Zondag 13/06/2021

'The green, green grass of home'

Glooiende groene heuvels zover je kunt zien, een schier eindeloos aantal burchten en romantische ruïnes. De clichés over Wales kloppen; doen clichés dat niet altijd? Maar Wales wil meer zijn. De hoofdstad Cardiff dijt snel uit, heeft zich weer naar zee gekeerd en bouwt rond Cardiff Bay aan de toekomst. Tegelijk is Wales in ijltempo zijn industrieel erfgoed aan het herontdekken. Het Nationaal Steenkoolmuseum Big Pit in Blaenafon is een indringend getuigenis van een roemrijk en tragisch verleden.

Het gebeurde ergens langs de Wye, de rivier die de grens uitmaakt tussen Engeland en Zuid-Wales. De weg slingerde zich door een groene vallei en kruiste op een bepaald moment de rivier. Na enkele honderden yards op de andere, de Engelse oever te hebben gereden, zegt onze gids Bill plots: "Oké, jullie mogen weer ademen." We waren terug in Wales. Croeso i Cymru. Welkom in Wales.

Tom Jones, Shirley Bassey, Roald Dahl, Anthony Hopkins, Richard Burton, Catherine Zeta Jones, Laura Ashley. Zeg niet dat het Engelsen zijn, ze zijn allemaal geboren in Wales. De Welsh laten geen gelegenheid voorbijgaan om dat te benadrukken. In 1999 koos Wales, net als Schotland, zijn eigen parlement, maar dat heeft de nationale gevoelens zo te horen alleen maar versterkt.

Net als Schotland wil ook Wales zich duidelijk profileren in Europa. Je merkt het meteen in de hoofdstad Cardiff, die zich uitroept tot Europe's Youngest Capital en Europe's Fastest Growing Capital en kandidaat is om in 2008 Europese Culturele Hoofdstad te zijn. De hoofdstad heeft, net zoals alle andere plaatsen in Wales, een dubbele naam: Cardiff en Caerdydd, Welsh voor 'burcht aan de rivier Taff'. Het land is overigens de voorbije tien jaar opmerkelijk tweetaliger geworden: het Welsh prijkt overal trots naast het Engels. Cardiff is met zijn 300.000 inwoners een hoofdstad in zakformaat: compact en makkelijk bewandelbaar. Maar de stad breidt zich in sneltempo uit, vooral richting zee, waar ze opnieuw Cardiff Bay en de voormalige dokken omarmt.

Snel, het is een begrip dat onverbrekelijk verbonden is met Cardiff. In 1800 was het nog een slaperig vissersdorp met 1.500 zielen die rond een aftakelende burcht huisden. Honderd jaar later was Cardiff de grootste steenkoolhaven ter wereld, de grootste haven ter wereld tout court wordt wel eens beweerd, toentertijd groter dan Londen of New York. Cardiff was omstreeks 1900 the energy capital of the world. Misschien licht overdreven, maar toch. Alles liep toen op steenkool: kachels en fabrieken, locomotieven en schepen. In Zuid-Wales was eerst ijzererts en daarna steenkool ontgonnen: stoomkolen, de beste ter wereld. De mijnstreek werd door kanalen, later door spoorwegen met de havenstad Cardiff en Newport verbonden. Vele families hebben fortuinen verdiend met de mijnexploitatie: steenkool was goud waard. Maar de mijnwerkers zelf waren minder goed af.

Uit Cardiffs Gouden Eeuw dateren de talloze gezellige shopping arcades, overdekte gaanderijen met piepkleine, vaak trendy winkeltjes die een stad in de stad vormen. De oudste is de Royal Arcade uit 1856. Van iets recentere datum is een reeks openbare gebouwen, het imposante Civic Centre met het stadhuis, het gerechtshof en het Nationaal Museum, die met hun uitbundig marmer en neoklassieke zuilen de macht van het toenmalige Cardiff moesten uitdragen.

Maar door louter op steenkool te teren, waren Wales en Cardiff erg kwetsbaar. Zodra de vraag naar steenkool na de Eerste Wereldoorlog sterk afnam, groeide de werkloosheid. De crisis in de zware industrie na de Tweede Wereldoorlog deed de rest. Er voltrokken zich sociale, economische en menselijke drama's, de dokken van Cardiff lagen er werkloos bij en verkommerden. Begin jaren tachtig sloot de Britse overheid, in de persoon van premier Margaret Thatcher, de mijnen. Wales werd een van de armste regio's van Europa.

Net als zovele andere havensteden keerde Cardiff zich van zijn haven en van de zee af. Om pas eind jaren tachtig de geneugten van de waterkant te herontdekken. Om de voormalige Docklands te kunnen exploiteren moest Cardiff Bay eerst van de zee afgesloten worden. Daarvoor werd een ingenieuze dam van een kilometer lengte gebouwd, want het slikken- en schorrengebied was onderhevig aan zeer sterke getijden: niet minder dan veertien meter verschil tussen eb en vloed. Door de aanleg van de dam ontstond een zoetwatermeer, waarrond op dit moment hotels, woningen, openbare gebouwen, cafés, restaurants en een winkelcentrum razendsnel verrijzen: postmoderne en minimalistische bouwsels - het bezoekerscentrum zit in een grote ellipsvormige buis - te midden van enkele historische overblijfselen zoals de kloeke, baksteenrode Pierhead Building en de hagelwitte, houten Noorse kerk, waar schrijver Roald Dahl ooit gedoopt werd en die inmiddels een kunstcentrum herbergt.

Het St Davids Hotel & Spa is met zijn futuristische vogelachtige dakconstructie inmiddels een herkenningspunt. Het nieuwe parlement van Wales zou dat ook moeten worden, maar is voorlopig weinig meer dan een kuil in de grond. Aanslepende conflicten over uit de pan rijzende kosten zorgen ervoor dat het project van Lord Richard Rogers nog altijd stilligt. Rogers is de wereldberoemde architect van onder meer het Centre Pompidou in Parijs en het Millennium Centre in Londen. Ook het nieuwe Justitiepaleis in Antwerpen is van zijn hand. Naar verluidt zouden begin 2003 de werken dan toch hervat worden aan wat een zeer transparante constructie moet worden. Rogers moet alleen instaan voor de Debating Chamber, het parlementair halfrond, want de kabinetten en diensten hebben onderdak gevonden in een voormalig kantoorgebouw. Zo'n aanpak moet de kosten drukken, de Welshe overheid wil het goede voorbeeld geven.

Een tweede project dat Wales en Cardiff weer op de kaart moet zetten, is het Wales Millennium Centre. Het gedurfde ontwerp van architecte Zaha Hadid veroorzaakte zo'n controverse dat men nu gekozen heeft voor een sober bouwwerk dat veel weg heeft van een immense gesloten goudkleurige oester die rust op een leistenen bunker. Het wordt een multifunctioneel centrum voor muziek- en podiumkunsten, tevens thuishaven van de Welsh National Opera.

De Welsh houden nogal van sterke contrasten. Pal in de stad, op een steenworp van het middeleeuwse Cardiff Castle, lijkt wel een gigantisch ruimtetuig te zijn neergedaald. Het is het Millennium Stadium met zijn 72.000 zitjes. Het stadion heeft een uitschuifbaar dak, het grootste ter wereld, en vervangt momenteel tot niet geringe Welshe trots het mythische Wembley Stadium in Londen voor de belangrijkste voetbal- en rugbywedstrijden.

In de onmiddellijke omgeving van het stadion valt alles klein uit. Zelfs het zeer uitgestrekte en redelijk buitenissige Cardiff Castle. De ontiegelijk rijke en excentrieke Marquess of Bute - naar verluidt was hij ooit de rijkste man ter wereld - liet in de loop van de 19de eeuw de middeleeuwse burcht verbouwen tot een neogotieke schatkamer met hier en daar een oriëntaals vertrek en een Arabische daktuin. Helaas getuigt zijn folly niet overal van evenveel smaak en durven kamers al eens in een nepmiddeleeuwse kermis te ontaarden.

Neen, dan liever Tredegar House, een parel ergens tussen Cardiff en Newport. Dat indrukwekkende landhuis uit de 17de eeuw was eigendom van de Morgan-familie, die van adellijke komaf was maar fortuin maakte doordat een van de steenkoolspoorlijnen hun grondgebied diende te kruisen. Ze vroegen één penny tol per getransporteerde ton kolen. Schatrijk zijn ze erdoor geworden. In het huis, met prachtige houten lambrizeringen en schitterend meubilair, werkten 50 bedienden, van wie er 30 (!) inwoonden. De keukens en dienstbodevertrekken geven een authentiek beeld van hoe er downstairs werd gewerkt voor hen die upstairs verbleven.

Ook de Morgan-familie telde enkele excentriekelingen in haar rangen: zo liet de tweede Lord of Tredegar zijn favoriete paard 'Sir Briggs' begraven in de tuin en had Viscount Evan een kangoeroe die kon boksen en een vloekende papegaai die in zijn broekspijp omhoog kroop en zijn kopje uit de gulp stak...

In Newport zelf staat een fijn voorbeeld van onlangs gerestaureerd en nog steeds werkende industrieel erfgoed: de (alweer) excentrieke Transporter Bridge uit 1904, 210 meter lang en 75 meter hoog. De brug is eigenlijk een hoge gordijnrail waaraan een gondeltje hangt dat een tiental auto's en evenveel voetgangers van de ene naar de andere oever brengt. Ze werd destijds zo hoog gebouwd omdat de scheepsmasten eronderdoor moesten kunnen.

Dieper het binnenland in, waar de heuvels meer en meer gaan glooien, ligt de voormalige mijnstreek van Wales. Maar laat u niet verschalken: vele schijnbaar 'natuurlijke' heuvels zijn slakkenbergen die inmiddels weer door 'the green, green grass' heroverd zijn. 'Big Pit' is een van de oudste steenkoolmijnen in Wales en werd recentelijk als National Mining Museum of Wales opengesteld. Ex-mijnwerkers zijn er gids. Het is een echte mijn, alles ligt er nog bij zoals in februari 1980 toen de mijn na 200 jaar dienst gesloten werd; bij John Toby, de ex-mijnwerker die ons rondleidt, is het alsof het gisteren was. Margaret Thatcher blijft voor hem de duivel in persoon.

Je krijgt een veiligheidshelm met lampje op je hoofd gedrukt en een zware batterij om je middel gegespt. Alle elektronica (gsm, polshorloge, camera) moet je afgeven. Er is nog altijd een, zij het minimaal, gevaar voor mijngas en dus ontploffingen. Dan daal je met een gammele lift tot een diepte van 90 meter. Een uur lang wandel je door een ondergrondse doolhof en kun je aan den lijve ondervinden hoe gruwelijk de arbeid er geweest moet zijn. Voor 1842 werden er zelfs vrouwen en jonge kinderen tewerkgesteld. Kinderen van zes jaar jong bedienden de ventilatiedeuren. Als ze geen geld hadden voor een kaarsje moesten ze in het stikdonker werken. Vrouwen trokken karren met 50 tot 70 kilo kolen. Een van de vreemdste gezichten is een ondergrondste stalling: ook pony's en kleine paarden werden ingezet. Pas in de loop van de jaren zestig werd het mijnwerk iets minder onmenselijk. Big Pit is in al zijn eenvoud en echtheid een ontroerend monument voor de Welshe mijnwerker.

In de haarspeldbochten van en naar Big Pit zijn volgens onze gids al vaak ongevallen gebeurd. Steevast wordt er verwezen naar een mannetje op een fiets die de ongevallen veroorzaakt en vervolgens spoorloos verdwijnt. Het is een van de talloos vele spook- en geestverhalen waarin de Welshmen zich verkneukelen. Als we 's avonds aankomen in het statige landelijke hotel Allt Yr Ynys ('de glooiende heuvel bij de rivier') in de buurt van Abergavenny, wordt ons voor waar verteld dat in Room 1 het huisspook vertoeft. En als we de volgende dag het indrukwekkende Caerphilly Castle zien, de op een na grootste burcht ter wereld, blijkt daar nog regelmatig 'the Green Lady' rond te waren. Als het 's avonds donker wordt en wat gaat misten, begin je er nog in te geloven ook. De Kelten zijn en blijven prima verhalenvertellers.

Wales presenteert zich op Countryside in Flanders Expo Gent. De beurs loopt van 1 tot en met 4 november. Open: vrijdag en zaterdag van 10 tot 20 uur, zondag en maandag van 10 tot 18 uur.

Informatie: British Tourist Authority, Louizalaan 140, 1050 Brussel, tel. 02/646.35.10 en 02/626.25.94 (aanvraag brochures). Websites: www.onlyinbritain.com en www.visitwales.com.

De nationale musea van Wales zijn gratis toegankelijk.

British Airways vliegt twee keer daags H/T tussen Brussel en Cardiff.

Van en naar het mijnmuseum gebeuren vaak ongevallen, veroorzaakt door een mannetje op een fiets. Het is een van de talloze spook- en geestverhalen waarin de Welshmen zich verkneukelen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234