Zaterdag 15/08/2020

Interview

The Black Crowes: ‘Onze kleedkamer was afwisselend een drugshol, een bordeel en een hippiesekte’

Zanger Chris Robinson: ‘Het diepte­punt was toen mijn dealer voorstelde om bij mij te komen inwonen en ik dat even een goed idee vond.’

The Black Crowes, die in de jaren 90 het verwijt kregen dat ze retro waren en de rock- ’n-roll van The Rolling Stones en de Small Faces recycleerden, recycleren dit jaar zichzelf: op hun eerste wereldtournee sinds eeuwen spelen ze integraal hun dertig jaar oude debuut Shake Your Money Maker, plus een fijne selectie uit hun overige platen. ‘Het is extreem frustrerend om onze goeie muziek níét te spelen. Dat is alsof ik een vinger amputeer.’

Het had weinig gescheeld of The Black Crowes hadden nooit meer live gepeeld, omdat de broers Robinson verwikkeld waren in een jarenlange vete die bijwijlen ridicule proporties aannam. Ooit kocht Rich (50) zelfs een paginagrote advertentie in Rolling Stone om een open brief te publiceren waarin hij zijn ‘inhalige’ en ‘egocentrische’ broer afzeikte. Op een bepaald moment speelde Rich in een soort Black Crowes-tributeband, een kopie van de originele Black Crowes maar dan zonder zijn broer. Chris (53) doopte zijn soloproject dan weer Brotherhood, “gewoon om mijn broer te pesten”. Enige bezadigdheid is intussen ingetreden: beide broers zijn, gelouterd door een handvol mislukte huwelijken, nu vader van een puberaal kroost, dus om de dertigste verjaardag van hun debuutplaat Shake Your Money Maker te vieren, trekken ze samen de wereld rond. In november brengt de band in de Lotto Arena wereldhits als ‘Jealous Again’ en ‘Remedy’ ten gehore.

We spreken Chris en Rich in Amsterdam. De broers zijn van die Amerikanen die elke zin doorspekken met 35 you know’s, you know what I mean’s en cool, man’s – die zijn voor de leesbaarheid geschrapt. Wie interviews met hen op YouTube bekijkt, zal zien dat oudere broer Chris meestal het hoge woord voert en Rich er amper een woord tussen krijgt, dus kom ik in de verleiding om al mijn vragen aan de jongste Robinson te stellen.

Wilden jullie de voorbije jaren onzichtbaar worden en even afkicken van muziek, of enkel niet touren? Of niet bij elkaar zijn?

Rich: “Onzichtbaar worden is geen optie, heb ik gemerkt. Ik was in Margaret River, Australië, op 17.000 kilometer van mijn huis, in de brousse, 80 meter boven de grond, op zo’n wandelparcours in de hoogste bomen die ze daar hebben, toen ik werd aangesproken door fans. Far out, man.

Chris: “We reizen. We waren de voorbije jaren dichterbij dan je denkt, alleen liepen we daar niet mee te kijk. Ik was vorig jaar met mijn kersverse vrouw in de Dom van Keulen, waar ik werd aangesproken door een monnik in een rode pij. Ik dacht eerst dat hij een beveiligingsagent was en ons aan de deur zou zetten, of dat hij zou zeggen: ‘Euh, zijn jullie geen discipelen van onze concurrent, de gevallen engel?’ Maar nee, hij wilde een selfie. Ik vond het jammer dat hij erop stond om eerst zijn pij uit te trekken, dat moest blijkbaar.”

Ik ben er geenszins tegen dat jullie weer toeren, maar artiesten zeggen zo graag dat ze nooit terugkijken en dat alleen de volgende plaat telt... Doen jullie dit voor het geld?

Chris: “It's not the main thing. Hey, iedereen moet geld verdienen, en na een ziljoen echtscheidingen en andere onvoorziene onkosten geldt dat misschien nog iets meer voor mij dan voor een ander. Maar met de hand op het hart: de muziek komt eerst. Het kriebelt al lang. Ik vind het extreem frustrerend om onze goeie muziek níét te spelen, dat is alsof ik elke dag een vinger of twee amputeer. Man, ik kan je verzekeren: Rich en ik hebben in dertig jaar meer geld geweigerd dan we hebben verdiend! Op ons hoogtepunt wilde letterlijk elk bier- en whiskymerk ons voor zijn kar spannen. De hippies noemden het breadheads, artiesten die om het even wat voor geld doen.”

Wat is het ergste dat iemand met jouw muziek kan doen?

Chris: “Ik ben van nature een hippie: ik ben geen watje en zeg altijd mijn mening, en ik heb een probleem met autoriteit, maar ik ben vredelievend en positief ingesteld. Dus iemand martelen met onze muziek als soundtrack, zoals die song in Reservoir Dogs (‘Stuck in the Middle with You’ van Stealers Wheel, red.), dat zou ik verderfelijk vinden. Of als een gediplomeerd stuk stront als Donald Trump onze muziek zou spelen tijdens een politieke bijeenkomst of fundraising, dan zou ik daar absoluut van balen. Ik zou de klootzak voor de rechter slepen. De populariteit van die man snap ik nog steeds niet – zo’n karikatuur! Maar ja, je ziet het in de muziek ook: waarom kijken al die rappers op naar Kanye West, die vent is toch de Donald Trump van de rap?!”

Anderen hebben uitentreuren geschreven over jullie duidelijke invloeden, de straight rock van pakweg 1972, maar noem eens een paar namen waarnaar jullie vaak hebben geluisterd zonder dat de leek dat hoort in jullie muziek?

Chris: “Ik heb een héél brede smaak. Ik luister zowel naar de experimentele Duitse krautrock van Can als naar Baden Powell, Brigitte Fontaine en Lessthefleburldrugs...”

Wát? Wíé?

Chris: “Lestefeubelsgss. Flatnsuggz? (nog trager) Lester Flatt & Earl Scruggs? Flatt & Scruggs, man!”

Sorry, nooit van gehoord.

Chris: “Dat zijn iconen van de bluegrass. Puur en authentiek.”

Aha. Ik zag ooit een briljant concert van Country Gazette, maar daar stopt mijn kennis.

Rich: “Everyone got everything from these two. Zij en Bill Monroe hebben de bluegrass uitgevonden. Briljant in hun eenvoud... Tot je het probeert na te spelen en het lijkt alsof je net twintig vingers hebt gebroken terwijl je er maar tien hebt. (grijnst)

Wie was doorheen de jaren jullie minst verwachte supporter? Níét Kanye West, neem ik aan?

Chris: “AC/DC. (lacht) Ik ben heel gevleid, maar dat had ik nooit gedacht. Schatten van mensen, trouwens.”

Rich: “Omdat Chris zo vaak kritiek heeft gegeven op andere artiesten, dacht ik lang: nooit zal iemand nog iets positiefs over ons zeggen. (lacht) Maar ik merk dat de laatste tijd heel wat jonge groepen ons namedroppen of coveren. Recentelijk nog Blake Shelton. O, is die hier ook al onbekend? Hij is groot in de States, man.”

Waar zou je een bronzen gedenkplaat hangen met de tekst: ‘Hier vond een mijlpaal in de carrière van The Black Crowes plaats: op deze plek...’

Rich: “Op de gevel van ons ouderlijke huis in East Cobb County (een voorstad van Atlanta, Georgia, red.)? Want daar hebben we zo ongeveer de volledige Shake Your Money Maker geschreven en gerepeteerd.”

Chris: “(voor het eerst zie ik hem melancholiek en mompelt hij, schijnbaar tegen zichzelf) Het is dertig jaar geleden dat ik daar was. Misschien moet ik er nog eens naartoe... Is dat een goed idee? Wat win ik ermee? Wat kan ik er grijpen dat niet al lang is vervlogen? Ik zag een documentaire waarin J.J. Cale terugging naar zijn geboortehuis. Als ik het me goed herinner, werd hij daar niet vrolijker van...”

Wonen jullie ouders daar nog?

Rich: “Nee, al lang niet meer. Ze zijn verhuisd vlak nadat wij bekend werden. Geen idee of er een verband is. (grinnikt)

Deelden jullie als tieners een kamer, zoals Noel en Liam Gallagher?

Rich: “Nee, godzijdank niet. (grijnst)

Chris: “Rich waardeerde niet echt de gratuitous bohemian shitty madhouse atmosphere die ik met me meedroeg. Maar hey, ik was bijna drie jaar ouder, op die leeftijd is dat immens. Ik was al volwassen, of ik waande mezelf volwassen, terwijl Rich... well...

Paul McCartney moet nu toestemming vragen om zijn geboortehuis te betreden, want het is eigendom van de Britse National Trust, die historische gebouwen beheert.

Chris: “Dat moet toch weird zijn? Waarom heeft hij het zelf niet gekocht – geld genoeg, toch? Ik heb zelf in Connecticut en New York jarenlang gewoond in een 19de-eeuws huis waar historische feiten hadden plaatsgevonden die me nu even niet te binnen schieten. Ik vind het mooi en belangrijk dat je passanten wijst op historische mijlpalen die in een stad hebben plaatsgevonden. In de Verenigde Staten is historisch besef te weinig geworteld, misschien omdat we een relatief jonge natie zijn, of omdat er te veel is waar we niet echt trots op kunnen zijn: ‘Op precies deze plek stalen we indertijd grond van de indianen...’ Mmm, misschien beter geen gedenkplaat. (lacht)

Chris: “Dat bijvoorbeeld nergens een bord hangt waarop staat: ‘Hier woonde Jimi Hendrix’, toont wel aan hoe marginaal rock-’n-roll nog steeds is. No one cares! Ernstige historici halen er nog steeds hun neus voor op. Terwijl popmuziek net zo goed de wereld heeft veranderd...”

Rich: “...en verbeterd!”

Chris: “...als wetenschap of politiek. In Georgia is het huis waar de The Allman Brothers opgroeiden nu een museum, maar dat hebben ze zelf gefinancierd, geloof ik.”

Rich en Chris Robinson.

The Allman Brothers Band is typisch zo’n rockgroep die in de VS legendarisch is, maar die in Europa amper iemand kent.

Rich: “Serieus?! Wauw, dat wist ik niet. En ons kennen ze wel. (grijnst)

Als ik het me goed herinner, belichaamt meestergitarist Greg Allman in zijn eentje het motto ‘ontmoet nooit je helden’.

Rich: “Dat klopt. Great story, not so great a moment: zijn broer stelde mij nadrukkelijk voor als Rich Robinson van The Black Crowes. Waarop Greg: ‘Who gives a shit?’ (lacht) Ik was daar toen echt van aangedaan, ook al wilde ik het niet toegeven.”

Chris, jij hebt in minstens een dozijn interviews gezegd dat, toen je aankondigde een groep te beginnen met jou als zanger en frontman, jouw vader als volgt reageerde: ‘Zingen? Jij? Hell, you couldn’t carry a tune in a bucket from the well to the house!’ Verzon je die boutade om je tegen je vader af te zetten, of heeft hij dat echt zo gezegd?

Chris: “Het is een letterlijk citaat. Bedankt, pa! Mijn vader heeft zelf lang muziek gemaakt, semiprofessioneel. Zijn folkduo heeft eind jaren 50 een halve hit gescoord en toen niets meer. Ik denk dat hij een midlifecrisis had toen hij dat zei.”

Ik associeer Georgia met James Brown, dus ik zag die staat altijd als de bakermat van de funk en vond het dus raar dat jullie van jongs af aan rock-’n-roll speelden en geen funk.

Chris: “James Brown groeide op in Augusta, niet in Atlanta. Dat is, denk ik, het verschil tussen Brussel en één van jullie kuststeden. Wij worden ook gescheiden door een grote rivier die als een soort onzichtbare psychologische barrière fungeert. Maar wat je zegt, klopt wel in die zin dat zwarte muziek toen wij opgroeiden dominant was. Atlanta was de eerste stad waar zwarten goed scoorden. Zwarten waren er, meer dan nu, in de meerderheid. Atlanta heeft natuurlijk ook stedelijke problemen die zijn gerelateerd aan raciale wantoestanden. Maar Atlanta was en is the black Mecca, onze stad had de eerste zwarte burgemeester en de eerste zwarte politiecommissaris van de Verenigde Staten en heeft nog steeds het hoogste percentage afgestudeerden van zwarte origine.

“Nu, rock-’n-roll was alomtegenwoordig, hoor. Dat was al lang zo: Atlanta had eerder een rockfestival dan Woodstock, met grotendeels dezelfde line-up. En later was punk heel groot: hell, Atlanta was de eerste plek buiten Engeland waar de Sex Pistols optraden!”

Rich: “Maar natuurlijk werden wij ook beïnvloed door zwarte stadsgenoten en hun muziek. Cameo en Mother's Finest woonden in Atlanta, en het briljante Little Feat was mischien wel de eerste groep met muzikanten van minstens drie origines en huidskleuren. Sindsdien heeft Atlanta onder andere Usher, OutKast, CeeLo Green en rappers Big Boi en Ludacris gebaard.”

Justin Bieber heeft lang in Atlanta gewoond...

Chris: “(trekt het drankje terug dat hij me net wilde geven) Wil je nog wat blijven of vertrek je graag nu?”

Hoeveel geld kregen jullie voor jullie eerste optreden?

Chris: “Níéts. (lacht) Het eerste optreden waarvoor we geld zouden vangen, was in Atlanta. De organisator had ons 150 dollar (130 euro, red.) beloofd, maar na de show weigerde hij ons te betalen. We hebben hem tegen een muur gegooid en hem afgedreigd. Nu ja, niet ‘we’, maar onze drummer deed dat. Hij was heel sterk en groot, a mountain of flesh. Maar ik ben vergeten of het enig effect had.”

Rich: “Ja hoor, hij heeft betaald.”

Wat was, los van jullie ruzies, het dieptepunt van The Black Crowes? Het moment waarop je vaststelde: we zijn een monster geworden?

Chris: “Voor mij was dat de periode waarin mijn cocaïnedealer elke dag in de opnamestudio te vinden was. Meer precies de dag waarop hij voorstelde bij mij te komen inwonen en ik dat ook even een goed idee vond. (lacht) Waanzin. Total and utter madness.

Waar is hij nu?

Chris: “Oh, he's still around, hij leeft nog. Onkruid vergaat niet, zeker?”

Rich: “We hebben ook ooit een auto in de prak gereden. We hadden voor de intro van ‘Thick n’ Thin’ het geluid van een ongeluk nodig. Normale mensen zouden uit een geluidsbibliotheek een car crash samplen. Wij niet, wij reden een auto een keer of zes tegen een paar metalen afvalcontainers en kozen dan de beste take.”

Ik deed onlangs wat research naar plagiaat en het viel me op hoezeer jullie versie van Otis Reddings ‘Hard to Handle’ lijkt op ‘Walk this Way’ van Aerosmith.

Rich: “(droog) O, is jou dat ook opgevallen? Wel, wij waren eerst. Dat beantwoordt je vraag, denk ik.”

Chris, jij had ooit ruzie met Robert Plant en Steven Tyler omdat je had verklapt dat zij tijdens concerten tapes gebruikten om te verbergen dat ze de hoge noten niet meer halen. Is het bijgelegd?

Chris: “We zijn on speaking terms. Godzijdank, want dat zijn mijn helden, hè. Ik wil ook nuanceren, want om te beginnen zijn het allebei nog steeds fenomenale zangers én samen met Mick Jagger misschien wel de ultieme frontmannen. En dat repertoire is verdomd moeilijk te zingen, man: die hoge noten, die frasering, die attack, die lange setlists... Probeer het en faal! Bovendien maakt vooral Steven het zich extra moeilijk door live nog te rennen en te springen en salto’s te maken en stunts uit te halen... Man, is er iets dat hij níét doet? En het waren maar enkele seconden van de set dat ze, euh, zich lieten helpen, en alleen voor de heel hoge noten die jij en ik niet eens konden halen toen we nog maar 20 waren, laat staan dat we het zouden kunnen als we 60 of 70 zullen zijn. Nee, man, ik respecteer en bewonder hen nog steeds eindeloos en ik had niet het recht om daarover te smalen. En ja, we hebben het bijgelegd.”

Ik heb een paar keer meegereisd op de tourbus van internationale acts en toen bleek telkens dat één film vaker werd gespeeld dan alle andere. Welke was dat op jullie tourbus?

Chris: “Dat zal The Big Lebowski zijn, of Withnail and I, ex aequo met komische series zoals The Young Ones of The Mighty Boosh.”

Rich: “Yeah, Blackadder we watched over and over and over...”

Chris: “Nuchter én stoned. (lacht) Britse humor is zálig.”

Jullie hebben getoerd met Oasis, Jimmy Page, Lenny Kravitz, ZZ Top, Aerosmith en The Rolling Stones. Geef eens een idee van het verschil in regels en sfeer backstage?

Chris: “Naar mijn gevoel waren The Stones de enige met een echte backstage die naam waardig: dat was een echt dorp, een andere planeet, een jungle – waar twee leeuwen constant subtiel aangaven wie van hen de grootste had. (lacht) Toen we met Aerosmith toerden, hadden we de pech dat zij net van zware drugs aan het afkicken waren. Backstage golden dus strenge regels: geen drugs, geen booze, geen groupies, geen wangedrag. Zelfs de crew moest een contract tekenen dat bij wijze van spreken stipuleerde dat ze voorzichtig moesten ademen. (lacht) Zelf deden Steven en Joe niets anders dan fitnessen en boeken lezen. Niet dat er iets mis is met boeken lezen, maar toch, ik had op een paar spannende momenten gehoopt.

“Vroeger was onze kleedkamer afwisselend een drugshol, een bordeel en een hippiesekte. De penetrante geur van bepaalde substanties was, euh, overheersend. Maar altijd, áltijd primeerde de muziek, altijd stond een reusachtige boombox te blèren. Dat vond ik misschien nog het lekkerste: elke dag de deejay zijn op mijn eigen feestje. Want, geef toe, feestjes zijn toch het leukst als jij en niet een of andere overbetaalde nitwit de muziek kiest?”

Rich: “Het leukste moment – groupies en drugs niet meegeteld – was backstage met Oasis, toen Liam Gallagher in zijn kleedkamer de backing tapes opzette van Heathen Chemistry, toen hun nieuwe plaat, en luidkeels meezong. Hij deed karaoke met zichzelf! He belted out the entire fuckin’ record from start to finish! Een privéconcertje van Liam voor een publiek van zes man. (lacht) En ik geloof niet dat het aanstellerij was, hij was gewoon enthousiast.”

Geef jonge artiesten eens wat goede raad. Eén tip uit jullie mond kan ik zelf bedenken: maak geen ruzie met je broer, want dan verlies je tien jaar van je leven en intussen vergeten mensen dat je bestaat.

Chris: “Beware of sharks and other creepy creatures. Teken nooit een contract voor de lange termijn. Behoud controle over je auteursrechten en uitgaven. Sta niet toe dat wie dan ook een blok aan je been is, niets of niemand mag jouw ambitie afremmen. Vervang zonder aarzelen mensen die de opmars van je groep vertragen of saboteren – ik was soms stoned of dronken, maar ik stond er als ik er móést staan. En vergeet dus niet: discipline is álles. Heb jij gehoord van dat immense talent zonder discipline noch werkethiek?”

Euh, nee.

Chris: “Precies.”

The Black Crowes staan op 4 november in de Lotto Arena in Antwerpen. Info en tickets.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234