Zaterdag 18/09/2021

Terug naar de stal

Eerst keerde een generatie van super-Toscanen met veel tromgeroffel de rug naar hun officiële Italiaanse appellations. Maar nu de wijnwetgeving is aangepast, denken veel producenten eraan opnieuw in hun DOCG te stappen. Drinken we straks weer verbluffende chianti's?

Ook in België lopen duizenden wijnliefhebbers rond die pretlichtjes in hun ogen krijgen en jeuk in hun portefeuille als het begrip Super Tuscans of vino da tavola valt. Want sedert de jaren tachtig vormen zij objectief gezien de ereliga van de Italiaanse wijn, de trendsetters, de dwarsliggers. Maar nu is er in de Toscaanse heuvels een stille revolutie aan de gang die ons liefhebbers weer perspectief geeft op fantastische producten bínnen de krijtlijnen van appellations als chianti classico.

Eerst even terug naar de wortels van het conflict. Chianti en chianti classico zijn op papier juridisch al langer goed ingedekt. In 1984 krijgen beide als eerste zelfs het DOCG-label (denominazione di origine controllata e garantita: gecontroleerde en gegarandeerde herkomstbenaming). Maar deze kwaliteitswetgeving bleek een papieren tijger. In de praktijk had de eerdere wijnwet van 1963 immers de deur geopend voor massaproductie: Er werden stokken aangeplant van bedenkelijke (lees: hoogrenderende) kwaliteit, de chiantinaam werd zonder enige selectiviteit toegepast en ook het wijnmaken zelf gebeurde met de natte vinger. Veel chianti bleek in het glas een fiasco.

De DOC(G)-wetgeving, die zoveel slappe wijn liet ontstaan en die eigenlijk de middelmatige producent beschermde, bleek aanvankelijk zelfs een handicap voor serieuze wijnmakers. Zo beperkte ze onder meer het percentage sangiovesedruiven in de chiantimix, verbood ze radicaal het gebruik van nieuwe barriques, maar liet wel toe dat er ook witte druivenvariëteiten in de chianti verdwenen. Kortom: de oerversie van de Italiaanse wijnwetgeving was een aanfluiting van de moderne oenologie.

Voor wijnmakers met ambitie was begin de jaren tachtig dan ook de maat vol. Ze waren het beu om nog blind te gehoorzamen aan de soms steriele normen van hun officiële appellation en begonnen te experimenteren met streekvreemde druivenrassen (vooral cabernet sauvignon), kortere houtlagertijden op nieuwe eiken vaten of zelfs andere eiksoorten. Sommige pioniers dreven het percentage sangiovese zelfs tot 100 procent op. Gevolg? Deze kwaliteitsjagers konden een kruis maken over een officiële herkomstbenaming, maar droegen als echte geuzen het predikaat vino da tavola ofte tafelwijn, in theorie het laagste trapje op de Italiaanse kwaliteitsladder. Maar de internationale pers en consument gaven deze geuzen gelijk en al snel kregen de Super Tuscans de status van voortrekkers. Veel traditionele chiantihuizen moesten knarsetandend toezien hoe de beste en meest opwindende wijnen uit hun appellation hun neus ophaalden voor het chiantilabel, maar toch commercieel een succes werden. De nieuwe nomenklatura van Toscane groeide. Sassicaia - een volgens puristen heiligschennende mengeling van cabernet sauvignon en cabernet franc - was de grootvader van deze groep 'outsiders' (want reeds gelanceerd medio de jaren zestig), maar kreeg al snel navolging: Vigorello (sangiovese en cabernet sauvignon), Tignanello (sangiovese en cabernet sauvignon), Montesodi (100 procent sangiovese), Solaia (cabernet sauvignon en cabernet franc), Le Pergole Torte (cangioveto), I Sodi Di S. Niccolo (100 procent sangiovese).

Hoe het klimaat in die periode - laat jaren zeventig-begin jaren tachtig - was, wordt treffend geïllustreerd door de uitspraak van Giovanni Ricasoli-Firidolfi (eigenaar van het Castello di Cacciano in de Chianti Classico): "De super-Toscanen groeiden uit de crisis die in de jaren zestig de chianti in haar greep had. We waren wel gedwongen om snel een klein aantal hoogkwalitatieve wijnen te lanceren, zodat we ons konden distantiëren van de naam chianti classico; een naam die in die periode een verschrikkelijk slechte reputatie had. We moesten wel breken met dit negatieve imago." Deze Super Tuscans veroverden niet alleen de internationale wijnmarkt, maar ze zorgden ook voor de broodnodige financiële zuurstof. Veel Toscaanse wijnfamilies kregen via hun 'designerwijn' vers kapitaal binnen, dat ze konden investeren in hun wingerds en apparatuur. Met andere woorden: de 'outsiders' waren op termijn de redding van veel officiële appellationproducten. De generatie superwijnen zorgde ook voor een nieuw kwaliteitsbeeld in het buitenland: waar twintig à dertig jaar geleden de doorsneechianti vooral bestemd was om jong te drinken, hebben wijnen als Sassicaia of Tignanello ertoe geleid dat ook van de betere chianti's meer kleurintensiteit, een fermere body en meer fruitconcentratie werd geëist. De superieure tafelwijnen schudden de hele chiantizone dus wakker.

Al deze ontwikkelingen werden uiteindelijk vertaald in een geheel nieuwe wijnwetgeving, die de spons haalde over de gescleroseerde DOC(G)-regels, met aanpassingen in 1992 en 1996. Vooral de nieuwe spelregels uit 1996 vormen eigenlijk een spiegelbeeld van de succesformule die de super-Toscanen al decennia lang groot maakten. Er werd een einde gemaakt aan de ridicule verplichting om witte druivenrassen in de chianti te mengen. Zoals overal ter wereld wordt het gebruik van eiken barriques toegelaten. Maar de belangrijkste wijziging voltrekt zich in de opwaardering van de sangiovese: voortaan mag een chianti classico ook voor de volle pot uit dit druivenras samengesteld worden. Een proces dat mee gestuwd werd onder impuls van een clubje kwaliteitsbewuste wijnmakers die jaren terug reeds het project Chianti 2000 uitdokterden. Een programma dat alle sangioveseklonen in kaart bracht om de beste klonen te identificeren en te verfijnen, zodat straks alleen nog de beste vijf klonen worden ingeschakeld voor de chiantiproductie. Het feit dat Chianti's nu voor 100 procent uit sangiovese kan bestaan, geeft dit wijntype in theorie ook een langere levenskans, omdat deze variëteit meer structuur en body bijbrengt. Met andere woorden: chianti - en zeker chianti classico - heeft een knieval gedaan voor de super-Toscanen. Waarom zouden die laatste producten dus nog langer búíten de officiële DOCG blijven, nu ze zich technisch perfect kunnen uitleven bínnen de appellation? Dat is nu het grote debat dat in Toscaanse wijnkringen wordt gevoerd. De meeste wijnhuizen zien het echter als een nieuwe optie in plaats van een verplichting: ofwel behouden ze het vrijbuitersstatuut, ofwel keren ze straks terug naar het DOCG-label, maar beide opties zijn puur een keuze van de wijnmaker. Dat is ook de mening van eerder geciteerde Giovanni Ricasoli-Firidolfi, die in een recent interview het dilemma verwoordde: "We staan voor chianti classico op een kruispunt. We kunnen met succes Super Tuscans blijven produceren, maar deze naam heeft geen enkele specifieke band met een precieze productiezone. In theorie kan zo'n superwijn om het even waar in Toscane worden gemaakt. Maar we kunnen er ook voor kiezen om de waarde van en respect voor onze terroir te verhogen en opnieuw onder chianti classico-label te gaan."

Giovanni is een van de wijnmakers die voor de tweede optie heeft gekozen: hij oordeelt namelijk dat "de topwijn van een domein in de Chianti Classico-zone een chianti classico moet zijn". Dat betekent onder andere dat zijn superwijn 'RF' na de oogst 1995 verdwijnt en dezelfde wijn in de daaropvolgende oogstjaren als chianti classico DOCG door het leven gaat.

Voor ons, Italiaanse wijnliefhebbers, heeft deze evolutie twee consequenties.

Eén: de super-Toscanen worden straks helemaal collector's items. Als u ze in uw kelders wilt, is het nu of nooit. Twee: veel wijnmakers lijken de redenering van Giovanni Ricasoli-Firidolfi te volgen en zullen vanaf de oogst 1997 opnieuw terugkeren naar het DOCG-etiket. De kans dat we straks dus de eerste super chianti classico's kunnen kopen, wordt groter met de dag. Benieuwd hoe de prijzen dan zullen evolueren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234