Donderdag 18/07/2019

Aalst Carnaval

Terug van nooit weggeweest: het eeuwenoud stereotype van de Joodse haakneus

Een praalwagen tijdens het Duitse Mainz Carnaval in 1939. Beeld Belga

Er zijn de pijpenkrullen, er is de baard, er is de associatie met geld. Maar altijd is er de neus. Als ‘de Jood’ op één manier is getypeerd – is het nu op Aalst Carnaval, in nazistische haatpropaganda of op een schilderij van Jeroen Bosch – dan wel door zijn prominente reukorgaan. Maar waarom eigenlijk?

Waaraan herkent u een Jood? Als uw antwoord luidt: “aan de lichtjes getaande huid misschien, het donkere haar natuurlijk, het niet al te grote postuur en uiteraard de haakneus”, dan bent u niet alleen. Het zijn veruit de meest courante vooroordelen die leven over Joden. Over de typische neus zijn zelfs al halve bibliotheken geschreven. Alleen: bestaan doet hij niet.

De Joods-Amerikaanse antropoloog Maurice Fishberg, gespecialiseerd in de etnologie van Joden, nam in 1911 al de proef op de som. Hij mat 4.000 Joodse neuzen in New York City. Wat bleek: nauwelijks 14 procent bleek in de categorie ‘haakneus’ te vallen. Daarnaast kwamen alle denkbare variaties voor, net zoals bij de niet-Joodse bevolking.

De Amerikaanse professor en socioloog William B. Helmreich, auteur van The Things They Say Behind Your Back: Stereotypes and the Myths Behind Them, bevestigt dat, in een apart hoofdstuk gewijd aan ‘de grote Joodse neuzen’. Joden lijken gewoon geweldig op de rest van de lokale bevolking, schrijft hij. Een kwestie van genetische evolutie door de eeuwen heen. Het beste bewijs daarvoor is volgens Helmreich – houd u vast – de Jodenster. “Als het zo makkelijk zou zijn om Joden te herkennen aan hun uiterlijk, dan was het dragen van de davidster behoorlijk overbodig.”

Hoe komt het dan dat we toch zo doordrongen zijn van het stereotiepe beeld van de Jood? Wie heeft er dan ooit beslist dat een Jood per definitie voorzien is van een buitenproportionele neus? Voor u spontaan roept: “de nazi’s natuurlijk”, het antwoord is vele eeuwen vroeger te zoeken.

Met dank aan de kerk

De eerste keer dat een Jood voorzien werd van een haakneus was in 1170. De tekening in kwestie toont Jezus aan het kruis, zijn apostelen houden de blik op hem gericht. De enige die en profil te zien is en ostentatief de andere kant uitkijkt, is de Jood. Historica Sara Lipton van de universiteit van Yale beschrijft in The Invention of the Jewish Nose hoe het lijden van Christus voortaan centraler werd gezet in de christelijke kunst en de focus veel meer op de gezichten kwam te liggen. Vanaf laat 13de eeuw worden Joden vereenzelvigd met hun reukorgaan

De Kruisdraging van Jeroen Bosch, circa 1450-1516. Beeld BELGAIMAGE

Klaas Smelik, ereprofessor aan de UGent en expert antisemitisme, is duidelijk over wie daar de verantwoordelijkheid voor draagt. “De kerk, natuurlijk. Het anti-judaïsme werd door de katholieke kerk heel sterk gepropageerd. Denk maar aan De Kruisdraging van Jeroen Bosch van begin 16de eeuw. De Joden, verantwoordelijk gehouden voor de dood van Jezus, hebben allemaal gemene tronies en gigantische neuzen. De slechterik krijgt voortaan een Joodse kop.”

Tegen de 19de eeuw gaat het anti-judaïsme over in antisemitisme. In plaats van de religie wordt nu een volk geviseerd. Het rassendenken komt in opmars en wat eerst een karikatuur was, wordt nu veel serieuzer genomen. Nazistische wetenschappers beginnen studies naar de lengte van de neus en met dank aan de opkomst van de beeldtaal wordt het beeld van de slechte Jood op grote schaal verspreid.

“Vanaf de jaren 20 krijgt het beeld de bovenhand op de tekst”, verklaart Christophe Busch, directeur van de Kazerne Dossin. Weekbladen als Der Stürmer, die verkocht maar ook gratis uitgehangen worden aan kiosken, verspreiden artikels over hoe de Joodse neus herkend kan worden. Films als Der Ewige Jude beelden Joden af als ratten en onmensen met alle karikaturale kenmerken. 

“Maar er worden ook sprookjesachtige kinderboeken uitgegeven”, zegt Busch. “Boekjes die gericht zijn op kleine kinderen, zoals Der Giftpilz. Een verhaaltje over hoe je giftige, Joodse, paddenstoelen kan herkennen: aan hun haakneus, is dat dan. Op die manier werd het antisemitisme met de paplepel ingegeven.

Het is te vergelijken met de memes vandaag, zegt Busch. “Eind jaren 90 is de informatiestorm losgebarsten. Dat is uitgemond in korte krachtige beelden, zoals IS die verspreidt met hun filmpjes of Schild & Vrienden met hun memes. Het zijn cartoons die haat propageren. In de jaren 20 gebeurde precies hetzelfde. De nazi’s waren de marketeers van de haat avant la lettre.”

Gevaarlijk

Arthur Langerman stelt het nog wat scherper. “De karikatuur is de oorsprong van de Shoah”, zegt hij. Langerman, die het grootste deel van zijn familie verloor tijdens de Holocaust, is collectioneur van alles wat met de Jodenvervolging te maken heeft. In zijn bezit: vele duizenden afbeeldingen van Joden doorheen de geschiedenis, het gros uit de 19de en 20ste eeuw. Een selectie is te bekijken in de Mechelse Kazerne Dossin.

Een antisemitische prent typerend voor de 19de en 20ste eeuw, uit de collectie van Arthur Langerman en Kazerne Dossin. Beeld RV Kazerne Dossin/ collectie Arthur Langerman

“Het begint doorgaans nog redelijk sympathiek, zoals met die carnavalsstoet in Aalst zondag”, zegt de intussen 76-jarige geboren Antwerpenaar. “Dat is grappig, zeggen ze dan, die mensen hadden geen kwaad in de zin. Maar zo is het 100 jaar geleden ook gegaan. De volgende stap is dat Joden steeds lelijker worden afgebeeld, dat de zogezegd typische kenmerken nog harder worden uitvergroot. De neus wordt nog prominenter, de buik en de lippen nog dikker, de oren groter. Tot hun koppen op het lijf van een beest worden geplakt. Joden als varkens, spinnen, ratten.”

Een vrijgeleide, noemt Langerman het. “Wat zeg je daarmee anders dan: dit zijn zelfs geen mensen. Je mag ze afmaken. Als een commandant in het concentratiekamp van Treblinka rapporteerde over het aantal vermoorde Joden die dag, zei hij: 10.000 stuks afgemaakt. Dat waren zelfs geen mensen meer voor hem.”

Christophe Busch is het ermee eens dat de karikatuur van de haakneus alles behalve onschuldig is, hoezeer de Aalsterse carnavalsgroep Vismooil’n ook zegt geen kwaad in de zin gehad te hebben met hun gewraakte praalwagen. Het is net die luchtige context die het extra gevaarlijk maakt, zegt hij. “Dat deze schadelijke karikaturen verstrengeld worden met entertainment, dat is waarom die carnavalspoppen zo gevoelig liggen nu. Het is zoals met die bloedsprookjes en de giftige paddenstoel. Mensen gaan die karikaturen voor waar nemen, omdat ze ze in een vrolijke context krijgen aangereikt. Het is dé manier waarop wij-zij-denken zich in de hoofden nestelt.”

Joden worden volgens Busch zo synoniem voor op geld belust, Afrikanen worden per definitie dom en alle Arabieren zijn terroristen. “Door de stereotypen zo toegankelijk te maken, wordt de deur opengezet voor extreme sociale polarisatie. En die kan dan weer leiden tot gewelddadige polarisatie. Beeldtaal is een geweldig machtig wapen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden