Donderdag 26/11/2020

The King is terug. En hoe

Elvis krijgt deze herfst een orkestrale make-over, terwijl Michael Bublé met hem in duet gaat, over het graf heen. Dat had The King altijd gewild, beweert zijn voormalige vrouw Priscilla Presley nu. Maar hoe rekbaar is de muzikale erfenis van een dood popicoon?

Op 16 augustus zal het 38 jaar geleden zijn dat Elvis Presley voor eeuwig uitcheckte in Heartbreak Hotel. Dit jaar wordt niettemin vooral gevierd dat The King of Rock and Roll 80 zou zijn geworden. Naar aanleiding van dat jubileum wordt eind oktober bijvoorbeeld If I Can Dream uitgebracht. Daarop worden classics als 'In the Ghetto', 'Love Me Tender' en 'Can't Help Falling in Love' in een orkestrale smoking gehesen door het Royal Philharmonic Orchestra ... met Michael Bublé mee aan de microfoon. De Canadese crooner zal virtueel in duet gaan met Elvis tijdens 'Fever' en ziet daarmee zijn jarenlange droom in vervulling gaan. "Een hoogtepunt in mijn carrière", noemde Bublé die postume samenwerking.

"Ook voor Elvis zou dit een droom zijn geweest", liet Priscilla Presley weten over dit project. Elvis werd bij leven en welzijn dan wel gekroond tot de koning van de rock-'n-roll, maar zijn voormalige vrouw hamert op Presleys minder bekende liefde voor orkestrale composities: "Hij wilde grootsheid, volle klanken en drama."

Of de fans zo'n gefingeerd duet met een kleffe crooner als Bublé als een drama beschouwen, lijkt overigens gering. Doorheen de jaren werd het werk van Elvis dan ook al vaker gerecycleerd, net als dat van Jimi Hendrix of Michael Jackson.

Alleen: zelden neemt dat werk een onsterfelijke plaats in hun oeuvre in. Vijf jaar geleden bleek Jackson bijvoorbeeld productiever dan ooit met postume misbaksels als Michael en Immortal of een handvol overbodige remix-cd's. Ook de kluizen van Jimi Hendrix werden doorheen de jaren tot de bodem afgeschraapt en - vaak slordig - opgekalefaterd. Het laat fans achter met een dubbel gevoel: zij zijn het die de kassa uiteindelijk laten rinkelen, maar authentiek noemen ze zo'n 'nieuw werk' zelden tot nooit.

Muzikale geschiedvervalsing schurkt in het slechtste geval zelfs aan tegen heiligschennis. Of hoe noem je het wanneer dode popiconen zwijgend kanonnenvoer worden voor de erven en opportunisten, die de blik eerder op de kassa gefixeerd houden, dan op het behouden van artistieke integriteit?

Wat een release als If I Can Dream zo gevoelig maakt, is dat alom geweten was hoe kritisch Elvis op zichzelf bleef. Uiterst perfectionistisch ook. Het was geen uitzondering dat hij, zoals voor 'Hound Dog', méér dan dertig takes liet opnemen voor hij tevreden was. Dat maakt het sleutelen aan zijn muzikale erfenis dan ook bijzonder heikel.

Getuigt het bovendien niet van enige arrogantie om je over het graf heen met de King te meten in een duet? Hoewel Presley tijdens zijn leven nauwelijks zélf songs heeft geschreven, staat zijn versie van andermans liedjes wel vaak in steen gebeiteld. Daar moet je dus niet nodeloos aan gaan morrelen.

Al is het begrijpelijk hoe verlokkelijk die gedachte blijft. Het verlangen naar de eeuwige jeugd is artiesten - dood òf levend - niet vreemd, zo leert de popgeschiedenis. Om die reden kunnen heel wat acts de lokroep van een reünie of comeback ook niet weerstaan. Maar met de dood komt ook de betovering vaak niet meer terug. Zo kwamen de drie overgebleven Beatles in 1995 nog eens bij elkaar, om een stemopname van de vijftien jaar eerder gestorven John Lennon muzikaal aan te kleden. Het resultaat bevestigde het vermoeden dat de jarenlange aarzeling van Paul, George en Ringo niet onterecht was geweest: 'Free as a Bird' zul je nooit aantreffen in een lijstje met favoriete Beatles-songs.

Met het artistieke erfgoed van Frank Sinatra en de daaraan verbonden rechten is door de erven steeds erg omzichtig omgesprongen. Maar ook Ol' Blue Eyes kwam net als Elvis niet aan een postuum een-tweetje onderuit. Op Partners (2014) ging Streisand over het graf heen, en met wat technisch wonderwerk, in duet met beide heren. En dat terwijl Paul Anka stelde in zijn autobiografie dat Sinatra een rothekel had aan Streisand. Toch kreeg zij het laatste woord, en zong ze, postuum, opnieuw 'I've Got a Crush on You' .

Niemand zingt Elvis als Elvis

Ondanks alle reserves geldt echter ook niet dat nobody sings Elvis like Elvis. Zelfs diehardfans als Guy Mortier noemden zich méér geporteerd voor 'A Little Less Conversation' in de succesvolle remix van Junkie XL (2002) dan voor het ietwat obscure origineel uit 1968. Ook die eigentijdse remix gaf reden tot fronsen: de muzikale facelift kwam er namelijk in opdracht van sportschoenenfabrikant Nike, die erin slaagde de rechten van deze Elvis-song in de wacht te slepen met het oog op een reclamespot.

Bovendien gaf die hit de aanzet tot een eindeloze rij dj's die Junkies succes dunnetjes wilden overdoen. Tiësto stuurde meteen een aanvraag naar de Elvis Presley Enterprises in Memphis. En Paul Oakenfold stortte zich een jaar later op een al gauw hopeloos gedateerde remix van 'Rubberneckin'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234