Zondag 29/11/2020

Terreurinformatie laat zich niet monopoliseren

Jan Buelens is professor arbeidsrecht aan de Universiteit Antwerpen en advocaat bij Progress Lawyers Network.

Het communicatiejargon van de regering heeft er een krachtterm bij: de regering is het "kotsbeu" dat bepaalde informatie inzake terrorisme in de pers wordt gelekt. Ze wil strengere straffen voor wie zich hieraan bezondigt. Maar op de achtergrond loert een ander gevaar, namelijk de opheffing van het bronnengeheim van journalisten wanneer de inlichtendiensten dit nodig vinden. Dit voorstel past in een bredere tendens om het terrorismebeleid zuiver vanuit de uitvoerende macht te concipiëren.

Het was even schrikken, dinsdagmorgen in Brussel. Maar de man die de stad op stelten zette, bleek alles te hebben verzonnen: zijn bomgordel bevatte zout en koekjes. De minister van Binnenlandse Zaken kon er niet om lachen. Begrijpelijk ook. "Het is geen kwestie van toegeven aan een angstpsychose, maar wanneer iemand dreigt met een bommengordel, moeten we dat ernstig nemen", aldus Jambon (N-VA).

Zeker, maar waar ligt de grens na 22/3? In een voorontwerp dat minister Geens (CD&V) klaarstoomt wordt het bronnengeheim van de journalisten in het vizier genomen.

De huidige wet uit 2005 limiteert de opheffing ervan tot de zeer strikte situatie van het gevaar op fysieke integriteit van bepaalde mensen, informatie van cruciaal belang om terreur te voorkomen en als ze op geen enkele andere manier verkregen kan worden. Zoals professor mediarecht Dirk Voorhoof terecht zegt moet dit strikt geïnterpreteerd worden. Toch wil de regering deze wet nu breder toepassen. Bovendien dient een BIM-commissie (Bijzondere Inlichtingen Methoden) de opheffing van dat beroepsgeheim te valideren. Zelfs het vragen van deze toelating vindt de regering blijkbaar te verregaand. Wat ze nu van plan is, is dat inlichtingendiensten zelf zouden kunnen beoordelen wanneer ze die waarborgen ten aanzien van journalisten kunnen overslaan.

Het scenario is bekend: men maakt misbruik van enkele lekken om de hele regeling op de schop te nemen. Van de gelegenheid maakt men gebruik om de grenzen van controle (op de pers) te verleggen.

Het is de zoveelste stap van de uitvoerende macht om de andere machten - nu de vierde (de pers) - meer onder haar controle te krijgen. De tendens staat niet alleen. Ook de dataretentiewet maakt geen uitzondering voor journalisten (en advocaten); hun e-mailverkeer wordt net als dat van eender welke andere burger bewaard.

Ondoordachte lekken

Juist in dit soort zaken (het gaat niet over Wilmots en de Rode Duivels) springt 'de' pers nochtans omzichtig om met informatie. Het getuigt van weinig vertrouwen in de journalistiek om ze direct te beschuldigen van ondoordachte lekken.

Tot spijt van de goed gemikte doch weinig verheffende krachtterm ("kotsbeu") zou de eerste vraag bij de uitwerking van maatregelen die de democratische rechten beperken dan ook altijd moeten zijn "is er een probleem?". Er bestaat immers een wettelijke bescherming van het geheim in strafzaken en wie dit schendt kan perfect vervolgd worden.

Wat de regering vooral lijkt te willen vermijden is dat voor haar nadelige informatie tot bij de pers geraakt en verspreid wordt. Het gaat nochtans om legitieme vragen waarover een democratisch debat niet alleen nuttig maar zelfs noodzakelijk is. Dit voorstel past in een bredere officiële cultuur van wantrouwen in de pers en bij de burgers.

Al sinds 9/11 is er een tendens om de informatie over terrorisme en veiligheid te concentreren in handen van de overheid. Maar laat het nu juist in deze materie zijn dat bepaalde flaters en misbruiken door journalisten werden onthuld. Zoals we zonder journalisten geen weet hadden van de Panama Papers, was het slechts dankzij Greenwald, journalist bij The Guardian, dat de illegale afluisterpraktijken van de NSA werden blootgelegd.

Gaat de Belgische regering de Amerikaanse toer op? Eenzelfde modus operandi zien we bij de onderzoekscommissie over de aanslagen van 22 maart. Deze commissie mocht zeker geen "schuldigen" aanwijzen, zal meestal achter gesloten deuren vergaderen en kleinere partijen werden geweerd.

De aanpak van terrorisme vereist een gefocuste aanpak. In plaats van zich te richten op de pers, op het personeel dat bij het onderzoek betrokken is en de lekken, zou de regering beter in de spiegel kijken om te zien welke fouten het beleid de voorbije maanden gemaakt heeft en zich concentreren op het tekort aan veiligheidspersoneel en magistraten.

Het kan ook anders. Op 4 april 2016 werd een uitspraak van het hoogste Noorse hof gelauwerd met de prijs van de Columbia Global Freedom of Expression omdat ze de persvrijheid als een van de belangrijkste vrijheden erkende die in tijden van terreurbestrijding nog meer van belang is dan anders.

Veiligheid is een legitiem doel - valse bomgordel of niet - maar te belangrijk om geïnstrumentaliseerd te worden als voorwendsel om elk democratisch debat uit de weg te gaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234