Vrijdag 14/05/2021

The music dies

Veel klanten, ik inbegrepen, verkiezen menselijk contact

"Niet te geloven hoeveel banken er zijn bijgekomen", merkt een Belgische vriend op die twaalf jaar geleden in New York woonde en nu voor het eerst terug is. "Dat en drugstores", vult zijn vrouw aan. Drugstores zijn een combinatie van apotheek, drogisterij, papier-, drank-, snack- en snoephandel. We zitten iets te drinken in de bar van hun hotel. Ik wijs door het raam naar de overkant van de straat waar een nieuwe Duane Reade-drugstore-supermarkt staat te glanzen. "Tot voor kort was daar nog een goedkope, beetje smoezelige ontbijtplaats", zeg ik.

Mijn vrienden hebben gelijk. De stadsbevolking groeit. Veel nieuwkomers hebben geld. Grote banken en drugstore-ketens staan te trappelen om hen te bedienen. Jammer genoeg zijn ze vaak de enige die de fel gestegen huren willen en kunnen betalen. Het gevolg is dat het klein grut dat soms al generaties lang voor variatie en kleur zorgt in het stedelijk landschap, onverbiddelijk moet opkrassen.

Later op de dag wandel ik in de 125ste straat. Het beroemde Apollo-theater en het kantoor van de nog beroemdere Bill Clinton: ze liggen alle twee in Harlems hoofdwinkelstraat. Op het voetpad voor 'Bobby's Happy House' danst een koppel op James Brown die uit de luidspreker aan de gevel galmt. Binnen snuffelen blanken en zwarten in de rekken met platen, cassettes en cd's. Bobby Robinson, de eigenaar van de winkel, zit in een witte plastieken stoel. Met zijn mysterieuze glimlach, zwart hoedje en lang wit haar tot op zijn schouders doet hij me aan een goede tovenaar denken. Achter hem hangen vergeelde foto's waarop hij staat met Fats Domino, Aretha Franklin en Richard Pryor. Bobby is ook lang platenproducer geweest. Hij opende zijn winkel in 1946. Drugs, bendegeweld, schietpartijen, brandstichting, rassenrellen: hij heeft het allemaal meegemaakt hier in de 125ste straat. Hij is intussen 91. Sinds een jaar of tien gaan de dingen beter in Harlem. Op en rond de 125ste straat zijn bouwvakkers bezig minstens tien nieuwe gebouwen op te trekken waaronder een hotel van 19 verdiepingen. De lap grond waarop het oude gebouw staat waarin het winkeltje van Bobby en nog verschillende andere zijn gevestigd, is intussen meer waard dan het gebouw zelf. Zoveel meer dat hun huisbaas het bod van een grote betonbaron niet kon weerstaan. Bobby heeft net als de aanpalende winkeliers zijn opzeg gekregen. Zijn zaak gaat binnenkort tegen de vlakte om plaats te maken voor een kantoorgebouw met handelsruimte op het gelijkvloers. Overmorgen sluit Bobby's Happy House voorgoed. Op de feestdag van Martin Luther King nog wel. Ik wed dat er in een nieuwe gebouw een bankfiliaal komt en misschien ook een drugstore. "Gaat u elders een nieuwe winkel beginnen?" vraagt een oudere zwarte dame aan Bobby. "Ik niet meer", antwoordt hij gelaten, "maar mijn dochter zou wel willen. We zullen zien. Alles is zo duur." Het gaat niet goed met wat goed was in het oude Harlem. Enkele minuten later passeer ik de 'Harlem Record Shack', een andere bekende muziekwinkel. Een jongen staat voor de deur met een petitie. Ook deze winkel moet sluiten. Met plezier teken ik de petitie, al is die wellicht boter aan de galg. Winkelhouder Sikhulu Shange, een 66-jarige baardige Zuid-Afrikaan in een paars Afrikaans gewaad, moet na 36 jaar Amerikaanse soul en Afrikaanse pop verkopen ophoepelen. Shange huurde de winkelruimte voor 4.500 dollar per maand. "Hij wil meer betalen," legt de jongen met de petitie uit, "maar de eigenaar wil niet onderhandelen." Die eigenaar is de United House Of Prayer for All People, de bij toeristen populaire kerk annex cafetaria boven de muziekwinkel. "Wat komt er in de plaats?", vraag ik aan de jongen. "Een bank of een drugstore?" "De kerk wil niets zeggen over haar plannen", antwoordt hij. Dat belooft.

Het is al donker als ik in de super-chique 65ste straat ben. Iedereen is al naar huis bij 'Rita Ford Music Boxes'. De prachtige winkel opende in 1947, een jaar nadat Bobby Robinson zijn winkel in Harlem begon. Ook de dagen van dit muziekjuweel zijn geteld. De eigenaar van het gebouw heeft al een nieuwe huurder die een pak meer wil betalen. Waar de winkelier met zijn unieke collectie nieuwe en antieken muziekdozen naartoe moet, weet hij nog niet. Hij is al maanden op zoek naar iets betaalbaars in de buurt maar ook voor hem ziet het er niet goed uit. Weer een stukje van de ziel van de stad dat afbrokkelt.

En waarvoor?, denk ik als ik wat later in de 32ste straat Park Avenue oversteek en merk dat er nu op elke hoek van het kruispunt een bank is. Zeggen dat de banken tot tien jaar geleden steeds meer filialen sloten in New York. Tot ergernis van hun klanten zagen ze geen brood meer in de financiële kleinhandel die door geldautomaten en online banking overbodig zou worden. Voorlopig is dat niet gebeurd. Veel klanten, ik inbegrepen, verkiezen menselijk contact. Nu er zoveel meer geld in New York is, zien de banken nieuwe filialen als goudmijnen. Bijna elke week gaat er één open. Ze wedijveren in klantvriendelijkheid. Het voorlopig hoogtepunt van 'bankgezelligheid' is het nieuwe filiaal van de North Fork-bank op Second Avenue: in de bank is er een Starbucks-coffeeshop. Zelfs in armere buurten zoals de South-Bronx en Harlem waar de banken lang hun neus voor ophaalden, openen ze nu filialen. Maar het is de vraag hoe lang ze er zullen blijven. Nu financiële donderwolken zich samenpakken, denken ze misschien al aan een strategische terugtrekking. n

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234