Donderdag 17/10/2019

Uit het archief Hitte

Terug naar 1976, toen de zomerse hitte gekke dingen deed met de Belg

Beeld Het Huis van Alijn

Nu het kwik in België een stuk boven de 30 graden reikt, kunnen we niet anders dan terugdenken aan de zwoele zomer van 1976, toen dagen van 30 graden en Lucien Van Impe onze hersenen aan de kook brachten. “De hitte bracht iedereen een tikkeltje uit balans.”

De zomer van 1976 begon ongeveer zoals die van 1975 en die van het jaar daarvoor. Of nee. Niet helemaal. Alles leek normaal, maar het was toch al een beetje een realiteit met een hoek af. Het was al een hele tijd warm geweest, sinds de lente had het amper geregend.

Op 1 juli, de eerste dag van de vakantie, was dat vooral een bron van plezier en geluk. Veel mensen trokken die dag naar de Belgische kust of de Ardennen, waar vrijwel alles was volgeboekt. “Waarom zo ver reizen?”, schrijven verschillende kranten. “Zoals het kwik nu al weken onveranderlijk blijft hangen, hebben we Ibiza en Rimini immers op een boogscheut van thuis.”

Toch waren er eind juni al enkele waarschuwingen geweest over een dreigende droogte. Vooral de boeren maakten zich daar zorgen over. Zij raakten steeds moeilijker aan drinkwater voor hun vee en ook hun weien werden dor, waardoor veevoedervoorraden veel vroeger dan normaal aangesproken moesten worden. Er waren ook verschillende bosbranden, en zoals verwacht gingen stukken van de Kalmthoutse Heide in vlammen op.

Maar van collectieve onrust was geen sprake: iedereen verwachtte dat de overheid dit wel snel zou oplossen. En zo leek het ook te gaan. De brandweer bluste de bosbranden. Boeren in nood mochten rechtstreeks naar hun burgemeester stappen. Die kon op zijn beurt Landsverdediging contacteren, waarna militairen met een tankwagen water kwamen brengen.

Motard in adamskostuum

Gaandeweg drong de hitte ook door in het dagelijkse leven van de Belgen. De eerste berichten hierover kon je nog als ludiek afdoen. Zo lanceerden de brouwerijen een dringende oproep om leeggoed zo snel mogelijk terug te brengen: er werd 30 procent meer bier gedronken en in de bottelarij dreigde een tekort aan flesjes. “Onze klanten vinden het te heet om met lege bierflesjes naar de winkel te zeulen.”

Er verschenen artikeltjes over sauna’s die hun deuren tijdelijk sloten – ‘Sauna’s geen zweetgrage bezoekers’ – over een oververhitte motard die in adamskostuum door Veurne reed en over uitverkochte ventilatoren.

Wie tijdens die hondsdagen te veel kranten las, moest opletten voor de dwanggedachte dat het land op een nationale ramp afstevende: hoe dieper in juli, hoe meer zorgwekkende berichten over de hittegolf. Provinciegouverneurs verkondigden dat de spaarbekkens en watertorens leegraakten en spoorden mensen aan om zuinig met drinkwater om te springen.

Beeld Het Huis van Alijn

Overal gebeurden rare, onverwachte dingen, alsof de realiteit een koortsaanval had: de brandweer kon de vraag om wespennesten te vernietigen niet bijhouden, op de vaart van Damme dreven duizenden dode vissen en regelmatig stormden er hongerige koeien op de snelweg omdat ze op hun wei geen spriet gras meer konden vinden. In de gevangenis van Vorst kropen muitende gedetineerden op het dak omdat ze het in hun overhitte cellen niet meer uithielden, en de chocoladefabrieken sloten tijdelijk hun deuren omdat pralines en chocoladerepen al smolten nog voor ze ingepakt en vervoerd konden worden.

Sportieve topzomer

Maar de mensen hadden wel wat beters te doen dan al die alarmerende krantenberichten te lezen. De zomer van 1976 was er ook wel een van lome, zwoele zorgeloosheid. Ja, het was heet, maar het was ook vakantie. Binnenblijven tijdens de hittepieken en op de koelere avondmomenten naar buiten: het was niet onoverkomelijk.

Zeker niet omdat de Belgen op televisie een sportieve topzomer konden beleven die tot op de dag van vandaag onovertroffen blijft. Na een dolle rit op Alpe d’Huez veroverde Lucien Van Impe verrassend de gele trui – ‘Van Impe vliegt als een koningsarend naar geel’ – en enkele dagen later won hij de Tour de France.

Ongeveer op hetzelfde moment gingen in Montréal de Olympische Spelen van start, waar een fenomenale Ivo Van Damme tweemaal zilver pakte: op de 800 en de 1.500 meter. Karel Lismont haalde brons op de marathon.

Een gele trui – tot op vandaag onze laatste – en in totaal zes olympische medailles: dat was meer dan voldoende om het land in extase te brengen. Er werd gefeest en overal in het land kropen kinderen à la Lucien Van Impe op de fiets om als coureur door hun dorp te racen. Velen onder ons imiteerden ook de memorabele commentator Jan Wauters.

Zij die het meemaakten, weten nog altijd niet of die zomer van 1976 nu zo historisch was door de tropische hitte of dankzij Van Impe en Van Damme.

Misschien was het wel net die combinatie van sportieve successen en ongebruikelijke buren­verhalen over de hitte die de zomer maakten. Zwangere vrouwen ‘die niet wisten waar te kruipen van de hitte’, nonkel Marcel die beneveld op zijn stoel op de stoep in slaap was gevallen, grootmoeders die bewusteloos en met een zonneslag in hun moestuin neerzegen, vrouwen die boos werden op hun grote liefde Armand Pien omdat hij elke avond hetzelfde weerpraatje moest vertellen. Dat Pien op een dag met een zonnebril en zijn voeten in een verfrissend teiltje op de buis kwam, kon daaraan niets veranderen.

Beeld Photo News

Klagen in stilte

Herman De Croo, toen nog een jonge minister in de regering van Leo Tindemans, heeft amper een inleidende vraag nodig om een stroom aan herinneringen te debiteren. “Ik reed toen ook al te paard en herinner me nog dat de weien en de velden erg dor waren. Het gras was geel en de boeren zagen af. De huidige regering lijkt nu soortgelijke maatregelen te gaan nemen als die van 1976.”

De Croo vertelt dat 30 graden Celcius in 1976 anders was dan 30 graden Celcius in 2018. “Ik zie dezer dagen heren in short en T-shirt rondlopen, ook op hun werk. Laat ik het zo stellen: dat was in 1976 niet in de mode. Dat kon echt niet. Niet in de ministerraad, niet in het parlement en ook niet in ministeries en bedrijven. Mannen kwamen in pak naar hun werk en als het echt te warm werd, mochten ze hooguit hun vest uitdoen en in hemdsmouwen werken. Airco bestond toen natuurlijk nog niet.”

“Tegelijk reageerden mensen erg op z’n Vlaams op de hittegolf”, zegt Geert De Vriese, auteur van het boek 1976: De zomer van ons leven. “Zo was er die scène waarbij minister van Landbouw Albert Lavens op bezoek ging bij een Limburgse boerenfamilie. De minister was in pak en begroette eerst en vooral de andere hoogwaardigheidsbekleders: de burgemeester, de provinciegouverneur. Alles was heel pompeus en je zou bijna vergeten dat de minister voor die noodlijdende boer was gekomen.

“Helemaal aan het einde stelde Lavens dan toch een vraag aan de boerin. ‘Hoe staat het ermee, mevrouw?’ Het korte antwoord was veelzeggend. ‘Och, meneer de minister, als we maar gezond zijn.’ De onderdanigheid. De berusting. Misschien zijn we nog altijd zo. De Vlaming klaagt in stilte.”

Slecht getraind

En toch. Misschien was het bijzonderste aan de zomer van 1976 dat hij de Belgen even uit hun evenwicht bracht. De hitte zorgde voor spannende verhalen. En ook voor spanningen.

Toen de ministerraad het sproeien van het gazon, het wassen van de auto en het vullen van het plonsbadje ging bestraffen met boetes van 4.000 tot 1 miljoen frank (100 tot 25.000 euro), begonnen sommige buren elkaar te verklikken. Groot was ook de collectieve ergernis toen tomatenboeren plotseling woekerprijzen begonnen te vragen voor hun ‘koele groenten’.

“De hitte confronteerde de Belg ook wel met zichzelf en zijn naasten”, zegt sociaal psychologe Griet Van Vaerenbergh van Thomas More Antwerpen. “Typisch voor een situatie waarbij alles een tikkeltje uit balans raakt. Bij extreme temperaturen verliezen mensen voor een stuk hun zelfcontrole. Ze hebben het warm, ze zweten, slapen slecht, zijn sneller vermoeid en daardoor prikkelbaarder.

“Het gevolg van de hittestress is dat mensen zich minder sociaal en solidair opstellen. Komt daar nog bij dat de Belgen in die periode meer dan normaal buiten waren en terrasjes gingen doen. Op de koele plekken kwamen massa’s samen en nogal wat mensen gedragen zich in zo’n situatie onwennig. Het is iets cultureels: zuiderlingen leven veel meer buiten en zijn ‘beter getraind’ op zulke hypersociale situaties.”

Beeld Het Huis van Alijn

Klikburen

Het kon evengoed in de andere richting werken. Van Vaerenbergh: “Je had ook wel buren die voor elkaar zorgden en bijvoorbeeld controleerden of de ouderen van de buurt wel oké waren. Dat is het interessante van zo’n moment waarbij de normaliteit een tik krijgt. Mensen komen zichzelf tegen.”

Geert De Vriese: “De zomer van 1976 was inderdaad een klein oorlogje. De woekerende tomatenboeren, buren die elkaar verklikten en zo rekeningen uit het verleden vereffenden, oververhitte mensen. We hebben het hier uiteraard niet over levensbedreigende situaties zoals in een echte oorlog. Maar het kleinmenselijke kwam ook tijdens die hete dagen naar boven.”

Van Vaerenbergh: “Er is wel iets dat ik me dezer dagen afvraag en dat me verontrust. De hittegolf van 1976 was een klimatologische uitzondering die weliswaar zware economische schade aanrichtte, maar waarop we nu vol nostalgie terugblikken. Ik vraag me af of die huidige hittegolf ook zo’n anomalie is.

“Ik stel vast dat er de jongste jaren regelmatig bovengemiddelde temperaturen zijn geweest en vrees dat we nu toch vooral met de klimaatcrisis te maken hebben. Dat zou heel slecht nieuws zijn en het maakt deze hittegolf toch veel minder romantisch en onschuldig dan die van 1976.” 

Lees nu

💦 Afkoelen bij extreme hitte? De enige optie is zweten

🌿 De natuur kreunt onder de hitte: dier- en plantensoorten sterven

🗯️ De hitte is rampzalig voor uw zelfbeheersing

💨 Hoe nuttig is een ventilator op warme dagen?

☀️ Aftersun is onzin en u moet ook smeren onder uw kleren: alle mythes en waarheden over smeren

🍹 Zo blijft u gehydrateerd: wat je wel (en niet) moet drinken in de hitte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234