Zaterdag 27/02/2021

Review

The Rolling Stones op Pinkpop: Satisfaction gegarandeerd ****

null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee

Op Pinkpop brachten The Rolling Stones zo'n 67.000 aanwezigen in verlegenheid. Hoeveel zeventigers komen immers met zo'n présence, attitude en uithoudingsvermogen voor de dag? Hun onvermoeibare rock-'n-rollcircus bood tegelijk de garantie op een memorabel TW Classic.

Wanneer de oerriff van '(I Can't Get No) Satisfaction' ingezet wordt door Keith Richards, staan de Stones al twee uur op het podium. Geen greintje fatigue af te lezen van hun perkamenten gelaat. De voorbije achttien songs sleurde de groep je nochtans doorheen een halve eeuw rockgeschiedenis.

Ook geen spoor van een gebroken Mick Jagger, hoewel zijn geliefde, de modeontwerpster L'Wren Scott, eerder deze lente zelfmoord pleegde. Wél zie je een parmantig haantje onafgebroken over het podium paraderen, huppelen, en dansen. Alsof leeftijd of stramme gewrichten geen obstakel kunnen vormen in rock-'n-roll.

Jagger blijkt onnavolgbaar als kwieke frontman, maar ook de rest van de groep maakt een bovennatuurlijk vitale indruk: Charlie Watts is met 74 jaar de nestor van de groep, maar geeft zijn drumvellen twee uur lang een beenharde, maar strak afgemeten pandoering. De stoïcijnse blik van een doodgraver lijkt geen moment van zijn gezicht te borstelen. Keith Richards en Ron Wood tonen zich op hun beurt dan weer hittebestendiger dan het gros van het publiek: met het joie de vivre van jonge boefjes spelen zij zich op het ritme van een feilloze jukebox in het zweet.

Het zou eigenlijk een natuurwonder moeten heten dat deze Britse kwajongensclub vandaag nog even fris oogt als ze klinkt. De sterkste songs in de set bedachten ze immers in de sixties ('(I Can't Get No) Satisfaction', 'Gimme Shelter' en 'Sympathy For The Devil'), of in de kop en staart van de jaren zeventig ('Brown Sugar' en 'Miss You').

De tijd heeft kennelijk geen vat gekregen op hun bluesy, funky en gospelachtige rocksongs. Maar net zo min op de Stones zelf.

Verzoeknummertjes worden aangenomen ('Rocks Off' van Exile on Main Street), een tweespan saxofoons gaat in de clinch met soulvolle achtergrondzangeres ('Tumbling Dice') en oudgediende Mick Taylor mag twee maal als gast opdraven (in een lang uitgesponnen 'Midnight Rambler' en 'Satisfaction'). Bassist Daryll Jones blijft dan weer schromelijk onderbelicht. Tot hij kortstondig mag schitteren in het minder bekende 'Out of Control' van Bridges to Babylon en natuurlijk de faux disco van 'Miss You'. Seks spat van de snaren.

Opmerkelijk ook om Richards 'Can't Be Seen' te horen zingen. Boekhoudkundige fans becijferden dat die song amper zeventig keer uitgevoerd werd sinds 1989, en de laatste keer was ook alweer vijftien jaar geleden. Nog ouder is 'You Got The Silver' van Let It Bleed, waarin Keith opnieuw de belangrijkste stem voor zijn rekening neemt.

Voor het grote publiek lijkt dat interludium het uitgelezen ogenblik om in te pilsen, maar zij missen een prachtstaaltje verweerde blues. Richards bijdrage staat dan ook in schril contrast met de piekfijn georkestreerde jukeboxset waarin Jagger de hoofdvogel afschiet.

Een onberispelijk parcours volgt de groep. Daarbij draagt een enkel schoonheidsfoutje zowaar bij tot de charme van het concert. Net voor 'Angie' snauwt Mick Jagger "Wacht even" naar de rest van de groep, in een soort vampierenversie van het Nederlands. Te laat: de song wordt krakkemikkig ingezet, maar het publiek zingt uit volle borst mee, waardoor het nauwelijks opvalt dat Richards zijn weg verliest op de snaren en Jagger een tikkeltje buiten adem klinkt.

Op dat ogenblik is de show amper uit de startblokken geschoten, en vrees je even het ergste. Maar de zanger vindt al snel een tweede adem: de ene keer als countryeske kroegtijger in 'Honky Tonk Women', dan weer als geile sater tijdens een in onheilspellend rood licht badend 'Sympathy for the Devil', of een wanhopige predikant in 'Gimme Shelter'.

Haast achteloos flanst de groep ook haar beste single sinds de jaren tachtig in de set ('Doom & Gloom') en snijdt ze je ook even de adem af met 'You can't always get what you want', dat voor de gelegenheid ingeleid wordt door het Utrechtse close harmony koor Dekoor. Magistraal.

In de finale zet een vuurwerk het podium nog in lichterlaaie, maar dat blijkt dubbel-op: het publiek werd al veel langer tout feu tout flamme de nacht ingestuurd.

'You can't always get what you want?" Best mogelijk. Maar op Pinkpop gold - uit volle borst nog wel - "sometimes you just might find you'll get what you need."

Satisfaction gegarandeerd.

null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234