Dinsdag 29/11/2022

'Terroristen moet je vermorzelen'

'I wanted him gone', roept hij luid, terwijl zijn ogen vuur schieten, 'I wanted him dead.' Zulke uitspraken zou je van een beminnelijk man als Michael Ignatieff niet verwachten. Deze ex-BBC-journalist, essayist en Harvard-professor staat er immers om bekend met een fluwelen stem de gruwelijkheid van de Balkan-oorlogen te kunnen doorlichten. Hij is de man die voor de Britse staatsomroep van slagveld naar slagveld trok. Nuchtere analyse gevolgd door synthese, dat was en is zijn handelsmerk: 'Het ergste aan het kwaad dat er op de wereld geschiedt is niet dat kwaad zelf, maar wel de justificatie ervan. Mensen hebben altijd wel een reden om zich als beesten te gedragen en er zich achteraf goed bij te voelen.'

Michael Ignatieff

Afgedwongen vrijheid

Oorspronkelijke titel: Empire Lite

Vertaald door Froukje Slofstra

Cossee/ Knack Bibliotheek, Amsterdam/

Roeselare, 142 p., 14,90 euro.

Michael Ignatieff

Charlie Johnsons laatste woord

Oorspronkelijke titel: Charley Johnson

in the Flames

Vertaald door Irving Pardoen

Cossee, Amsterdam, 186 p., 19,90 euro.

Als Ignatieff dan toch even de kalmte verliest, betekent dit dat hij het over iets heeft wat hem na aan het hart ligt en waardoor hij zich misbegrepen voelt: "Waarom stond ik alleen tegenover heel links-liberaal denkend Europa toen de VS Irak binnenvielen? Omdat ik in het begin van de jaren negentig in Koerdistan geweest was en gezien had hoe Saddam Hoessein de Koerden had proberen uitroeien. Ik wou die man weg. Ik wist ook wel dat de motieven van Bush niet geheel overeenkwamen met de mijne, dat olie ermee gepaard ging en de macht in het Midden-Oosten, ik wist het allemaal, maar dat speelde op dat moment geen rol. Ik wou Saddam dood, daar ging het mij om. Ik dacht dat toen en ik denk het nog steeds. Omdat ik er was in 1992, en omdat een van mijn beste vrienden een Koerdische taxichauffeur is die naar Londen is moeten vluchten omdat zijn familie door Saddam uitgemoord werd. Ik hecht meer belang aan zijn politieke oordelen dan aan die van alle links-liberalen samen." Van Michael Ignatieff zijn er twee boeken tegelijkertijd verschenen, het essay Afgedwongen vrijheid en de roman Charlie Johnsons laatste woord. In het essay richt hij zijn blik op de moeilijke heropbouw van de democratische staatsvorm in Bosnië en Kosovo en op de problemen die de Amerikanen in Afghanistan ondervinden bij hun poging het land terug te geven aan een leider die voor het hele land aanvaardbaar is. Ignatieff betoont er zich een aanhanger van een 'licht imperialisme' in, zoals hij het noemt, een ingrijpen van westerse troepen in landen die door een burgeroorlog op de rand van de waanzin beland zijn, met als doel dit land na verloop van tijd als vernieuwde democratie achter te laten.

In zijn roman beschrijft Ignatieff dan weer hoe journalist Charlie Johnson in de Balkan getuige is van een gruwelijke oorlogsmisdaad. Een militieman giet een jerrycan benzine over de rug van een vrouw en houdt er zijn aansteker aan. De vrouw licht op en rent in paniek Charlies kant op. Hij probeert haar leven te redden, raakt daarbij ook zwaar gewond, maar kan haar dood niet meer afwenden. Voor Charlie is het feit de spreekwoordelijke druppel, hij is het beu om alleen maar toe te kijken. Hij wil wraak. Hij laat zijn gezin achter, breekt met zijn werkgever en reist alleen terug naar de Balkan-hel. Op de beelden die zijn cameraman Jacek draaide is immers niet alleen de brandende vrouw te zien, maar ook het gezicht van de man met de aansteker. Hij weet dus wie hij zoekt. "Ik denk dat mijn fictie een schaduw vormt van mijn non-fictie, die weliswaar heel ver naar achteren valt", zegt Ignatieff. "Charlie John-sons laatste woord sluit aan bij de drie boeken die ik in de jaren negentig heb geschreven over buitenlandse interventies in de Balkan, Blood and Belonging, The Warrior's Honor en Virtual War. Die boeken gingen over de dilemma's en consequenties van interventies en ik denk dat mijn roman daar ook over gaat, alleen heb ik het hier niet over de grote historische gebeurtenissen, maar zoom ik in op wat die oorlog en de buitenlandse inmenging erin voor een paar mensen betekent. In plaats van over het ingrijpen in een ander land gaat de roman dus over het ingrijpen in iemand anders leven. Misschien heb ik de fictie wel nodig omdat ik er dingen in kan zeggen die in non-fictie niet mogelijk zijn."

Heeft u uzelf ooit voor

Charlies dilemma geplaatst gezien, blijven toekijken of ingrijpen en uw eigen leven op het spel zetten?

"Op elk van mijn reizen realiseerde ik me dat ik in feite nooit meer dan een toerist zou zijn in de Balkan. De mensen die er woonden waren veroordeeld om er te blijven. Ik kon weer weg. Soms voelde ik me daar echt slecht door. De Balkan zat toen vol hulpbehoevenden en als journalist besefte ik maar al te goed dat ik hen in feite niet kon helpen. Maar echt raken deed het me ook niet, anders had ik het nooit volgehouden. Wat, zo vroeg ik me weleens af, zou er gebeuren als het me wel diep raakte, en dan zitten we bij Charlie Johnson."

Op een bepaald ogenblik zegt Jacek tegen Charlie dat ze nooit meer als voorheen zullen zijn. Ze hebben te veel gezien in de Balkan om het stadium van de onschuld nog opnieuw te kunnen bereiken. Heeft u ook dat gevoel?

"Mij hebben die Balkan-reizen vooral ongeduldig gemaakt. Wanneer ik thuiskom en ik hoor wat de Europese en Amerikaanse zelfverklaarde Balkan-kenners die nog nooit ter plekke zijn geweest allemaal vertellen, word ik zelfs meer dan ongeduldig. Van hen word ik gewoon pisnijdig. Vooral mensen die het oorlogsgeweld gezien hebben, roepen op om er manu militari een einde aan te maken. Ik had al gezien wat een oorlog kan doen in Angola en Rwanda, maar dat ook Europeanen, op anderhalf uur vliegen van hier elkaar konden afslachten, verraste me iedere keer weer opnieuw. Ik denk dat ik er een stuk pessimistischer door geworden ben wat de mens betreft."

Vandaar uw pleidooi voor het imperialisme, wat toch een vies woord is?

"We hebben hier te maken met een historisch bezwaarde term natuurlijk. Het is inderdaad een vies woord, maar dat komt door mensen als Cecil Rhodes en Leopold I. Volkeren willen en hebben het recht om zichzelf te besturen, zonder inmenging van buitenaf, zeggen de tegenstanders van het imperialisme en daar hebben ze overvloed van gelijk in, alleen blijkt dat op een aantal plaatsen ter wereld gewoonweg niet te lukken. Kijk naar Bosnië, Kosovo, Afghanistan, delen van Afrika en zelfs Irak. We zien daar dat de gewoonlijke historische volgorde van imperialisme gevolgd door democratie omgekeerd wordt. Het zijn democratieën die ondergaan in de stuurloosheid en vervolgens imperiaal overheerst dienen te worden. Ik spreek over die gang van zaken geen moreel oordeel uit. Ik zeg niet dat ik een voorstander van het imperialisme ben, ik beschrijf alleen maar wat er gebeurt: de installatie van een imperiaal regime dat de terugkeer van de democratie voorbereidt. Dat betekent niet dat ik wil dat de wereld bestuurd wordt door de Amerikanen, noch dat ik denk dat imperialisme het antwoord is op alle wereldproblemen. In feite ben ik een even grote anti-imperialist als ieder ander, alleen hebben we momenteel niets beters dan imperialisme om een einde te maken aan de verziekte toestanden van Kosovo, Bosnië, Afghanistan en zelfs Irak. Voor deze gebieden verloopt de weg naar een democratisch zelfbestuur ongetwijfeld langs het imperialistische ingrijpen, ook al hoop ik dat dit ingrijpen natuurlijk tijdelijk zal zijn. Dat het dit ook zal zijn ligt mijns inziens voor de hand aangezien de Amerikanen echt niet voor de rest van hun dagen in Bosnië of Irak willen zitten. Wat ze wel willen is een stabiel, zelfregulerend en betrouwbaar Irak dat - zoals ze ook zullen toegeven - de Amerikaanse belangen dient, maar geen kolonie."

Maar er is toch een verschil tussen Kosovo en Bosnië enerzijds en Afghanistan en Irak anderzijds. In het eerste geval grepen de VS in een burgeroorlog in die op de rand van de genocide laveerde. In het tweede vielen ze gewoon een ander land binnen.

"Afghanistan heeft inderdaad veel weg van een combinatie van zelfverdediging en wraak, terwijl Irak een heel gecompliceerde zaak lijkt, een samengaan van massavernietigingswapens zoeken, een tiran verdrijven en regionale stabiliteit opbouwen. Het enige wat de Irak-oorlog kan rechtvaardigen is dat het land naderhand een democratische bestuursvorm krijgt."

Maar mensen die altijd onder een dictatuur geleefd hebben weten toch niet wat democratie is. Moet die niet historisch groeien?

"Dat zegt iedereen ja, maar is dat wel zo? Is er iemand die werkelijk denkt dat Irak ook maar een schijn van een kans maakte om een democratie te krijgen zonder de oorlog en de bezetting? Ik weet ook wel dat het moeilijk is om een democratie van buitenuit in te voeren, maar het via een oorlog proberen is nog altijd beter dan lijdzaam toezien hoe een tiran ieder democratisch initiatief meteen de kop indrukt. Stel dat je me in maart gevraagd had wat ik in december verkozen zou hebben, een door de Amerikanen bezet Irak of eentje onder de hoede van Saddam Hoessein, dan had ik geen twee keer moeten nadenken, en ik kan er met mijn verstand gewoonweg niet bij dat er mensen zijn die oprecht denken dat Hoessein aan de macht een betere optie is. In een wereld waarin er geen goede opties bestaan, is die van de bezetting volgens mij de minst slechte, en dat meen ik echt. Ik ben heus geen Bush-apologeet, ik steun de man niet eens, dus verre van dat. Drie weken geleden keerde mijn Londense taxichauffeur-vriend terug naar Kirkoek en hij kon zijn ogen niet geloven. Wat niemand zegt over de Irak-oorlog is dat de Koerden momenteel de beste periode uit hun hele geschiedenis meemaken. Ik geef toe dat het in Bagdad en de Soenni-driehoek verschrikkelijk is, maar er komen ook hoopvolle geluiden uit die richting."

De vraag is alleen of de VS zullen doorbijten. Een van de oorzaken waarom staatsvorming mislukt, zo schrijft u in uw boek, is dat de imperiale macht zo vlug mogelijk naar huis wil en niet wacht tot de democratie daadwerkelijk ingevoerd is.

"Wanneer ik de VS als een imperiale macht beschrijf, doe ik dat nooit zonder enige ironie. Amerikanen zijn immers heel rare imperialisten: ze willen niet blijven. We hebben hier dus niet met het ouwe, Britse imperialisme te maken, maar wel met een nieuwe vorm ervan. Naar mijn mening kun je best een imperiale macht willen zijn en over de hele wereld als politieman optreden, maar dan moet je het wel grondig doen: geef de Iraki's vrijheid en veiligheid en vertrek niet tot je dat werkelijk gedaan hebt. Ik denk dat de regering-Bush het thuisfront zaken wijsmaakt die het gewoonweg niet kan volbrengen, zoals tegen volgend jaar de Amerikaanse troepen in Irak substantieel reduceren. Dat zou een ramp zijn voor Irak. Het ironische is dat iedereen de Amerikanen verafschuwt voor hun imperialisme, maar pas écht erg zou zijn dat het Amerikaanse leger in 2004 de deur achter zich dichttrekt en Irak achterlaat in een burgeroorlog. Nu ze er zijn, moeten ze ook blijven, als het moet tien jaar of langer, tot ze hun job naar behoren hebben gedaan. Het probleem is dat er geen goede opties bestaan in de realiteit. De goede optie is natuurlijk dat de Irakezen met rust gelaten worden zodat ze hun eigen grondwet kunnen schrijven en in vrede kunnen leven. Iedereen doet alsof die optie bestaat, maar dat doet ze dus niet. In realiteit zijn er maar twee opties: de Amerikanen blijven tot het einde of ze vertrekken te vroeg. En in het laatste geval zitten we met een ramp opgescheept. Als ik dit zeg reageert iedereen natuurlijk meteen door me voor imperialist uit te schelden. Het zij zo. Roep wat je wilt, wat mij interesseert is niet het lot van een ideologie, maar wel dat van 25 miljoen Iraki's. En dan weet ik het wel: Amerikaanse bezetting met een geleidelijke overdracht van de macht aan binnenlandse bestuurders met stabiliteit en veiligheid als oogpunt en dit over een tijdspanne van maximaal vijf jaar. Na die periode zouden er volgens mij praktisch geen Amerikaanse troepen meer nodig zijn in Irak."

Is dat niet wat optimistisch? U beschrijft zelf hoe er al langer dan dat troepen zitten in Bosnië en Kosovo, terwijl het wantrouwen tussen de etnische groepen er nog even groot is als weleer.

"Dat is waar, maar stop nu eens met uitgaan van de perfectie. De realiteit is dat er sinds 1995 geen politieke doden meer gevallen zijn. Waarom? Omdat de Amerikanen ingrepen en het kat-en-muisspelletje van de Verenigde Naties en de Europeanen stopten. Denk hen even weg en er vielen nog steeds duizenden doden per jaar. Oké, Bosnië en Kosovo zijn geen onverdeelde successen, maar wat er verwezenlijkt is, is zeker beter dan niets. Het is waar, het is niet zo dat het bnp er met 10 procent per jaar groeit en dat er geen werkloosheid meer is, maar dat is ook geen realistische optie voor deze gebieden."

Maar zijn we niet op weg naar een Cyprus-situatie waarbij de vredestroepen voor eeuwig tussen de strijdende partijen moeten blijven zitten?

"Dat risico bestaat, maar je moet het proberen tegen te gaan. Het lichte imperialisme dat ik verdedig, mag er niet voor terugschrikken een ultimatum te stellen: op die datum vertrekken we en dan moet je je eigen boontjes maar zien te doppen. Wat Bernard Kouchner zei over Kosovo geldt voor de hele wereld: de enige mensen die etnische minderheden kunnen beschermen zijn etnische meerderheden. Je kunt zo'n minderheid niet voor eeuwig beschermen met een buitenlands leger. In wezen kan de situatie in Kosovo en Bosnië ons geen barst schelen. Dat is hun probleem. Als Kosovo voor de rest van zijn bestaan in Balkan-achterlijkheid wil leven, moet het dat vooral ook doen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt niet bij ons, maar wel bij hen. Als de vredesoperatie in Kosovo een mislukking wordt, zal dat niet aan Amerika of Europa liggen, maar wel aan de Kosovaren zelf, die zich niet als volwassenen willen gedragen. De wereld is toch geen crèche. Het probleem is dat die vredesmachten er de mensen toe verleiden om zich wel degelijk als kleuters te gaan gedragen."

Philip Hensher, auteur van de Afghanistan-roman Het rijk van de zwarte moerbei stelt dat het Westen al veel eerder had moeten ingrijpen in dat land. Dat zou niet alleen de Afghanen, maar ook de westerlingen een stuk beter uitgekomen zijn. Bent u het daar mee eens?

"Dat spreekt voor zich, maar achteraf gezien lijkt alles altijd voor zich te spreken natuurlijk. Het steeds terugkerende probleem is dat er volgens de ene helft van de wereld te veel en volgens de andere te weinig ingegrepen wordt. Je kunt er niet omheen dat degenen die de wereld kunnen veranderen, de rijken en de machtigen zijn. De enigen die na het verdrijven van de sovjets uit Afghanistan het land konden behoeden voor een totaal afglijden naar de anarchie waren de Amerikanen. Maar wat deden ze? Ze lieten het land over aan de milities en onrecht-streeks dus aan Al-Qaeda. Er valt niet aan te twijfelen dat de VS op die manier volstrekt verantwoordelijk zijn voor de daden van Osama bin Laden."

Op welke gronden hadden de VS dan moeten ingrijpen, op ethische?

"Nee, ik denk niet dat ethiek hier iets mee te maken heeft. In hun buitenlandse beleid gaan de VS over het algemeen bijzonder cynisch in plaats van ethisch te werk. Toen ze Afghanistan bewapenden, dachten ze op geen enkel moment aan het land zelf. Het enige wat toen telde, was weerstand bieden tegen de Sovjet-Unie. Allerhande milities kregen zomaar zware wapens uitgedeeld, waarna ze in een mum van tijd het hele land naar de bliksem schoten. Ik was er in 1996. Er stonden bij wijze van spreken geen twee stenen meer op elkaar. Iedere Amerikaan die ook maar iets van Afghanistan afwist, zag dat dit niet de juiste praktijk was, maar het Witte Huis dacht daar anders over. Meer zelfs, zodra de sovjets verdreven waren, dachten ze dat Afghanistan voorgoed vergeten kon worden. In de zomer van 2001 gaf ik een lezing voor 250 officieren aan een Amerikaanse marineschool. Ik vroeg hen welk land in de toekomst de grootste bedreiging voor hun schepen zou vormen. Er volgde een lange stilte, waarna ik het antwoord zelf maar gaf: Afghanistan. Hadden ze gedurfd ze hadden me weggelachen. Drie maanden later ging het WTC neer. Ik ben geen visionair. Ieder waarnemer met een beetje verstand in de kop had dit kunnen zien. De USS Cole was toen al beschoten voor de kust van Jemen en de gebruikte raket bleek van Al-Qaeda te zijn. En toch bleken de knapste koppen van het Amerikaanse leger niet in staat in te zien dat Afghanistan meer was dan een humanitaire ramp. Het probleem met de VS is dat ze heel traag beseften dat mislukte staten als Afghanistan, Somalië en nog een stuk of tien andere strategische bedreigingen vormen omdat het terroristische vrijplaatsen worden. De wezenlijkste verandering op wereldniveau sinds het einde van de Koude Oorlog is niet het ontstaan van een Amerikaans overwicht geweest, maar wel het in elkaar klappen van de staatsorde in zo'n tien tot vijftien landen. Er zijn meer democratieën dan ooit tevoren en in het noorden heerst de grootste politieke stabiliteit uit de geschiedenis. Het zuiden zit echter met zoveel kwalen opgescheept dat een democratie er alleen maar kan rammelen: armoede, hiv, stammentwisten. Al te lang hebben we gedacht dat we daar niets mee te maken hadden, maar dat is duidelijk niet zo."

De Amerikaanse aanpak van het probleem, iedere uiting van protest tegen de bestaande wanorde hardhandig de kop indrukken, werkt overduidelijk niet. Sinds 11 september lijkt het terrorisme gevoelig toegenomen te zijn.

"Is dat werkelijk zo? Sommigen zeggen dat de wereld er niet veiliger op geworden is door Afghanistan en Irak binnen te vallen. Hoe weten zij dat, vraag ik me dan af. Als we gewoon niets hadden gedaan, zou er dan vandaag minder terrorisme zijn? Die vraag is gewoonweg niet te beantwoorden. Wat mij betreft hebben de Amerikanen heel wat gepresteerd. De helft van de Al-Qaeda-leiding zit achter slot en grendel. In Afghanistan zijn de terroristen op de vlucht. Wat mij stoort in deze hele discussie is dat er sinds 11 september heel wat zwak denken serieus genomen wordt. Dit zwakke denken houdt in dat de wereld een veel idyllischer plaats zou zijn hadden de Amerikanen niet opgetreden tegen de terroristen. Als we maar vriendelijk genoeg zijn tegen deze mensen zouden ze vanzelf wel weggaan. Maar de mensen die syna-gogen, consulaten en banken bombarderen in Turkije voeren al sinds 1983 een oorlog tegen de VS, sinds de aanval op de Amerikaanse ambassade en kazerne in Beiroet. De aanvallen zijn steeds maar toegenomen sindsdien. 11 september was geen oorlogsverklaring, het was gewoon het moment waarop de Amerikanen zich realiseerden dat er een oorlog gaande was. De Europeanen denken dat het allemaal wel zal overwaaien als ze zich koest houden. Dat is leuk als je Europeaan bent, maar als Amerikaan kom je daar niet ver mee. Zelf ben ik Canadees, maar ik begrijp de Amerikanen ten volle, je kunt maar één ding doen met terroristen: ze vermorzelen. Nooit toegeven, daar komt het op aan. Kijk naar wat er in Noord-Ierland gebeurd is. De Britten hebben nooit toegegeven aan de eisen van het IRA. Ze hebben die organisatie tot een staakt-het-vuren gedwongen. Het is bijzonder betekenisvol dat de trouwste bondgenoten van de VS in deze oorlog staten zijn die aan den lijve ondervonden hebben wat terrorisme inhoudt: Groot-Brittannië en Spanje. Zij beseffen dat het een kwestie van winnen of verliezen is, en winnen doe je alleen door te vechten. Ik zeg niet dat de militaire optie de eerste, de enige of de beste is, je mag ze alleen niet veronachtzamen. In Turkije staan er al duizend jaar synagogen. Mensen die ze opblazen zijn barbaren, wilden met wie niet te praten valt. Het idee dat je tot een vergelijk zou kunnen komen met hen is volstrekte tijdverspilling. De reden daarvoor is dat we hier niet met een oorlog tussen de islam en het Westen te maken hebben zoals velen willen. Istanboel was een stad waar moslims, joden en christenen al eeuwenlang vreedzaam naast elkaar leefden. Het Ottomaanse rijk kende een vergevorderd systeem van levensbeschouwelijke tolerantie. Niet het Westen wordt dus aangevallen, maar wel deze tolerantie, de Ottomaanse traditie. Hetzelfde geldt voor Indonesië. De bom in Bali doodde niet alleen Australische toeristen, hij doodde vooral Indonesië zelf, de religieuze tolerantie die dat land kende. De Amerikanen doen dus echt wel meer dan louter zichzelf verdedigen. Zij verdedigen ook een traditie van tolerantie."

Marnix Verplancke

'Het ironische is dat iedereen de Amerikanen verafschuwt voor hun imperialisme, maar pas écht

erg zou zijn dat het Amerikaanse leger in 2004 de deur achter zich dichttrekt en Irak achterlaat in

een burgeroorlog' '11 september was geen oorlogsverklaring, het was gewoon het moment

waarop de Amerikanen zich realiseerden dat er een oorlog gaande was'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234