Vrijdag 06/12/2019

Achtergrond

Terug naar het tijdperk van de aversie

Beeld BELGA

Saneringen en stakingen, politiek getwist, getier op straat en op Twitter. Is de kloof tussen links en rechts werkelijk nooit groter geweest dan vandaag? Of beleven we gewoon de jaren tachtig opnieuw, met zijn fatale combinatie van politiek-syndicaal verzet en persoonlijke aversies?

"Ik zal het u zeggen. Happart was slechts een voorwendsel. Begrotingsminister Verhofstadt was de echte schuldige. De pretentie van da joenk konden wij niet meer slikken. (...) Wij deden gewoon wat gedaan moest worden voor ons volk. Dat stukske pretentie wilde er liberale overwinningen van maken." Historische woorden die journalist Hugo De Ridder in 1991 voor zijn boek Omtrent Wilfried Martens optekent aan het sterfbed van oud-ACV-leider Jef Houthuys.

Dankzij Houthuys leert België Poupehan kennen, het discreet overleg van de christendemocratische sterkhouders dat daar plaatsvindt, maar dus ook de ware achtergrond van het vroegtijdige einde van Martens VII in 1987: de oplopende vijandigheid tussen de vakbond en een van de belangrijkste politici van dat moment, Guy Verhofstadt. De aversie is zo groot dat het einde van Martens VII meteen ook het einde van de laatste (centrum)rechtse coalitie in dit land inluidt... tot het aantreden van de huidige regering-Michel.

Pest in 't paleis

De parallellen tussen toen en vandaag springen in het oog. Economisch onweer, een groeiende staatsschuld en een ontsporend begrotingstekort waarop een hard saneringsbeleid volgt met rumoerig straatprotest. Nog een parallel zit in de personalisering van het conflict. Het is het tijdperk van Pest in 't paleis, de bijtende politieke strip van Guido Van Meir en Jan Bosschaert (1983). Daarin worden de rooms-blauwe regeringsleden neergezet als volgevreten en machtswellustige hovelingen.

Aan die strip dankt 'da joenk' zijn andere bijnaam: Gwijde Verafstoot. Verafstoot-Verhofstadt wordt het prototype van de neoliberale sadist, de 'baby Thatcher' die er plezier in schept om mensen beleidsmatig te pijnigen. Een overtrokken beeld, allicht, maar de betrokkene zelf doet weinig moeite om de nuance te benadrukken. Daarvoor komt de polarisering ook hemzelf te goed uit. Althans op korte termijn: de PVV van Verhofstadt wint de verkiezingen van 1987, maar wordt vervolgens wel twaalf jaar in de oppositie gehouden.

Het is verleidelijk om de gelijkenis te zien tussen de Verhofstadt van toen en N-VA-voorzitter Bart De Wever vandaag: allebei scherpe ideologen, allebei niet bang voor de confrontatie, allebei gedroomde boemannen voor links. Net als toen voedt de persoonlijke aversie - vandaag in de personen van De Wever en ABVV-voorman Rudy De Leeuw - het verzet op straat. En het einde van Martens VII toont wat er kan gebeuren als die aversie niet onder controle gehouden wordt.

Ook de regering-Michel kiest voorlopig niet echt de weg van de gematigde communicatie. Toch ziet socioloog Luc Huyse belangrijke verschillen met het tijdperk-Verafstoot. "Verhofstadt was een relatief kleine coalitiepartner. Uiteindelijk heeft de CVP hem gewoon gedumpt. Dat zou nu bij De Wever toch wat anders liggen. Hij is de man die deze regering gemaakt heeft. Je kunt ook niet zeggen dat hijzelf voortdurend de provocatie zoekt. Hij is de spin in het web, die alleen uit de hoek komt als het echt nodig is."

Wie zegt dat de polarisering tussen links en rechts vandaag dieper dan ooit is, lijdt volgens Huyse aan "historische blindheid". "Het klopt niet dat de breuklijn tussen links en rechts nu plots terug is. Kijk er alle mogelijke gemoedsbarometers op na: sociaal-economische bekommernissen hebben altijd vooraan in het hoofd van de mensen gezeten. Links versus rechts is misschien terug in de Wetstraat en in de media, maar bij de mensen is de tegenstelling nooit weggeweest."

Ook belangrijk: Martens VII valt eind 1987, maar de hardste sanering dateert van de vorige regeerperiode, Martens V (1981-'85), met als toppunt een devaluatie van de Belgische frank met 8,5 procent. Die devaluatie werd (voor de schermen) aangevallen door het ABVV, maar verdedigd door het ACV. Het kan dus, zware besparingen doorvoeren met de steun van de vakbond.

Dat het later alsnog fout gelopen is, wijt ook Fons Verplaetse, vanaf 1983 kabinetschef van premier Martens, vandaag aan de profileringsdrang van Verhofstadt. "Het ergste was toen al achter de rug", herinnert hij zich. "Maar Verhofstadt vond het nodig om de akkoorden weer open te breken en van elke besparing een overwinning voor zijn partij te maken. Zo marcheert het niet."

Verplaetse is zowat de bedenker van de devaluatietruc. Na discrete voorbereidingen wordt de devaluatie op 22 februari 1982 doorgevoerd. Een jaar eerder werd bij de Nationale Bank nog luidop nagedacht over een alternatief scenario: een verlaging van de brutolonen met 10 procent. In vergelijking daarmee was een devaluatie een sociale maatregel, zegt Verplaetse. "Door de euro is dit monetaire wapen onmogelijk gemaakt, maar toen werd 90 procent van de inspanning gedragen door de buurlanden, doordat onze concurrentiepositie spectaculair verbeterde. Het enige gevaar was dat door de duurdere import de index zou stijgen en dus ook de lonen, waardoor de maatregel tenietgedaan zou worden. De indexsprong is een maatregel die het ACV toen zelf mee gekozen heeft, onder strikte voorwaarden: geen bijkomende besparingen, vrijwaring van de minimumlonen en een gelijkwaardige inspanning van de zelfstandigen."

Leiderschap

Is die uitruil wat er vandaag ontbreekt? Verplaetse zucht: "Toen ik een jonge cabinetard was, volgde twee jaar na het pensioen de begrafenis, nu vertrekken mensen na hun pensioen op wereldreis. De vooruitgang van de geneeskunde verplicht ons om langer te blijven werken. Iedereen, ook de vakbonden, beseft dat dat niet anders kan, maar deze regering verkoopt haar beleid zo onhandig. Ik ben een oude mens, ik geloof niet dat een vermogenswinstbelasting nu plots miljarden zal opleveren, maar het is wel een psychologische kwestie. De mensen moeten het gevoel krijgen dat iedereen mee het bad in gaat."

Dat is, zegt Verplaetse, ook een kwestie van leiderschap. "Martens, Dehaene, Houthuys maar ook Debunne van het ABVV waren sterke leiders. Zij respecteerden elkaar, bepaalden in overleg de marges en garandeerden dat ze het resultaat verkocht zouden krijgen. Ook bij het VBO had je toen nog echte patrons: als het probleem de loonhandicap is, doe dan iets aan de loonhandicap, was hun boodschap. Zij begonnen niet ook nog eens te discussiëren over de arbeidstijdverkorting, waardoor een akkoord mogelijk werd."

Zulke leiders ziet Verplaetse vandaag niet meer. "De grootste partij van Vlaanderen heeft een leider, ja, en dan zijn we rond, zeker?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234