Zondag 14/08/2022

Textiel strijdt om de grasmat

De avond valt, de reusachtige masten boven het Waregemse Regenboogstadion lichten zachtjes op om een handjevol leden van de atletiekvereniging te laten trainen. Maar wie maalt om afstandlopers? Waregem snakt naar voetbal, en net daarom is de gemeente in rouw. SV Waregem - gemeenzaam Essevee - is klinisch dood. 'Vermoord', preciseren de gemeentenaren. Dader is Pierre Lano, een textielbaron uit het onooglijke Harelbeke en vandaag het hoofdpersonage in een verhaal van haat en nijd, hoogmoed en succes, om en rond de Leie.

Walter Pauli / Foto's Stephan Vanfleteren

Een zucht. De eenvoudige bediende krijgt een brok in de keel bij het kijken naar de wimpels aan de muur van de Waregemse business seats. Rapid Wien, AC Milan, FC Köln: gerenommeerde namen uit het Europese voetbal die Waregem ooit recht in de ogen mocht en kon kijken. De man laat zijn blik dwalen over het stadion, over de zogenaamde 'oude' tribune - gebouwd halfweg de jaren tachtig, hij kijkt naar de reusachtige reclameborden van Bekaert, Beaulieu en Ghistelinck, een lokale maar puissant rijke Mercedes-dealer. Nog een zucht: "Ik heb zowat alle Belgische stadions bezocht, en met de hand op het hart, je moet ver zoeken om er een te vinden dat zo schoon, comfortabel en modern is als dat van Waregem. Maar ja, als de voetballers niet willen en het geld op is..." Weer een zucht.

Binnen, in de zaal vol seats, toont een pléiade van koperen naambordjes hoeveel bedrijfsleiders betalen voor een zitje. Maar hoelang zullen ze dat nog doen? Wie ooit zijn klanten verwende met toppers tegen Anderlecht en Club Brugge, zou zijn klandizie nu tevreden moeten stellen met schraal tweedeklassevoetbal tegen Tielen of Tilleur. Terwijl vijftien kilometer verder, in Harelbeke, enkele maanden geleden datzelfde Anderlecht met veel geluk gelijkspeelde. Waregem heeft dergelijk brio en spektakel niet meer in de aanbieding, net zomin als, weer vijftien kilometer verderop, het financieel al even armlastige KV Kortrijk, ook zo'n voormalige eersteklasser die zich veroordeeld ziet tot voetbal in de inspiratieloze tweede divisie. Dat het nederige Harelbeke hun fakkel overnam, valt de steedse Kortrijkenaren zwaar en ligt het trotse Waregem al helemaal niet. Want wat heeft Harelbeke dat Waregem al niet eerder, beter en mooier had of heeft?

Een begin van een antwoord vinden we langs de autoweg Gent-Kortrijk, in de volksmond de 'tapijtenroute' genaamd. Die benaming is niet vergezocht. Vlak over de grens tussen Oost- en West-Vlaanderen begint de kleine maar bedrijvige regio die zichzelf niet zonder trots het 'Texas van België' noemt. Texas wordt bewoond door cowboys, en ook die soort heeft de zuidelijke strook van West-Vlaanderen in overvloed. Rechts huist de textielgigant Beaulieu van de even bekende als beruchte familie De Clerck, twee minuten later passeert men de vestiging van Sofinal-Cotesa van de onverbeterlijke Benoît Devos. Als voorzitter van Febeltex - de 'baas van de textielpatroons' - zorgde hij twee jaar geleden zowat op zijn eentje voor een even bitter als overbodig sociaal conflict, dat de hele textielsector dagen lang lamlegde. Zijn voornaamste medestander onder de diehards: Jan De Clerck van Beaulieu. Sleutelbegrip van Devos: "Ik doe met mijn geld wat ik wil." Vertaald: "Dat vakbonden maar eens zwijgen over opslag of - gruwel! - arbeidsduurvermindering." Pal tussen de bedrijfsgebouwen van de families Devos en De Clerck: de afrit Waregem.

Deze streek is een unicum. Het aangrenzende deel van West-Vlaanderen, Ieper en de Westhoek, snakt naar Europese economische steun. Grensprovincie Henegouwen, een boogscheut verder, bedelt ook om Europese miljarden, net zoals de noord-Franse omgeving van Lille, Valenciennes en Roubaix, amper een kwartier verder. Daartussen een vlek van enkele tientallen vierkante kilometer. Europese rapporten definiëren het gebied als "overontwikkeld", wegens een ongewoon hoge densiteit van bedrijven, omzet, werkgelegenheid en investeringen. Als dit Leieland rond Kortrijk en Waregem ergens voor staat, dan wel voor succesvol ondernemerschap. En dus geld.

Maar geld is niet hetzelfde als respect of aanzien, laat staan dat een volle portemonnee ooit synoniem wordt met klasse of voornaamheid. Onbegrip rond die flinterdunne lijn - wie hoort bij de echte high society, wie laat zich kennen als parvenu? - zorgt al decennialang voor een mentaliteit die inwoners met zin voor zelfrelativering erkennen als 'typisch Waregems'. Waregem voelt zichzelf een hele gemeente, een heuse stad, en daarom verheven boven Harelbeke, Meulebeke of Deerlijk. Maar tegelijk wist Waregem ook wel dat een echte stad nog iets anders was. Kortrijkenaren beschouwen het volk van Waregem nog altijd als boeren. Rijke boeren weliswaar, maar toch buitenmensen.

Dat zijn ze ook. Koppig, sterk, en vooral schuw van vreemd volk. De rijken schermen zich af door zich terug te trekken in dure verkavelingen, het gewone volk doet dat op zijn manier. In een reusachtig appartementsblok in een sociale woonwijk aan de Waregemse rand, huist André, door vriend en vijand getipt als de man die alles, maar dan ook àlles weet over Essevee. Het is een buurt waar geen klanten wonen van Waregem-sponsor Ghistelinck ("een Mercedes koop je in vertrouwen"). Het trappenhuis staat vol graffiti, "in dit hoekje is het lekker poepen", keiharde reggae dreunt vanaf de eerste verdieping door het hele gebouw. Flats hebben deuren die aan liften doen denken: plaatijzer, venster met tralies. Is dit Waregem of de Antwerpse Chicago-building? André geeft niet thuis. Of beter, hij heeft zich binnen verstopt, zijn vrouw moet de vraagstellers buitenhouden. Deur op een kier, kop erdoor, het neen klinkt beslist, en waarom gewone mensen zo maar thuis lastig gevallen hoeven te worden? "André weet niets van voetbal af. André kan geen drie voetballers herkennen. André heeft nooit iets gehoord." Alleen: André slijt elke dag op Essevee. Is dit koppigheid, of zou het angst kunnen zijn? Angst om bazen, managers, meneren voor de kop te stoten. Hoe klonk het aan de telefoon? "De fusie? Oei, 't is delicaat. Zeer delicaat." Het immense flatgebouw in die grote ruimte buiten Waregem krijgt plots iets engs en bekrompens. Dit lijkt een stad, maar is een dorp. Iedereen kent zijn plaats: de mensen met veel geld in de dorpen rondom en in 't Pand, de mensen met minder geld in de woonwijk dicht bij het centrum. De eerste groep beveelt, de tweede luistert.

Neen, dan is Kortrijk meer een stad. Kortrijk heeft een historisch verleden, cultureel erfgoed, een francofone bourgeoisie, een druk winkelcentrum, noem maar op. Kortrijk pronkte daarmee, de Waregemse elite keek jaloers toe. Ginds groeide het inzicht dat je respect niet krijgt, zelfs niet verdient, maar afdwingt, zeg maar koopt. Of opbouwt. Vraag het aan de oude man op de bank in het Regenboogpark. Hij tuurt dagelijks naar het fysieke resultaat van zoveel Waregemse geldingsdrang. Voor zijn voeten een idyllisch tafereel uit een film over oudjes, met eendjes die vechten om een broodkorst en bijbehorend gesnater tussen een volwassen mormel van een grotere soort en een driftkop in pocket-uitvoering. Stil is het echter niet, ruisende bomen zijn er evenmin. Achter zijn rug bromt en zoemt het verkeer van de twee ringen rond Waregem. Eén ring was onvoldoende.

Zo banaal als de achtergrond is, zo grauw het panorama. Van de ene ooghoek naar de andere leunen de vierkante bouwsels tegen elkaar aan. Het lijkt wel een hermetische Atlantikwall tegen de goede smaak. Het begint links met het zwembad, vanzelfsprekend van Olympische afmetingen. Toch kon er aanvankelijk geen volwaardige zwemcompetitie plaatsvinden: een verstrooide aannemer plaatste de startblokken aan de ondiepe zijde, zwemmers dienden zich ongewoon behoedzaam in het water te laten glijden, internationale competitie was uitgesloten. Een valse start, maar het kan erger. Naast het zwembad een hoog flatgebouw, residentie Regenboog, met afmetingen die zelfs in Brussel buitensporig zijn en het kleine centrum van Waregem platdrukken. Dan Het Pand, een gezellige naam voor een al te hoekig winkelcentrum. Bouwmateriaal? Beton. De bunker dateert uit de tijd dat minder begaafde adepten van Le Corbusier meer geld, mortel, ruimte en politieke dekking kregen dan de oude meester had kunnen bevroeden. Het weerhoudt er de lokale upper class niet van er de Mercedes te parkeren, te winkelen en een dure koffie te slurpen in tea-room Dezutter. Gezellig is het er niet, maar iedereen heeft je gezien. Daarnaast de bibliotheek en cultureel centrum De Schakel, ook al een blokkendoos, maar gelukkig met een programmatie die de enge gemeentegrenzen bij tijd en wijlen ver overstijgt. En daarvoor, eenzaam op zijn bank, het kleine mannetje in het Regenboogpark.

Vlak naast hem leidt een brug naar een eilandje in de vijver, zo'n gezellige ijzeren ellips die onontbeerlijk is om een groene stadsruimte tot park te verheffen. Twintig meter verder ligt nog een brug, in dezelfde vijver, deze keer een grijs onding van wel honderd meter lang. Betonrot tast de pijlers aan, de verf bladdert van de verroeste reling, en het gevaarte ligt op amper vijf, maximaal zeven meter van de rand. Het bouwjaar is 1958. Waregem organiseerde toen het wereldkampioenschap wielrennen. Als Brussel de Heizel kon volbouwen voor de Wereldtentoonstelling, dan moest ook Waregem mee met zijn tijd. Ze hadden geen lange rechte lijn, dus bouwden ze er een: een rechte brug, dwars door de vijver. Op dat gevaarte repte Rik Van Steenbergen zich inderdaad naar zijn derde regenboogtrui.

De brug ligt er nog steeds en leidt ook vandaag nog naar de oude poort van het voetbalstadion. Als er één middel is om een stad of streek bekendheid te geven, dan wel de sport. Wie had ooit van Londense buitenwijken als Arsenal of Chelsea gehoord als er geen voetbal geweest was? Het pientere Zuid-Vlaanderen had het meteen begrepen. De helft van de ondernemers stortte zich op het destijds mateloos populaire wielrennen. Ingrediënten: een West-Vlaams fietsenmerk (Flandria), een West-Vlaamse ploegleider (Briek Schotte), West-Vlaamse renners (het trio Maertens, Pollentier en Demeyer). Daarrond klitten vooral West-Vlaamse co-sponsoren, meestal afkomstig uit de textielsector. Dat waren eerst De Clercks eigen Beaulieu, later andere bedrijven. Een van de laatsten, voor Flandria er in '79 zelf de brui aan gaf, heette Lano.

Lano was het bedrijf van de familie Lanneau, maar zoon Pierres identificatie met het bedrijf ging zo ver dat hij zijn eigen naam veranderde - niet andersom, want te duur, te verwarrend voor de klant. Pierre Lano ademt zakelijk inzicht - instinct is accurater. In zijn persoon vloeien bedrijf, politiek en maatschappij in elkaar over. Eerst was Lano CVP-burgemeester van Harelbeke, daarna VLD-parlementslid. In die functie durfde hij zijn particuliere bedrijfsbelang wel eens te identificeren met het algemeen belang. Minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback moest ooit de beslissing schorsen van burgemeester Lano om stakersposten weg te vegen voor de deur van bedrijfsleider Lano. Dat was minder leuk dan samen op de foto staan met Freddy Maertens, 'zijn' renner, 'zijn' kampioen. Maar het werd een kale kermis. Toen de Harelbeekse industrieel geld gaf, ging het plots bergaf met Flandria. Maertens kraakte, Pollentier werd op Alpe d'Huez op doping betrapt en als eerste (en dus enige) geletruidrager om die reden uit de Ronde van Frankrijk gezet. Pal op zijn frauduleuze borstkas, in fiere letters: Flandria-Lano. Lano heeft sindsdien geen wielrenner meer gesponsord.

Maar er waren alternatieven. In de tweede helft van de jaren zeventig zorgde Zuid-Vlaanderen voor attractief voetbal. In Kortrijk draaide de ploeg vooral om de grillige Boudewijn Braem - Kortrijkenaren hébben kuren, de hele streek spreekt ervan - diens spitsbroeder Johan Vermeersch en de klassevolle Duitser Harald Nickel. Kortrijk stond echter nog altijd in de schaduw van het kleinere maar zoveel succesrijkere Waregem. In een tijd dat de herinnering aan Pele nog levendig was, bood Waregem het Belgische publiek de eerste Braziliaanse vedette aan: Giba, bijgenaamd de 'Zwarte Parel'. Giba werd vooral omringd door zonen van het volk, zoals de twee broers Millecamps - de harige Luc en de kleine, bedrijvige Marc - en Rudy Haleydt, de eerste West-Vlaamse hippie. Ook later bleven die ploegen talent spuien en kopen, van Lorenzo Staelens en Zamel Zidane bij Kortrijk tot Vital Borkelmans, Manu Karagiannis, Danny Veyt of Philippe Desmet bij Waregem. AC Milan zag sterren in het Regenboogstadion toen het bescheiden Waregem hen uitschakelde.

Maar alleen sterke benen kunnen weelde dragen. Zo onbuigzaam als het Waregemse en Kortrijkse patronaat zich opstelde in loononderhandelingen met de textielvakbonden, zo laks en lankmoedig waren ze voor hun vedetten, zo gul schoven ze legale, extralegale en illegale ('drinkgeld') voordelen door aan de voetballers. Lano kon er niet bij in Waregem en Kortrijk, zozeer verdrongen de textielbazen elkaar in het bestuur van de eersteklassers. Kortrijk liet zich sponsoren door Louis Depoortere, later door Vande Wiele, in de streek een naam als een klok, industrieel bekend als bouwer van textielmachines. Sport werd de dienstmaagd van de bedrijfsleiders die ervoor betaalden. Ploegen offerden hun frisheid op, hun ongedwongenheid, hun ziel. Het succes werd verplicht, want standing moest worden afgedwongen. Voortaan telde een nieuw ethos, dat van de betaalheer. Bij de ploegenvoorstelling '91-'92 ging KV Kortrijk ver in haar identificatie: "In een recente studie, uitgevoerd door de Kamer van Koophandel (Charter '99) worden enkele belangrijke bevindingen naar voor gebracht in verband met Zuid-West-Vlaanderen. Bevindingen waar ook een voetbalclub in eerste nationale als KV Kortrijk niet omheen kan: 'Werkkracht en werkcultuur omschrijven respectievelijk de motor en het klimaat van de regio.' KV Kortrijk kiest dus resoluut voor een werkkrachtige stijl, typisch voor de Zuid-West-Vlaamse streek. Die werkkracht wordt, gekoppeld aan discipline, de gemeenschappelijke noemer. (....) Het aantal vraagtekens wordt tot een minimum herleid en met de uitroeptekens zijn we zuinig. Eentje kan er alvast wel af: 'KV Kortrijk scoort ook zakelijk!'" Niet verwonderlijk, want een vast werknemersabonnement bij KVK behoorde tot de extraatjes waarop Van de Wiele zijn 750-koppige werkvolk trakteerde. Waregem kreeg Terracotta als sponsor, een initiatief van Bernard Devos, broer van hoger vermelde Benoît. Bernard was de man van de grootse plannen, zoals de Waregemse Happy (uitgesproken als 'Happie'), bedoeld als exclusieve tennisclub voor het betere volk. Met Terracotta wilde Devos veredelingsaarde verkopen die zelfs lappen woestijn vruchtbaar moest maken. Geen mens die zich afvroeg of zo'n product wel rendabel was, geen Essevee-bestuurder die nadacht of een kleine voetbalclub wel het ideale vehikel was voor zo'n internationaal product en hoe het dus zat met de credibiliteit van de sponsor. En zo begon de zwanenzang. Net zoals in Kortrijk ging financiële laksheid hand in hand met sportieve achteruitgang, met degradatie naar tweede klasse als gevolg. Terracotta was in moeilijke papieren komen te zitten, had moeten afhaken, half Waregem was in paniek, tot plots de reddende engel opdook in de persoon van een schichtig loensende man met bril, die zich immer en altijd liet begeleiden door een advocaat. Laurent Demey kocht Waregem op en pompte er geld in. Later bleek dat zijn echtgenote, bankdirecteur bij Crédit Lyonnais Belgium (CLB), die instelling dagelijks voor gemiddeld vijftig miljoen oplichtte en dat dit geld onder meer zijn weg vond naar SV Waregem. Als hij de ploeg later met forse winst zou kunnen verkopen, was Waregem het ideale vehikel geweest voor een gigantische witwasoperatie. Half Waregem heeft een neus voor zaakjes, dus iedereen rook dat er een geurtje zat aan Demey. Maar een gegeven paard kijk je niet in de bek, dus reageerde niemand. Toen Demey gearresteerd werd, bleken de Waregem-aandelen gekocht met gestolen geld, eigendom van CLB. De curator verkocht de aandelen meteen aan een snelle bieder. Niet half, maar heel Waregem schrok zich deze keer een beroerte. De koper was niemand minder dan Pierre Lano.

Nieuw was het eigenlijk niet. Al op 29 mei 1986 klaagt Xavier D'Hulst, bestuurder van KV Kortrijk, in De Morgen: "Zuid-West-Vlaanderen is een actieve streek: het werd tijd dat we daar gingen op inspelen. Het kan toch niet dat bedrijven uit de streek, zoals Lano en Depoortere, loges op Anderlecht gaan huren? (...) We zijn inderdaad sterk aan het onderhandelen over een mogelijke fusie. Ik persoonlijk ben altijd voor een fusie geweest. Met Pierre Lano is dat nu mogelijk." Lano had geduld: dertien jaar later ziet hij zijn kans schoon. Soloslim is het niet. Tal van Kortrijkse en Waregemse bedrijfsleiders hebben evenmin als hijzelf zin om geld te pompen in bleke tweedeklassers als Kortrijk en Waregem, eigenlijk ook niet in een degelijke maar desondanks beperkte eersteklasser als Harelbeke.

Ziet de nieuwe generatie Texanen het opnieuw groots, dan pruttelen de ouden nog tegen. Pol is marchand , vleeshandelaar, en peter van de doelman van Waregem. Zijn woede wint het van zijn argwaan en wil dus spreken. Pol is namelijk ziedend op Lano: "Dat kàn niet gaan, Harelbeke en Waregem. Waar trekt dat op? Een stad als Waregem heeft toch recht op een ploeg! Dat ze ons dat toch niet aandoen." Pol wil trouwens geen kwaad woord horen over Demey: "Die stak tenminste geld in Waregem. Waar dat geld vandaan kwam, interesseert mij niet. Hij gaf mensen werk, hij gaf ons een voetbalploeg." Vat samen: een Harelbekenaar, eigenaar van Waregem, dat is een grotere schande dan een witteboordenboef die terecht achter de tralies zit. Pol staat niet alleen. Een Waregems bestuurslid weet zich in een krant geen blijf met zijn woede om zoveel laaghartigheid en legt op zijn manier uit dat hij Harelbeke maar een boerengat vindt: "Ze zouden met die van Harelbeke moeten doen zoals met de varkens, een schutkring errond."

Dat beeld klopt trouwens niet, zo blijkt. Ze staan met dertig, veertig man op het oefenveld van het Harelbeekse Forrestier-stadion, waar Henkie Houwaert zijn troepen traint. Pet op het hoofd, handen in de broekzakken, kennersblik naar de spelersgroep. Hier een vrouw met kinderwagen, daar een actieve gepensioneerde op de fiets. Eenvoudig volk, geen kapsones: "Dit is niet Kortrijk of Waregem." In Harelbeke geen veehandel, geen winkelwandelcentrum, geen Pand. In Harelbeke wonen bouwvakkers. Voetbal is hun hobby, al spijt het hun zeer dat er nog maar twee, drie échte Harelbeekse spelers rondlopen, publiekslieveling "Joris" (De Tollenaere) voorop. En Kurt Deltour dan? Twijfel: "Deltour is van Lendelede. Dat is toch vijf kilometer verder."

Maar verder geen kwaad woord, geen gemeesmuil met Waregem, integendeel. "Nogal erg voor die mensen. Opgekocht worden door Harelbeke. Dat moet pijn doen, dat begrijp ik." Goed, eenvoudig, braaf volk. De man op de fiets: "Mijn vader was bouwvakker, ik was bouwvakker, mijn broers waren bouwvakkers, mijn drie zonen - een is overleden - zijn bouwvakker." Arbeiders dus, socialisten zelfs: "Als ik had durven thuiskomen met Het Volk in plaats van de Vooruit, dan had vader op mijn toote geslagen." En toch zijn ze allemaal trots op hun liberale burgemeester: "Een man met visie, die mijnheer Lano. Hij kijkt verder dan de meeste mensen." Verder ook dan henzelf. De fusie waarvan Lano en Co dromen, boezemt ook bij het eigen volk schrik in. Waregem lust hen niet, zij moeten Waregem evenmin. "De mensen hebben het daar hoog in hun bol, meneer." Samengaan met Kortrijk - Courtrai - is hier zelfs geen punt van discussie. Er zijn grote lui en kleine lieden. In het stadion van Waregem troont de reclame voor Mercedes, naast het stadion van KV Kortrijk huist een protserige BMW-toonzaal. Harelbeke verhuurt zijn reclameborden aan Renault. Sinds Vilvoorde is dat niet meer politiek correct, maar het blijft een auto zonder capsones. Uitermate geschikt voor de mensen van mijnheer Lano.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234