Vrijdag 06/12/2019

Terreurdreiging

Teruggekeerde Syrië-strijders zijn de grootste zorg niet meer

Foto ter illustratie. Beeld AP

Van de 100 Syrië-strijders die terug in ons land verblijven, wordt driekwart niet meer beschouwd als een ernstig terroristisch gevaar. Bij de vrouwen is dat 90 procent. De grootste dreiging gaat nu uit van geradica­liseerden die nooit zijn vertrokken.

Teruggekeerde Syrië-strijders staan volop in de belangstelling. In Brussel loopt het assisenproces tegen Mehdi Nemmouche, die het kalifaat verliet om een bloedbad aan te richten in het Joods Museum. En na de diefstal van de autopsieverslagen van de terreur in Zaventem en Maalbeek werd de al veroordeelde terugkeerling Iliass Khayari vorige week in verdenking gesteld.

Van de 422 Belgische Syrië-strijders die het OCAD – dat de terroristische dreiging in ons land in kaart moet brengen – heeft geïdentificeerd, keerden er al 130 op hun stappen terug. Tien zijn daarna gestorven – het merendeel terwijl ze aanslagen pleegden – en een twintigtal zit gevangen in andere landen. Dat maakt dat er een honderdtal terug op Belgische bodem verblijft.

Van die 100 zitten er 40 in de gevangenis. Omdat ze al veroordeeld zijn of terwijl hun onderzoek nog loopt. Maar het merendeel is dus vrij. Het OCAD nuanceert de dreiging die van de terugkeerders uitgaat. “Het is niet zo dat als je één keer bij IS gezeten hebt, je de rest van je leven een terrorist zou zijn”, zegt directeur Paul Van Tigchelt. “Al moeten deze mensen wel gestraft en gemonitord worden.”

75 procent van de teruggekeerde mannen en 90 procent van de vrouwen zou afstand hebben genomen van hun radicale ideeën. “Er zijn er zelfs die al terug in onze maatschappij functioneren of daar hun best voor doen.” Waarbij Van Tigchelt aanstipt dat de meeste dat al vroeg hebben gedaan.

“Zij zijn naar huis gekomen vóór juni 2014, toen de Islamitische Staat haar kalifaat uitriep. Het gaat vaak om mensen die niet vonden wat ze hadden verwacht en ideologisch nog niet zo ver heen waren. Het hoeft niet zo hard te verbazen dat wij het merendeel van hen niet meer beschouwen als een ernstig terroristisch gevaar. Dat ligt anders bij wie nu nog zou terugkeren. Maar eigenlijk verwachten we die massale terugkeer niet meer.”

Paul Van Tigchelt is directeur van het OCAD, het orgaan dat het dreigingsniveau in ons land bepaalt. Beeld Stefaan Temmerman

Dreiging geweken?

Van de 292 Syrië-strijders die nog niet zijn teruggekomen, werden er 141 gesneuveld gemeld. Maar het werkelijke aantal doden ligt ongetwijfeld veel hoger en stiekeme pogingen om terug in ons land te geraken, zijn er sedert 2016 niet meer gemeld. Toen werd de gewezen Shariah4Belgium-militant Said M’Nari opgepakt en bleek dat hij dat hij hier al drie jaar zat ondergedoken. “Hij was de laatste”, zegt Van Tigchelt. “Van al wie er na hem kwam, wisten we dat ze onderweg waren.”

Is de dreiging geweken? Dat niet. Maar het OCAD is nu meer beducht voor jihadisten die nooit vertrokken naar Syrië dan voor wie is teruggekeerd. Op de lijst met vroeger uitsluitend Syrië-strijders, staat nu ook een vijftigtal ‘homegrown terrorist fighters’ – geradicaliseerden van wie wordt gevreesd dat ze naar geweld kunnen grijpen. Daarvan zit twee derde vast. Een kleine twintig is op vrije voeten.

“De meesten die nu in het vizier van de veiligheidsdiensten komen, zijn geïsoleerde gevallen”, zegt Van Tigchelt. “Zij hebben vaak geen echt contact met een terroristische groep, maar laten zich inspireren door de propaganda van een beest zoals IS. Het zijn vaak mensen met psychologische of andere problemen. Ze zijn gemakkelijk ka­nonnenvlees en niet enkel voor de jihad. In tal van landen zie je hoe ze gerecupereerd kunnen worden voor rechts-extremistische ideologieën.”

Hoe gaat het met dat in de gaten houden? In Frankrijk geraakte vorige week bekend dat 82 procent van alle succesvolle aanslagplegers sinds 2012 vooraf al in de boeken stond als geradicaliseerd – en dat 79 procent ergens in Europa op een rode lijst stond. “We moeten prioriteiten stellen”, zegt Van Tigchelt. “Natuurlijk kan niet iedereen zeven dagen op zeven en 24 uur op 24 door veiligheidsdiensten worden gevolgd.”

Hoeveel mensen er bij ons wél de klok rond worden geschaduwd – in de zin dat er een auto in hun straat staat en speurders elke stap die de verdachte zet met eigen ogen zien – wil het OCAD niet kwijt. “Dat fluctueert heel sterk in functie van de onderzoeken die er lopen”, klinkt het. Maar elders valt te horen dat het aantal doorgaans op de vingers van één hand te tellen valt.

Minste aanwijzing van geweld

“Er zijn allerlei middelen om iemand in de gaten te houden”, aldus Van Tigchelt. “Meer dan ooit ligt de klemtoon op een multidisciplinaire opvolging. De filosofie is gewijzigd. Ten tijde van Shariah4Belgium gold dat we eerst genoeg bewijzen moesten verzamelen om de verdachten veroordeeld te krijgen. Nu wordt er ingegrepen bij de minste aanwijzing van mogelijk geweld.”

Met de kritiek dat terroristen vaak lichte straffen krijgen en dan weer een gevaar kunnen vormen, gaat Van Tigchelt niet akkoord. “Het is verkeerd te denken dat we van het probleem zijn verlost wanneer we iemand opgesloten hebben”, zegt hij. “Het is juist dan dat het werk moet beginnen, dat we alle nodige middelen moeten inzetten om zo iemand los te weken van zijn radicalisme en een ander perspectief te bieden. Als dat goed gebeurt, dan hoeft de duur van een gevangenisstraf niet zo’n probleem te zijn.”

En als dat op het einde van de straf niet is gelukt? Wat met een Jean-Louis Denis, de ronselaar die recent is vrijgekomen en liet blijken dat hij niets aan radicalisme ingeboet heeft? “Zo iemand wordt gemonitord”, verzekert Van Tigchelt. “Daar hebben we structuren voor die er vroeger niet waren. Als blijkt dat hij weer strafbare feiten begaat, dan wordt er opgetreden. Maar een nulrisico zal er helaas nooit bestaan.”

Vilvoords burgemeester Hans Bonte pleitte voor een terbeschikkingstelling van geradicaliseerden. “Dat bestaat nu voor zedendelinquenten”, legt Van Tigchelt uit. “Als de rechter een gevangenisstraf met terbeschikkingstelling oplegt, kan iemand die op het eind van zijn straf niet genezen blijkt, langer opgesloten blijven om verder behandeld te worden.”

Dat is dus vergelijkbaar met radicalisme – niet genezen zijn? “Bij seksdelinquenten is het beter meetbaar”, nuanceert de OCAD-baas. “Wat is radicalisering en hoe meet je dat? Persoonlijk vind ik terbeschikkingstelling een hellend vlak van de democratie. Wie zijn straf heeft uitgezeten, komt vrij. Dat zijn de regels. We moeten vermijden dat we in de strijd tegen het terrorisme de verworvenheden van onze democratie te grabbel gooien.”

Voor het OCAD blijft het jihadisme de grootste terreurdreiging. Maar ook uit andere hoeken loert gevaar. “De rechts-identitaire bewegingen, wereldwijd in opmars, hebben elders al tot geweld geleid”, merkt Van Tigchelt op. “Bij ons is het nog rustig op dat vlak. Maar we houden er rekening mee dat het tot een opflakkering komt.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234