Dinsdag 02/03/2021

Terug naar het woelige verleden in zijn geboortestad

Mika is een van de begaafdste popsterren van het moment. Controversieel is hij ook, maar dat deert niet: als kind in het door oorlog verscheurde Beiroet heeft hij wel erger meegemaakt. Deze zomer keerde hij terug naar zijn geboortestad. ‘Deze stad legt een stukje van de puzzel van mijn verleden op zijn plaats.’

e zonnige Corniche in het westen van Beiroet. Ideaal om mensen te kijken, terwijl de golven op de rotsen spatten en hengelaars zilveren flitsen uit de branding vissen. Het is zomer 2010 en de promenade van de Libanese hoofdstad biedt een schitterend uitzicht op het oosten van de Middellandse Zee.

In het midden van de jaren 1980, vertelt Mika, toen Libanon in de greep was van vijftien jaar burgeroorlog, kon je vanaf de Corniche ook heel goed de kanonneerboten zien die zijn ouderlijk huis aan gruzelementen probeerden te schieten. “We woonden op de derde verdieping van die appartementen daar”, zegt de 26-jarige popster, terwijl hij naar een plomp gebouw aan de overkant van de kustweg wijst. “De autodealer op de benedenverdieping was er toen ook al. Als het bombardement begon, verstopten we ons in de garagekelder - bij de auto’s, allemaal met een volle benzinetank.” Spannende tijden. Op een keer kwam het gezin uit zijn schuilplaats en had de slaapkamer van Mika’s zussen geen muur meer. “Maar het westen van Beiroet was het veilige deel van de stad”, vertelt hij. “Er waren hier geen sluipschutters.”

Mika werd in 1983 geboren als Michael Holbrook Penniman junior. Zijn moeder was een Libanese naaister, zijn vader een Amerikaanse bankier. Vier maanden voordien had een zelfmoordterrorist in de Amerikaanse ambassade 63 mensen gedood. Twee maanden na Mika’s geboorte werden de hoofdkwartieren van de Franse en de Amerikaanse troepen aangevallen: 299 slachtoffers. Niet veel later besloten zijn ouders om hun gezin in veiligheid te brengen. De Pennimans ontsnapten op een Amerikaans oorlogsschip via Cyprus naar Parijs. Ze bleven er tot Mika negen was en verhuisden toen naar Groot-Brittannië. Mika, twee keer een banneling, groeide met zijn broer en drie zussen op in het westen van Londen. Soms was er geld, soms niet. “Meer dan eens werd ik van een privéschool gegooid omdat mijn ouders het schoolgeld niet konden betalen. Maar ze bleven weigeren om mij naar een staatsschool te sturen, waarschijnlijk omdat ik dat niet had overleefd”, giechelt hij.

De slungelige, dyslectische gewezen koorknaap met de verblindende glimlach is nu een internationale ster. Hij verkocht zeven miljoen cd’s en is bevriend met iedereen, van Sir Ian McKellen (die gratis optrad in een video die Mika in zijn huidige tournee gebruikt) tot Lady Gaga. “Ze is op een speciale manier integer”, kirt hij. “Lady Gaga is briljant omdat ze geen snob is.”

Een kwarteeuw nadat hij met zijn gezin op de vlucht ging, is de theatraal flamboyante singer-songwriter weer thuis. Het is niet de eerste keer sinds het overhaaste vertrek dat hij terugkeert naar Beiroet. Vier maal is hij er al geweest, als prille tiener voor het eerst. Hij weet nog dat hij toen een optreden van Sting zag en overdonderd was door “die stad waarover ik zoveel had gehoord.”

Piepklein kledingmerk

“In Parijs en Londen was de Libanese cultuur overal. Ze bleef deel uitmaken van ons nieuwe leven, een getransplanteerde cultuur.” Hij herinnert zich het eten, zijn moeder die in de keuken plaatjes van de Libanese diva Fairuz draaide. “Het was een eclectisch huishouden. Er werden altijd dingen gemaakt.” Zijn moeder had een “piepklein kledingmerk dat verlies maakte, zodat ze onze keuken en de woonkamer als studio gebruikte. Dingen maken was heel gewoon - als je iets wilde hebben, maakte je het zelf. Je kocht niets. Dat werd onze cultuur. En bij die cultuur hoorde muziek. Eclecticisme werd een substituut voor cultuur - het was heel normaal om naar Franse muziek te luisteren en naar Shabba Ranks en Nina Simone en Fairuz. Het gaf niet. Het werd zelfs aangemoedigd.” Doe-het-zelf expressie, bont multiculturalisme, dat was de cultuur en de identiteit van de familie Penniman. Een veilige identiteit. “Ik denk dat mijn moeder erg bang was voor patriottisme”, zegt hij. “Patriottisme en nationalisme hadden de mensen thuis in Beiroet tegen elkaar opgezet. En dat liet bij ons zijn sporen na.”

Hij trad al eerder op in Beiroet, twee jaar geleden met een openluchtconcert, maar het bezoek deze zomer aan zijn vaderland heeft een bijzondere betekenis. Mika - half Freddie Mercury, half Leo Sayer - zong op het festival van Baalbek, een evenement dat al 55 jaar lang plaatsvindt in de Bekaa-vallei. “Het is een prestigieus festival”, zegt hij. “Dat is jammer, want de kaartjes zijn te duur. Ik weet dat mijn fans in dit land niet rijk zijn. Maar ik doe het omdat het zo’n belangrijk evenement is, in een regio die nog altijd onrustig is. Toen ze mij vroegen, dacht ik, verdomme, ik wil iets doen waar ik heel mijn leven over heb gehoord.”

De terugkeer naar de roots vertelt veel over de zieleroerselen van een popster die bijna te mooi leek om waar te zijn, toen hij in januari 2007 met zijn eerste single, ‘Grace Kelly’, de top bereikte. Een zanger die kunstmatig en gekunsteld overkwam, met zijn falsetstem en de ogenschijnlijk berekende zwijgzaamheid over zijn seksualiteit. Maar Mika is geen bizarre constructie. In werkelijkheid is hij een verwarde en misschien eenzame man met een ietwat excentrieke familie.

Op de vraag waar hij vandaan komt, kan hij alleen zeggen: “Ik heb niet het gevoel dat ik in een bepaald land thuishoor. Daarom doe ik wat ik doe. Het geeft me een gevoel van identiteit.” Uit de mond van een ander zou het als nonsens klinken. Maar niemand heeft een achtergrond als Mika.

Verleden

“Beiroet voelt heel speciaal en anders”, zegt hij, terwijl we keer op keer vastzitten in de eeuwige verkeersopstopping van de stad. We passeren een vervallen supermarkt vol machinegeweerposten en prikkeldraad, rijden langs de nieuwe showrooms van Porsche, langs modeboetieks en de bouwwerven van een stad die voor de zoveelste keer uit het puin verrijst. “Beiroet is vooral bijzonder omdat ik hier familie heb, denk ik. Als we zouden verdwalen, kan ik altijd een van de 158 familieleden bellen die hier wonen.” Hij zegt dat de stad “een stukje van de puzzel van mijn verleden op zijn plaats legt. Dat verleden is natuurlijk een verhaal, een mythe. Ik weet niet hoeveel van wat ik denk dat waar is, dat ook echt is. Maar ik wil de waarheid niet kennen. Ik verkies de versie die ik ken.” Hij zegt het allemaal met een vloeiend Brits accent dat een opvoeding in de betere scholen van Londen verraadt. Wanneer ik later de bandjes afspeel, klinkt hij gek genoeg een beetje Amerikaans. Maar toen hij in Londen aankwam, zegt hij, sprak hij Engels met een zwaar Frans accent, dat hij slechts met veel moeite kwijtraakte. We stoppen bij het ovale karkas van een oude bioscoop. De benedenverdieping was vroeger een winkelcentrum met een ondergrondse parkeergarage, een favoriet doelwit voor autobommen. Mika’s ouders kwamen hier vaak. Ze herinneren zich de bruisende stad uit de jaren zeventig, “toen je ’s ochtends kon waterskiën en ’s middags skiën.” Mika, een architectuurfanaat (hij houdt van alle kunstvormen, hoog of laag, film en opera, strips en cartoons, toneel en mode), vertelt dat Zaha Hadid het gebouw ‘geadopteerd’ heeft. De Iraakse architect heeft net als Mika’s vader aan de Amerikaanse universiteit van Beiroet gestudeerd.

Hij beschrijft zijn vader als een Amerikaan, maar in feite werd hij in Jeruzalem geboren - grootvader was diplomaat en verhuisde later met zijn gezin naar Egypte. “Ik weet niet waar mijn vader vandaan komt”, zegt hij, blijkbaar openhartig. “Ik weet het echt niet. Hij heeft in zoveel verschillende landen geleefd. Nu woont hij vooral in Bahrein en in Londen.” Zijn moeder noemt zich Libanees, maar werd - weliswaar in een Libanese gemeenschap - in New York geboren.

Gijzelaar

Terwijl we wachten bij de kabelbaan die ons naar de malachitische kerk op een heuvel moet brengen die Mika’s oud-oudoom in 1947 bouwde, vertelt Mika over zijn overgrootmoeder van moederskant. Toen haar zoon tegen de Turken ging vechten, bleef zij op het dak van haar huis in Damascus op zijn terugkeer wachten. Ze stierf aan een zonneslag. Er zijn slechtere familieanekdotes. Haar zoon - Mika’s grootvader van moederszijde - besloot om met zijn zeven broers en zussen naar veiliger oorden te vertrekken, naar de Verenigde Staten. Dertig jaar na zijn aankomst op Ellis Island was hij multimiljonair, had hij een textielbedrijf en zat hij in het stadsbestuur van New York.

Mika’s vader - die na Beiroet in Amerika kwam studeren - en moeder ontmoetten elkaar “toen ze in New York de straat overstaken.” Ze trouwden en zijn vader werd overgeplaatst en naar Beiroet gestuurd. “Het was toen een belangrijk financieel centrum van het Midden-Oosten. Ik denk dat ze wisten dat er problemen waren toen ze hem daarheen stuurden. Ze hadden iemand nodig met banden met de stad, iemand die ze kenden. Mijn vader had er gestudeerd en hield van Beiroet.”

Na de vlucht naar Parijs woonden ze “in een heel chique buurt, het 16de arrondissement. Een mooi appartement. We hadden een huishoudster. Toen begon alles te veranderen. Mijn vader moest op reis en strandde daar.” Het was 1990 en ‘daar’ was Koeweit, net na de invasie door Irak. “In feite was hij een gijzelaar in de Amerikaanse ambassade. Ze moesten naar water graven, dat soort dingen.” Hij denkt dat zijn vader “zes tot acht maanden” wegbleef.

Wat voor gevolgen had dat voor het gezin in Parijs? “Tja, het was moeilijk. We keken naar CNN en hoopten dat we hem niet zouden zien. Want als we hem zagen, zou er iets ergs gebeurd zijn. En mijn moeder verplichtte ons om rozenkransen te bidden. Ik haat dat. Godsdienst fascineert mij, maar ik ben niet erg religieus.”

Het kledingbedrijf dat zijn moeder in de woonkamer runde, was al over de kop gegaan. “Er kwam dus weinig geld binnen. We raakten in de problemen en moesten verhuizen. De deurwaarders verdwenen met de meeste meubels.” Hij lacht en haalt de schouders op.

Kleren

Mika heeft het vroeger wel eens gehad over een ‘duisternis’ die hij tussen zijn kindertijd en volwassenheid kende, en hoe die zijn tweede album, The boy who knew too much, heeft beïnvloed. Nu vertelt hij er meer over: “Seksualiteit, identiteit, sulligheid! Uiterlijk. Culturele verwarring. En sociale afwijzing. Dat wanhopige gevoel - wanhopig iets anders willen maken. Wanhopig een andere versie van de werkelijkheid willen scheppen. Wij hadden veel problemen, er was nooit geld. En er was een sterk gevoel van onzekerheid. Ik zocht een uitweg, om het even wat.” Mika verzamelde speelgoedtheaters en fantaseerde als tiener over de lichtshow die hij zou krijgen wanneer hij een ster was. Hij werkte aan zijn muziek. Had hij veel vrienden? “Niet zo veel. Een paar. Toen ik ouder was, heb ik een handvol heel goede vrienden gevonden. Maar nee, geen massa.”

Hij houdt van Zadie Smiths Witte tanden, Monica Ali’s Brick Lane en Meera Syal - schrijfsters die over het verleden en over de mengeling van culturen schrijven. Ik ben er dol op, omdat het over gewone mensen gaat. Mensen uit alle delen van de wereld die op een nieuwe plek aankomen en alle kanten uit kunnen. Ze hebben geen beperkingen. Ze kunnen alles bereiken. “Toen hij op zoek ging naar een platenmaatschappij en eerst werd afgewezen, liet Mika niets meer aan het toeval over. Hij stuurde niet zomaar demobandjes of mp3’s naar de labels. “Ik wilde mijn muziek niet leeg voorstellen. Ik wilde ze afgewerkt voorstellen, compleet. Mijn kleren moesten klaar zijn. De illustraties van het album moesten klaar zijn. En daardoor werkte het. Daardoor begonnen de platenmaatschappijen tegen elkaar op te bieden.” Zijn moeder en zussen hielpen mee. “De eerste demo was een met de hand ingenaaid, geïllustreerd boek. Ik nummerde dingen en tekende ze. Ik interviewde mezelf. En ik liet foto’s maken.” Hij straalt. “Want ik wilde dat de mensen zouden denken dat ik belangrijk was.”

Tweeslachtigheid

We komen aan bij de tempel van Jupiter in Baalbek, in de Bekaa-vallei, twee uur rijden van Beiroet. De indrukwekkende Romeinse site, de overblijfselen van een tempelcomplex uit de eerste eeuw na Christus dat gedeeltelijk aan Bacchus was gewijd, is het toneel voor Mika’s show. “En ik kan niets horen”, zegt de zanger geschokt, na een hele middag soundchecks in de verpletterende hitte van het Midden-Oosten. “Het geluid botst op de steen, de weerkaatsing is verschrikkelijk - er is helemaal geen demping.” De Romeinen hebben ons misschien wijnbouw, wegen en centrale verwarming geschonken, maar van popmuziek hadden ze geen kaas gegeten. Hoewel ik me kan voorstellen dat Mika niet vies zou zijn van een Romeinse toga. Geeft niet, the show must go on. Mika laat zich niet afschrikken door de slechte akoestische eigenschappen van antiek marmer of door het feit dat de hete wind hem verplicht zijn gebruikelijke podiumdecor in te krimpen. “Want als we het achterdoek zouden gebruiken” - hij wijst naar een net dat zijn artistieke zus, Yasmine, ijverig met plastic zonnebloemen uit China heeft versierd - “en als de wind zo waait, wordt het een zeil. Alles zal in het publiek belanden, de geluidsinstallatie, alles, twee ton zwaar.”

Hij werd al met grotere uitdagingen geconfronteerd toen hij in delen van de wereld toerde waar religie en cultuur lange tenen hebben. Voor een optreden in Marokko hoorde hij dat een plaatselijke geestelijke had geprobeerd om een concert van Elton John te verbieden “omdat hij met een andere man getrouwd is. Ik gaf een persconferentie en een journalist begon over een artikel waarin gezegd werd dat ik biseksueel was, en dat ik daar niet tegen had geprotesteerd, en dat er toen heel negatieve reacties waren gekomen.”

Mika’s antwoord: “Ik heb altijd hetzelfde tegen de pers gezegd: ik kan verliefd worden op een man. Ik kan verliefd worden op een vrouw. Daar schaam ik mij niet voor. Ik denk niet dat er negatieve reacties op mijn uitspraken geweest zijn. Ik denk zelfs dat er helemaal geen reactie is gekomen - niemand keek ervan op. Ik denk niet dat het iemand een moer kan schelen. De mensen willen je gewoon een etiket meegeven.” Kan zijn onwil om uit te komen voor zijn seksualiteit te maken hebben met respect - of angst - voor de houding van het Midden-Oosten tegenover homo’s? “Helemaal niet!” onderbreekt hij me. “Waarom zou dat zo zijn, wanneer ik ben wat ik ben? Wanneer ik me kleed zoals ik me kleed? Wanneer ik de liedjes zing die ik zing? Wanneer ik dans zoals ik dans? Het is niet bewust tweeslachtig. Maar het is zeker geen verkoopbare versie van mannelijkheid.”

Discopoppenkast

Wat vindt hij van de manier waarop hij twee kampen schept: ofwel ben je fervent voor Mika, ofwel fervent tegen? “Weet je wat ik altijd zeg tegen mensen die mij aanvallen? Als je mijn muziek niet lust, is ze niet voor jou bedoeld. Mijn muziek is niet berekend. Ze komt voort uit de omstandigheden. Ze kan mensen aanspreken omdat zij zelf bepaalde dingen hebben meegemaakt, omdat ze zichzelf herkennen in het verhaal. Maar mijn muziek is geen mode. Het is geen sound. Het is geen scene. Geen enkele scene heeft mij ooit aanvaard. Ik heb het geprobeerd! En ik was er blij mee geweest. Maar ik kan het niet en ik weet gewoon niet hoe ik het zou moeten doen. Ik maak de muziek die ik maak omdat ik niets anders kan.”

Uiteindelijk zijn de prachtige Romeinse zuilen - opgesmukt met plastic zonnebloemen en een heldere volle maan - het ideale decor voor Mika’s droomoptreden. De show is een bovenmaatse, schaamteloos buitensporige discopoppenkast, met de held in een pandjesjas van bloemetjesstof en een hoge hoed. Het eindigt met een stoet van plaatselijke meisjes, verkleed als voor een Mexicaans dodenfeest, waarna Mika en de band op een hoopje ‘sterven’ en dan weer overeind springen. Tijdens het laatste bisnummer, ‘Grace Kelly’, vliegen de witte kussentjes waarop het publiek gezeten heeft door de lucht. Een geïmproviseerd kussengevecht in een tempel van de Romeinse god van wijn en dronkenschap? Op papier lijkt het idioot, melig en irriterend. In werkelijkheid moet je erom lachen. Helemaal Mika.

Mika zong deze zomer op het festival van Baalbek, een evenement dat al 55 jaar lang plaatsvindt in de Bekaa-vallei. ‘De kaartjes zijn eigenlijk te duur. Ik weet dat mijn fans in dit land niet rijk zijn. Maar ik doe het omdat het zo’n belangrijk evenement is, in een regio die nog altijd onrustig is.’

Shows van Mika zijn steevast bovenmaatse, buitensporige discopoppenkasten met de held in funky maatpak - al dan niet met bloemetjesmotief - en met hoge hoed.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234