Woensdag 26/02/2020

Wereld

Terug naar Christchurch, negen maanden na de moskeemoorden: ‘We zijn onbreekbaar’

Tijdens een herdenkingsbijeenkomst maakt een jongen duidelijk dat het Nieuw-Zeelandse volk zich niet uit het veld laat slaan.Beeld AFP

Op 15 maart werd het tolerante Nieuw-Zeeland opgeschrikt door bloedige aanslagen op moskeegangers. Meer dan 50 mensen, vooral vluchtelingen en migranten, werden doodgeschoten door Brenton Tarrant. Hoe is Christchurch er nu aan toe?

Tuktuktuktuktuktuktuk. Imam Gamal Fouda richt een denkbeeldig geweer op de lege moskee voor hem. “Kijk”, zegt hij. “Hier kwam hij binnen. Eerst schoot hij op mensen in deze zijkamer. Toen iedereen aan het rennen was, wisselde hij van geweer.”

Fouda doet voor hoe de moordenaar zijn jachtgeweer liet vallen en een automatisch wapen tevoorschijn haalde. Dan loopt hij verder. “Hier probeerde een man hem te overmeesteren. Die schoot hij zo neer, tuk.”

De imam, die een blauw pak en een wit gebedshoedje draagt, loopt naar het midden van de grote zaal, een rechthoekige ruimte met een koepel. “Hier stond hij en tuktutuktuktuktuktuktuk”, zegt Fouda, terwijl hij met zijn armen het maaiende wapen nabootst. “Tuktuktuktuktuktuktuktuk.” “Weet je waarom hij deze plek koos om te schieten? Ga er maar eens staan. Kan iemand je hier aanvallen? Nee! Hij wist wat hij aan het doen was. Hij had twee dagen ervoor de plattegrond gedownload.”

Het is alsof Fouda, de imam van de Al Noor-moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, de aanslag moet simuleren om te kunnen begrijpen dat zoveel van zijn gemeenteleden hier begin dit jaar werden doodgeschoten.

Zelf heeft de 43-jarige imam slechts flarden gezien. Hij verschool zich achter het houten spreekgestoelte, zijn gezicht in het tapijt gedrukt. “Het was heel eng, zie je. Alleen al het lawaai”, zegt Fouda, terwijl hij naar het midden van de kamer loopt. Onder de koepel schreeuwt hij drie keer hard naar boven: “Ah... Ah... Aaah... Kun je je voorstellen hoe de schoten hier door het gebouw echoden?”

Live op Facebook

Het is 15 maart, even na het begin van het vrijdagmiddaggebed, als de 28-jarige Australiër Brenton Tarrant de Al Noor-moskee binnengaat met het doel zo veel mogelijk moslims te doden. Met een halfautomatisch geweer schiet hij op alles wat beweegt: mannen, vrouwen, kinderen – 42 moskee­gangers komen om, tientallen raken gewond.

Daarna rijdt Tarrant naar de Linwood-moskee, vijf kilometer verderop. Daar schiet hij nog eens zeven gelovigen dood, voor hij door een moskeeganger wordt verjaagd. Even later rijden twee agenten hem klem en wordt hij gearresteerd.

In het ziekenhuis zullen later nog twee gewonden overlijden. De 51 slachtoffers zijn vooral vluchtelingen en migranten uit landen als Irak, Somalië, India, Bangladesh en Pakistan.

De aanslag is zorgvuldig voorbereid. Tarrant draagt een camera in zijn helm en zendt de aanslag live uit via Facebook. De video zal door miljoenen mensen worden bekeken. Ook stuurt hij een manifest rond. Daarin toont hij zich een aanhanger van ‘de grote vervangingstheorie’, waarbij ‘witte naties’ aan ‘culturele en raciale’ vervanging ten onder dreigen te gaan.

De aanval schokt mensen wereldwijd, maar zeker in Nieuw-Zeeland. Duizenden inwoners leggen bloemen in het park naast het ziekenhuis. Voor velen was het tolerante Nieuw-Zeeland de laatste plek waar zoiets kon gebeuren. Premier Jacinda Ardern verwoordt het gevoel van veel Nieuw-Zeelanders, als ze zegt: “Ze zijn een deel van ons”. They are us.

Imam Gamal Fouda van de door Brenton Tarrant geviseerde moskee in Christchurch. “We moeten nú werken aan een samenleving waar geen plaats is voor haatzaaien.”Beeld Alana Holmberg / Oculi

Ruim een half jaar later zijn we terug in Christchurch. Hoe gaat het met they? En wat is de impact van de aanslag op Nieuw-Zeeland?

Liefde en solidariteit

Het vrijdagmiddaggebed staat op het punt van beginnen als imam Fouda zijn grijze Toyota naast de deur van de moskee parkeert. Omdat binnen geen plaats meer is, knielen zo’n twintig gelovigen op het grasveldje voor het gebouw.

Op 15 maart liep Brenton Tarrant hier ongehinderd het terrein op. “Welkom broeder”, zei een man nog, voordat de Australiër hem met een jachtgeweer omver maaide. Nu staan er in gele hesjes gestoken mannen met walkietalkies aan hun riem. Het zijn burgerbeveiligers uit de eigen moslimgemeenschap, die iedere bezoeker persoonlijk groeten. “We moeten onze bescherming nu wel serieus nemen”, zegt Anthony Green, een Brit die zich op latere leeftijd bekeerde tot de islam.

Naast hem staat een bord waarop iemand van de moskee met zwarte stift in slordig handschrift heeft geschreven: ‘Iedereen die naar binnen wil, we willen je graag ontmoeten. Dank voor alle liefde en solidariteit.’

Binnen is het houtwerk vernieuwd, zijn de muren gestuct en gewit en is de vloer bedekt met een nieuw groenblauw tapijt met bidlijnen, afkomstig uit Saudi-Arabië. Slechts details verraden nog wat hier is gebeurd. Een man op krukken, die langzaam naar de grote zaal beweegt. De witte bollen in elke kamer, slimme camera’s die automatisch wapens detecteren. Als een deur opengaat, zien we op de scharnierzijde een aantekening van de deurverkoper, van een week na het bloedbad: ‘22 maart, 195 dollar, Mohammed’.

Derde Wereldoorlog

Fouda, die in 2003 van Egypte naar Christchurch emigreerde, werd na 15 maart hét gezicht van de getroffen moslimgemeenschap. Precies een week na de aanslag leidde hij op indrukwekkende wijze het vrijdaggebed in het park tegenover de moskee. “De terrorist probeerde ons land te verscheuren met zijn kwaadaardige ideologie”, sprak de imam ten overstaan van de duizenden aanwezigen. “Maar we hebben laten zien dat Nieuw-Zeeland onbreekbaar is. De wereld zal zien hoe uit dit onrecht liefde en eenheid voortkomen.”

Dat is ruim zes maanden later nog altijd zijn boodschap. In het gesprek in een van de lege kamers van de moskee vallen regelmatig woorden als ‘bruggen bouwen’, ‘harmonie’ en ‘samenwerken’.

Maar de imam is ook kritisch. De aanslag op zijn gemeente is mogelijk gemaakt door “twintig jaar haatzaaien tegen moslims”, zegt hij. “Sinds 9/11 krijgen moslims wereldwijd de schuld van aanslagen door terroristische groepen, die de islam gebruiken als dekmantel voor hun politieke agenda. Daardoor is overal islamofobie ontstaan en werd haatzaaien tegen moslims normaal.”

De slachtpartij in Christchurch inspireerde dit jaar diverse andere extremisten. Op de dag dat Fouda ons ontvangt, is de aanslag op een synagoge in Halle wereldnieuws. De schutter, Stephan B., filmde zijn – grotendeels mislukte – aanval op vergelijkbare wijze en verwees in een manifest naar Tarrant. Hetzelfde geldt voor de man die in augustus twintig mensen doodschoot in een winkelcentrum in El Paso. ‘Ik steun de schutter van Christchurch en zijn manifest’, luidt de openingszin van zijn document. 

En met Pasen bliezen moslimextremisten in Sri Lanka drie kerken en een hotel op, waarbij meer dan 250 doden vielen. Volgens een Sri Lankaanse minister betrof het een wraakactie voor Christchurch, maar daarvoor is nooit bewijs gevonden. “Het misbruiken van religies is gevaarlijk en kan leiden tot een Derde Wereldoorlog”, aldus Fouda. “We moeten nú werken aan een samenleving waar geen plaats is voor haatzaaien, zodat alles goed blijft gaan. Ik wil dat we hier allemaal van leren.”

Wapenverbod

Ook de Nieuw-Zeelandse regering trok lessen. Zes dagen na het bloedbad in Christchurch kondigde premier Ardern een verbod aan op zware halfautomatische wapens. Tarrant gebruikte bij de aanslag twee halfautomatische geweren, waaronder een AR-15, die tot dan toe gewoon te koop waren in Nieuw-Zeelandse wapenwinkels. De politie vermoedt wel dat hij ze illegaal had aangepast om meer kogels achter elkaar te kunnen afvuren.

De Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern rouwt mee met de moslimgemeenschap.Beeld NurPhoto via Getty Images

Nieuw-Zeeland voerde een relatief soepel wapenbeleid waarbij vergunninghouders vanaf 16 jaar een exemplaar mochten aanschaffen. Volgens schattingen zijn er anderhalf miljoen wapens in omloop, inclusief tienduizenden halfautomatische geweren. Ze worden het meest gebruikt door jagers, veeboeren en leden van schietverenigingen.

Maar, zei Ardern: “Op 15 maart is de geschiedenis van ons land voorgoed veranderd. Nu gebeurt hetzelfde met onze wetten.” Het voorstel werd in het parlement met een overweldigende meerderheid aangenomen, met 119 stemmen voor en één tegen. Wapenbezitters kregen tot 20 december de tijd hun illegaal geworden exemplaren tegen een vergoeding in te leveren bij de politie. Begin deze maand waren er 43.000 wapens afgegeven.

Gun City

Dat betekent niet dat ze uit het straatbeeld zijn verdwenen. De grootste wapenwinkel van het land, Gun City, opende kort na de aanslag zelfs een tweede filiaal in Christchurch. Dit leidde tot een relletje doordat de nieuwe winkel, gelegen aan een van de toegangswegen tot de stad, een paarse gevel kreeg waarop met koeienletters ‘Gun City’ was geschreven. Na tussenkomst van de burgemeester, die sprak van een “ongelukkige boodschap”, zegde eigenaar David Tipple toe de letters te vervangen door een schilderij van een jachttafereel.

Tarrant, die een geldige wapenvergunning had, kocht via internet vier geweren bij Gun City, maar volgens Tipple, die de moordvideo bekeek, zijn dat niet de wapens die bij de aanslag werden gebruikt. Tipple ontpopte zich dit jaar als een van de grootste critici van de aanscherping van de wet, die volgens hem geen effect zal sorteren. “Er is geen correlatie tussen het onder dwang terugbrengen van het aantal wapens en de toename van veiligheid”, zei Tipple in een videoboodschap aan parlementariërs. “We verboden toch ook geen witte vrachtwagens na de aanslag in Nice? Laten we kijken naar de oorzaak achter de tragedies. Wat te denken van al die gewelddadige videogames?”

Tipple staat niet alleen in zijn kritiek. Meer dan 15.000 burgers ondertekenden een petitie tegen de aangescherpte wapenwetten en bij een wapenterugbrengdag eind november demonstreerden tientallen inwoners tegen de inbeslagname.

Intussen is een tweede wetsvoorstel voor de verplichte registratie van vuurwapens in de maak. Tipple, die tijdens het bezoek van deze krant aan Christchurch niet beschikbaar was voor commentaar, reageert later via e-mail. Het werkelijke probleem zit hem niet in wapens, maar in de handhaving, schrijft hij. “Het vergunningssysteem houdt ons al dertig jaar veilig, maar het is algemeen bekend dat de controles dit keer niet voldoende zijn toegepast.” Tipple wil niet zeggen waarop hij dit baseert. De politie liet eerder weten dat de juiste procedures zijn gevolgd.

Teleurstelling

Hoe Tarrant precies aan zijn wapenvergunning kwam, bekijkt een nationale onderzoekscommissie die na de ramp werd ingesteld. Een andere belangrijke vraag waarover deze commissie zich buigt, is of de inlichtingendiensten niet te veel gefocust waren op moslimterrorisme. De onderzoekers zouden op 10 december hun conclusies presenteren, maar dat is uitgesteld tot eind april, omdat ze meer tijd nodig hebben. Daarmee komen ze ook tegemoet aan de kritiek van de Nieuw-Zeelandse moslimgemeenschap dat het onderzoek te gehaast zou worden uitgevoerd en dat nabestaanden en andere moslims onvoldoende zouden worden gehoord.

Tayyaba Khan, oprichter van een netwerk voor moslimvrouwen, heeft weinig verwachtingen van de commissie. “Ze hebben vooral witte mannen gesproken en alternatieve inzichten zijn vanaf het begin gemarginaliseerd. Diversiteit, dat doen we dus niet goed in Nieuw-Zeeland.”

Volgens Khan, wier ouders uit Pakistan migreerden toen ze jong was, zijn veel moslims teleurgesteld in de inlichtingendiensten. “Waarom waren ze niet bezig met rechts-extremisten? Dat is toch bepaald geen kleine misser. In elk ander land zou er al iemand ontslagen zijn, maar hier niet.”

Tegenover de overvolle moskee knielen gelovigen buiten voor het vrijdaggebed.Beeld Alana Holmberg / Oculi

Hoewel de dader uit Australië kwam, heeft de aanslag ook in Nieuw-Zeeland zorgen over racisme en rechts-extremisme aangewakkerd. Na de aanslag bracht de politie uit voorzorg een bezoek aan inwoners die als rechts-extremistisch ‘geïdentificeerd’ waren. Ook werden diverse mensen veroordeeld voor het verspreiden van de – verboden – video van de aanslag. Een rechts-extremist die iemand opdracht had gegeven de video om te bouwen tot een schietspel, inclusief een teller die het aantal doden bijhield, kreeg 21 maanden cel opgelegd.

Volgens de Nieuw-Zeelandse Raad voor Moslimvrouwen is het aantal racisme-gerelateerde incidenten sinds de opkomst van Islamitische Staat in Syrië sterk toegenomen. Neem het recente voorbeeld van het immigrantengezin in de wijk Bishopdale in Christchurch, dat gedurende een half jaar dagelijks een ei op hun auto kreeg gegooid. Of neem de posters van kandidaten van buitenlandse origine bij de gemeenteraadsverkiezingen in de stad, die werden verwijderd of beklad. “We kunnen het niet langer weglachen”, zegt Tayyaba Khan. “De Maori vertelden ons al langer over het geweld waarmee ze te maken hadden en 15 maart kwam ook voort uit racisme.”

Veel weduwen

De meeste slachtoffers van de aanslag zijn begraven op de grote begraafplaats aan de rand van het centrum. Een klein deel van hen is in hun geboorteland ter aarde besteld. De graven in Christchurch, die op een apart veld liggen, hebben volgens islamitisch gebruik geen gedenksteen. Ze zijn slechts afgedekt met zand en een platte, rechthoekige steen zonder tekst. Bij een ervan, dat van het 3-jarige jongetje Mucaad, liggen een voetbal en een rood speelgoedautootje.

Helemaal links liggen Naeem Rashid en zijn 21-jarige zoon Talha begraven. Rashid was de man die de aanslagpleger in de Al Noor-moskee probeerde te overmeesteren. Hij kreeg er postuum een medaille voor van zijn geboorteland Pakistan. Zijn weduwe, de 45-jarige Ambreen, laat de medaille zien in de woonkamer van haar eenvoudige vijfkamerwoning, niet ver van de moskee. Op het koffietafeltje serveert ze thee en samosa’s. Haar 6-jarige zoontje Aayan speelt op de vloer met zijn Transformers.

Bij de aanslag kwamen vooral mannen om, omdat de moordenaar het vrouwenvertrek in de Al Noor-moskee voorbijliep. Onder de nabestaanden zijn dan ook relatief veel weduwen. Die bleken na de aanslag de meeste hulp nodig te hebben, omdat ze in veel opzichten afhankelijk waren geweest van hun echtgenoten: die verdienden het geld, deden het papierwerk en bestuurden de auto.

Het is een les die Nieuw-Zeelandse bestuurders snel hebben getrokken. Alle nabestaanden kregen van overheidswege een casemanager aangeboden, die hen helpt navigeren door de procedures voor financiële bijstand, psychologische hulp en (versoepelde) immigratieaanvragen. Sommige weduwen krijgen daarnaast les in hoe het openbaar vervoer werkt.

Gevraagd naar wat Ambreen het hardst nodig heeft, zegt ze zonder aarzeling: een rijbewijs. “Talha was een heel zorgzame jongen. Hij bracht me altijd overal naartoe.”

Sinds mei volgt ze rijlessen bij het Leger des Heils, die alle weduwen speciaal benaderde met een gratis lespakket. Van hen zitten er nu 21 wekelijks in de lesauto. Omdat ze vaart wil maken, oefent Ambreen ook nog met een oudere vrouw uit de buurt.

Ze brengt veel tijd door met Aayan. Het jongetje doet een groot beroep op haar sinds zijn vader en broer er niet meer zijn. Zo wil hij pas naar bed als zijn moeder ook gaat slapen. “Soms vraagt hij: ‘Kan ik papa en Talha een keertje bellen?’ Hij heeft nog zo’n klein hartje.”

Ambreen (45) verloor op 15 maart haar echtgenoot. Naeem Rashid probeerde de aanslagpleger te overmeesteren, maar moest dat met de dood bekopen. Ook haar zoon Talha kwam bij de schietpartij om het leven.Beeld Alana Holmberg / Oculi

Dat Rashid een held was, geeft een beetje troost. Imam Fouda vertelde Ambreen later dat ook Talha als een held is gestorven. “Een jongen vertelde dat Talha hem had beschermd met zijn lichaam. ‘Stil zijn, niet bewegen’, had Talha hem gezegd. Zo overleefde hij de aanslag.”

Maar zelfs de kleine Aayan beseft welke prijs Rashid en zijn zoon hebben betaald. “Een keer kwam Aayan naar me toe en zei: ‘Mama, als je een slecht persoon tegenkomt, kun je maar beter wegrennen, hè?’”

Chloor in het water

Het is de dag voor de ontmoeting in de moskee als we imam Fouda op straat tegenkomen. Hij draagt een trainingspak en heeft een megafoon in zijn hand. Achter hem zwaaien een paar supporters met borden waarop zijn naam en foto prijken. De imam doet mee met de gemeenteraadsverkiezingen; hij heeft zich kandidaat gesteld voor de deelraad van de wijk waarin de moskee ligt. “15 maart was een verschrikkelijke dag, maar daarna zag ik hoe de hele gemeenschap om ons heen ging staan”, schrijft Fouda in een campagneboekje dat hij uitdeelt. “Ik wil iets terugdoen en bruggen bouwen tussen de verschillende groepen in de stad.”

Fouda concludeerde na de aanslag dat hij de waarden die hij preekte ook in de praktijk moet brengen. “Het promoten van diversiteit betekent ook deelnemen aan de besluitvorming, in plaats van dat je alleen maar zegt: kom eens langs in de moskee”, zegt Fouda. “En het reflecteert ook de diversiteit van onze wijk.”

Fouda benadrukt dat hij als volksvertegenwoordiger niet alleen namens moslims zal spreken. Naast het verbinden van groepen wil hij ook problemen aanpakken. “Er zit te veel chloor in het water. Dat kan niet. We hebben veilig en schoon drinkwater nodig.”

Enkele dagen later druppelt de uitslag van de verkiezingen binnen. Fouda hoort het nieuws tijdens een vriendschappelijke voetbalwedstrijd tussen politieagenten en moslims uit Christchurch, Ummah United. Na afloop van het duel spreekt hij, nog in zijn witte voetbalshirt, een videoboodschap in op Facebook. “Het lijkt erop dat ik ben verkozen en ik wil graag iedereen bedanken”, zegt Fouda met een glimlach. “Ik ben er klaar voor.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234