Zondag 06/12/2020

Film

The Final Portrait: "Giacometti wasmaar gelukkig als hij ongelukkig was"

Tot grote verbijstering van zijn model overschildert Giacometti een portret met een paar felle penseelstreken.Beeld RV

Een man die bij de creatie van elk beeldhouwwerk of schilderij het moment vervloekte waarop hij kunstenaar was geworden. Dat is het beeld dat in de film The Final Portrait wordt opgehangen van de Zwitserse kunstenaar Alberto Giacometti. Lisette Pelsers, directeur van het Kröller-Müller Museum, bevestigt: "Een werk was bij Giacometti nooit af."

The Final Portrait bestrijkt 18 dagen – in kunstmiddens befaamde dagen – uit het leven van Giacometti. Het zijn namelijk de 18 dagen in het najaar van 1964 waarin de Amerikaanse kunstcriticus James Lord voor de kunstenaar poseerde in zijn atelier in Parijs. Het portret wordt bestempeld als het laatste meesterwerk van Giacometti. De naïeve Lord denkt er met een paar uren poseren van af te komen om de volgende dag – zoals gepland – zijn vliegtuig te kunnen nemen naar New York. Uiteindelijk wordt het dus een lange zit van 18 dagen. 

Lords dagboek over die uitputtende dagen verschijnt later onder de titel A Giacometti Portret (1965). Zijn aantekeningen vormen de leidraad van de film en geven een intieme inkijk in de manier waarop Giacometti zijn kunst beoefende. Die werkwijze blijkt niet minder dan sisyfusarbeid te zijn: eindeloos zwoegend maar zonder bevredigend resultaat; intrigerend, ontluisterend, maar ook komisch. 

F*ck

Voor The Final Portrait liet regisseur Stanley Tucci het atelier van Giacometti, gelegen in de rue Hippolyte-Maindron in de wijk Montparnasse, minutieus nabouwen. Geen overbodige investering omdat de meeste scènes zich in dit rommelige en van alle comfort verstoken werkhuis afspelen. Giacometti woonde in zijn atelier samen met zijn vrouw Annette en broer Diego. Het is in dit duistere kunstenaarshol dat James Lord – gespeeld door een flegmatieke Armie Hammer – op 12 september plaatsneemt op een krakkemikkige stoel om te poseren voor de toen al wereldberoemde kunstenaar. Een rol voor de verbluffend gelijkende Geoffrey Rush. 

De toen 61-jarige kunstenaar lummelt eerst wat rond, prutst hier en daar wat aan een beeld in wording, steekt een zoveelste sigaret op, plaatst dan eindelijk een schildersdoek op zijn ezel en begint aan het ‘finale portret’. Het duurt echter geen vijf verfstrepen of Giacometti begint zijn model te beledigen. “Je hebt het gezicht van een bruut”, werpt hij Lord toe. Niet veel later roept hij “Fuck”! En dan: “Ik kan het niet. Het zal me nooit lukken”.

We zien een radeloze Giacometti die de dag dat hij kunstenaar is geworden vervloekt.Beeld RV

Radeloos

De kunstenaar is radeloos en vervloekt de dag dat hij kunstenaar is geworden. “Ik had er nooit aan moeten beginnen”, spuugt hij uit. “Als je een echte vriend zou zijn, zou je me aanraden te stoppen met schilderen.” Om dan – tot verbijstering van zijn model – letterlijk zijn grove borstel boven te halen en in een paar felle penseelstreken alles te overschilderen. Dit tragikomische tafereel herhaalt zich dag na dag, 18 dagen lang. 

“Giacometti heeft zeker geen gemakkelijke carrière gehad”, zegt Lisette Pelsers. “Hij heeft een lange weg moeten afleggen voor hij als kunstenaar doorbrak. Uiteraard is hij het meest bekend geraakt door de graatmagere figuren die iedereen kent (het Nederlandse museum Kröller-Müller bezit met L’ homme qui marche II een versie van die iconische beelden). Maar ook die werken werden aanvankelijk door niemand serieus genomen. Het klopt dat hij nooit tevreden was met zijn werk. Het was één lange zoektocht. Hij veranderde zijn werk voortdurend. Nooit was het af; nooit was het goed."

De Sartre onder de beeldhouwers

The Final Portrait schetst in sfeervolle beelden het Parijs van de jaren zestig van de vorige eeuw. In de cafés in de wijk Saint-Germain-des-Prés drinken Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir koffie en filosoferen het existentialisme bij mekaar. Ook Giacometti frequenteert deze intellectuele ontmoetingsplaatsen en lijkt mee op te gaan in het pessimistische beeld dat er van de eenzame mens wordt opgehangen. “Ik denk iedere dag aan zelfmoord”, zegt Giacometti tegen James Lord. “De dood moet een fascinerende ervaring zijn. Jezelf verbranden, that’s the real thing.” Zijn broer Diego – zijn klusjesman en model – vertrouwt Lord tijdens een rustpauze toe: “Mijn broer kan maar gelukkig zijn als hij in alle facetten van zijn leven ongelukkig en hopeloos is.”

“Als je naar de figuren van Giacometti kijkt, is de verleiding groot om ze toe te schrijven aan een soort existentiële bestaansangst of eenzaamheid van de kunstenaar, zoals Sartre die beschrijft”, zegt Lisette Pelsers. “Zijn frêle figuren lijken ook eenzaam en kwetsbaar te zijn. Toch moet je oppassen met dat psycholiseren van een kunstwerk. Giacometti voelde zich namelijk niet erg verwant met het existentialisme. Hij was wel erg fanatiek op zoek naar een eigen beeldtaal, naar die ‘ultieme reductie’. Hij werd gedreven door het zoeken en aftasten van de mens in de ruimte. Of hoe een mens zich met zo weinig mogelijk stoffelijke materie toch in een ruimte kon handhaven. Het verhaal wil dat hij zich voor deze beelden liet inspireren door mensen die zich voortspoeden in de stad. Ieder gaat zijn eigen weg en communiceert niet. Je kan zijn beelden gewoon bekijken als een interessant ruimtelijk gegeven.”

De dief Picasso

Als Giacometti even zijn atelier wil ontvluchten, neemt hij James Lord mee op zijn wandelingen tussen de graven van het kerkhof Père Lachaise. De kunstenaar laat zich in de wandelgesprekken niet onbetuigd in het bekritiseren van zijn Parijse kunstbroeders. “Picasso was een dief”, zegt hij provocerend. “Hij kopieerde alle grote meesters, stal hun ideeën en liet ze voor zijn eigen ideeën doorgaan”. Chagall is in zijn ogen niet meer dan een ‘huisschilder’. Alleen Cézanne kan op zijn bewondering rekenen: “De laatste grote schilder!” 

“Giacometti sluit wel vriendschap met Picasso”, relativeert Pelsers het gekissebis tussen beide genieën. “Al kon hij het werk van Picasso niet echt serieus nemen. Ook Picasso kon het niet laten allerlei snerende opmerkingen te maken over het werk van Giacometti. Maar dergelijk gekibbel is onder kunstenaars niet zo ongebruikelijk. Er is tussen beiden altijd wel een vriendschap gebleven.”

“Mooi om te zien hoe Giacometti tot een abstrahering van het menselijke gestel komt en toch nog iets van een mens overhoudt"Beeld RV

Een stapel bankbiljetten

Een ontluisterend maar tegelijkertijd ook erg komisch fragment uit The Final Portrait is het moment waarop broer Diego in het atelier verschijnt met een immense stapel bankbiljetten, afkomstig van de verkoop van een werk van Giacometti. De kunstenaar geeft een deel aan zijn broer, een ander pakketje steekt hij in zijn eigen portefeuille om dan het overschot met veel zwier in een hoek van zijn atelier te gooien. De film speelt zich af twee jaar voor zijn dood in 1966. Giacometti is dan een bekend en succesvol kunstenaar. 

Dat was ooit anders, weet Lisette Pelsers. “In het begin leven de Giacometti’s van het werk dat Diego – een meubelmaker – maakte. Giacometti vond in Parijs eerst aansluiting met de surrealistische kring en was bevriend met mensen als André Breton en Jean Cocteau. Maar op een gegeven moment breekt hij radicaal met de surrealisten en verliest hij veel van zijn vrienden. Hij onderneemt dan een heel fanatieke zoektocht naar die ‘andere weg’. Dat is zijn moeilijkste periode. Hij verdient geen rooie cent meer en wordt een arme kunstenaar. 

Maar op een bepaald moment worden dan zijn befaamde dunne beelden gepubliceerd. Die leveren hem uiteindelijk roem op en vanaf dan krijgt hij van overal in de wereld prestigieuze opdrachten. Of hij vandaag de duurste beeldhouwer is, vind ik een gevaarlijke uitspraak. Hij zal wel in de top tien
 staan. Vast staat dat het zeer kostbare werken zijn.”

Acteur Geoffrey Rush kruipt in de huid van de schilder Alberto Giacometti.Beeld RV

Groot kunstenaar

Na 18 dagen poseren, smijt uiteindelijk niet Giacometti maar James Lord de handschoen in de ring. Hij vertrekt terug naar New York en blijft in het ongewisse wat er met zijn onafgewerkte portret zal gebeuren. Uiteindelijk zal het meer dan vijftig jaar later – in 2015 – bij een veiling maar liefst 20,8 miljoen dollar opbrengen. Kröller-Müller heeft zijn L’homme qui marche II aangekocht in 1966, het jaar dat Alberto Giacometti op 11 januari in Zwitserland aan een longontsteking stierf. 

“Het is zeker een van de belangrijkste werken uit onze collectie”, besluit Pelsers. “Het behoort tot de canon van de moderne beeldhouwkunst en wordt in ons museum dan ook permanent tentoongesteld. Wat Giacometti tot zo’n interessante kunstenaar maakt, is de zoektocht die hij heeft afgelegd om tot dit uitgepuurde, broodmagere beeld te komen. Het is zo mooi om te zien hoe iemand tot een dergelijke abstrahering van het menselijke gestel kan komen en toch nog iets van een mens overhoudt. Iedereen herkent dit beeld als een Giacometti: een dergelijke onmiddellijke herkenning is alleen weggelegd voor grote kunstenaars."

The Final Portrait speelt vanaf 9/5 in de bioscoop.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234