Donderdag 02/07/2020

Theater als gewapend statement

In ‘Billy, Sally, Jerry and the .38 Gun’ reconstrueert regisseur en tekstschrijver Thomas Bellinck de moordpoging op president Ford. Maar meer dan de historiek focust het stuk op de persoonlijke levens achter het drama. ‘Wat me boeide was de mislukking: drie mensen die beroemd worden niet dankzij maar ondanks zichzelf.’

Jong theatergezelschap Steigeisen maakt stuk over de seventies onder Gerald Ford

BRUSSEL

Op 22 september 1975 richtte Sara Jane Moore in San Francisco een pistool op Gerald Ford, de 38ste president van de Verenigde Staten. Nauwelijks zeventien dagen voordien had een aanhangster van Charles Manson de president ook al proberen te vermoorden.

Ford zou echter pas in 2006 op 93-jarige leeftijd een natuurlijke dood sterven en is daarmee de langst levende Amerikaanse president ooit.

“Ford was een vrij kleurloze figuur. Wat mij vooral interesseerde is hoe je aan die ene gebeurtenis de grote bewegingen van de 20ste eeuw kunt linken. Jerry, Gerald Ford, staat voor het Amerikaanse imperialisme. Sally is gebaseerd op Sara Jane Moore, een vrouw met vijf kinderen, vijf huwelijken en een ongezonde idolatrie voor Patty Hearst, die op een vreemde manier zowel een aanhanger werd van een linkse terroristische beweging als een FBI-informant. Billy is gebaseerd op Oliver Sipple, de man die tussen Ford en Moores pistool in stond. Hij was een depressieve Vietnamveteraan en een verdoken homo.”

“Het triestige maar theatraal interessante aan deze drie figuren is dat ze befaamd worden niet dankzij maar eerder ondanks zichzelf. Ford wou eigenlijk geen president worden maar werd met die job opgezadeld toen Nixon moest aftreden vanwege het Watergateschandaal, Moore had de malchance dat het pistool dat ze kocht niet juist stond afgesteld, en Sipple werd tegen zijn wil in gelanceerd als held van de roze beweging.”

Billy, Sally, Jerry and the .38 Gun is de tweede productie van Steigeisen (Duits voor klimijzer), de theatergroep die Bellinck samen met zijn RITS-studiegenoot Jeroen Vander Ven oprichtte. De documentaire inslag staat centraal in hun werk: voor Fobbit gingen ze persoonlijk spreken met soldaten die gelegerd waren in Afghanistan. Ditmaal ontstond de voorstelling uit archieven. “Maar het is geen saaie geschiedenisles geworden,” benadrukt Bellinck. “Er wordt sexy gespeeld!”

Op de scène staan acteurs Jeroen Van der Ven, Isabelle Van Hecke en Willy Thomas, die ook mee aan de tekst schreven. Hoewel de KVS coproducent is, wordt de voorstelling niet gespeeld in de KVS, maar in het Magic Land Theatre, een klein cabarettheatertje aan het Brusselse Noordstation. “De perfecte locatie,” vindt Bellinck. “Het theater straalt de vergane glorie van de jaren zeventig uit, maar is tegelijk neutraal genoeg om ook in het nu te kunnen spelen.” In het stuk schakelt Bellinck immers tussen 1975 en 26 december 2006, de dag dat Ford stierf. Een jaar later mocht Sara Jane Moore de gevangenis verlaten. “Ironisch genoeg kon Moore pas vrijkomen wanneer Ford dood was en ze dus eindelijk haar doel had bereikt.”

“Ik wou niemand vermoorden, maar er komt een moment dat je alleen nog maar een statement kunt maken door een geweer op te nemen.” Het was deze uitspraak van Moore die Bellinck ertoe aanzette om deze voorstelling te maken. Bellinck is gekend van zijn geëngageerde theateraktionen: zo werd zijn actie waarbij illegalen het Belgische volkslied in de drie landstalen zongen geselecteerd voor Het Theaterfestival, de tv-documentaire Leuven Hulp (Eén) volgde hem bij het maken van een theaterstuk met gedetineerden, en begin april dit jaar bracht Bellinck nog een getheatraliseerde persconferentie om de situatie van 35 hongerstakende uitgeprocedeerde Afghanen onder de aandacht te brengen.

Is theater Bellincks geweer, een manier om een statement te maken? “Als kunstenaar wil je ageren en voor je het weet steek je een onzichtbare grens over en ben je activist. Maar dat voelt voor mij als een noodzakelijkheid aan.”

“In de jaren zeventig was er een stuwing van bewegingen: de Vietnamoorlog leidde tot studentprotesten, emancipatiebewegingen als het feminisme, de Black Power-beweging en The Weathermen, waar ook de kiemen van terreur gezaaid werden. Natuurlijk waren veel van die ideeën naïef, maar er was wel het geloof in een echte revolutie, een droom die bijna tastbaar werd. Er was zo’n woede om de status quo waarin de politiek op dat moment zat. Ford was zo’n grijze muis die niet veel meer ambitie had dan op zijn gemak in de Senaat te zetelen, maar opgezadeld werd met het ambt van president. De gelijkenis met onze eerste Europese ‘president’, Herman Van Rompuy, is niet uit de lucht gegrepen.”

“Het is niet mijn bedoeling om met Billy, Sally, Jerry and the 38Gun een politieke parabel over vandaag te maken, maar anderzijds kunnen we niet blind zijn voor de parallellen, op nationaal en supranationaal niveau: de oorlog in het Midden-Oosten, de impasse waarin de Belgische politiek zich bevindt, de economische recessie. Het grootste verschil tussen de jaren zeventig en nu: toen toonden de mensen nog daadkracht, schaarden mensen zich samen achter een idee, hoe naïef ook. Nu zijn de meeste mensen het nieuws beu gehoord. We stemmen omdat we moeten, met de zapper in de hand.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234