Zondag 23/02/2020

‘The Last Picture Show’ krijgt tweede bioscoopleven

Vanaf morgen zal de film The Last Picture Show van de Amerikaanse regisseur Peter Bogdanovich opnieuw te zien zijn in de Britse bioscopen. Opnieuw, want deze prachtige film dateert uit 1971, maar wordt nu in een digitale gerestaureerde versie uitgebracht. En op de manier zoals de regisseur het indertijd bedoeld had: de director’s cut.

De term director’s cut heeft in Hollywood en elders een vreemde evolutie doorgemaakt. In eerste instantie werd daarmee de filmversie bedoeld, zoals die door regisseur gemaakt werd en dan aan de studio werd afgeleverd. Die kon aan die versie, ook soms rough cut genoemd, nog allerlei wijzigingen aanbrengen. Die veranderingen hadden vaak met de lengte te maken of soms ook wel met het einde. Enkel en alleen indien de regisseur zich contractueel van de final cut verzekerd wist, kon er niet meer aan zijn versie gesleuteld worden.

Al was (en is) dat eerder uitzondering dan regel. Nu wordt director’s cut vooral gebruikt om die versie van een film aan te duiden die, na de normale bioscooproulatie, opnieuw gemonteerd wordt op om dvd uit te brengen. Maar ook om de film, zoals eerder het geval was met Apocalypse Now Redux van Francis Ford Coppola en nu dus ook met The Last Picture Show, een tweede bioscoopleven te bezorgen.

The Last Picture Show was indertijd goed voor maar liefst acht Oscarnominaties, waaronder die voor beste film en beste regisseur. Maar toch was regisseur Peter Bogdanovich (°1939) niet helemaal tevreden over die toenmalige versie. Zowel voor als na die eerste release in 1971 werd er aan de film gedokterd - er zouden op die manier maar liefst drie ‘officiële’ versies gemaakt zijn - maar uiteindelijk kon Bogdanovich in 1992 zijn director’s cut op dvd laten uitbrengen. Het is die versie, maar dan ook digitaal gerestaureerd - “It looks better”, zegt een enthousiaste regisseur - die nu opnieuw in de Britse bioscopen zal vertoond worden. Helemaal zoals Bogdanovich het indertijd bedoeld had? Bijna. “Well, it’s as close as it’s going to get”, noteerde The Guardian uit de mond van de regisseur.

Het moment waarop het begrip director’s cut zijn huidige betekenis, namelijk niet de eerste maar de definitieve versie, kreeg, wordt in 1974 gesitueerd toen filmprogrammator Jerry Harvey in een uitverkochte bioscoop in Los Angeles en in aanwezigheid van regisseur Sam Peckinpah een vertoning organiseerde van diens director’s cut van zijn inmiddels legendarische versie van The Wild Bunch. Later zou diezelfde Harvey via het kabeltelevisiestation Z Channel nog meer van die director’s cuts uitzenden, zoals Once Upon a Time in America van Sergio Leone, Novecento van Bernardo Bertolucci en Heaven’s Gate van Michael Cimino. Wat die laatste film betreft, ging het om de versie van 219 minuten die toen ook op video werd uitgebracht. Maar die lange director’s cut bleef nog altijd ver verwijderd van de oorspronkelijke 325 minutenversie die Cimino als bioscoopversie aan de verbouwereerde bazen van Hollywoodstudio United Artists had afgeleverd.

De meest gevoerde discussie in verband met director’s cut is die van commerciële censuur vanwege de studio versus de artistieke visie van de regisseur. Maar soms is het verwijt van egotripperij of zelfgenoegzaamheid niet onterecht. Beroemd voorbeeld is de herrie in verband met American History X uit 1998, toen regisseur Tony Kaye zo ontevreden was dat hij zijn naam van de film wilde halen (wat hem geweigerd werd). De studio had de film, die Kaye hen geleverd had, al laten bekijken door een testpubliek en de reacties waren positief. Maar toen besloot de regisseur dat er een nieuwe scenarist aan boord moest komen en dat hij zowat de helft van de film opnieuw wou draaien. Dat ging dus niet door.

De term director’s cut is ondertussen een handig marketingsinstrument geworden voor de dvd-markt, om de consument meerdere malen langs de kassa te doen passeren. In het geval van een horrorfilm zoals Saw III krijgt die dan bijvoorbeeld nog langere folterscènes te doen. Maar soms is er ook sprake van een uitgave waarbij echt de originele, artistieke visie van de filmmaker hersteld wordt. Klassiek voorbeeld in dat verband is de dvd-versie van Blade Runner van Ridley Scott, zoals die in 1992 heruitgebracht werd: dit keer zonder de voice-over van Harrison Ford en met een droomsequentie die de eerste montage van deze sf-klassieker uit 1982 niet overleefd had.

Enkele noemenswaardige director’s cuts

Soms maakt een regisseur zélf bezwaar tegen het gebruik van de term director’s cut bij een nieuwe bioscoop- of dvd-release, omdat zo de indruk gewekt wordt dat hij zich van de eerste versie zou distantiëren. Daarom gaf regisseur en producer Peter Jackson in verband met de latere, langere versies van zijn The Lord of the Rings-trilogie de voorkeur aan de term extended edition.

In de meeste gevallen gaat het bij een director’s cut om een langere versie. Maar de Coen brothers blijken ook op dat vlak origineel te zijn. Bij de dvd-release van hun debuutfilm Blood Simplemaakten ze van de gelegenheid gebruik om de film zo’n drie minuten korter te maken. “We hebben gewoon de vervelende passages weggesneden”, was hun nuchtere commentaar.

Toen het Oscarwinnende epos Lawrence of Arabia op het einde van de jaren ’80 op bijzonder minutieuze wijze - Peter O’Toole, Anthony Quinn en Alec Guinness moesten zelfs stukken dialoog opnieuw inspreken - gerestaureerd werd door filmarchivaris Robert A. Harris, werd het eindresultaat aan regisseur David Lean getoond. Die bekeek het en zei toen: “It’s great, now let’s cut it”. De archivaris kon zijn oren niet geloven. Maar David Lean vervolgde: “Wil je de perfecte restauratie hebben van de film zoals hij er bij de première in 1962 uitzag? Of wil je van Lawrence of Arabia de beste film maken die we ervan kunnen maken. If you want to do that, let’s sit down and take a scalpel to it.” En zo geschiedde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234