig meer dan een bouwvallige werkplaats. In de repetitieruimte op de vierde verdieping echter beneemt het panoramische uitzicht over Brussel je prompt de adem. “Tijdens de voorstelling sluiten we dan ook alle gordijnen”, grapt Tarenskeen. “Tegen de stad kan niemand op.” De jonge Nederlander ontpopt zich als een flegmatieke, welbespraakte verteller. Tarenskeen praat zelfverzekerd, wikt zijn woorden en straalt evenveel rust als Sturm und Drang uit. “Theater is de passie die ik sinds mijn vierde heb uitgesteld. Ik popel om mijn voorstelling aan het publiek te laten zien.” Zaterdag is het zover. Dan gaat 1000 zalen in première. “Twee jaar geleden had ik al een eerste bedrijf geschreven, als aanzet. Dit jaar heb ik het vervolmaakt tot een soort nepvaudeville van dik anderhalf uur.”

De Leeuwenrots

Met 1000 zalen presenteert Tarenskeen zijn afstudeerproject van de bachelor Regie aan het RITS, de gerenommeerde dramaopleiding van de Erasmushogeschool Brussel. Hij doet daarbij een beroep op voormalige en huidige medestudenten. Met dertien zijn ze in totaal.1000 zalen bevat meer dan dertig personages die zich in een prestigieus conferentiecentrum bevinden, de Leeuwenrots. Mensen die in de verkeerde zaal aan het verkeerde publiek de verkeerde lezing geven. Cursisten die in de verkeerde zaal bij de verkeerde mentor de verkeerde cursus volgen. Verdwaalde dansers, werkloze theologen en gedesillusioneerde bosgeesten. “Ik toon verschillende sketches, die niet noodzakelijk op elkaar aansluiten. De rest laat ik aan het publiek over. Zij moeten het overkoepelende verhaal maken.”Toch loopt er een duidelijke rode draad door de voorstelling. “Kernidee van mijn stuk is twee mensen die in elkaar willen opgaan. Maar het tegelijk niet durven. Het conflict tussen de wil om bij iets of iemand naar binnen te gaan, en de angst voor dat verlangen.” Die contradictie staat volgens Tarenskeen symbool voor de algemene politieke reflex op de toenemende grensvervaging. “In tijden van globalisering maken allerlei eng-nationalistische ideeën fel opmars. Hoe groter de wereld wordt, hoe meer de mensen zich terugtrekken in hun eigen leefwereld.”Eerder volgde Tarenskeen al opleidingen Filosofie en Internationale Betrekkingen in Amsterdam en Berlijn. Vier jaar geleden kwam hij in Brussel wonen. Hij wou zijn interesse voor politiek koppelen aan zijn passie voor theater. Intussen volgt de Amsterdammer de exploten van Geert Wilders en trawanten in zijn moederland nog steeds op de voet. Ver moest hij dus niet zoeken naar inspiratie. “In Nederland woedt er momenteel een discussie over het nationale canon dat elke student zou moeten kennen. Sommigen willen een Nationaal Museum oprichten waar iedereen naartoe zou moeten om te weten te komen wie hij is. Tja...”

Gedramatiseerde columns

1000 zalen schuwt de Grote Verhalen niet. De politiek bewuste Tarenskeen laat in de voorstelling zijn eigen visie op de grote wereldgebeurtenissen flink doorschemeren. “Na de ontzuiling ontbreekt er voor veel mensen een bindend element. Als je geen ideaal meer hebt, geen nationaal idee, wat blijft er dan nog over? Nu alles is uiteengevallen, probeert men zich te hergroeperenTarenskeen wil echter focussen op het individu. “Men heeft het altijd over de clash of civilizations, ik wil inzoomen op het persoonlijke aspect. Mensen willen ergens bij horen, zijn bang om er buiten te vallen. Ik wil nagaan waar die onzekerheid vandaan komt.” De rijpe twintiger kijkt daarbij ook kritisch naar zijn eigen generatie. Die blikt volgens hem jaloers naar de generatie van haar ouders, die op de barricaden stonden. “En tegelijk straalt ze een soort pragmatische superioriteit uit.”Ondanks de Grote Verhalen is de jonge Nederlander als de dood voor al te uitleggerig theater. “Als regisseur creëer je gewoon een plek waar je je thuis voelt, de rest laat ik liever aan het publiek over.” Ergens in de voorstelling zegt een personage: ‘Ik vind dat er te veel antwoorden zijn in het theater’. Een niet mis te verstane kritiek aan het adres van de huidige theatermakers in Vlaanderen en Nederland? “Jazeker. Ik zie te veel meningen in wat zich het politiek theater noemt. Het zijn vaak gedramatiseerde columns. Een antwoord is het einde. Theater gaat volgens mij net over wat niet af is. Ik mis ook vaak de persoonlijke dimensie.” Toch zijn er ook theatermakers in wiens werk Tarenskeen zich wel kan vinden. Benjamin Verdonck bijvoorbeeld. “Ook al maak ik zelf eerder teksttheater, toch ben ik fan van Verdonck. Hij stelt het publiek in contact met de buitenwereld. Hij maakt theater op een niet-belerende, verstorende manier. Daar kan ik mij wel in vinden. Ik wil contradicties en geheimen tonen, geen stellingen poneren.” Voor zijn afstudeerproject doet Tarenskeen zoals gezegd een beroep op voormalige en huidige medestudenten aan het RITS. Onder hen Jeroen Vander Ven, die vorig jaar met zijn solovoorstelling Leuchter de KBC Jongtheaterprijs van Theater Aan Zee won, en Thomas Bellinck, die met zijn zangproject Sans papiers zingen de Brabançonne in de drie landstalen geselecteerd is voor het komende Theaterfestival van het Brusselse Kaaitheater. Heel wat jong, aanstormend talent bijeen dus. “Inderdaad”, beaamt Tarenskeen. “Thomas, Jeroen en ik delen een onvrede over het huidige politieke theater. De kans bestaat dat we elkaar ook na deze opleiding zullen blijven opzoeken om samen projecten uit te werken.”

‘Vreselijk megalomaan’

Maar eerst dus de première van 1000 zalen. Op de laatse repetities

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234