Zaterdag 28/11/2020

Concertverslag

The Divine Comedy brengt dandyeske grandeur op Brussels Summer Festival

Beeld Bas Bogaerts

Hoe het anatomisch kan, is ons een raadsel, maar op het Brussels Summer Festival bewees The Divine Comedy dat je tongue-in-cheek en met een stiff upper lip alsnóg grootse pop kunt maken.

Als je mag optreden voor het Brusselse optrekje van de koning, dan hoort daar een gepaste outfit bij, moet Neil Hannon hebben gedacht. Uitgedost als Napoleon kwam de frontman van The Divine Comedy het podium aan het Paleizenplein opgewandeld, waar hij meteen zijn twee stokpaardjes bereed: de (moeilijke) liefde en het menselijke tekort.

In het zwierige ‘How Can You Leave Me on My Own’ bekende hij dat hij, als zijn lief weg is, te veel thee drinkt, te veel koekjes eet – kan het nog stijver en Britser? – en wel eens naar naked ladies durft te kijken. En in ‘Napoleon Complex’ zong hij met een sarcastische ondertoon over de compensatiedrang van kleine mannen (of mannen met een kleintje). De Brexit en Trump werden niet bij naam genoemd, maar in de twee openingsnummers – allebei uit de elfde The Divine Comedy-plaat Foreverland – hoorde je niettemin Hannons ironische commentaar op de actualiteit.

Speldenprikken

In zijn met vooroorlogse grandeur geserveerde pop deelde Hannon wel vaker zulke speldenprikken uit. Het oudje ‘Generation Sex’ kwam via de perverse tabloids, de alles-kan-mentaliteit en de pornoficatie van onze samenleving tot een bittere conclusie: “The poor protect the wealthy in this world.”

Beeld Bas Bogaerts

Tijdens ‘The Complete Banker’ toonde Hannon zich al even scherp. In strak pak, met een bolhoed op het hoofd en voorzien van een paraplu kroop hij in de huid van een über-Britse bankier die met andermans geld zijn buitenissige levensstijl financierde – tot de recessie toesloeg. Maar niet getreurd: “We can build a much bigger bubble the next time, and leave the rest to clean our mess up.” Een droge Hannon, vlak voor hij het refrein nog eens zong: “Is hier iemand aanwezig van de Europese Commissie? Luister goed naar deze tekst.”

Die song analyseerde de financiële crisis inderdaad net zo treffend als ‘Common People’ van Pulp destijds de mechanismen van de Britse klassenmaatschappij illustreerde. Daarover gesproken: ‘Bang Goes the Knighthood’ was het verhaal van een Engelse notabele die – als gevolg van een hardleerse opvoeding in de kostschool – zijn nachtelijke kicks zoekt in groezelige sm-kelders. “Blimey!”, zou Hannon met zijn ouderwetse charme zeggen.

Fatale romance

Dat er in de man achter The Divine Comedy evengoed een geweldige kortverhaalschrijver én een uitstekende acteur schuilgaan, kon je horen tijdens ‘Our Mutual Friend’. In dit relaas van een fataal aflopende romantische nacht – spoiler: ze kruipt in bed met de gemeenschappelijke vriend die hen samenbracht – balanceerde de dandyeske Hannon tussen dramatisch chanson en kolderiek cabaret met prachtig resultaat.

Beeld Bas Bogaerts

Nog mooier was ‘A Lady of a Certain Age’, een briljant opgebouwde song over een vrouw die tijdens haar jonge jaren door de exclusiefste feestjes van Europa walste – een martini in de ene hand, een zoveelste aanbidder aan de andere – tot haar leven een haarspeldbocht nam en ze moederziel alleen achterbleef.

Onvervalste romanticus

De schrijnende update van Peter Sarstedts ‘Where Do You Go to (My Lovely)’ – hoe zou het vijftig jaar later nog zijn met die starlet uit de sixties? – was wat ons betreft het hoogtepunt van dit uitstekende concert, samen met het trio songs waarin Hannon het had over de liefde.

‘Sweden’ leek een ode aan het land, maar onze kop eraf als daar geen vrouw in het spel was. ‘To the Rescue’ vormde dan weer een onvervalste liefdesverklaring aan zijn vriendin Cathy, die een asiel voor verwaarloosde en mishandelde paarden runt. En ‘Catherine the Great’ werd dan wel aangekondigd als een song die absoluut níét over zijn lief ging, maar over de achttiende-eeuwse tsarina – “she looked so bloody good on a horse” - ons maakte hij niets wijs. De onvervalste romanticus Hannon vond zelfs in dit bitterzoete portret van een historische figuur een manier om zijn liefde uit te drukken.

‘I think I came’ 

“Dat was de beste versie die we al van deze song speelden”, klonk het na ‘Catherine the Great’, en het spelplezier van Hannon en zijn uitstekende band straalde af op de hele set. In de door het publiek enthousiast onthaalde reeks hitjes aan het eind ging Hannon, die zich met gin & tonic binnen handbereik al de hele tijd stond te amuseren, nog wat verder. “I think I came”, zei hij na een fraaie accordeonsolo van zijn toetsenist in ‘Songs of Love’, en in ‘Something for the Weekend’ vroeg hij of we geen kusje wilden.

Beeld Bas Bogaerts

Het concert eindigde met ‘National Express’ (een lofzang op een busdienst – eat that De Lijn) en het naar de sterren reikende ‘Tonight We Fly’ als een avondje ‘At the Indie Disco’, nog zo’n hitje van The Divine Comedy, waarin deze keer een euforisch stukje ‘Blue Monday’ was verwerkt.

“Mon français est merde”, had Hannon aan het begin van de avond gezegd en daar was iets van aan. Maar voor zijn show in Brussel gold zowat het tegendeel: als iemand ooit de soundtrack van ons leven mag schrijven, dan wel hij. Wie anders kan de hits and misses met evenveel liefde bezingen? 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234