Zaterdag 17/04/2021

Terugblik op vier Nachten vol dichters in hun naaktheid

BRUSSEL

Morgen herrijst de Nacht van de Poëzie eenmalig uit zijn as. ‘Een onbeschrijflijke chaos’, dat was destijds het vaste recept. Goed mogelijk dat er nu weer dichters op de vuist gaan in de Gentse Vooruit. Eersterangsgetuigen over de vier legendarische Poëzienachten uit de jaren 70 en 80.

1973“The greatest poetic show ever seen!” Een BRT-reporter schuwde de superlatieven niet in zijn reportage over de Eerste Nacht van de Poëzie in 1973. Zevenduizend toeschouwers draafden op voor een rommelige optocht van dichters en ongerijmde muzikale entractes in Vorst Nationaal. “De eerste Nacht hing nochtans aan een zijden draadje”, zegt organisator en poëziepropagandist Guido Lauwaert. “Toen FDF-burgemeester Lepaffe erachter kwam dat het om een Vlaams evenement ging, wou hij het uit alle macht dwarsbomen. Door alle heisa liep Vorst Nationaal compleet vol. Dichter Hugues C. Pernath deelde uit protest wijnetiketten uit met daarop Château Lepaffe.”

Marcel van Maele opende die eerste Nacht met een pistoolschot. Het publiek gedroeg zich als een wilde supportersmassa en wisselde luidkeels instemming af met afkeuring. Presentator Jo Decaluwé verloor al snel de trappers. “Zoals toen dichter Johnny van Doorn een éénzinsgedicht bleef afdreunen: “Kom nu klaar, klootzak.” Tot er een verlossende schreeuw kwam. Johnny the Selfkicker stond zich symbolisch af te rukken op het podium.” Memorabel was de actie van Julien Schoenaerts, ook al tegen het FDF. “Verkleed als Socrates liep hij declamerend over het podium: ‘Brussel is niet langer onze hoofdstad... Antwerpen is onze hoofdstad...Gent is onze hoofdstad...”

Staatsprijswinnaar Roger M.J. De Neef is een van de weinige Vlaamse dichters die bij alle vier edities op het podium stond én ook nu van de partij is: “De Nachten ontstonden in een roes van de vrijheid en democratie van de taal. Het was georganiseerde chaos. Maar ik weet vooral nog dat ik tijdens de eerste editie mijn liefje kwijtraakte. Dat kwam zo: dichter Bert Schierbeek was uit Nederland gearriveerd met een busje vol ‘prettig gestoorde vrouwen’, vrouwen uit de psychiatrie die mondaine feestjes mochten opluisteren. Toen ik een van die dames op de knie nam, werd mijn vriendinnetje woedend. Het is daarna nooit meer goed gekomen.” (lacht)

Directeur van het Poëziecentrum Willy Tibergien stond als jonge snaak ook al tussen het publiek: “Een keer brak zelfs een gevecht in regel uit tussen Paul Koeck en uitgever-schrijver Jan Berghmans.”

1975 De toon was gezet. Voor de tweede editie in 1975 verkaste de Nacht van de Poëzie naar Kortrijk. “Maar het katholieke provincienest had het niet begrepen op Gerard Reve.” Hij kreeg van de burgemeester bijna een spreekverbod. Lauwaert: “Twee uur overleg kostte het me om de Kortrijkse burgemeester en de hoofdcommissaris van politie te overtuigen dat ze niet zouden ingrijpen tijdens Reves optreden, samen met De Rode Fanfare van Walter de Buck.” Reve, helemaal in het zwart met runetekens en een halsketting, had immers aangekondigd het rooms-katholieke geloof publiek af te zweren. “Maar uiteindelijk deed hij dat niet”, zegt Roger M.J. De Neef. “Wel las hij reactionaire teksten voor, waarbij hij een net gelezen blad op de grond liet vallen. Het publiek sprong telkens op om de papieren te pakken. Maar er stond gewoonweg niets op.”

Financieel liep het van dan af goed mis. “De inkom was 120 frank, maar we zeiden tegen de mensen: betaal wat je kan. Daardoor scheurden we ons ongelooflijk de broek.” Verhalen dat Lauwaert met ‘de kas was gaan lopen’ behoren sindsdien tot de folklore van de Nachten.

1980De derde editie in 1980, weer in Vorst-Nationaal, zette Lauwaert op, “omdat ik verliefd werd op een meisje dat zo vol van de Poëzienachten was, dat ik er speciaal voor haar nog een wou organiseren.” Daar zorgde vooral de bezwerende interventie van beatpoet William Burroughs voor commotie, en de jonge Kamagurka die tijdens het optreden van Paul Snoek het podium op stormde. Tibergien: “Kamagurka belaagde Snoek en probeerde hem belachelijk te maken. Sommigen vonden dat grappig maar het was ook vervelend. Snoek was tenslotte een grote meneer.”

1984 Nog eenmaal, in 1984, declameerden de dichters de sterren van de hemel, waarna het kaartenhuisje van de Nacht van de Poëzie instortte. Uitgesproken internationaal was het spektakel in Vorst, met de mantra’s van Allen Ginsberg en Yevgeni Yevtoesjenko. Blueslegende Roland sloeg het gade als muzikale gast: “Ginsberg was mijn grote held en bracht een memorabel optreden. De dag nadien mocht ik met hem door Gent dwalen. Hij wou per se Het Lam Gods zien. Ik trok ook mijn ogen open van de plankenkoorts bij de dichters in de kleedkamers. Die gasten waren dat niet gewoon, zo op een podium staan voor 5.000 man, helemaal in hun naaktheid. En dus vlogen ze als zotten in de wijn.” Benno Barnard sloot in 1984 de vierde Nacht af, met zijn podiumdebuut. De herinnering maakt hem niet vrolijk: “Er hing daar een waar post-mei ’68-sfeertje, er werd veel geblowd. Pas om zes uur ’s morgens moest ik optreden.Het wachten was verschrikkelijk. Bovendien kondigde presentator François Beuckelaers me aan als Geert Van Istendael. Maar goed, ik klaag niet: het leidde tot een vriendschap met Geert, die tot nu standhoudt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234